Afstuderen

Afgelopen weekend was de jaarlijkse afstudeerplechtigheid aan Justo Mwale University.

Vijftien studenten studeerden af met een Bachelor of Theology – dit zijn de studenten waar wij les aan geven. Daarnaast kregen negen predikantsvrouwen een diploma, en waren er diploma’s voor meer dan 50 evangelisten. Sinds een paar jaar biedt Justo Mwale ook afstandsonderwijs aan, waaronder een Masters opleiding in theologie en in godsdienstonderwijs. In totaal studeerden er 58 studenten af aan het afstandsonderwijs.

De eregast van de dag was de minister van National Guidance and Religious Affairs. Ze hield een toespraak en reikte de diploma’s uit. Als geschenk ontvingen de theologiestudenten een fiets, en hun vrouwen een naaimachine. Een prachtige, feestelijke dag, en fijn om onze studenten weer te zien!

Meer foto’s zijn te vinden op Facebook!

Advertenties

Lenshina

Toen Zambia net onafhankelijk was, vond er in het noorden van Zambia een bloedbad plaats. De profetes Alice Lenshina verbood haar volgelingen om deel te nemen aan activiteiten van de overheid, zoals het meedoen aan verkiezingen of het verkrijgen van ID-kaarten. De nieuwe leiders van het land vonden dat dit de eenheid van Zambialenshina ondermijnde, en de volgelingen van Lenshina werden neergeschoten of verjaagd. Er vielen zo’n 700 doden. Nu, zo’n vijftig jaar later, zijn de spanningen rondom deze gebeurtenissen nog niet opgelost, zo bleek uit een toneelstuk over Lenshina dat we onlangs zagen.

Een groep oud-studenten van de nationale Universiteit van Zambia voerde een kort zelfgeschreven toneelstuk over Lenshina op in het kleine theater van Lusaka. De subtitel van het toneelstuk was al bijzonder: ‘de onbezongen heldin van Zambiaans nationalisme’. Ook na het toneelstuk is ons nog niet duidelijk op welke manier Lenshina een held van Zambiaans nationalisme is. Zambiaans nationalisme lijkt haar en haar volgelingen niet veel goeds gedaan te hebben.

De avond begon met het staande zingen van het volkslied. Dat verbaasde ons. Is het volklied niet vooral een symbool van het staatsapparaat dat vele volgelingen van Lenshina uitgemoord heeft? In de introductie van het toneelstuk werd ons verteld dat Lenshina een heldin was, en dat mede dankzij haar nu een vrouw daar op het toneel het woord kon doen, en we een vrouwelijke vice-president hebben. Alice Lenshina een heldin: prima. Maar na elkaar het volkslied zingen en Lenshina een held noemen, leek voor ons een beetje te botsen.

Na een quizje en wat sketches om de tijd te vullen, begon het korte toneelstuk. Lenshina werd gepresenteerd als een prediker die vooral tegen hekserij en polygamie was, en van liedjes zingen hield. Vervolgens zagen we een grote groep van haar volgelingen neergeschoten worden door onzichtbare soldaten. De rest van het toneelstuk bestond uit een dialoog tussen Lenshina en een jonge Kenneth Kaunda – herkenbaar aan een witte zakdoek – die de soldaten de opdracht tot schieten had gegeven. “Dit bloed is op jouw handen!” klaagde Lenshina. “Maar ook op jouw handen,” wierp Kaunda tegen. Ze kwamen er niet uit. En aan het eind van het toneelstuk zaten ze samen treurend bij de doden.

Aan het eind vond ook Kaunda de sterfgevallen – die hij geen bloedbad wilde noemen – betreurenswaardig, maar de titel van het toneelstuk en de toon van de dialoog leek vooral de kant van Lenshina te kiezen. Aan de andere kant begonnen we dus met het volkslied, regelmatig werd gerefereerd aan Kaunda’s motto ‘One Zambia, one nation,’ en Lenshina werd geportretteerd als held van waarden van de Zambiaanse staat – de staat waar zij zich vooral tegen leek te verzetten.

Al was de boodschap niet eenduidig, leken hier toch kanttekeningen geplaatst te worden bij het hier haast heilige ‘One Zambia, one nation’. Voor ons was het geheel nog wat onbevredigend,maar wel dapper dat ze dit zo ter sprake brengen.

Zondagmorgen in Lusaka

Tot nu toe zijn we op de zondagochtenden aan het kerk-shoppen hier in Lusaka. Vaak vragen we iemand om ons mee te nemen naar zijn kerk, wat soms verrassende ervaringen oplevert. Zo hadden we een paar weken terug een chauffeur van de campus gevraagd om ons mee te nemen naar zijn kerk. Hij blijkt ook zondags chauffeur te zijn: met een bus haalt hij de gemeenteleden op in de verschillende wijken van Lusaka. Hij neemt ons mee naar een tent in een verwilderd stuk grasland ergens in de middle of nowhere, een kilometer of tien buiten Lusaka. Tot onze grote verbazing zien we daar een bekende, de vrouw van iemand anders die we kennen van het college zit vooraan in de kerktent en blijkt de predikante te zijn. Een jaar geleden heeft ze besloten haar eigen kerk te beginnen.

Afgelopen zondag vroegen we een dammer hier uit de compound bij het college ons mee te nemen naar zijn kerk. Hij gaat naar de katholieke kerk. Normaal gaat hij naar de dienst in het Nyanja, maar nu neemt hij ons mee naar de Engelse mis – om 7:00 uur ’s ochtends! Het is één van de in onze ogen normalere kerkdiensten die we hier hebben meegemaakt. We herkennen veel van de liturgische teksten die uitgesproken worden, en met anderhalf uur zit de dienst erop – voor hier erg snel.

Na afloop van de dienst vraagt de dammer of we nog meegaan naar een broer van hem. Vorige week is een schoonzoon van de dammer overleden en de broer heeft niet bij de begrafenis kunnen zijn. Wanneer we bij de broer onder de veranda zitten, blijken de twee helemaal niet op elkaar te lijken. Ze geven verschillende antwoorden op de vraag met hoeveel kinderen ze thuis waren en ook hebben ze andere achternamen. De ‘broer’ spreekt over de dammer als zijn ‘neef’, maar of dat in de Nederlandse betekenis van het woord klopt, daar zijn we nog niet achter. In elk geval zijn ze stamgenoten, oorspronkelijk afkomstig uit het noordwesten van Zambia.

De ‘broer’ blijkt een gepensioneerde militair te zijn. Een poos terug vertelde de dammer die timmerman is, dat hij een opdracht had bij een generaal. Ik denk nu dat deze ‘broer’ dat is, hij laat in elk geval een foto zien dat hij in Washington president Bush de hand schudt – zo’n foto heeft vast niet elke militair.

Na een uur kletsen op de veranda willen we weer verder gaan, maar dat blijkt niet te kunnen. Als je gasten krijgt, moet je die iets te eten of drinken voorzetten, dus heeft de vrouw van de broer binnen ‘thee’ neergezet. We worden naar een rijkversierd kamertje gebracht met een goed gevulde eettafel. Er is inderdaad thee (rooibosthee met alvast de melk erin), maar ook rijst, aardappels, saus en speklapjes. De broer excuseert zich voor het beperkte maal: hij heeft diabetes – dat je dan speklapjes moet eten bij de thee is nieuw voor ons. Na de rijst en speklapjes, worden er nog stapels witte boterhammen gebracht en een pot pindakaas, dan kunnen we daar ook nog wat broodjes van eten. Na deze bijzondere ‘theetafel’ gaan we rond elf uur weer naar de campus. Weer een bijzondere zondagmorgen in Lusaka.