Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Verborgen of onbekend?

Over lesgeven, dat het toch weer anders loopt en hoe dat vruchtbare gedachten oplevert…

Dit trimester geef ik sociologie – de studie van menselijke samenlevingen. Het gaat over ontwikkeling, ongelijkheid, globalisering, de trek naar de stad, en over de gevolgen hiervan voor cultuur, identiteit en onderlinge verhoudingen. Een nuttig vak voor aankomend dominees die een leidende rol gaan spelen in een wereld die snel verandert en waarin ongelijkheid heel zichtbaar is.

In Afrika wordt ongelijkheid vaak in verband gebracht met hekserij. Waarom is de één rijk, en blijft de ander maar ploeteren? Waarom krijgt de één een ongeluk of wordt ziek, terwijl de ander gezond is? Hekserij is een antwoord op deze vragen: er is ongelijkheid omdat een heks het op je gemunt heeft. Was dat niet zo, dan zou iedereen kunnen genieten van het goede leven.

Tijdens het voorbereiden van de collegereeks zag ik ernaar uit mijn studenten de wetenschappelijke oorzaken van ongelijkheid te leren. Zo is één van de grootste problemen van Zambia de grote afhankelijkheid van één industrie: het winnen van koper. Als de koperprijs hoog is gaat het goed met Zambia. Zakt de prijs van koper in, dan gaat het met heel Zambia bergafwaarts. Zo kunnen ze zien, dacht ik, dat je helemaal geen hekserij nodig hebt om uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit.

Het liep anders.

Dat de situatie in Zambia afhankelijk is van de koperwinning, dat zagen mijn studenten wel. Maar dat de koperprijs afhangt van de verhouding tussen vraag en aanbod, dat wilde er bij een groot deel niet in. Nee, als de koperprijs laag is, dan komt dat door dat “zij” in het Westen dat zo regelen. Ze willen niet dat Zambia succesvol wordt. Wie zijn “zij” dan? vroeg ik. Het Westen, was het antwoord. Eén student was specifieker: hij hoorde ’s ochtends op het nieuws altijd over de beurskoersen in Londen. Daar zit dus iemand die de prijs bepaalt. De markt is geen neutraal terrein – er is iemand die aan de touwtjes trekt en ervoor zorgt dat Zambia altijd arm blijft, volgens mijn studenten. De overeenkomst met hekserij is duidelijk: er is ongelijkheid omdat er iemand is die het op je gemunt heeft.

Mijn studenten zien de wereld dus, ook na het lezen van sociologische theorieën, nog steeds niet op een westerse manier. Een beetje teleurstellend, maar ook een bron van nieuw inzicht. Want ik dacht dat het verschil ‘m zat in het hebben van een Afrikaans religieus of spiritueel wereldbeeld tegenover een westers seculier wereldbeeld. Volgens het eerste bepalen bovennatuurlijke krachten wat er in de wereld gebeurt; volgens het tweede houden bovennatuurlijke krachten – voor zover die er zijn – zich afzijdig van de mensenwereld. Nu zie ik dat seculier of religieus eigenlijk niet het punt is. Het gaat erom dat er in het wereldbeeld van mijn studenten verborgen krachten zijn die ervoor zorgen dat de wereld op een bepaalde manier werkt. Die verborgen krachten kunnen bovennatuurlijk zijn – zoals in het geval van hekserij – maar dat hoeft niet. “Zij in het Westen” kunnen ook zo’n kracht met een verborgen agenda zijn.

Het verschil tussen ‘verborgen’ en ‘onbekend’ is hier van belang. Onbekend is iets wat je niet weet. Als iets verborgen is weet je het ook niet, maar het woord heeft nog een extra lading: er is iemand die ervoor zorgt dat je het niet weet, die het voor je verbergt.

Kennisoverdracht – wat ik in mijn lessen doe – geeft informatie waardoor wat onbekend was bekend wordt. Ik merk nu dat mijn studenten en ik langs elkaar heen praten, omdat de studenten niet zitten te wachten op kennis van wat onbekend was, maar op een openbaring over wat verborgen is. En openbaringen, die vind je niet op school maar in de kerk, bij een dominee of profeet die de gave heeft om wat verborgen is openbaar te maken.

Wat te doen tegen het geloof in hekserij en andere verborgen krachten? Mijn voorlopige conclusie is dan ook dat onderwijs het verschil niet gaat maken. Onderwijs gaat er niet voor zorgen dat dit geloof minder wordt. Onderwijs spreekt degene aan die zoekt naar wat onbekend is, en niet degene die wil dat wat verborgen is openbaar wordt. Tja….

Het verhaal van de vrouw die verdween

Een paar weken geleden waren we op bezoek bij één van onze oud-studenten in zijn eerste gemeente. Hij vertelde ons dit wonderlijke verhaal:

Er is een echtpaar in mijn gemeente. Vanwege de economische situatie ging de echtgenoot langs bij een zekere man. Deze man vertelde hem dat iedereen binnen veertien dagen rijk kan worden, maar dat je er dan wel iets voor moet doen. Iets voor moet offeren. De echtgenoot was verrast, en hij zei dat hij erover na zou denken. Hij ging naar huis en dacht erover wie hij dan zou offeren. Na een tijdje dacht hij aan zijn vrouw. Nu moet je weten dat de vader van de vrouw een machtige heks is. En op de één of andere manier hoorde hij over de plannen van de echtgenoot om zijn vrouw te offeren. De vader dacht: ‘Maar dat is mijn dochter, ik wil haar niet verliezen!’ Dus gebruikte hij zijn krachten om de vrouw weg te halen. De vrouw verdween gewoon. Ze vertelden mij, de dominee, ‘Een van je gemeenteleden is vermist.’ We hebben voor haar gebeden. Later hebben ze haar teruggevonden, in Malawi, waar ze werd vastgehouden in een kamer in een huis. De mensen in het huis zeiden: ‘Wij weten wel hoe ze hier is gekomen, en we hebben afgesproken dat we haar hier zouden houden.’ Je ziet het, deze dingen gebeuren echt.

Er lijken hier in Zambia maar twee mogelijkheden te zijn: je bent of rijk, of je bent arm. Dat er – vanuit ons Westerse perspectief – nog een heleboel stappen tussen arm en rijk zitten, daar is geen oog voor. Arm wil niemand zijn… dus iedereen wil rijk worden. De echtgenoot waar onze student over vertelt is zoiemand die rijk wil worden. Hij heeft misschien een handeltje. Misschien loopt het niet zo goed. In ieder geval: hij is niet rijk. En dus zoekt hij iemand op die verstand heeft van zulke zaken.

In Afrika is de wereld die je om je heen ziet, die je kunt aanraken, horen en ruiken, niet de enige realiteit. Er is een paralelle spirituele wereld, met geesten, demonen, voorouders en magische krachten. Die wereld heeft direct invloed op je leven. Als alles goed is, zijn de wereld die we kunnen zien en de spirituele wereld met elkaar in harmonie. En dan is ook alles goed: je hebt genoeg te eten, een vrouw, kinderen, gezondheid. Als niet alles goed is, dan komt dat door een probleem in de spirituele wereld. Een onverklaarbare ziekte, armoede, geen vrouw kunnen vinden, geen baan hebben, geen kinderen: het ligt aan de krachten in de spirituele wereld. Er zijn specialisten die meer over deze wereld weten, en de krachten kunnen beïnvloeden. Zo’n specialist, daar ging de echtgenoot bij op bezoek.

Wat de specialist aan de echtgenoot vertelde was dat hij rijk zou kunnen worden als hij er iets voor zou doen. Als Westerlingen kunnen we het daar mee eens zijn: als je niet hard werkt, wordt het nooit wat. Maar dat was niet wat de specialist bedoelde. Als je iets buitengewoons wilt – rijk worden, of macht en succes hebben, dan moet je de buitengewone krachten in de spirituele wereld inschakelen. En een manier om dat te doen is door iemand letterlijk te offeren.

Hoe letterlijk is dat offeren? Sommigen zeggen dat ze degene die ze wilden offeren in een spiegel zagen, en dan met een mes in die spiegel hebben gestoken. De volgende dag was degene dood. Maar er bestaan ook tovermiddelen waarvoor menselijke lichaamsdelen nodig zijn; en zo nu en dan worden er lichamen gevonden waarvan ogen, borsten of geslachtsdelen zijn afgesneden. Ogen – zodat je een vooruitziende blik krijgt. Borsten en geslachtsdelen – zodat je werk vruchtbaar zal zijn.

De echtgenoot overweegt zijn vrouw te offeren. Op welke manier? We weten het niet. Want de vader van de vrouw is ook een specialist in de spirituele wereld. Hij heeft zijn schoonzoon door en zorgt dat zijn dochter verdwijnt.

“Deze dingen gebeuren echt,” zegt onze student als afsluiting van zijn verhaal. Hij weet tegen wie hij praat, en dat wij zulke verhalen niet zomaar geloven. En Hermen bevestigt dat: “Voor dit verhaal heb je helemaal geen onzichtbare krachten nodig. Misschien zag de vrouw haar man gek naar haar kijken. Misschien voelde ze zich bedreigd. Misschien wist haar vader daarvan, en heeft die haar geholpen om te vluchten.” Het zou kunnen, zegt onze student, maar het is duidelijk dat hij er anders over denkt.

Wat mij opvalt is hoe afwezig de vrouw is in het verhaal. Het zijn steeds de mannen die handelen. De echtgenoot, die geld wil en daarvoor zijn vrouw wel wil opofferen. De vader. De mannen die haar vasthouden in Malawi. De vrouw had net zo goed een object kunnen zijn. Zoals in deze navertelling: Er was eens een man met een mooie, grote TV. Hij wilde graag meer geld, en dus ging hij bij een andere man langs. ‘Je moet er wel iets voor inleveren,’ zei die. De man dacht aan zijn TV. Maar zijn schoonvader, die hem die TV had gegeven, hoorde van het plan en kwam de TV weghalen. Later hebben ze de TV teruggevonden in een huis in Malawi.

Verhalen zoals dit laten zien hoe de wereld in elkaar zit volgens de gemiddelde Zambiaan. Met een spirituele wereld die je succes of verdriet kan bezorgen. Een wereld waarin de man handelt en geld binnen brengt. Een wereld waarin een vrouw iets is wat je bezit. Het is niet de wereld waar ik in leef…

Hekserij?

In deze warmste tijd van het jaar – binnen zegt de thermometer 31.6°C, en daar is het koel als je van buiten komt – is ’s ochtends een heerlijke tijd om buiten te zijn. Dus stapte ik dinsdagochtend met twee kommen muesli voor het ontbijt het huis uit de veranda op. Op de door onze schoonmaakster zorgvuldig gewaxte ondergrond gleed  de deurmat weg – en ik lag op de grond in een plas melk, stukjes muesli en scherven. Tja. Zo geef je les over hekserij die alle ongelukken verklaart, en zo zit je thuis met een stijve knie en een dikke enkel…

Het kostte mij een dag om te bedenken dat zo’n val hier wellicht als een gevolg van hekserij geïnterpreteerd zou worden. Voor mijn studenten, de volgende dag, was het logisch. Een student legde Hermen (die mijn college overnam) het wereldbeeld van hekserij uit: “Alles wat verkeerd gaat, dat komt door hekserij. Dus ook dat Johanneke nu gevallen is.” Hekserij legt uit waarom ongelukken gebeuren. De studenten snappen ook wel dat een deurmat weg kan glijden – maar waarom moest het mij op dat moment gebeuren? Daar moet meer achter zitten.

Voor mij een mooie gelegenheid om eens uit te proberen hoe het is om te denken in termen van hekserij. Ik moet zeggen dat het me een ongemakkelijk gevoel geeft. Als ik moet kiezen tussen geloven dat ik ben gevallen door pech of doordat iemand het op mij gemunt heeft, dan geloof ik liever in pech – ik wil niet door de wereld gaan met het idee dat mensen me zomaar kwaad willen doen. “Ongeluk bedenkt vele creatieve manieren om ons te overvallen,” schreef een Nederlandse dominee op mijn facebook. Dat ongeluk dat doet, daar kan ik mee leven. Dat andere mensen creatieve manieren bedenken om mij te overvallen niet.

Een ander punt: wie ben ik, in het grotere geheel? Zelfs hier, waar mij de status van rijke blanke wordt toegekend, ben ik toch eigenlijk maar een onbelangrijk figuur. Als je iemand kwaad wilt doen, dan toch iemand die invloed heeft op je leven? Nog een punt: een dikke enkel is lastig en pijnlijk, maar voor mij toch niet echt ongelukkig genoeg om actief te zoeken naar alternatieve verklaringen. Mijn been zit er nog aan, zeg maar, en volgende week hoop ik weer gewoon rond te lopen. Als er nou keer op keer nare dingen gebeuren, of als tragedie echt toeslaat in je leven, dan, misschien, kan ik me voorstellen dat je andere antwoorden gaat zoeken. Niet hiervoor.

Ik heb het uitgeprobeerd, het denken met hekserij. Het bevalt me niet echt. Het is vast anders als je ermee opgroeit, als dit het enige denkraam is dat je kent. Maar voor mij, ik blijf voorlopig maar een nuchtere Hollander…

Hekserij

Voor onze studenten is het duidelijk: hekserij bestaat. Ze hebben er allemaal al mee te maken gehad. “Als kind mocht ik nooit op bezoek bij mijn tante – zij was een heks,” vertelt er één. Een ander was erbij toen een witchfinder (heksenvinder) de buurvrouw aanwees als heks. Weer een ander legt uit dat als jouw veld met maïs getroffen wordt door een schimmel, en dat van de buren niet, dat toch een zeker teken is van hekserij. “Natuurlijk bestaat hekserij,” zegt één van de meest sceptische studenten. “Alleen ben ik er niet bang voor. In mijn gemeente werd een man verdacht van hekserij, en mensen zeiden me dat ik goed voor hem moest oppassen – van hen mocht hij bijvoorbeeld niet in de kerk komen. Ik heb me daar niks van aangetrokken, en mij is niks gebeurd. Gods macht is groter dan die van de heksen.”

Hekserij is een ander kwaad doen door middel van onzichtbare, magische of mystieke krachten. Volgens een recent onderzoek in Malawi gelooft bijna iedereen dat heksen bestaan: 76% van de gevraagde Malawianen weet dat er heksen zijn in hun eigen gemeenschap, 62% kent wel iemand die eens beschuldigd is van hekserij. In Zambia is de situatie niet anders. Geloof in hekserij – wat moet je ermee als uitgezonden medewerker?

“Heksen bestaan niet,” is de traditionele houding van de missiekerken. Heksen bestaan wél, wisten de Zambianen, en zochten dan maar bescherming bij traditionele genezers. Een aantrekkingskracht van de meer Pentecostale kerken is dat zij hekserij wel serieus nemen. Heksen bestaan, volgens deze kerken, en demonen en kwade geesten ook. Maar voor hen is dat niet het einde van het verhaal: Pentecostale dominees kunnen voor je bidden en daarmee geesten en kwade invloeden van heksen uitdrijven – op de foto staan een dominee en een ouderling hand in hand met een vermeende heks te bidden terwijl ze zijn instrumenten (een pot en een spatel) verbranden.

10665406724_bc307021c5_z

Een gevolg van de populariteit van de nieuwe Pentecostale kerken met hun nadruk op het uitdrijven van boze machten is dat die boze machten wel erg belangrijk worden. Soms gaat het in de kerkdienst en in het geloofsleven van de gemeenteleden meer over heksen en boze geesten dan over God. De missiekerken wilden het geloof in hekserij uitbannen door gemeenteleden te leren dat heksen niet bestaan. In de nieuwe Pentecostale kerken wordt het geloof in hekserij juist bevestigd.

In de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat geloof in hekserij niet zoveel te maken heeft met rationele argumenten of feiten. Het geloof dat heksen bestaan gaat daaraan vooraf, het heeft te maken met hoe je denkt dat de wereld in elkaar zit. In Nederland geloven we niet in heksen die het op ons gemunt hebben. Maar wij hebben andere dingen waar we gewoon vanuit gaan, voor we de feiten kennen, en voor we er een rationele beslissing over hebben genomen.

Een voorbeeld: “In de winter sneeuwt het en kunnen we schaatsen.” Zo hoort het te zijn. Dat is het beeld dat bij de winter hoort – een beeld dat in stand wordt gehouden door ansichtkaarten en reclames. Zelfs al gaan er jarenlang winters voorbij zonder een Elfstedentocht, met niet meer dan een dagje sneeuw – als ik het woord ‘winter’ hoor, dan zie ik een plaatje met witte velden en besneeuwde daken. Dat is waar ik vanuit ga, voordat ik de feiten over sneeuwval heb bestudeerd.

Een ander voorbeeld: “Andere mensen hebben het in principe goed met mij voor.” De één zal het eens zijn met deze uitspraak, de ander misschien niet. Maar of je het er mee eens bent of juist niet, daar maken feiten niet zo heel veel voor uit. Het is eerder een manier van in de wereld staan, van naar de wereld kijken. Wie gelooft dat andere mensen het goed met hem voorhebben, interpreteert wat er met hem gebeurd volgens dat uitgangspunt – iedereen die zo in de wereld staat kan wel een verhaal vertellen dat dit bewijst. Zelfs al heb je een slechte ervaring, het geloof dat andere mensen in principe goed zijn verandert daar niet door. Als ik vertel over de keer dat we overvallen werden in Dar es Salaam, vertel ik dat de overvallers eigenlijk best vriendelijk waren. Ze regelden zelfs vervoer naar ons hotel toen ze met ons klaar waren – in principe hadden ze het goed met ons voor.

Net als geloof in hekserij heeft het geloof dat andere mensen het goed met je voor hebben niet echt te maken met rationele argumenten of feiten. Het gaat daaraan vooraf, het is de bril waardoor je de wereld ziet. Op een bepaalde manier is geloof in hekserij het tegenovergestelde van het geloof in de goedheid van andere mensen. Wie gelooft in hekserij, gelooft dat andere mensen het niet goed met hem voorhebben. Andere mensen zijn jaloers, ze wensen je ongeluk toe. Wie gelooft in hekserij interpreteert wat er gebeurt vanuit dat kader.

 Er zijn mensen die het op je gemunt hebben. Er zijn mensen die je kwaad kunnen doen via ongrijpbare methoden – dat is waar iemand die gelooft in hekserij vanuit gaat. Probeer dat eens als uitgangspunt te nemen. En stel je dan  voor dat je kind plotseling ziek wordt. Of een schimmel jouw maïs treft, en niet die van de buren. Of het lukt je maar niet om winst te maken. Met deze uitgangspunten is het snel duidelijk: hier is hekserij in het spel. Iemand behekst mij.

Wat te doen met het geloof in hekserij? Dit trimester geef ik les over hekserij in Afrika, en denk ik met de studenten na over hoe om te gaan met verhalen en beschuldigingen van hekserij. Rationele argumenten helpen niet om iemand te overtuigen dat hekserij niet bestaat – net zoals rationele argumenten niet te maken hebben met het geloof dat andere mensen het goed met je voor hebben. Dat is dus niet mijn doelstelling voor deze cursus. Maar wat ik de studenten wel probeer bij te brengen, is een kritische houding tegenover verhalen over hekserij. Ik geloof dat andere mensen het goed met mij voor hebben. Dat betekent niet dat ik naïef iedereen maar op zijn woord vertrouw. Mijn studenten geloven dat hekserij bestaat – maar dat betekent niet dat elke beschuldiging van hekserij waar is.

In de afgelopen weken hebben we teksten van antropologen over hekserij gelezen. In deze teksten worden andere zaken aangewezen die ook te maken hebben beschuldigingen van hekserij, zoals spanningen in de familie, of de neiging om alles wat nieuw is als gevaarlijk en slecht te beoordelen. En tot mijn verbazing zie ik de studenten veranderen. Ze geloven nog steeds in hekserij. Maar ze nemen niet meer alle verhalen voor zoete koek aan. “Soms geloven we teveel in hekserij,” zei een student deze week. “We blijven maar bidden tegen de kwade machten, in plaats van iets te doen aan de echte problemen. Als er iets misgaat in ons leven, moeten we ook naar onszelf kijken, en niet alleen maar naar de heksen die het op ons gemunt hebben. We hebben zelf ook een verantwoordelijkheid.” Amen!

Stalletjes langs de weg

Mensen verkopen hier in Zambia van alles langs de straat: avocado’s, konijntjes, beltegoed, wc-papier, hondenriemen, enzovoort. In de stad doen proberen mensen je zulke spullen te verkopen wanneer je wacht voor een stoplicht, buiten de stad zijn tafeltjes langs de kant van de weg met tomaten, honing of oliebollen. Vaak zitten bij die kraampjes buiten de stad kinderen aan wie je kunt betalen, als je wat wilt hebben, maar niet altijd. Soms laten mensen hun handelswaar alleen, en dan nog met zelfs een potje wisselgeld erbij, zodat je zelf kunt betalen. Wat zou u denken als in een streek mensen hun goederen zo met wisselgeld langs de straat durven laten staan?

P1060059

Ik denk dat ik in Nederland het een positief teken zou vinden: hier vertrouwen de mensen elkaar nog. Ze rekenen er op dat mensen die wat kopen eerlijk genoeg zijn om te betalen voor wat ze nemen. Daar kun je de achterdeur nog open laten, daar is het leven nog goed.

Hier trekken ze heel andere conclusies als mensen hun handelswaar met wisselgeld erbij alleen durven laten langs de straat. Hier zien ze dat helemaal niet als een positief teken voor die streek. Nee, integendeel.

We maakten een keer een lange autorit met een Zambiaanse collega, en hij vertelde dat de streek waar we doorheen reden vroeger heel erg was. Vroeger lieten mensen daar overal zomaar hun oogstproducten langs de weg staan, zonder er maar iemand bij te hebben om er op te passen. Ze gingen er kennelijk zomaar vanuit dat mensen die van hun producten namen, er vast wel geld voor achter zouden laten. Nou, dan moesten ze wel heel sterke hekserij hebben in die streek. Ze moesten die producten wel behekst hebben zodat iemand die er van zou nemen zonder te betalen, dat zwaar zou bekopen. Dat mensen er op rekenen dat mensen wel betalen, is hier geen teken van vertrouwen in de mensheid, maar een teken van sterke hekserij.

In die streek in Zambia gebeurde dat nu gelukkig niet meer: nu is er altijd bewaking bij als iemand van zijn oogst te koop aanbiedt. Maar van onze studenten hoorden we dat het nu in Malawi meer en meer gebeurt. Vroeger was het kennelijk vooral in Mozambique, maar nu lieten mensen ook in Malawi, zomaar hun oliebollen langs de kant van de weg staan, met wisselgeld erbij. Als je daarvan neemt zonder te betalen, nou, dan loopt het slecht met je af: je zult niet eens van de oliebollen kunnen eten, zulke sterke hekserij is daar nu ook in Malawi.

Mensen kunnen kennelijk zulke verschillende conclusies trekken uit verkoop langs de straat zonder betaling: is het een teken van vertrouwen in de mensheid, of van hekserij? Ik vind het eigenlijk wel een beetje treurig dat mensen hier er maar moeilijk een teken van vertrouwen in kunnen zien…