Spreken van Satan in Zambia

Het is twee uur ‘s nachts in een provinciestad in Zambia. Het is donker; iedereen slaapt. Af en toe klinkt het geluid van blaffende honden. Maar bij de kerk zijn de lichten aan, en het geluid uit speakers draagt ver in de stille nacht. Binnen zijn mensen aan het zingen en bidden, en dominees wisselen elkaar af op de preekstoel. Zulke nachtelijke gebedsdiensten zijn in trek in Zambia, vooral bij de jeugd.

Opeens staat een meisje van een jaar of twaalf op. Ze loopt naar de uitgang van de kerk. “Waar ga je zo laat nog heen?” vraagt iemand. Het meisje lijkt overstuur. “Ik kan zo niet verder leven,” zegt ze. Wat bedoelt ze? In de gemeente staat ze bekend als een actief kerklid, vol geloof. Er worden meer vragen gesteld, maar het meisje zakt in elkaar. Een dominee wordt erbij geroepen. Hij knielt naast haar neer en draagt de duivel op om haar 20170613-cover with snakes and crosses 3te laten gaan.

Het meisje komt weer bij, en ze vertelt een opmerkelijk verhaal. “Ik ben een Satanist, en ik ben naar deze gebedsbijeenkomst gestuurd om verwarring te zaaien,” bekent ze. “Ik heb ervoor gezorgd dat de dominee van deze kerk niet kan bidden. En dat zijn preken zo saai zijn dat de luisteraars niet wedergeboren kunnen worden. Wie in deze kerk bezeten is door demonen zal niet bevrijd worden.” Er heeft zich inmiddels een groep luisteraars rond het meisje verzameld.

“Weet je nog, dat hele erge ongeluk op de weg van Ndola naar Kitwe?” zegt ze, “Dat heb ik veroorzaakt.” De toehoorders schrikken. Verschillende gemeenteleden hebben familieleden verloren in het ongeluk. Sommigen beginnen te huilen. Het meisje gaat verder: “De duivel heeft beloofd me tot koningin te kronen onder de Indische Oceaan als het me lukt om 1.000 mensen te doden. En dat ik een popster zal worden, zoals Nicki Minaj of Wiz Khalifa. Of dat ik zal gaan trouwen met de president van een land van mijn keuze.”

De bezoekende predikant begint opnieuw voor haar te bidden. Hij probeert de invloed van de duivel op het meisje te doorbreken. Het bidden gaat urenlang door, maar om vijf uur ’s ochtends verklaart de predikant dat ze bevrijd is, de demonen zijn uitgedreven. Het meisje toont berouw over haar verleden als Satanist. Ze is nu weer een goed Christen.

Als je van de duivel spreekt, trap je op zijn staart, volgens een oud Nederlands spreekwoord. Het drukt uit dat degene waarover je praat vaak plotseling op dat moment opduikt. In Zambia wordt er tegenwoordig veel over de duivel en zijn menselijke helpers de Satanisten gesproken. Tijdens gebedsdiensten die de hele nacht duren, maar ook op school en op de markt, met vrienden en collega’s. In mijn proefschrift onderzoek ik verhalen en gebeurtenissen die te maken hebben met Satanisme om uit te vinden waarom dit in Zambia zo’n hot issue is.

Hoe kunnen mensen een meisje van twaalf geloven als ze zegt dat ze een ongeluk heeft veroorzaakt terwijl ze er niet eens in de buurt was? Hoe is het mogelijk dat dit meisje het gelooft over zichzelf? Hoe kunnen mensen verhalen over Satanisme serieus nemen, zo serieus dat er soms rellen om ontstaan, en scholen en ziekenhuizen hun werk niet meer kunnen doen? Waarom geven predikanten aandacht aan deze verhalen in hun kerkdiensten? Al deze vragen komen samen in de hoofdvraag van mijn onderzoek: Waarin ligt de overtuigingskracht van verhalen over Satanisme in hedendaags Zambia?

Mijn proefschrift is inmiddels af, en in de komende weken wil ik mijn bevindingen graag delen op dit blog.

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het verhaal van de vrouw die verdween

Een paar weken geleden waren we op bezoek bij één van onze oud-studenten in zijn eerste gemeente. Hij vertelde ons dit wonderlijke verhaal:

Er is een echtpaar in mijn gemeente. Vanwege de economische situatie ging de echtgenoot langs bij een zekere man. Deze man vertelde hem dat iedereen binnen veertien dagen rijk kan worden, maar dat je er dan wel iets voor moet doen. Iets voor moet offeren. De echtgenoot was verrast, en hij zei dat hij erover na zou denken. Hij ging naar huis en dacht erover wie hij dan zou offeren. Na een tijdje dacht hij aan zijn vrouw. Nu moet je weten dat de vader van de vrouw een machtige heks is. En op de één of andere manier hoorde hij over de plannen van de echtgenoot om zijn vrouw te offeren. De vader dacht: ‘Maar dat is mijn dochter, ik wil haar niet verliezen!’ Dus gebruikte hij zijn krachten om de vrouw weg te halen. De vrouw verdween gewoon. Ze vertelden mij, de dominee, ‘Een van je gemeenteleden is vermist.’ We hebben voor haar gebeden. Later hebben ze haar teruggevonden, in Malawi, waar ze werd vastgehouden in een kamer in een huis. De mensen in het huis zeiden: ‘Wij weten wel hoe ze hier is gekomen, en we hebben afgesproken dat we haar hier zouden houden.’ Je ziet het, deze dingen gebeuren echt.

Er lijken hier in Zambia maar twee mogelijkheden te zijn: je bent of rijk, of je bent arm. Dat er – vanuit ons Westerse perspectief – nog een heleboel stappen tussen arm en rijk zitten, daar is geen oog voor. Arm wil niemand zijn… dus iedereen wil rijk worden. De echtgenoot waar onze student over vertelt is zoiemand die rijk wil worden. Hij heeft misschien een handeltje. Misschien loopt het niet zo goed. In ieder geval: hij is niet rijk. En dus zoekt hij iemand op die verstand heeft van zulke zaken.

In Afrika is de wereld die je om je heen ziet, die je kunt aanraken, horen en ruiken, niet de enige realiteit. Er is een paralelle spirituele wereld, met geesten, demonen, voorouders en magische krachten. Die wereld heeft direct invloed op je leven. Als alles goed is, zijn de wereld die we kunnen zien en de spirituele wereld met elkaar in harmonie. En dan is ook alles goed: je hebt genoeg te eten, een vrouw, kinderen, gezondheid. Als niet alles goed is, dan komt dat door een probleem in de spirituele wereld. Een onverklaarbare ziekte, armoede, geen vrouw kunnen vinden, geen baan hebben, geen kinderen: het ligt aan de krachten in de spirituele wereld. Er zijn specialisten die meer over deze wereld weten, en de krachten kunnen beïnvloeden. Zo’n specialist, daar ging de echtgenoot bij op bezoek.

Wat de specialist aan de echtgenoot vertelde was dat hij rijk zou kunnen worden als hij er iets voor zou doen. Als Westerlingen kunnen we het daar mee eens zijn: als je niet hard werkt, wordt het nooit wat. Maar dat was niet wat de specialist bedoelde. Als je iets buitengewoons wilt – rijk worden, of macht en succes hebben, dan moet je de buitengewone krachten in de spirituele wereld inschakelen. En een manier om dat te doen is door iemand letterlijk te offeren.

Hoe letterlijk is dat offeren? Sommigen zeggen dat ze degene die ze wilden offeren in een spiegel zagen, en dan met een mes in die spiegel hebben gestoken. De volgende dag was degene dood. Maar er bestaan ook tovermiddelen waarvoor menselijke lichaamsdelen nodig zijn; en zo nu en dan worden er lichamen gevonden waarvan ogen, borsten of geslachtsdelen zijn afgesneden. Ogen – zodat je een vooruitziende blik krijgt. Borsten en geslachtsdelen – zodat je werk vruchtbaar zal zijn.

De echtgenoot overweegt zijn vrouw te offeren. Op welke manier? We weten het niet. Want de vader van de vrouw is ook een specialist in de spirituele wereld. Hij heeft zijn schoonzoon door en zorgt dat zijn dochter verdwijnt.

“Deze dingen gebeuren echt,” zegt onze student als afsluiting van zijn verhaal. Hij weet tegen wie hij praat, en dat wij zulke verhalen niet zomaar geloven. En Hermen bevestigt dat: “Voor dit verhaal heb je helemaal geen onzichtbare krachten nodig. Misschien zag de vrouw haar man gek naar haar kijken. Misschien voelde ze zich bedreigd. Misschien wist haar vader daarvan, en heeft die haar geholpen om te vluchten.” Het zou kunnen, zegt onze student, maar het is duidelijk dat hij er anders over denkt.

Wat mij opvalt is hoe afwezig de vrouw is in het verhaal. Het zijn steeds de mannen die handelen. De echtgenoot, die geld wil en daarvoor zijn vrouw wel wil opofferen. De vader. De mannen die haar vasthouden in Malawi. De vrouw had net zo goed een object kunnen zijn. Zoals in deze navertelling: Er was eens een man met een mooie, grote TV. Hij wilde graag meer geld, en dus ging hij bij een andere man langs. ‘Je moet er wel iets voor inleveren,’ zei die. De man dacht aan zijn TV. Maar zijn schoonvader, die hem die TV had gegeven, hoorde van het plan en kwam de TV weghalen. Later hebben ze de TV teruggevonden in een huis in Malawi.

Verhalen zoals dit laten zien hoe de wereld in elkaar zit volgens de gemiddelde Zambiaan. Met een spirituele wereld die je succes of verdriet kan bezorgen. Een wereld waarin de man handelt en geld binnen brengt. Een wereld waarin een vrouw iets is wat je bezit. Het is niet de wereld waar ik in leef…

Eerste hulp bij Satanisme

(Duivel aan het werk, pas op!) Hekserij en Satanisme bestaan echt. Gisteravond was ik bij de gebedsbijeenkomst in Lilanda, waar vijf jongeren van die kerk bekenden dat ze naar verschillende kerken gingen om bloed te halen. Maar God vecht voor ons, God werkt voor zijn mensen.” Het is een berichtje van een facebook groep voor jongeren in één van de gemeenten van de Reformed Church in Zambia. Vijf jongeren beschuldigen zichzelf ervan dat ze bloed hebben gestolen van kerkleden. Dat ze Satanist zijn (geweest). Misschien zelfs dat ze ziekte en ongeluk hebben veroorzaakt. Hoe ga je als predikant of pastoraal werker om met dergelijke verhalen? Een nieuw boek biedt nuttige richtlijnen.

unseen_worlds_frontcover_webDat verhalen over Satanisme populair zijn in Zambia weten we al langer (zie mijn blogs ‘Het echte gevaar van Satanisme’,  ‘De geruchtenmachine’, ‘Getuigen van de angst’, ‘De omgekeerde wereld’ en ‘Wat??’). Nieuw is het boek Unseen Worlds: Dealing with Spirits, Witchcraft, and Satanism (Bernhard Udelhoven, 2015), waarin een handreiking wordt gedaan om pastoraal in te gaan op dergelijke ervaringen. Het boek is tot stand gekomen aan de hand van de ervaringen van de Fingers of Thomas, een groep actieve jongeren en ouderen, geïnteresseerd in verhalen over Satanisme. De Fingers onderzoeken wat er waar is van dergelijke verhalen, en hoe je er mee om kunt gaan. Het bevat een stappenplan en gaat in op wat wel, en wat juist helemaal niet helpt.

Neem de ervaringen serieus als roep om hulp en luister met een invoelend en begripvol hart, zonder te veroordelen

De mensen die bekennen Satanist te zijn geweest – meestal adolescenten, vaker meiden dan jongens – proberen daarmee uitdrukking te geven aan een verontrustende ervaring. Ze hebben behoefte aan iemand die in de eerste plaats naar hen luistert, zonder te snel te oordelen of te interpreteren. Of de luisteraar zelf gelooft in Satanisme en hekserij of niet, degene die aan het woord is heeft iets schokkends meegemaakt en verdient het om gehoord te worden. Verhalen over bloed stelen, ongelukken veroorzaken, familieleden ziek maken: het is gemakkelijk om te zeggen ‘Maar dat kan helemaal niet, dit zijn allemaal verzinsels!’ Als je de ervaringen van de jongeren op deze manier wegwuift is het gesprek voorbij en is niemand geholpen. Ex-Satanisten vertellen misschien verhalen die waar wij niet bij kunnen, maar liegen doen ze niet, dat is mijzelf na verschillende interviews met oprechte meiden die een moeilijke tijd doormaken wel duidelijk.

Gebruik de beangstigende beelden als uitgangspunt om achterliggende problemen aan te pakken

Negatieve ervaringen kunnen het begin zijn van groei en ontwikkeling. Daarvoor is het belangrijk om in te gaan op de beelden en symbolen die aangereikt worden door de jongeren, en aan hen te laten zien dat er meerdere interpretaties mogelijk zijn. “Ik had een verschrikkelijke droom dat ik gebeten werd door een slang,” schreef een meisje op een andere facebook pagina, “alsjeblieft, bid voor mij zodat ik gered word.” Ervaringen van Satanisme beginnen vaak met dromen. Dromen van slangen, van water, van eten: in de huidige Zambiaanse context zijn dit beangstigende beelden. De slang staat voor Satan, en gebeten worden door een slang wordt geïnterpreteerd als een aanval van duistere machten. Een snelle diagnose gevolgd door agressief bidden en demonen uitdrijven is volgens de Fingers of Thomas niet behulpzaam. In hun eigen aanpak wordt dieper ingegaan op het beeld van de slang. Wat betekende de slang eigenlijk in Zambiaanse tradities? Vroeger kon dromen van een slang ook betekenen dat je geluk had, of een boodschap kreeg van de goden. Wat zou de slang jou willen vertellen? De Fingers proberen vooral om de interpretatie open te houden. Samen nadenken over beelden helpt de jongeren bovendien om zelf weer grip te krijgen op hun leven. Ze zijn niet alleen maar slachtoffers, alleen maar gedwongen om Satanist te worden, maar hebben zelf ook keuzevrijheid, eigen emoties en een eigen geloof.

Kijk naar de leefomstandigheden

Achter het verhaal en de ervaringen van de ex-Satanist zitten vaak gebroken relaties: een vader die zijn dochter altijd liet merken dat ze niet gewenst was; geen stabiele gezinssituatie, maar opgroeien bij dan weer grootouders, dan weer een tante, dan weer een oudere zus; het gevoel hebben er niet bij te horen. Op de achtergrond spelen vaak ook langdurige familieconflicten rond familieleden die van hekserij verdacht werden of worden. Soms zijn de verhalen over Satanisme een manier om iets uit te drukken dat op een andere manier niet gezegd kan worden. Als pastoraal helper is het dan belangrijk om meer te doen dan alleen praten en bidden. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of het wel veilig is om iemand weer naar huis te laten gaan. Vaak verdwijnen de verontrustende dromen en ervaringen als de verhoudingen in de familie weer enigszins hersteld zijn.

Neem de ervaringen mee in gebed

Jongeren met ervaringen van Satanisme of bezetenheid hebben vaak heel duidelijke verwachtingen over de oplossing: er moet voor hen gebeden worden. De kwade machten die hen in hun greep hebben, moeten toegeroepen worden, opgedragen om weg te gaan. Veel kerken hebben specialisten die op deze manier kunnen bidden, wat er soms heftig aan toe kan gaan. De Fingers of Thomas hebben niks met dergelijke agressieve vormen van gebed. Zij proberen juist de beelden die de jongere zo’n schrik hebben aangejaagd mee te nemen in gebed, en verwoorden zo hun angsten. Daarbij moet er niet alleen aandacht zijn voor het negatieve, maar ook voor dankbaarheid voor helpers, en voor een moeilijke tijd als een nieuw begin. Soms is een gebed niet genoeg en hebben jongeren behoefte aan een wat uitgebreider ritueel, bijvoorbeeld om datgene wat symbool staat voor hun oude leven te begraven.

Nazorg: blijf betrokken

Al deze stappen werken niet als bij toverslag. Ze vormen een langdurig proces, waarin de beangstigende ervaringen stapje voor stapje hun macht verliezen. De ervaringen gaan deel uit maken van het levensverhaal van de jongere, als een episode die ook bij hen hoort en waar ze zonder negatieve gevoelens op terug kunnen kijken. De Fingers of Thomas vinden een strikte scheiding tussen vroeger en nu (‘vroeger was ik slecht, een Satanist, maar nu ben ik een wedergeboren Christen’) niet erg behulpzaam. Niet alles in het verleden was slecht, en er moet ook ruimte blijven om in het heden fouten te kunnen maken.

Hoe zouden de Fingers of Thomas omgaan met de vijf jongeren die op een gebedsbijeenkomst bekenden Satanist te zijn? Zo’n publiek optreden met een getuigenis heeft vaak maar weinig positieve effecten op de jongeren die de bekentenis geven. Na de bijeenkomst is hun verhaal verteld, nu staat het vast. Het kost hen vaak vrienden en goede relaties met familieleden, en van nazorg is over het algemeen geen sprake. De Fingers proberen te praten en bidden met jongeren voordat ze in het openbaar een schuldbekentenis afleggen. De sessies van de Fingers zijn niet openbaar, ze creëren een veilige omgeving om te experimenteren met interpretaties van de ervaringen. Hun hulp is niet eenmalig, maar een langdurig proces. Ik gun elke jongere met beangstigende ervaringen een groep als de Fingers of Thomas!

Meer informatie over de Fingers of Thomas en het boek Unseen Worlds hier.

Het echte gevaar van Satanisme

Wat heeft Satanisme te maken met de ebola-crisis in West-Afrika? Het woord Satanisme roept duistere beelden op van ritueel misbruik en kinderen in gevaar. Maar het echte gevaar schuilt volgens mij in het wantrouwen dat veroorzaakt wordt door verhalen en geruchten – bijvoorbeeld gericht op artsen en ziekenhuizen.

Ondervoeding is één van de oorzaken van een hoge kindersterfte in Zambia. Een groep medische onderzoekers test daarom een op melk gebaseerde vloeibare voeding, die ervoor moet zorgen dat ondervoede kinderen snel weer aansterken. Het onderzoek verloopt niet zonder slag of stoot: veel moeders kijken met wantrouwen naar de uitvoerende dokters. Ze zijn bang dat hun kinderen niet kunnen overleven op vloeibare voeding; dat bloed en organen van hun kinderen zullen worden weggehaald en verkocht; en dat de dokters en verpleegsters afgenomen bloed gebruiken voor hekserij of Satanisme.

Het gevaar van Satan en Satanisme is alomtegenwoordig in Zambia: in school, in ziekenhuizen, op de snelweg, op de markt en zelfs in de kerk. Satanisten kunnen ziekte en dood brengen, verkopen je bloed en organen, veroorzaken auto ongelukken en proberen je in hun macht te krijgen door schijnbaar onschuldige Satanistische producten te verkopen. Satanisme in Zambia is iets wat vooral leeft in verhalen, roddels en geruchten. Getuigenissen van ex-Satanisten in de kerk wakkeren de geruchten aan en geven hun publiek meer ‘kennis’ over de intenties van de Satanistische onderwereld.

voorkant IdentityAfgelopen juli verscheen Hermens nieuwste boek Christian identity and justice in a globalized world from a Southern African perspective, met daarin een artikel waarin ik inga op verhalen en beschuldigingen van Satanisme. Dergelijke beschuldigingen versterken de groepsidentiteit door een imaginaire Ander te creëren. Verhalen over samenzweringen die een bedreiging vormen voor de samenleving zijn niet nieuw, en ook niet beperkt tot Zambia of zelfs Afrika. Dergelijke geruchten duiken vaak op wanneer er sprake is van sociale onrust, en waarden en grenzen onder druk lijken te staan. In zulke moeilijke tijden versterkt een samenzweringstheorie de groepsidentiteit, omdat erin heel duidelijk is wat de grenzen zijn tussen wij en zij, tussen goed en kwaad. Het zijn verhalen over een in-slechte Ander, die alles is wat wij niet willen zijn. In het voorbeeld van het medische onderzoek belichamen de dokters en verpleegsters die Ander. In plaats van genezing brengen zij volgens de geruchten dood; en in plaats van goed te zorgen voor een nieuwe generatie wordt er van hen gezegd dat ze de kinderen misbruiken en uitbuiten.

Het is opvallend dat de geruchten over Satanisme zich vaak hechten aan dingen die gebracht zijn door ontwikkelingshulp: scholen, ziekenhuizen, wegen, gefabriceerd voedsel en westerse supermarkten. Misschien zorgen de veranderingen voor een onzekerheid omtrent de eigen identiteit. Misschien groeit ook het besef dat ontwikkelingshulp niet gratis is – er staan vaak verwachtingen tegenover. Ik kan me voorstellen dat dit een spanning veroorzaakt die zich uit in geruchten en beschuldigingen: eigenlijk zijn die dokters hier helemaal niet om ons te helpen; ze willen iets van ons!

Het creëren van een imaginaire Ander klinkt abstract en onschuldig, maar het kan grote gevolgen hebben. In het artikel bespreek ik berichten in de media over rellen in Zambia die uitbreken naar aanleiding van geruchten over Satanisme; en over een Zambiaanse online nieuws-site die de regeringspartij consequent associeert met Satanistische mensenoffers. Maar op het moment denk ik vooral aan de ebola-epidemie in West-Afrika, waar geruchten en wantrouwen de hulpverlening ook bemoeilijken. Verhalen en geruchten hebben ernstige consequenties, en dat zou wel eens het echte gevaar van Satanisme kunnen zijn.

Vorige week hoorden we dat de Zambiaanse afvaardiging naar het Afrikaans kampioenschap dammen in Niger geen toestemming heeft gekregen om te gaan, vanwege ebola in naburige landen. Dat is heel jammer – Hermen werkt al een jaar aan het trainen van de kandidaten – maar als ik denk aan de situatie in Zambiaanse ziekenhuizen, en aan geruchten die ervoor zorgen dat medisch personeel gewantrouwd wordt, denk ik dat het een verstandige beslissing is.

De geruchtenmachine

is mark rutte2

Is Mark Rutte getrouwd, homosexueel, vrijgezel, maagd? Dat zijn de opties die Google geeft als je “is mark rutte” intypt. Kennelijk zijn speculaties over het intieme leven van de minister president populair, want Google vult zoektermen automatisch aan op basis van veelgebruikte zoekopdrachten. Het geeft een mooi inkijkje in wat mensen zich afvragen over hun politieke leiders en in de geruchten die de ronde doen. Hoe zit dat eigenlijk in Zambia?

is michael sata

Michael Sata is nu bijna drie jaar president van Zambia en dus net over de helft van zijn vijfjarige termijn. De vraag “is michael sata” wordt door Google afgemaakt met: dead, becoming an autocrat, sick, a satanist. Waar komen de geruchten over Michael Sata vandaan?

De gezondheidstoestand van de Zambiaanse president is een bron van veel speculaties. Bekend is dat de 77-jarige Sata in het verleden hartproblemen heeft gehad: in 2008 werd hij na een hartaanval overgebracht naar een ziekenhuis in Zuid-Afrika. De meeste Zambiaanse kranten zijn in handen van de overheid en schrijven niet over de gezondheid van de president – hoogstens om geruchten te ontkrachten. En geruchten zijn er genoeg. Waarom was de president dit jaar niet bij de vieringen van Vrouwendag en Dag van de Arbeid? Waar is hij als hij dagenlang niet in het openbaar gezien wordt? Wat is er aan de hand?

Toen president Sata eind juni Zambia verliet voor een reis naar Israel kwam de geruchtenmachine echt goed op gang. Volgens de nieuwssite van de oppositie, The Zambian Watchdog, is hij buiten bewustzijn overgebracht naar een ziekenhuis in Tel Aviv, en later geopereerd in Zuid-Korea. Vice-president Guy Scott vertelde aan de BBC dat Sata gewoon op werkbezoek naar Israel was, waar hij president Perez zou ontmoeten. Dat klopte niet helemaal, aangezien Perez op dat moment in de Verenigde Staten zat en de regering van Israël liet weten dat een bezoek van Sata niet op de agenda stond. De verklaring van de Zambiaanse regering werd aangepast: Sata was in Israël voor ‘toerisme met een gezondheidscomponent’. Inmiddels is Sata weer in Zambia en hebben de landelijke dagbladen foto’s gepubliceerd van een bijeenkomst van het kabinet. De oppositie gelooft niet dat het gaat om recente foto’s en speculeert enthousiast verder over de vegetatieve staat van de president en het privé ziekenhuis in de presidentiële residentie. Is Sata ziek? Misschien zelfs dood? Ik kan me de populariteit van de zoektermen voorstellen.

De geruchtenmachine gaat echter nog verder. In 2008, toen Sata in Zuid-Afrika in het ziekenhuis lag, overleed zijn zoon in Zambia. Na de begrafenis verscheen Sata weer in goede gezondheid terug in Zambia. Volgens The Zambian Watchdog is deze week een andere zoon betrokken geweest bij een ernstig auto-ongeluk. Het zijn voorvallen die in Nederlandse media waarschijnlijk afgedaan zouden worden als tragisch toeval, maar die in Afrikaanse politiek een extra betekenis hebben. Politiek gaat over het verkrijgen, hebben en houden van macht – niet voor niks vraagt Google ‘is michael sata becoming an autocrat?’. In Zambia is macht al snel verbonden met occulte krachten. Met berichten over het overlijden van een zoon van Sata, gevolgd door zijn snelle genezing verwijst de Watchdog naar het geloof dat door het offeren van een mensenleven macht en gezondheid verkregen kunnen worden. Is Michael Sata een satanist, een vrijmetselaar, een illuminati? Deze vragen gaan erover waar Sata’s macht vandaan komt – en in het democratische Zambia vertrouwt men er kennelijk niet in dat de macht van de president uit de handen van de kiezers komt.

Heel opmerkelijk zijn de geruchten over de Zambiaanse president overigens niet. Type op Google maar eens in ‘is jacob zuma’ of ‘is robert mugabe’ en speculaties over de gezondheid en het lidmaatschap van occulte verenigingen van respectievelijk de Zuid-Afrikaanse en de Zimbabwaanse president komen als eerste naar voren. Ach, dan mag Mark Rutte zich eigenlijk nog gelukkig prijzen met de vrij onschuldige vragen naar zijn liefdesleven!

Getuigen van de angst

Een jonge man bekent hoe hij vroeger, voor hij Jezus leerde kennen, Satanist was, erop uit om Christenen van hun geloof te laten vallen. Een jonge vrouw vertelt hoe haar vader, een Satanist, haar gebruikte als breeder, leverancier van baby’s om te offeren. Gruwelijke verhalen. Maar wie denkt dat ik het hier weer eens heb over Zambiaanse bekentenissen van Satanisme (zoals hier, hier, hier en hier) heeft het mis: dit zijn filmpjes op youtube, gevonden met de zoekopdracht ‘testimony Satanist to Christian’. Over het algemeen komen ze uit de Verenigde Staten. Zijn deze filmpjes vergelijkbaar met de bekentenissen van ‘mijn’ Zambianen?

Jesse Walker besteedt in zijn boek over samenzweringstheorieën in Amerika, The United States of Paranoia: A Conspiracy Theory, een hoofdstuk aan getuigenissen van Satanisme in de jaren ’70 en ’80. Bekennende ex-heksen en ex-Satanisten zoals John Todd en Mike Warnke reisden het evangelicale circuit af met hun getuigenissen over een wereldwijde, duivelse samenzwering. Boeken, zoals Hal Lindsey’s Satan Is Alive and Well on Planet Earth droegen bij aan de angst voor de duivel en zijn menselijke helpers. In de jaren ’80 vermengt deze angst zich met onrust over de veiligheid van kinderen en verspreidt zich ver buiten de kring van evangelicale christenen. In de jaren ’90 neemt de paniek af wanneer de verhalen van Satanisch misbruik op kinderdagverblijven onbewijsbaar blijken. De filmpjes op youtube zijn recenter en komen bijvoorbeeld uit het bekende christelijke tv-magazine 700-club. Het genre van getuigenissen van Satanisme is niet verdwenen uit het evangelicale milieu. Als we een recent artikel in Trouw, getiteld ‘De duivel is terug‘ mogen geloven, kunnen we deze verhalen wellicht ook in Nederland verwachten.

Het eerste wat opvalt aan de youtube-filmpjes, is dat ze, net als de Zambiaanse getuigenissen, niet gaan over wat wetenschappers noemen contemporary religious Satanism – Satanisme als nieuwe religieuze beweging zoals het wordt gepractiseerd in bijvoorbeeld de Church of Satan of de Temple of Set. Wanneer de vertellers zeggen “Ik was Satanist” of “Mijn vader was Satanist” bedoelen ze niet noodzakelijkerwijs dat zij of hun familieleden lid waren van een dergelijke groep. Soms gaat het om andere religies, bijvoorbeeld Santería, of geëxperimenteer met occulte praktijken, dat achteraf geïnterpreteerd wordt als Satanisme. Dat het verleden achteraf geïnterpreteerd wordt als duivels, is ook het geval in Zambiaanse getuigenissen.

Het web van verhalen rond Satanisme in Zambia is duidelijk geïnspireerd door de – ook in Zambia beschikbare! – video’s op youtube. Dat transcendente meditatie een belangrijke techniek van Satanisten is, heb ik in Zambia ook al gehoord, net als verhalen over astrale projectie en Satanisme. Beide aantijgingen komen terug in de video’s. Eén van Zambia’s meest bekende ex-Satanisten, Gideon Mulenga, die zijn ervaringen beschrijft in een uitgebreid traktaat, noemt bekende figuren uit het Amerikaanse evangelicale milieu zoals Kenneth Hagin en Joyce Meyer als inspiratiebron.

Er zijn ook verschillen tussen de Amerikaanse en Zambiaanse getuigenissen. Slangen, hyena’s, een wereld onder de zee, auto’s die doodskisten blijken: het zijn beelden die gemeengoed zijn voor Zambianen en niet voorkomen in de video’s op youtube. Amerikaanse getuigenissen daarentegen, leggen veel meer nadruk op een samenzwering waarin de regering en de veiligheidsdiensten betrokken zijn. In Zambiaanse bekentenissen komt wel eens een politicus voor, maar veel minder vaak.

Getuigenissen van Satanisme in Zambia en de VS zijn verhalen over de Ander, over alles wat wij niet zijn, niet willen zijn en niet willen willen zijn. Ze laten vooral zien waar onze samenleving bang voor is: rockmuziek en jeugdcultuur in de jaren ’70, veiligheid van kinderen in de jaren ’80. Zambiaanse getuigenissen, met hun nadruk op het offeren van familieleden voor financieel gewin, lijken te maken te hebben met de angst voor individualistisch kapitalisme, waar alles draait om geld en persoonlijk genot, in plaats van om leven in een gemeenschap en delen met elkaar. Het evangelicale Amerikaanse – of misschien moet ik zeggen wereldwijde – denken over een oorlog tussen goed en kwaad, God en Satan, is een taal waarin zich deze angsten goed uit laten drukken.