Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Een dorp in Zambia

Eind november is hier het begin van de grote vakantie: de examens zijn geweest, de scholen dicht tot in januari of zelfs februari. Tijd voor onze studenten om op bezoek te gaan bij hun familie in ‘the village’ – het dorp. Als we hen horen vertellen over de dorpen in Zambia, Malawi en Zimbabwe lijkt het wel alsof ze het over een andere wereld hebben: geen water, geen elektriciteit, uren lopen om naar school te gaan… Hoe zou het zijn om in een dorp te wonen? Zouden wij daar als Nederlanders iets van herkennen? Het dorpsleven in Nederland en de veranderingen daarin is prachtig bezongen door Wim Sonneveld in ‘Het dorp’. Als ik dat hoor, kan ik het Nederlandse dorp voor me zien. Zouden onze studenten niet ook zoiets over hun dorp kunnen maken?

Met deze vraag als uitgangspunt zijn we begonnen met een uitwisselingsproject tussen Zambia en Nederland. Gemeenten in Nederland denken na over hoe zij ‘het dorp’ kunnen uitleggen of in beeld brengen voor onze studenten; en de studenten doen hetzelfde voor hun geboortestreek. Inmiddels hebben we een eerste brainstormsessie met de studenten gehad, aan de hand van de vertaalde liedtekst van Wim Sonneveld.

Het ideale dorp in Zambia is een hechte gemeenschap onder leiding van een hoofdman. Als er gewerkt moet worden – de velden moeten beplant worden, de oogst binnen gehaald, of een huis gebouwd – helpt men elkaar. “Dat gaat zo,” vertelt Bannet uit het noordoosten van Zambia: “de vrouwen brouwen een drank – kan ik het wijn noemen? Het is in ieder geval een traditionele drank – en dan wordt de hele gemeenschap uitgenodigd om op het veld te werken om de oogst binnen te halen. Na afloop wordt de drank met elkaar gedeeld. En de volgende dag gaan ze met z’n allen naar het veld van de buurman.” Moses, uit het zuidoosten, vult aan: “Zo gaat het ook als er een huis gebouwd wordt. Als het tijd is om het dak erop te zetten, en de latten vast te maken waar het gras op komt, dan slacht de vrouw een kip, of maakt maïspap met eieren. Dan komen de mensen om te helpen en na afloop eten ze samen.”

In het dorpsleven spelen rituelen een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij volwassen worden en bij overlijden. “Een begrafenis is echt een belangrijke gebeurtenis. Als er een overlijden is in de familie gaat iedereen naar de begrafenis; niemand werkt. Als je wel zou werken zouden mensen zeggen: ‘Hij weet vast meer van het overlijden.’ Er zijn veel rituelen die bij een begrafenis horen, ook als het een Christen is die overleden is. Als de begrafenis is geweest en de mensen komen terug van de begraafplaats moeten ze bijvoorbeeld handen en voeten wassen voordat ze het dorp weer ingaan. Dat is zodat de geest van de overledene niet mee terugkomt.”

De studenten kennen dat ideale dorp nog, maar de veranderingen gaan snel. “Tegenwoordig is ons dorp gemoderniseerd. Bijvoorbeeld: vroeger had iedereen gras als dakbedekking, nu zie je steeds vaker metalen dakplaten.” Mary, uit het zuiden van Malawi, weet niet of die veranderingen wel zo diep gaan: “Hoe huizen eruit zien, dat is veranderd. Hoe mensen eruit zien ook – de vrouwen in het dorp zien er tegenwoordig net zo mooi uit als in de stad, met ingewikkelde kapsels. Maar de tradities, die zijn hetzelfde gebleven.” Gemoderniseerd, dat betekent in eerste instantie vooral technologische vooruitgang. Gurdson vertelt: “In de jaren ’80 waren er nog bijna geen machines om maïs te malen en pindakaas te maken. Dus het pletten en malen werd thuis gedaan. Elke vrouw leerde hoe ze de maïs moest stampen in een vijzel, zeven en opnieuw stampen. Het kon wel een hele dag duren voor ze een emmer maïsmeel had.” Gurdson herinnert zich hoe het was toen hij vijftien jaar geleden naar school ging: “Toen had nog niemand een horloge, en radio’s waren er ook bijna niet. Mijn ouders hadden een stokje in het zand gezet, en als de schaduw dan bij een bepaald punt was, wisten ze dat wij naar school moesten.” Om van zijn dorp naar de hoofdstad Lusaka te komen was een hele onderneming: “Er ging elke dag één auto van het dorp naar Chipata, de dichtstbijzijnde grote plaats 75km verderop – de meeste mensen gaan daarheen op de fiets. Om in Lusaka te komen met de bus, dat kon wel 6 dagen duren. Nu doe ik het in een dag. Toen ik eenmaal in de stad woonde was het moeilijk om contact te hebben met mijn moeder. Nu is dat veel gemakkelijker: ik kan haar mobiel beltegoed en geld sturen.”

Er is veel ten goede veranderd: er is gewerkt aan schoon drinkwater, en door familieleden die werken in het buitenland is er geïnvesteerd in landbouw en visserij. Maar niet iedereen is blij met de moderne tijd. Bannet vertelt: “Oudere mensen klagen vaak over modernisering, ze zeggen dat het problemen brengt. In het dorp is het bijvoorbeeld een taboe voor een jongen en een meisje om samen gezien te worden. Elkaars hand vasthouden, dat kan al helemaal niet. Als de ouderen dit zien gebeuren, zeggen ze: ‘Waar gaat het toch heen met de tijd?’.” Mary herkent dit: “In het dorp waar ik woonde kwam een nieuwe dominee. Zijn zoon zat bij mij in de klas. Het was fijn om met een ander domineeskind op te kunnen trekken, dus hij kwam vaak bij mij thuis om te vragen ‘Waar is Mary?’ Maar de mensen in het dorp hebben hem daarop aangesproken, en hij mocht mij niet meer zien. Zelfs als we nu met elkaar praten wordt het meteen doorverteld. Jongens en meisjes mogen niet samen spelen.” Er wordt geklaagd over individualisme: “Vroeger maakten elke vrouw een gerecht en bracht het naar een centrale plek, daar waar de mannen matten aan het weven waren. En dan at iedereen samen, ook de weeskinderen konden daar komen en eten krijgen. Nu eet iedereen aan tafel in z’n eigen huis.” Mensenrechten zijn ook een lastig onderwerp in Zambia: “In het dorp is dat echt een probleem. Wij leren kinderen om sterk en energiek te zijn. Op hun tiende moeten ze erop uit met de kudde koeien en zichzelf staande houden, ook in ruzies of gevechten met hun leeftijdsgenoten – maar nu noemen ze dat kinderarbeid en mishandeling.”

De kerk staat over het algemeen aan de kant van de modernisering. “De afgelopen negen jaar was ik dominee in een dorp,” vertelt Bannet. “Wat echt lastig is, is dat de kerk veroordeeld wordt voor het brengen van veranderingen. Ik probeerde een goede relatie te onderhouden met de chief. Met hem overlegde ik: hoe kunnen we de tradities behouden? Als mijn ouderling die ook hoofdman is overlijdt, begraven we hem dan traditioneel als hoofdman, of als Christelijke ouderling? Soms laat iemand een testament na waarin hij zegt hoe hij begraven wil worden, maar vaker is het een kwestie van overleg. Dan zeggen we bijvoorbeeld: ‘We wachten met de traditionele rituelen tot de Christenen weg zijn.’”

Een andere wereld? Ja, in sommige opzichten wel. Maar die complexe verhouding tot modernisering, zong Wim Sonneveld daar niet ook over? Tijdens de vakantie gaan de studenten naar hun dorp en kijken hoe ze het leven daar kunnen overbrengen aan de Nederlandse gemeenten. En samen zien we uit naar de eerste resultaten uit Nederland!

Zijn Afrikanen minder materialistisch dan wij?

Veel Afrikaanse talen hebben geen woord voor ‘hebben’, maar zou het leven in Afrika echt minder draaien om geld en zo? Om het te kunnen vergelijken met wat we straks live gaan zien, wil ik eens op een rij zetten hoe ik het nu denk te begrijpen.

Deze weken zijn de oude films van The Godfather weer op televisie. Ik vind het erg interessant om te zien wat daar in gebeurt. De films gaan over een Siciliaanse mafia-familie in New York. Familiebanden en -tradities zijn erg belangrijk. Tijden veranderen en tradities veranderen mee. Het hoofd van de familie – de Godfather – heeft een belangrijke stem in hoe dingen gaan, maar hij is ook afhankelijk van de erkenning door de andere familieleden. ‘De familietraditie’ is niet een vaststaand gegeven, maar is ook niet iets wat de belangrijke man naar willekeur kan bepalen.

Dit roept herinneringen bij mij op aan hoe traditie in de kerk gevormd wordt, en aan hoe over traditie gesproken wordt in wat we nu steeds leren over Afrika, waar tradities nog veel belangrijker schijnen te zijn dan in onze Westerse samenleving.

Bij de familiebanden en sociale contacten in The Godfather hoort ook een heel systeem van geven en nemen, het uitwisselen van giften. Je moet oppassen met het aannemen van een sinaasappel, want voor je het weet vraagt de gulle gever van jou een wederdienst – en bij de mafia kan dat dan maar zo zijn dat je iemand moet vermoorden. Je krijgt dan waarschijnlijk nog wel een duur, gestolen Perzisch tapijt toe, want de giften over en weer moeten wel een beetje in evenwicht zijn.

Met Sinterklaas onderhouden we in Nederland ook familiebanden en sociale contacten met kadootjes over en weer. En in Afrika schijnt dat ook heel belangrijk te zijn. Al lijkt het met het ‘over en weer’ daar net iets anders te werken.

In The Godfather moest er evenwicht zijn in de giften die je kreeg en die je gaf. Bij Sinterklaas letten we er vaak wel een beetje op dat iedereen ongeveer even dure kadootjes geeft. Anders voelt het niet fijn. In wat we horen over Afrika zijn giften daar ook heel belangrijk om de onderlinge contacten te onderhouden, alleen let je dan ergens anders op. Je kijkt niet of je wel terugkrijgt wat je geeft, maar je kijkt wie iets heeft en wie iets nodig heeft. Een oom betaalt jouw opleiding, omdat jouw ouders dat niet kunnen betalen en hij wel. En als je nichtje later onderdak nodig heeft en jij hebt een huis dan neem je haar in huis. Niet omdat jij iets van de oom gekregen hebt, maar gewoon omdat je nichtje dat nodig heeft. Je kijkt niet of er evenwicht is in wat je geeft en krijgt, maar je kijkt wie wat nodig heeft en wie dat kan leveren.

Dit heeft allerlei gevolgen. Wanneer je in het Westen iemand een sinaasappel en een Perzisch tapijt hebt gegeven, dan heb je een tegoed: je kunt daar nog een keer iets voor terug vragen. Wanneer je in Afrika iemand een sinaasappel en een Perzisch tapijt hebt gegeven, dan heb je een band met die persoon: voortaan geeft degene die dingen
heeft dat aan degene die dingen nodig heeft, zonder dat je kijkt of iedereen wel evenveel geeft als hij krijgt. In het Westen werk je extra hard zodat je een tegoed (pensioen) opbouwt en anderen je later verzorgen, wanneer je in een verzorgingshuis zit. Wanneer je let op wat iemand nodig heeft, verzorgt men degenen die verzorging nodig hebben, ongeacht of diegene ooit tegoed heeft opgebouwd. Het gaat er niet om hoeveel je hebt aan tegoed en dergelijke, maar het gaat om je familiebanden en sociale contacten, die maken dat je verzorgd wordt als je dat nodig hebt.

Materiële zaken en het ‘hebben’ zijn dan wel belangrijk, maar op een andere manier dan in het Westen. Het gaat er in de eerste plaats om wie je bent, van welke families en sociale verbanden je deel bent. Zo begrijp ik het nu tenminste. Ik heb het maar even uitgeschreven, zodat ik het straks goed kan vergelijken met het echte leven in Afrika waar we over een maand al getuige van zullen zijn…