Kleren maken de man

20170318-DSC_3019-bewerkt

Een mooi pak – van Westerse snit, en met een goede stropdas – is voor onze studenten een eerste levensbehoefte. Het wordt gedragen bij bijzondere gelegenheden, zoals een bijzondere dienst aan de universiteit, of in de kerk. Niet gek, misschien, voor studenten die predikant willen worden (hoewel ik moet zeggen dat er bij de theologie opleiding in Groningen slechts een enkeling wel eens een pak aan had, en Hermen zelfs weigerde om voor zijn bruiloft een pak aan te schaffen…) Een bril staat voor onze studenten veel lager op de ranglijst van dingen die je moet hebben. Je moet er goed uitzien; of je zelf ook iets ziet is van later zorg, zo lijkt het.

Het is niet de keuze die ik zou maken. Eigenlijk is dat precies de kern van een dilemma in hulpverlening en ontwikkelingssamenwerking. Waar wordt het geld aan besteed? Wat zijn de prioriteiten, en zijn de prioriteiten van de ontvanger hetzelfde als van de gever? We kijken er hier van op als er weer een kerk een auto aanschaft voor de predikant. Is dat nou het belangrijkste? Kun je het geld niet beter besteden? Waarom koop je een duur pak, of een mooi mobieltje, als je eigenlijk ook een bril nodig hebt? Aan de andere kant, we willen mensen niet betuttelen; niet in een minderwaardige afhankelijkheidsrelatie dwingen. Dus is zelfbeschikking belangrijk – geld uit laten geven aan de doelen die de ontvanger zelf stelt, ook als de gever zelf denkt dat andere doelen waardevoller zijn.

Kleren maken de man, hier in Zambia. Het aanzien dat een mooi pak of een grote auto geven, staat hoger aangeschreven dan goed kunnen zien. De man in deze foto heeft een bril, betaald door hulp van een buitenlandse kerk. Wat zou hij gekocht hebben als hij niet een bril, maar geld gekregen had? En kunnen of mogen wij daarover oordelen?

Het staat hem goed, het pak, en de bril. We laten het maar zo.

Land van gebroken dromen

Zimbabwe is een bijzonder land. Het ziet er meer geordend en ontwikkeld uit dan Zambia. Tegelijkertijd weet iedereen dat het een land met grote problemen is. Een deel van onze studenten komt uit Zimbabwe. Onderweg van Lusaka naar Pretoria in Zuid-Afrika hadden we gelegenheid twee oud-studenten die inmiddels dominee zijn te bezoeken.

Tafadzwa is dominee in de presbyteriaanse kerk in één van de wijken van Harare, de20170603-DSC_5793-bewerkt hoofdstad van Zimbabwe. Hij woont in Lovemore House, een voormalig weeshuis dat nu dienst doet als gastenverblijf en cursuscentrum. De afgelopen maanden verbleven er twintig evangelisten voor een training in de vier slaapzalen van het huis – een hele drukte, lijkt me.

“Hoe gaat het met jullie?” vraag ik Elizabeth, Tafadzwa’s vrouw die ons begroet als we aankomen. “Ach, we redden het wel,” zegt ze. Het is moeilijk om rond te komen in Zimbabwe. Tafadzwa’s gemeenteleden hebben het niet breed, en hij verdient dus maar weinig. Elizabeth wil graag een baan, maar die heeft ze nog niet gevonden. Gelukkig geeft Tafadzwa ook les op een middelbare school, en af en toe geeft hij ook college op een predikantenopleiding. Elizabeth is druk in de weer met haar tuin. De groente gebruikt ze zelf, en een ander deel gaat naar de markt. In een schuur bij Lovemore House houdt een groepje vrouwen uit de buurt kippen.

20170603-DSC_5727

Tafadzwa en Elizabeth hebben grootse plannen met Lovemore House. Ze willen graag uitbreiden, zodat er meer mensen kunnen slapen. En zelf trainingen geven voor evangelisten, of voor andere groepen gemeenteleden. De uitbreiding gaat nog wel moeilijk worden. Behalve dat het geld kost staat Lovemore House naast een barak van het Zimbabwaanse leger. Daar willen ze graag een vrij schootsveld houden, en veel bouwplannen worden dus afgekeurd.

20170603-DSC_5728

Shingi is een andere oud-student, en ook predikant in Harare. Ze laat ons trots haar flatje in het centrum zien: kleine keuken, badkamer, slaapkamer, en een lege woonkamer. Er staat een kast, een stoel, en op de grond ligt een matras waar ook op gezeten kan worden. Shingi’s toga hangt in een hoek. “Eerst had ik een woning in mijn eigen gemeente. Volgens de regels mag twee kamers huren, en moet de gemeente dat bekostigen. Maar ik zag al snel dat het moeilijk zou worden – van mijn gemeenteleden hebben er maar vier een baan. Nu woon ik hier, in een appartement dat van mijn neef is. Dat is beter, omdat als er dan een maand geen geld is voor de huur, hij me er niet meteen uitzet.”

20170603-DSC_5746-bewerkt

Shingi’s gemeente, Warren Park, is in een buitenwijk van de stad. “Je moet weten,” waarschuwt Shingi ons, “dat we eigenlijk geen eigen grondstuk hebben als kerk.” Shingi en haar gemeente zijn squatters – ze hebben een stuk grond in gebruik genomen dat braak lag. Hun buren, een andere presbyteriaanse kerk en een evangelische gemeente, doen hetzelfde. De gemeenteleden hebben van balken en planken een kerk gebouwd. Ze zijn bang dat ze ooit weer weg worden gejaagd, en Shingi hoopt dat de gemeente ooit een eigen stuk grond kan kopen.

20170603-DSC_5731-bewerkt

We rijden een rondje door Warren Park. “Van origine is was deze wijk bedoeld voor mensen die bij de overheid werken, en speciaal voor mensen van de inlichtingendienst,” vertelt Shingi. Inmiddels wonen er ook andere mensen in de huizen in deze wijk. “Het is treurig,” zegt Shingi, “mensen hebben jaren geleden een huis gekocht hier. Ze hebben dus onderdak. Maar er is geen geld voor eten op tafel.” Of voor een tafel om aan te eten, denk ik, terugdenkend aan Shingi’s eigen spaarzame inrichting.

20170603-DSC_5730-bewerkt-bewerkt

Onderweg naar Warren Park komen we door het centrum van Harare. Het is het eind van de maand, en voor de banken staan lange rijen. Een aantal jaar geleden was de inflatie in Zimbabwe zo extreem dat de prijs van een brood ’s ochtends vastgesteld werd, en ’s middags soms al verdubbeld was. In de praktijk betekende dit dat iedereen ging betalen met buitenlands geld, dat tenminste zijn waarde vasthield. Afgelopen jaar heeft de Zimbabwaanse regering nieuwe bankbiljetten uitgegeven, zogenaamde ‘bondnotes’ waarvan de waarde gelijk zou zijn aan de dollar. De bondnotes worden niet door elke winkelier geaccepteerd, en in het buitenland zijn ze niets waard.

Mensen hebben dus nog steeds meer vertrouwen in de dollar dan in hun eigen geld. Een probleem is een tekort aan dollars in het land. Mensen kunnen per dag 20 dollar opnemen van hun bankrekening. Aan het eind van de maand, wanneer het loon is overgemaakt, staan mensen dus in de rij om cash te krijgen. Als je een grote aankoop wilt doen, betekent het dagen achter elkaar in de rij staan, en elke dag 20 dollar opnemen. Omdat het geld op de bank onzichtbaar en relatief onbereikbaar is, is er in Zimbabwe ook weinig vertrouwen in elektronisch betalen. “Gisteren kocht ik iets voor tien dollar via mijn pinpas,” vertelt Shingi, “maar omdat het niet cash was moest ik twaalf dollar betalen.”

20170602-DSC_5689-bewerkt

Rijdend door het mooie Zimbabwaanse landschap denk ik aan de dromen van de bewoners die niet zijn uitgekomen. De Europeanen met hun mooie boerderijen – ze droomden van een nieuw Engeland in Afrika. Na de onafhankelijkheid is hun land verdeeld, land dat nu te vaak braak ligt terwijl de boerderijen en graanschuren op instorten staan. De onafhankelijkheidsstrijders – ze droomden van een Afrikaans Zimbabwe, dat de rest van de wereld wel eens zou laten zien hoe het kon. Nu is er geen werk, en geen geld.

20170602-DSC_5721-bewerkt

Wie zich uitspreekt tegen het systeem loopt gevaar – in de kerk kun je geen politieke uitspraken doen, daar zijn Shingi en Tafadzwa allebei stellig in. Er zijn opstanden geweest, in de afgelopen jaren. Oppositiepartijen met andere plannen. Volksbewegingen rond de vlag van Zimbabwe. Nieuwe hoop. Maar de gevestigde orde houdt vast aan haar macht, en de hoop lijkt vervlogen. Tafadzwa en Shingi: ze lijken niet te durven dromen van een betere tijd. Ze leven bij de dag, bij elkaar sprokkelend wat ze nodig hebben om van te leven. Zimbabwe – land van gebroken dromen…

Werk aan de muur

Het is dit jaar alweer het laatste jaar dat we in Zambia zijn – ons contract heeft een maximale duur van zes jaar, en die zes jaar zitten er in december op. “Wat gaan jullie volgend jaar doen?” wordt ons regelmatig gevraagd.

Hermen heeft al een baan gevonden, als senior post-doctoral fellow bij de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Na Zambia blijven we dus (zoals het er nu naar uitziet) nog even hangen in zuidelijk Afrika. Johanneke heeft haar proefschrift zo goed als af, en hoopt aan het eind van dit jaar te promoveren. En dan? Een droom is om meer te gaan doen met fotografie, en dat te combineren met antropologisch onderzoek. Om dat te financieren is Johanneke begonnen met een webwinkel bij Werk aan de muur, waarin haar mooiste foto’s te koop staan. Neem eens een kijkje, misschien zit er iets bij dat bij jou aan de muur past!

Afstuderen

Afgelopen weekend was de jaarlijkse afstudeerplechtigheid aan Justo Mwale University.

Vijftien studenten studeerden af met een Bachelor of Theology – dit zijn de studenten waar wij les aan geven. Daarnaast kregen negen predikantsvrouwen een diploma, en waren er diploma’s voor meer dan 50 evangelisten. Sinds een paar jaar biedt Justo Mwale ook afstandsonderwijs aan, waaronder een Masters opleiding in theologie en in godsdienstonderwijs. In totaal studeerden er 58 studenten af aan het afstandsonderwijs.

De eregast van de dag was de minister van National Guidance and Religious Affairs. Ze hield een toespraak en reikte de diploma’s uit. Als geschenk ontvingen de theologiestudenten een fiets, en hun vrouwen een naaimachine. Een prachtige, feestelijke dag, en fijn om onze studenten weer te zien!

Meer foto’s zijn te vinden op Facebook!

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Mr. & Mrs. Spin

Toen we laatst een weekendje weg waren kwamen we deze spinnen tegen. Fantastisch om ze een poosje te observeren!

Golden silk orb-weaver

Dit zijn meneer en mevrouw gouden-zijdespin. Meneer is van bescheiden formaat, ongeveer zoals de gemiddelde Nederandse spin. Mevrouw ziet er prachtig uit met haar geel-geringde poten en lijf. Ze is ook wat groter – wel een cm of 10 van poot tot poot.

20170407-DSC_3875-bewerkt

Mevrouw spin zorgt voor het eten (volgens Wikipedia eet het mannetje nauwelijks). Zodra er een vlieg, vlinder of kever in het gouden web verstrikt raakt, rent ze er heen om het arme slachtoffer te verdoven.

20170407-DSC_3849-bewerkt-bewerkt

Deze vlinder hing al even in het net en bewoog niet meer.

20170407-DSC_3857-bewerkt-bewerkt

Tijd om er een pakketje van te maken door er draden om heen te wikkelen.

20170407-DSC_3870-bewerkt

Zo kun je de vlinder gemakkelijk meenemen.

20170407-DSC_3883-bewerkt

En gezellig samen opeten!

20170407-DSC_3839-bewerkt

Is het eten klaar, dan worden de overblijfselen netjes opgeruimd op het prutbultje.

Neem ook eens een kijkje op Johannekes nieuwe blog!

Justo Mwale in uniform

Op Justo Mwale bestaat het academische jaar uit drie trimesters. Elke week wordt op vrijdagochtend afgesloten met een gezamenlijke kerkdienst. Op de laatste vrijdag van het trimester is er een bijzondere dienst: er is avondmaal, en alle studenten en docenten dragen hun officiële tenue.

Voor predikanten is dat een boordje, of zelfs een toga. En studenten dragen het uniform van de mannen-, vrouwen-, of jongerenvereniging waar ze bij horen. Elke kerk heeft z’n eigen uniform, dat maakt deze dienst heel speciaal. Afgelopen vrijdag sloten we het eerste trimester af – zie hieronder het fotoverslag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Meer foto’s zien van Justo Mwale en Zambia? Volg Johanneke dan op Facebook of Flickr.