Spreken van Satan in Zambia

Het is twee uur ‘s nachts in een provinciestad in Zambia. Het is donker; iedereen slaapt. Af en toe klinkt het geluid van blaffende honden. Maar bij de kerk zijn de lichten aan, en het geluid uit speakers draagt ver in de stille nacht. Binnen zijn mensen aan het zingen en bidden, en dominees wisselen elkaar af op de preekstoel. Zulke nachtelijke gebedsdiensten zijn in trek in Zambia, vooral bij de jeugd.

Opeens staat een meisje van een jaar of twaalf op. Ze loopt naar de uitgang van de kerk. “Waar ga je zo laat nog heen?” vraagt iemand. Het meisje lijkt overstuur. “Ik kan zo niet verder leven,” zegt ze. Wat bedoelt ze? In de gemeente staat ze bekend als een actief kerklid, vol geloof. Er worden meer vragen gesteld, maar het meisje zakt in elkaar. Een dominee wordt erbij geroepen. Hij knielt naast haar neer en draagt de duivel op om haar 20170613-cover with snakes and crosses 3te laten gaan.

Het meisje komt weer bij, en ze vertelt een opmerkelijk verhaal. “Ik ben een Satanist, en ik ben naar deze gebedsbijeenkomst gestuurd om verwarring te zaaien,” bekent ze. “Ik heb ervoor gezorgd dat de dominee van deze kerk niet kan bidden. En dat zijn preken zo saai zijn dat de luisteraars niet wedergeboren kunnen worden. Wie in deze kerk bezeten is door demonen zal niet bevrijd worden.” Er heeft zich inmiddels een groep luisteraars rond het meisje verzameld.

“Weet je nog, dat hele erge ongeluk op de weg van Ndola naar Kitwe?” zegt ze, “Dat heb ik veroorzaakt.” De toehoorders schrikken. Verschillende gemeenteleden hebben familieleden verloren in het ongeluk. Sommigen beginnen te huilen. Het meisje gaat verder: “De duivel heeft beloofd me tot koningin te kronen onder de Indische Oceaan als het me lukt om 1.000 mensen te doden. En dat ik een popster zal worden, zoals Nicki Minaj of Wiz Khalifa. Of dat ik zal gaan trouwen met de president van een land van mijn keuze.”

De bezoekende predikant begint opnieuw voor haar te bidden. Hij probeert de invloed van de duivel op het meisje te doorbreken. Het bidden gaat urenlang door, maar om vijf uur ’s ochtends verklaart de predikant dat ze bevrijd is, de demonen zijn uitgedreven. Het meisje toont berouw over haar verleden als Satanist. Ze is nu weer een goed Christen.

Als je van de duivel spreekt, trap je op zijn staart, volgens een oud Nederlands spreekwoord. Het drukt uit dat degene waarover je praat vaak plotseling op dat moment opduikt. In Zambia wordt er tegenwoordig veel over de duivel en zijn menselijke helpers de Satanisten gesproken. Tijdens gebedsdiensten die de hele nacht duren, maar ook op school en op de markt, met vrienden en collega’s. In mijn proefschrift onderzoek ik verhalen en gebeurtenissen die te maken hebben met Satanisme om uit te vinden waarom dit in Zambia zo’n hot issue is.

Hoe kunnen mensen een meisje van twaalf geloven als ze zegt dat ze een ongeluk heeft veroorzaakt terwijl ze er niet eens in de buurt was? Hoe is het mogelijk dat dit meisje het gelooft over zichzelf? Hoe kunnen mensen verhalen over Satanisme serieus nemen, zo serieus dat er soms rellen om ontstaan, en scholen en ziekenhuizen hun werk niet meer kunnen doen? Waarom geven predikanten aandacht aan deze verhalen in hun kerkdiensten? Al deze vragen komen samen in de hoofdvraag van mijn onderzoek: Waarin ligt de overtuigingskracht van verhalen over Satanisme in hedendaags Zambia?

Mijn proefschrift is inmiddels af, en in de komende weken wil ik mijn bevindingen graag delen op dit blog.

Werk aan de muur

Het is dit jaar alweer het laatste jaar dat we in Zambia zijn – ons contract heeft een maximale duur van zes jaar, en die zes jaar zitten er in december op. “Wat gaan jullie volgend jaar doen?” wordt ons regelmatig gevraagd.

Hermen heeft al een baan gevonden, als senior post-doctoral fellow bij de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Na Zambia blijven we dus (zoals het er nu naar uitziet) nog even hangen in zuidelijk Afrika. Johanneke heeft haar proefschrift zo goed als af, en hoopt aan het eind van dit jaar te promoveren. En dan? Een droom is om meer te gaan doen met fotografie, en dat te combineren met antropologisch onderzoek. Om dat te financieren is Johanneke begonnen met een webwinkel bij Werk aan de muur, waarin haar mooiste foto’s te koop staan. Neem eens een kijkje, misschien zit er iets bij dat bij jou aan de muur past!

Afstuderen

Afgelopen weekend was de jaarlijkse afstudeerplechtigheid aan Justo Mwale University.

Vijftien studenten studeerden af met een Bachelor of Theology – dit zijn de studenten waar wij les aan geven. Daarnaast kregen negen predikantsvrouwen een diploma, en waren er diploma’s voor meer dan 50 evangelisten. Sinds een paar jaar biedt Justo Mwale ook afstandsonderwijs aan, waaronder een Masters opleiding in theologie en in godsdienstonderwijs. In totaal studeerden er 58 studenten af aan het afstandsonderwijs.

De eregast van de dag was de minister van National Guidance and Religious Affairs. Ze hield een toespraak en reikte de diploma’s uit. Als geschenk ontvingen de theologiestudenten een fiets, en hun vrouwen een naaimachine. Een prachtige, feestelijke dag, en fijn om onze studenten weer te zien!

Meer foto’s zijn te vinden op Facebook!

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Justo Mwale in uniform

Op Justo Mwale bestaat het academische jaar uit drie trimesters. Elke week wordt op vrijdagochtend afgesloten met een gezamenlijke kerkdienst. Op de laatste vrijdag van het trimester is er een bijzondere dienst: er is avondmaal, en alle studenten en docenten dragen hun officiële tenue.

Voor predikanten is dat een boordje, of zelfs een toga. En studenten dragen het uniform van de mannen-, vrouwen-, of jongerenvereniging waar ze bij horen. Elke kerk heeft z’n eigen uniform, dat maakt deze dienst heel speciaal. Afgelopen vrijdag sloten we het eerste trimester af – zie hieronder het fotoverslag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Meer foto’s zien van Justo Mwale en Zambia? Volg Johanneke dan op Facebook of Flickr.

Vulamkoko

Vijf jaar zijn we nu in Zambia, en in die tijd hebben we veel studenten zien komen, maar natuurlijk ook zien gaan. Het is leuk om deze oud-studenten van tijd tot tijd eens op te zoeken om te zien hoe het ze vergaat in hun gemeente.

Jacob en Dora hebben elkaar leren kennen tijdens de opleiding theologie, en zijn twee jaar geleden getrouwd. Inmiddels hebben ze een zoontje, Bernad, en zijn ze predikant in een dorp in Zambia’s Eastern Province. Voor de meeste beginnende predikanten ligt de eerste gemeente op het platteland. Vaak zijn ze voor de gemeente de eerste vaste dominee.

Gemeentes in Zambia zijn groot. Het is niet ongebruikelijk dat een gemeente 20 verschillende wijken heeft, met een kerkgebouw in elke wijk. Jacob en Dora wonen in Vulamkoko (uitgesproken als Voela-mkoko), een dorpje zo’n 17 km van de grotere plaats Katete. De gemeente bestaat uit dat dorp, en de verschillende dorpen in een straal van zo’n 35 km om Vulamkoko heen.

Eén van Jacobs eerste handelingen in Vulamkoko was het beginnen met de bouw van een nieuwe kerk. Op zondag kwamen er altijd meer mensen dan in de kerk pasten, dus wordt er nu een nieuwe muur om de kerk gebouwd waardoor de kerk in oppervlak verdubbelt. De gemeente heeft het geld nog niet om het werk af te maken, dus er staat nu een drie meter hoge muur, maar er zijn nog geen dak, vloer, of ramen.

Hermen en ik mochten in Vulamkoko iets vertellen aan de gemeente over het leven en de theologie van Maarten Luther – die 500 jaar geleden zijn stellingen aan de kapeldeur in Wittenberg spijkerde – en over het belang van onderwijs aan meisjes. Een vertaler maakte ons voor de gemeente verstaanbaar.

Onderwijs aan meisjes is niet vanzelfsprekend, en de redenen daarvoor werden door de gemeente herhaald. “Ik vind ook dat meisjes naar school moeten,” reageerde een vader, “maar mijn dochter is daar helemaal niet in geïnteresseerd.” Een meisje vertelde het tegenovergestelde: “Ik wil graag naar school, ik ben gemotiveerd, maar mijn ouders zeggen dat het niet zo hoeft.” En van een grootmoeder: “Mijn kleindochter wil zo graag naar school, maar haar moeder is arm, en ze heeft er het geld niet voor.”

Allemaal uitdagingen, die wij natuurlijk ook niet zomaar kunnen wegnemen. Mijn praatje ging erover dat onderwijs voor een meisje net zo belangrijk is dan voor een jongen. In Lukas 8:17 zegt Jezus dat je toch een lamp niet onder de korenmaat zet. Wie zijn dochters niet naar school laat gaan terwijl de zonen dat wel doen, doet precies dat: hij verbergt zijn dochter en verhindert haar licht te stralen.

Na onze presentaties nam Jacob ons mee naar het verste puntje van zijn gemeente, waar we een man ontmoetten wiens been was afgezet nadat hij er een brandend stuk hout op had gekregen. Een tijdje geleden had hij een kunstbeen gekregen, maar dat was te lang, en hij zocht naar nieuwe oplossingen.

Het is moeilijk om al deze hulpvragen aan te horen. Er is nog zoveel nodig – geld voor het vergroten van de kerk, voor het onderwijs aan meisjes, voor het been van de oude man – en wij kunnen niet veel verschil maken. Wat het nog schrijnender maakt is dat de mensen ons van alles gaven: vijf grote trossen bananen, een zak mais, drie kippen. Dat hebben zij toch veel harder nodig?

In de Afrikaanse manier van denken betekend een gift dat de gever en de ontvanger een relatie aangaan. En als de ontvanger rijker is dan de gever, dan plaatst de gift een morele verantwoordelijkheid op de ontvanger om iets terug te doen, om wanneer mogelijk van zijn rijkdom te delen. Ik voel die verantwoordelijkheid, maar kan niet veel meer doen dan wanneer ik een mogelijkheid zie weldoeners te koppelen aan Vulamkoko. En het zou kunnen dat dat moment nooit komt. Het blijft lastig, omgaan met ongelijkheid!

Safari

Het is vakantie hier op Justo Mwale: tijd om er op uit te gaan en te genieten van de prachtige natuur in Zambia. Dit keer ook nog eens gecombineerd met familie bezoek – dubbel genieten dus. December is het regentijd, en volgens de handboeken niet het hoogseizoen voor safari’s. Vanwege het gras en de bladeren kun je minder ver kijken en de dieren zijn niet meer aangewezen op een paar plassen in het park. Aan de andere kant: in dit ‘emerald season’ is het heerlijk groen en zijn er veel jonge dieren. Volgens mij hebben we een goede tijd gekozen!