Diagnose: Satanisme

Satanisme is één van de dingen die met je aan de hand kunnen zijn. Hoe wordt deze diagnose gesteld? Een Zambiaanse bisschop en stichter van zijn eigen kerk vertelt het volgende verhaal:

“Mijn neef Bright is de zoon van mijn jongste broer, die op de Copperbelt woont. Bright’s ouders zijn arm. Hij moest elke dag twee uur lopen naar school, en kreeg geen geld mee voor lunch. Een vriend nodigde hem uit om dan maar bij zijn familie te komen eten. Op een dag had de vriend eten mee naar school genomen, en gezegd: ‘Vandaag gaan we iets heel bijzonders eten!’ Later begreep Bright dat de soep eigenlijk bloed was, en dat hij Satanist was geworden. Ik had al langer het gevoel dat er iets niet goed zat bij mijn familie op de Copperbelt. Dus ik overtuigde mijn broer ervan dat Bright maar een poosje bij mij moest komen wonen. Toen hij bij ons was gedroeg hij zich raar. Hij praatte niet. Hij zat de hele middag in de tuin, bij de kippen. Eén keer vonden we hem daar terwijl hij bewusteloos op de grond lag. In het ziekenhuis zeiden ze dat het malaria was, maar ik denk dat het iets met de onderwereld te maken had. Later bekende hij dat hij een altaar in de tuin had, en dat hij van daar naar andere steden in Zambia vloog. Nog iets geks: hij at zeep. Ik belde zijn vader, en die vertelde dat hij thuis ook zeep at. Ik maakte mij zorgen, en een dominee uit Tanzania die bij ons op bezoek was zei dat zeep eten een teken van bezetenheid is. Dus zijn we voor Bright gaan bidden, en de demonen manifesteerden zich in hem. Hij bekende dat hij Satanist was, en dat hij had toegezegd mijn dochters te zullen offeren aan de duivel. Bright zei dat hij meer dan vijfhonderd mensen had geofferd. Ik was in staat om de demonen uit te drijven. Hierna nam zijn vader Bright weer mee naar de Copperbelt. Ik weet niet of hij wel echt bevrijd is. Zijn vader ontkent dat zijn zoon ooit iets te maken had met Satanisme. Vanwege deze kwestie praten we niet meer met elkaar.”

Als er iets mis is in hun leven, met een onbekende oorzaak, proberen Zambianen verschillende dingen uit om beter te worden. Ze gaan naar het ziekenhuis – zoals de oom Bright naar het ziekenhuis bracht toen hij bewusteloos in de tuin lag – of naar een traditionele genezer, of naar een Christelijke gebedsgenezer. Brights oom is zo’n gebedsgenezer. Hij heeft al langer het idee dat er iets verkeerd zit bij Bright en zijn familie. Wanneer Bright bij hem woont vallen hem een aantal dingen op: Bright zegt niks, hij zit alleen in de tuin, en hij eet zeep. Hij denkt dat Bright bezeten is, en uiteindelijk blijkt het te gaan om Satanisme.

Wat maakt Satanisme een passende diagnose? Allereerst komt Satanisme vaak voor bij jonge mensen. Bij een oude vrouw met onverklaarbare klachten wordt er eerst gedacht aan hekserij of aan bezetenheid. Bij jonge mensen is Satanisme een belangrijke mogelijkheid. Vaak heeft de jongere of zijn familie het idee dat er iets mis is. Er is sprake van abnormaal gedrag. Het eten van zeep, zoals Bright doet, is uitzonderlijk. Vaker zijn er vreemde dingen aan de hand rond slapen: bijvoorbeeld een meisje dat ’s nachts in haar kamer gaat slapen en ergens anders weer wakker wordt; of een meisje dat beweegt met haar benen terwijl ze slaapt. Vreemde dromen zijn ook vaak een teken dat er iets mis is. Veel Satanisten hebben het over dromen over eten, dromen over slangen, en dromen dat ze naar een wereld onder water of onder de aarde gaan.

Een heel specifiek symptoom dat wijst op Satanisme is het hebben van moeilijkheden met relaties. De jongeren die later ex-Satanisten worden groeien vaak op in moeilijke omstandigheden. Hun ouders zijn overleden of gescheiden; vaak wonen ze bij familieleden. Dat is in Zambia niet ongebruikelijk, maar wat er bij de ex-Satanisten uitspringt is dat ze zich niet geaccepteerd voelen. Ze voelen zich niet geliefd door de familie waar ze bij wonen, of ze voelen zich afgewezen door hun leeftijdsgenoten. Ze geven vaak de voorkeur aan alleen zijn, zoals Bright die ’s middags in de tuin zat bij de kippen. In de Zambiaanse context wordt stil zijn en alleen willen zijn gezien als abnormaal, en afgekeurd. Sommige ex-Satanisten geven toe dat ze ook wel moeilijk gedrag vertoonden, zoals brutaal zijn, koppig zijn en agressie. Al deze problemen in de relatie met ouders/verzorgers en vrienden wijzen, voor een Christelijke gebedsgenezer, op Satanisme. Het vermoeden van Satanisme kan worden bevestigd door wat er gebeurt wanneer de predikant voor iemand bid. Bright geeft bijvoorbeeld terwijl er voor hem gebeden wordt zelf toe dat hij Satanist was.

Abnormaal gedrag, dromen, het gevoel niet geaccepteerd te worden, introversie, koppigheid – het zijn allemaal voorbeelden van symptomen die kunnen wijzen op Satanisme. Heel belangrijk is echter dat die diagnose wordt geaccepteerd door de betrokkene en zijn netwerk. In het geval van Bright werd de diagnose Satanisme niet geaccepteerd door zijn ouders. Bright woont inmiddels weer op de Copperbelt, en zijn vader zegt dat hij nooit iets te maken had met Satanisme. Als een diagnose niet goed voelt wordt er verder gekeken – misschien bij een andere gebedsgenezer, of bij een traditionele genezer, of in een ziekenhuis.

 

Satanisme als aandoening

Hoe word je Satanist? Wie hoort over Satanisme denkt misschien allereerst aan een verandering in overtuiging, een soort bekering naar een andere, niet-Christelijke religie. Maar in mijn gesprekken met ex-Satanisten kwam een ander beeld op. Satanisme was voor hen geen bewuste keuze, niet eens een keuze die achteraf verkeerd bleek.

Memory, bijvoorbeeld, zegt dat ze Satanist werd nadat ze een cadeautje had gekregen van een vriendin op school. “Toen mijn verjaardag eraan kwam, vroeg ze wat ze voor mij moest kopen. Ik zei: ‘Wat je maar wilt.’ Ze gaf me een ketting. Toen ik die kreeg wist ik niet wat het betekende, maar nadat ik de ketting ging dragen, begon ik te dromen dat ik onder de oceaan ging.” Onder de oceaan bevindt zich het hoofdkwartier van de Satanisten, en de ketting geeft Memory toegang tot deze plaats. Andere getuigenissen verhalen over Satanist worden door kleren gegeven door een vriend, door slapen onder een bepaalde deken in het huis van een familielid, of door het eten van iets lekkers aangenomen van een vreemdeling. In geen enkel geval was Satanisme een keuze op grond van ideologische afwegingen.

Als Satanist worden niet te maken heeft met een bekering, waarmee dan wel? Tijdens een radioprogramma waarin getuigenissen werden gepresenteerd konden luisteraars bellen met hun vragen en opmerkingen. Na een getuigenis over Satanisme kwamen de volgende vragen binnen bij de presentator:

  • De Bijbel zegt dat geld de wortel van alle kwaad is. Maar we hebben elke dag geld nodig. Hoe moet dat dan?
  • Ik droom vaak dat ik ga trouwen.
  • Mijn nichtje, ze is twee jaar, wordt vaak midden in de nacht wakker. Dan huilt ze en moet ze spugen. Soms wel drie keer in de week, maar alleen als ze alleen slaapt. Als haar moeder bij haar is gebeurt het nooit.
  • Hoe moet ik preken?
  • Ik ben nog nooit met iemand naar bed geweest, maar nu blijk ik een SOA te hebben. Hoe is dat mogelijk?
  • Ik droom vaak over vrouwen, en over trouwen. En een paar jaar geleden droomde ik dat er een slang in mijn buik zat.
  • Ik droom vaak over een slang die me bijt. Zelfs al ben ik in een grote groep in de droom, hij komt toch naar mij toe om me te bijten. En één keer riep de slang: ‘Ik ben je vrouw.’
  • Ik ben dominee, en ik vind deze dingen erg moeilijk. Soms bid ik voor mensen, maar de situatie blijft hetzelfde. Kan ik u ontmoeten?
  • ’s Nachts heb ik een probleem met mijn benen, ze schokken zo.

De vragen komen van zowel mannen als vrouwen. Van deze vragen gaat alleen de eerste, over geld, over het onderwerp waar de ex-Satanist net over verteld heeft. Getuigenissen vertellen vaak hoe Satanisten worden beloond met rijkdom voor hun daden. Betekent dit dat geld altijd slecht is? Maar je hebt toch geld nodig om te overleven? Twee vragen lijken te komen van beginnende dominees die graag willen leren van de predikant die het radioprogramma presenteert. De overige zeven vragen hebben allemaal hetzelfde uitgangspunt: Wat is er aan de hand met mij, of met mijn familielid? Telkens wanneer toehoorders vragen kunnen stellen is dit de belangrijkste zorg. Het horen van een getuigenis roept bij de luisteraars kennelijk vragen op over hun eigen welbevinden.

De combinatie van vragen over welbevinden klinkt ons als Nederlanders misschien vreemd in de oren. Hoe kan het nou dat je een verhaal hoort over Satanisme, en dan vragen gaat stellen die te maken hebben met relaties – zoals van de mensen die dromen over trouwen – of met zaken waarvoor wij naar de huisarts zouden gaan – zoals de SOA, het spugende meisje of de trekkende benen? De strikte scheiding tussen medische problemen en problemen in andere levenssferen die wij Westerlingen maken wordt in Afrika niet automatisch gemaakt. Zeker, in Afrika gaat men ook naar de dokter met een gebroken been. Maar als het niet goed met je gaat zonder een duidelijk aanwijsbare oorzaak, dan gelooft men dat dit komt door een probleem in de relatie met de onzichtbare, spirituele wereld waar voorouders en geesten verblijven; of door de kwade invloed van een heks. Dit kan zich uiten in elk soort van ongeluk: in gezondheidsproblemen, maar ook in armoede of in huwelijksproblemen. Zowel traditionele genezers als Christelijke gebedsgenezers zoeken naar oorzaken voor een gebrek aan welbevinden in de spirituele wereld. Daarom vragen de luisteraars naar het radioprogramma met getuigenissen aan de predikant die het presenteert ‘wat is er toch met mij aan de hand?’

Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Wat is Satanisme?

Een onderzoek naar Satanisme in Zambia – is dat niet eng? Het is een eerste reactie die ik vaak hoor als ik familie en vrienden vertel over mijn onderzoeksonderwerp.

Satanisme – of het nu gaat over Zambia of elders op de wereld – is een verwarrende term. “Er is een bijna Babylonische spraakverwarring rond het gebruik van de term Satanisme,” schrijft de Nederlandse historicus Ruben van Luijk in zijn boek over de geschiedenis van Satanisme.  Aan de ene kan wordt Satanisme door buitenstaanders gebruikt wordt als waardeoordeel, bijvoorbeeld als  Christenen yoga, Harry Potter of tarotkaarten satanistisch noemen. Aan de andere kant zijn er groepen, zoals de Church of Satan of de Temple of Set waarvan de aanhangers zichzelf aanduiden als Satanisten. Wetenschappers in het opkomende gebied van Satanisme-studies maken daarom graag een onderscheid tussen Satanisme als naam voor een hedendaagse religieuze overtuiging en anti-Satanisme als een door anderen toegekend negatief waardeoordeel.

Het is een nuttig onderscheid, maar lastig toe te passen op de verhalen over Satanisme in Zambia. De meest uitgebreide verhalen zijn getuigenissen van ex-Satanisten. Deze getuigenissen worden gegeven in kerkdiensten of op religieuze radio- en tv-programma’s. Ex-Satanisten vertellen hoe zij in het verleden Satanist zijn geworden, en hoe ze als Satanist familieleden hebben geofferd, verkeersongelukken hebben veroorzaakt, en ervoor hebben gezorgd dat Christenen van hun geloof afvielen. Als beloning hiervoor kregen ze, volgens de getuigenissen, geld, een huis, een auto, of een indrukwekkende titel. Uiteindelijk zijn ze echter weer Christen geworden, over het algemeen nadat een predikant voor hen gebeden heeft. Gaan deze getuigenissen over Satanisme, aangezien de vertellers zich zelf zo noemen, of is het een geval van anti-Satanisme, aangezien de boodschap van de getuigenis een negatief waardeoordeel behelst?

In Zambia is Satanisme meer dan een waardeoordeel over bepaalde groepen en individuen. Satanisme is in Zambia ook gerelateerd aan de ervaringen van de jonge mannen en vrouwen die zichzelf (voormalig) Satanist noemen. Hun verhalen zijn niet zomaar uit de duim gezogen om anderen in een kwaad daglicht te stellen. De vertellers zijn ervan overtuigd dat Satanisme hen is overkomen. Die ervaringen hebben overigens weinig te maken met groepen als de Church of Satan die in Nederland ook wel bekend zijn. De Church of Satan geeft aan geen uitspraken te doen over waar hun leden vandaan komen, maar een woordvoerder zegt zich niet te herkennen in de beschrijving van Satanisme die uit de getuigenissen blijkt.

Op basis van deze overwegingen definieer ik Satanisme in Zambia als volgt: Satanisme verwijst in Zambia naar een veronderstelde organisatie, bestuurd door Satan, en gewijd aan het veroorzaken van kwaad en ongeluk, in het bijzonder gericht tegen Christenen. Ex-Satanisten claimen en/of ervaren dat zij aanhanger zijn geweest van deze organisatie.

Is onderzoek doen naar Satanisme eng? Mijn onderzoek is niet gebaseerd op participerende observatie bij religieuze bijeenkomsten of rituelen. Zoals blijkt uit mijn definitie is Satanisme in Zambia geen nieuwe religieuze beweging. Wat ik onderzoek is het Zambiaanse complex van ideeën over Satanisme, en de manier waarop de mensen die zeggen ex-Satanist te zijn zich deze ideeën eigen maken. Niet eng, wel fascinerend – en af en toe ook verontrustend.

Zambiaanse verhalen over Satanisme

In 2013 bekende Grace dat ze Satanist was geweest. Haar verhaal is één van de vele verhalen over Satanisme die rondgaan in Zambia. Grace is een jonge vrouw van een jaar of twintig. Haar vader overleed toen ze nog heel jong was, en in haar jeugd woonde ze afwisselend bij haar moeder in een stadje in de provincie en bij verwanten in Lusaka. Net zoals veel andere jonge volwassenen in Zambia heeft Grace geen baan, en kost het haar moeite om rond te komen. Maar ze ziet er stijlvol uit als ik haar ontmoet, met een zwarte rok, een rode blouse en bijpassende rode oorbellen. Dit is wat ze me vertelde:

“Ik droomde dat ik op een feestje was met vrienden. Ze gaven me een drankje. Toen ik het opdronk, realiseerde ik me dat het bloed was. Toen wist ik dat ik Satanist was geworden. Als Satanist kreeg ik de opdracht om iemand te vermoorden. Ik probeerde mijn tante te doden, maar het lukte niet. In plaats daarvan zorgde ik ervoor dat haar dochter ziek werd en overleed. Daarna kreeg ik een hogere rang; ik werd koningin van de Eastern Province. Ik zorgde ervoor dat satanische producten verkocht werden in de supermarkt. We gebruikten bijvoorbeeld foetussen voor de halve gebraden kip. Wat als vis verkocht werd waren eigenlijk de handjes van baby’s, en de rijst waren maden uit de hersenen van een lijk. In de kerk stalen we de boodschap van de dominee, zodat de kerkgangers de preek niet konden onthouden, en we zorgden ervoor dat mensen tijdens de dienst in slaap vielen.”

Het verhaal van Grace is afschuwelijk. Maar het is een verhaal dat in heel Zambia bekend is. Volgens de verhalen veroorzaken Satanisten ziekte en dood. Ze verkopen je bloed en organen, en veroorzaken verkeersongelukken. Ze proberen je in hun macht te krijgen door je producten te verkopen die onschuldig lijken, maar eigenlijk satanisch zijn. In hun dromen gaan de Satanisten naar een wereld onder de zee of onder de grond, waar ze Satan ontmoeten en beloningen krijgen voor hun acties.

In Afrika circuleren dergelijke verhalen over Satanisme sinds het midden van de jaren ’80. Via rondtrekkende predikers zijn ze in de jaren ‘90 ook in Zambia terecht gekomen. Tien jaar geleden werd het fenomeen echt zorgwekkend. Op sommige scholen brak paniek uit omdat leerlingen elkaar en hun docenten verdachten van betrokkenheid bij Satanisme. Ziekenhuizen meldden dat patiënten bang waren op bloed te laten afnemen, omdat dit bloed misschien bij Satanisten terecht zou komen. Af en toe leiden beschuldigingen van Satanisme tot geweld. Bijvoorbeeld in 2013, toen rellen uitbraken in Katete nadat een schoolmeisje dood was gevonden. Een boze menigte concludeerde dat de Indiase eigenaar van een aantal winkels haar aan Satan had geofferd, en er gingen geruchten dat er een koelbox met haar lichaamsdelen bij hem was gevonden. De menigte vernielde en plunderde zijn winkels.

Sindsdien is de intensiteit van de publieke fascinatie met Satanisme wat afgenomen, maar predikanten die bekend staan als specialisten vinden nog elke week nieuwe gevallen van Satanisme, en mensen die zeggen in het verleden Satanist te zijn geweest geven getuigenissen in kerken en op radio en tv. Opnames van hun verhalen worden gedeeld onder vrienden en op Facebook, en nieuwe bekentenissen zijn soms het gesprek van de dag. In mijn proefschrift onderzoek ik deze verhalen.

Spreken van Satan in Zambia

Het is twee uur ‘s nachts in een provinciestad in Zambia. Het is donker; iedereen slaapt. Af en toe klinkt het geluid van blaffende honden. Maar bij de kerk zijn de lichten aan, en het geluid uit speakers draagt ver in de stille nacht. Binnen zijn mensen aan het zingen en bidden, en dominees wisselen elkaar af op de preekstoel. Zulke nachtelijke gebedsdiensten zijn in trek in Zambia, vooral bij de jeugd.

Opeens staat een meisje van een jaar of twaalf op. Ze loopt naar de uitgang van de kerk. “Waar ga je zo laat nog heen?” vraagt iemand. Het meisje lijkt overstuur. “Ik kan zo niet verder leven,” zegt ze. Wat bedoelt ze? In de gemeente staat ze bekend als een actief kerklid, vol geloof. Er worden meer vragen gesteld, maar het meisje zakt in elkaar. Een dominee wordt erbij geroepen. Hij knielt naast haar neer en draagt de duivel op om haar 20170613-cover with snakes and crosses 3te laten gaan.

Het meisje komt weer bij, en ze vertelt een opmerkelijk verhaal. “Ik ben een Satanist, en ik ben naar deze gebedsbijeenkomst gestuurd om verwarring te zaaien,” bekent ze. “Ik heb ervoor gezorgd dat de dominee van deze kerk niet kan bidden. En dat zijn preken zo saai zijn dat de luisteraars niet wedergeboren kunnen worden. Wie in deze kerk bezeten is door demonen zal niet bevrijd worden.” Er heeft zich inmiddels een groep luisteraars rond het meisje verzameld.

“Weet je nog, dat hele erge ongeluk op de weg van Ndola naar Kitwe?” zegt ze, “Dat heb ik veroorzaakt.” De toehoorders schrikken. Verschillende gemeenteleden hebben familieleden verloren in het ongeluk. Sommigen beginnen te huilen. Het meisje gaat verder: “De duivel heeft beloofd me tot koningin te kronen onder de Indische Oceaan als het me lukt om 1.000 mensen te doden. En dat ik een popster zal worden, zoals Nicki Minaj of Wiz Khalifa. Of dat ik zal gaan trouwen met de president van een land van mijn keuze.”

De bezoekende predikant begint opnieuw voor haar te bidden. Hij probeert de invloed van de duivel op het meisje te doorbreken. Het bidden gaat urenlang door, maar om vijf uur ’s ochtends verklaart de predikant dat ze bevrijd is, de demonen zijn uitgedreven. Het meisje toont berouw over haar verleden als Satanist. Ze is nu weer een goed Christen.

Als je van de duivel spreekt, trap je op zijn staart, volgens een oud Nederlands spreekwoord. Het drukt uit dat degene waarover je praat vaak plotseling op dat moment opduikt. In Zambia wordt er tegenwoordig veel over de duivel en zijn menselijke helpers de Satanisten gesproken. Tijdens gebedsdiensten die de hele nacht duren, maar ook op school en op de markt, met vrienden en collega’s. In mijn proefschrift onderzoek ik verhalen en gebeurtenissen die te maken hebben met Satanisme om uit te vinden waarom dit in Zambia zo’n hot issue is.

Hoe kunnen mensen een meisje van twaalf geloven als ze zegt dat ze een ongeluk heeft veroorzaakt terwijl ze er niet eens in de buurt was? Hoe is het mogelijk dat dit meisje het gelooft over zichzelf? Hoe kunnen mensen verhalen over Satanisme serieus nemen, zo serieus dat er soms rellen om ontstaan, en scholen en ziekenhuizen hun werk niet meer kunnen doen? Waarom geven predikanten aandacht aan deze verhalen in hun kerkdiensten? Al deze vragen komen samen in de hoofdvraag van mijn onderzoek: Waarin ligt de overtuigingskracht van verhalen over Satanisme in hedendaags Zambia?

Mijn proefschrift is inmiddels af, en in de komende weken wil ik mijn bevindingen graag delen op dit blog.

Werk aan de muur

Het is dit jaar alweer het laatste jaar dat we in Zambia zijn – ons contract heeft een maximale duur van zes jaar, en die zes jaar zitten er in december op. “Wat gaan jullie volgend jaar doen?” wordt ons regelmatig gevraagd.

Hermen heeft al een baan gevonden, als senior post-doctoral fellow bij de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Na Zambia blijven we dus (zoals het er nu naar uitziet) nog even hangen in zuidelijk Afrika. Johanneke heeft haar proefschrift zo goed als af, en hoopt aan het eind van dit jaar te promoveren. En dan? Een droom is om meer te gaan doen met fotografie, en dat te combineren met antropologisch onderzoek. Om dat te financieren is Johanneke begonnen met een webwinkel bij Werk aan de muur, waarin haar mooiste foto’s te koop staan. Neem eens een kijkje, misschien zit er iets bij dat bij jou aan de muur past!