Werk aan de muur

Het is dit jaar alweer het laatste jaar dat we in Zambia zijn – ons contract heeft een maximale duur van zes jaar, en die zes jaar zitten er in december op. “Wat gaan jullie volgend jaar doen?” wordt ons regelmatig gevraagd.

Hermen heeft al een baan gevonden, als senior post-doctoral fellow bij de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Na Zambia blijven we dus (zoals het er nu naar uitziet) nog even hangen in zuidelijk Afrika. Johanneke heeft haar proefschrift zo goed als af, en hoopt aan het eind van dit jaar te promoveren. En dan? Een droom is om meer te gaan doen met fotografie, en dat te combineren met antropologisch onderzoek. Om dat te financieren is Johanneke begonnen met een webwinkel bij Werk aan de muur, waarin haar mooiste foto’s te koop staan. Neem eens een kijkje, misschien zit er iets bij dat bij jou aan de muur past!

Advertenties

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Verborgen of onbekend?

Over lesgeven, dat het toch weer anders loopt en hoe dat vruchtbare gedachten oplevert…

Dit trimester geef ik sociologie – de studie van menselijke samenlevingen. Het gaat over ontwikkeling, ongelijkheid, globalisering, de trek naar de stad, en over de gevolgen hiervan voor cultuur, identiteit en onderlinge verhoudingen. Een nuttig vak voor aankomend dominees die een leidende rol gaan spelen in een wereld die snel verandert en waarin ongelijkheid heel zichtbaar is.

In Afrika wordt ongelijkheid vaak in verband gebracht met hekserij. Waarom is de één rijk, en blijft de ander maar ploeteren? Waarom krijgt de één een ongeluk of wordt ziek, terwijl de ander gezond is? Hekserij is een antwoord op deze vragen: er is ongelijkheid omdat een heks het op je gemunt heeft. Was dat niet zo, dan zou iedereen kunnen genieten van het goede leven.

Tijdens het voorbereiden van de collegereeks zag ik ernaar uit mijn studenten de wetenschappelijke oorzaken van ongelijkheid te leren. Zo is één van de grootste problemen van Zambia de grote afhankelijkheid van één industrie: het winnen van koper. Als de koperprijs hoog is gaat het goed met Zambia. Zakt de prijs van koper in, dan gaat het met heel Zambia bergafwaarts. Zo kunnen ze zien, dacht ik, dat je helemaal geen hekserij nodig hebt om uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit.

Het liep anders.

Dat de situatie in Zambia afhankelijk is van de koperwinning, dat zagen mijn studenten wel. Maar dat de koperprijs afhangt van de verhouding tussen vraag en aanbod, dat wilde er bij een groot deel niet in. Nee, als de koperprijs laag is, dan komt dat door dat “zij” in het Westen dat zo regelen. Ze willen niet dat Zambia succesvol wordt. Wie zijn “zij” dan? vroeg ik. Het Westen, was het antwoord. Eén student was specifieker: hij hoorde ’s ochtends op het nieuws altijd over de beurskoersen in Londen. Daar zit dus iemand die de prijs bepaalt. De markt is geen neutraal terrein – er is iemand die aan de touwtjes trekt en ervoor zorgt dat Zambia altijd arm blijft, volgens mijn studenten. De overeenkomst met hekserij is duidelijk: er is ongelijkheid omdat er iemand is die het op je gemunt heeft.

Mijn studenten zien de wereld dus, ook na het lezen van sociologische theorieën, nog steeds niet op een westerse manier. Een beetje teleurstellend, maar ook een bron van nieuw inzicht. Want ik dacht dat het verschil ‘m zat in het hebben van een Afrikaans religieus of spiritueel wereldbeeld tegenover een westers seculier wereldbeeld. Volgens het eerste bepalen bovennatuurlijke krachten wat er in de wereld gebeurt; volgens het tweede houden bovennatuurlijke krachten – voor zover die er zijn – zich afzijdig van de mensenwereld. Nu zie ik dat seculier of religieus eigenlijk niet het punt is. Het gaat erom dat er in het wereldbeeld van mijn studenten verborgen krachten zijn die ervoor zorgen dat de wereld op een bepaalde manier werkt. Die verborgen krachten kunnen bovennatuurlijk zijn – zoals in het geval van hekserij – maar dat hoeft niet. “Zij in het Westen” kunnen ook zo’n kracht met een verborgen agenda zijn.

Het verschil tussen ‘verborgen’ en ‘onbekend’ is hier van belang. Onbekend is iets wat je niet weet. Als iets verborgen is weet je het ook niet, maar het woord heeft nog een extra lading: er is iemand die ervoor zorgt dat je het niet weet, die het voor je verbergt.

Kennisoverdracht – wat ik in mijn lessen doe – geeft informatie waardoor wat onbekend was bekend wordt. Ik merk nu dat mijn studenten en ik langs elkaar heen praten, omdat de studenten niet zitten te wachten op kennis van wat onbekend was, maar op een openbaring over wat verborgen is. En openbaringen, die vind je niet op school maar in de kerk, bij een dominee of profeet die de gave heeft om wat verborgen is openbaar te maken.

Wat te doen tegen het geloof in hekserij en andere verborgen krachten? Mijn voorlopige conclusie is dan ook dat onderwijs het verschil niet gaat maken. Onderwijs gaat er niet voor zorgen dat dit geloof minder wordt. Onderwijs spreekt degene aan die zoekt naar wat onbekend is, en niet degene die wil dat wat verborgen is openbaar wordt. Tja….

Het verhaal van de vrouw die verdween

Een paar weken geleden waren we op bezoek bij één van onze oud-studenten in zijn eerste gemeente. Hij vertelde ons dit wonderlijke verhaal:

Er is een echtpaar in mijn gemeente. Vanwege de economische situatie ging de echtgenoot langs bij een zekere man. Deze man vertelde hem dat iedereen binnen veertien dagen rijk kan worden, maar dat je er dan wel iets voor moet doen. Iets voor moet offeren. De echtgenoot was verrast, en hij zei dat hij erover na zou denken. Hij ging naar huis en dacht erover wie hij dan zou offeren. Na een tijdje dacht hij aan zijn vrouw. Nu moet je weten dat de vader van de vrouw een machtige heks is. En op de één of andere manier hoorde hij over de plannen van de echtgenoot om zijn vrouw te offeren. De vader dacht: ‘Maar dat is mijn dochter, ik wil haar niet verliezen!’ Dus gebruikte hij zijn krachten om de vrouw weg te halen. De vrouw verdween gewoon. Ze vertelden mij, de dominee, ‘Een van je gemeenteleden is vermist.’ We hebben voor haar gebeden. Later hebben ze haar teruggevonden, in Malawi, waar ze werd vastgehouden in een kamer in een huis. De mensen in het huis zeiden: ‘Wij weten wel hoe ze hier is gekomen, en we hebben afgesproken dat we haar hier zouden houden.’ Je ziet het, deze dingen gebeuren echt.

Er lijken hier in Zambia maar twee mogelijkheden te zijn: je bent of rijk, of je bent arm. Dat er – vanuit ons Westerse perspectief – nog een heleboel stappen tussen arm en rijk zitten, daar is geen oog voor. Arm wil niemand zijn… dus iedereen wil rijk worden. De echtgenoot waar onze student over vertelt is zoiemand die rijk wil worden. Hij heeft misschien een handeltje. Misschien loopt het niet zo goed. In ieder geval: hij is niet rijk. En dus zoekt hij iemand op die verstand heeft van zulke zaken.

In Afrika is de wereld die je om je heen ziet, die je kunt aanraken, horen en ruiken, niet de enige realiteit. Er is een paralelle spirituele wereld, met geesten, demonen, voorouders en magische krachten. Die wereld heeft direct invloed op je leven. Als alles goed is, zijn de wereld die we kunnen zien en de spirituele wereld met elkaar in harmonie. En dan is ook alles goed: je hebt genoeg te eten, een vrouw, kinderen, gezondheid. Als niet alles goed is, dan komt dat door een probleem in de spirituele wereld. Een onverklaarbare ziekte, armoede, geen vrouw kunnen vinden, geen baan hebben, geen kinderen: het ligt aan de krachten in de spirituele wereld. Er zijn specialisten die meer over deze wereld weten, en de krachten kunnen beïnvloeden. Zo’n specialist, daar ging de echtgenoot bij op bezoek.

Wat de specialist aan de echtgenoot vertelde was dat hij rijk zou kunnen worden als hij er iets voor zou doen. Als Westerlingen kunnen we het daar mee eens zijn: als je niet hard werkt, wordt het nooit wat. Maar dat was niet wat de specialist bedoelde. Als je iets buitengewoons wilt – rijk worden, of macht en succes hebben, dan moet je de buitengewone krachten in de spirituele wereld inschakelen. En een manier om dat te doen is door iemand letterlijk te offeren.

Hoe letterlijk is dat offeren? Sommigen zeggen dat ze degene die ze wilden offeren in een spiegel zagen, en dan met een mes in die spiegel hebben gestoken. De volgende dag was degene dood. Maar er bestaan ook tovermiddelen waarvoor menselijke lichaamsdelen nodig zijn; en zo nu en dan worden er lichamen gevonden waarvan ogen, borsten of geslachtsdelen zijn afgesneden. Ogen – zodat je een vooruitziende blik krijgt. Borsten en geslachtsdelen – zodat je werk vruchtbaar zal zijn.

De echtgenoot overweegt zijn vrouw te offeren. Op welke manier? We weten het niet. Want de vader van de vrouw is ook een specialist in de spirituele wereld. Hij heeft zijn schoonzoon door en zorgt dat zijn dochter verdwijnt.

“Deze dingen gebeuren echt,” zegt onze student als afsluiting van zijn verhaal. Hij weet tegen wie hij praat, en dat wij zulke verhalen niet zomaar geloven. En Hermen bevestigt dat: “Voor dit verhaal heb je helemaal geen onzichtbare krachten nodig. Misschien zag de vrouw haar man gek naar haar kijken. Misschien voelde ze zich bedreigd. Misschien wist haar vader daarvan, en heeft die haar geholpen om te vluchten.” Het zou kunnen, zegt onze student, maar het is duidelijk dat hij er anders over denkt.

Wat mij opvalt is hoe afwezig de vrouw is in het verhaal. Het zijn steeds de mannen die handelen. De echtgenoot, die geld wil en daarvoor zijn vrouw wel wil opofferen. De vader. De mannen die haar vasthouden in Malawi. De vrouw had net zo goed een object kunnen zijn. Zoals in deze navertelling: Er was eens een man met een mooie, grote TV. Hij wilde graag meer geld, en dus ging hij bij een andere man langs. ‘Je moet er wel iets voor inleveren,’ zei die. De man dacht aan zijn TV. Maar zijn schoonvader, die hem die TV had gegeven, hoorde van het plan en kwam de TV weghalen. Later hebben ze de TV teruggevonden in een huis in Malawi.

Verhalen zoals dit laten zien hoe de wereld in elkaar zit volgens de gemiddelde Zambiaan. Met een spirituele wereld die je succes of verdriet kan bezorgen. Een wereld waarin de man handelt en geld binnen brengt. Een wereld waarin een vrouw iets is wat je bezit. Het is niet de wereld waar ik in leef…

Meer huwelijkslessen

Niet zo intensief als Johanneke, maar ik heb nu ook huwelijkslessen gehad bij de mannenvereniging. Johanneke deed de huwelijkslessen voor Bemba’s, een stam uit het noorden van Zambia die grotendeels Rooms Katholiek zijn. De vrouw die Johanneke’s sessie leidde, heeft aangekondigd dat ze mij nog een keer officieel moet uitleggen dat ze Johanneke niet hebben ingewijd in een enge sekte. Maar afgelopen zaterdag bij onze eigen Protestantse mannenvereniging kreeg ik ook al iets mee van huwelijkslessen.

In de Protestantse kerk in Zambia, vooral uit het oosten van Zambia, heeft men al vroeg geprobeerd de traditionele huwelijkslessen Christelijk te maken. Veel aanstaande echtparen volgen ook nog steeds de traditionele versie, maar ook de Christelijke variant. En afgelopen zaterdag bij de mannen- en de vrouwenvereniging van de kerk gaven de mensen die dat leiden daarvan een korte opfriscursus: twee mannen aan de vrouwenvereniging, twee vrouwen aan de mannenvereniging.

De twee vrouwen begonnen met het lezen van wat bijbelteksten: dat de vrouw de man onderdanig moet zijn, maar de man van de vrouw moet houden; dat man en vrouw de eigenaars van elkaars lichaam zijn; en dat je trouw moet blijven aan de liefde uit je jeugd. En daarna werden de regels voor het huwelijk doorgelopen.

Net als bij Johanneke’s lessen was hier ook weer een van de belangrijkste dingen dat je persoonlijke zaken binnenskamers moet houden. Je mag als en man en vrouw nooit ruzie maken in publiek, of waar de kinderen bij zijn. Ruzie maken doe je in de slaapkamer – daar is de slaapkamer tenslotte voor uitgevonden, zo werd ons verteld.

Verder is het tegenwoordig belangrijk dat je je vrouw niet mag verkrachten. Je mag alleen seks hebben als je daar allebei mee instemt. Dat is de moderne les die men tegenwoordig aanstaande echtparen geeft, want de huwelijksraadgevers gaan ook met hun tijd mee.

En dan waren er nog een heleboel andere regels: dat je je vrouw niet moet vergelijken met eerdere vriendinnen. Dat je haar niet lelijk moet noemen. Dat je naast elkaar moet lopen op straat, en niet de vrouw een paar meter achteraan. Dat als je vrouw je aanspreekt op je buitenechtelijke relatie, dat je dan niet mag zeggen dat zij daar niks mee te maken heeft, omdat jij het hoofd van het gezin bent. Dat je sowieso geen buitenechtelijke relaties moet hebben – je moet volwassen worden, je bent immers ook niet jong meer. En dat je dingen voor je vrouw moet kopen zodat ze er mooi uit kan zien.

De voorzitter van de mannenvereniging bedankte de sprekers en beloofde dat we allemaal goed voor onze vrouwen zouden zorgen: we zouden de pruik voor ze kopen die ze wilden hebben. Het was interessant dit allemaal eens te horen – een pruik heb ik nog niet gekocht voor Johanneke…

Ziektebeeld

Wanneer iemand zich niet zo lekker voelt, zeggen we: “Hij zal wel iets onder de leden hebben.” We bedoelen dat er een ziekteverwekker in zijn lichaam ronddwaalt – de ziekte is nog niet helemaal doorgebroken, maar de kiem is aanwezig. Als je ziek bent heeft dat over het algemeen een biologische oorzaak. Een bacterie, een virus, een afwijking in een orgaan; ga zo maar door. Voor ons is dit vanzelfsprekend, maar in Zambia denkt men er anders over.

“Mijn vader was twee jaar lang the vice voorzitter van de parochie in Ndola. In die tijd kwam hij in conflict met het bestuur van één van de verenigingen, en sindsdien is hij ziek,” vertelt Paul, een kennis van ons. “Was hij depressief?” vraagt iemand. “Nee, niet depressief,” zegt Paul. “Hij heeft pijn in zijn lichaam. Eerst dachten we dat het kanker was, prostaat kanker. Hij ging naar het ziekenhuis en daar hebben ze hem getest, maar niks gevonden. Hij viel erg af, hij werd verschrikkelijk dun. Toen zei de buurman dat mijn vader naar een pastor in Kitwe moest gaan die bijzondere olie geeft aan mensen die bij hem komen. Toen mijn vader de olie dronk moest hij overgeven – dat is normaal als je die olie drinkt. Hij braakte iets uit; het was zwart, als een klein hoofdje. Daarna ging het beter. Hij kwam zelfs weer wat aan. Maar toen maakte hij een fout: hij ging terug naar zijn boerderij in Ndola. Al meteen de eerste nacht voelde hij de pijn in zijn arm en in zijn zij. Tot nu toe heeft hij pijn; dan hier, dan weer daar. Soms doen zijn voeten en benen zo zeer dat hij ze niet kan bewegen. Nu komen er mensen uit de parochie bij ons op bezoek met verwarrende verhalen. Ze zeggen het niet tegen mijn vader – ze weten heel goed dat hij niet in hekserij gelooft – maar ze praten met mijn moeder. Ze zeggen dat het van de kerk komt, van het conflict met het bestuur van de vereniging.”

Het is een vervreemdend verhaal. Was de vader in het ziekenhuis nog op andere dingen getest dan alleen prostaat kanker? Waren de symptomen voor en nadat het even beter ging wel hetzelfde? Misschien had hij eerst iets, en daarna iets anders. Ik blijf zoeken naar een biologische verklaring. Wat zou de vader van Paul onder de leden kunnen hebben? Beter worden nadat je olie drinkt; iets zwarts uitbraken; dat het verkeerd was om weer naar huis te gaan; de verhalen van de parochie-genoten: ik schrijf het eigenlijk allemaal meteen af als niet relevant.

Maar dat is mijn Westerse opvatting van ziekte. Volgens het traditionele Zambiaanse wereldbeeld staat ziekte niet op zichzelf. Ziekte, armoede, relatieproblemen: ze hebben allemaal te maken met je relatie tot je medemens en tot het spirituele. Je wordt ziek als jij of een naaste een taboe doorbreekt – bijvoorbeeld als een menstruerende vrouw zout aan je eten heeft toegevoegd. Je wordt ziek als een kwaadwillende buur of tante je heeft behekst. Je wordt ziek als een kwade geest bezit van je neemt. Misschien wordt je ook wel ziek van virussen en bacteriën, maar het is je relatie met God die ervoor zorgt dat je op dat moment kwestbaar was voor de ziekte.

De meeste Zambianen gaan, net als de vader van Paul, naar het ziekenhuis als er iets mis is. Maar als de medicijnen niet helpen, of als het ziekenhuis niks kan vinden (en dat gebeurt vaak), dan moet er toch meer aan de hand zijn. Veel Christenen denken wat dubbel over de traditionele genezers die vaak beter bereikbaar en betaalbaar zijn dan de ziekenhuizen. Als Christen hoor je niet naar een traditionele genezer te gaan, omdat die werkt met, in Christelijke ogen, kwade geesten. Maar als de nood aan de man komt, gaan ze wel. Ze zeggen het alleen niet in de kerk.

Een alternatief is een Christelijke genezer, een dominee die – zoals de pastor uit Kitwe waar Pauls vader heen gaat – mensen kan genezen door gebed en met olie. Zo’n Christelijke genezer neemt, net als de traditionele genezer, de spirituele oorzaak van ziekte en andere problemen serieus. Hij kan geesten uitdrijven en je beschermen tegen hekserij. Christelijke genezers zijn te vinden in de Pinksterkerken in Zambia, en in de charismatische hoek van de Katholieke kerk; maar steeds vaker ook in de gereformeerde kerk waar wij lid van zijn. Van onze studenten wordt verwacht dat hun gebed ziekte kan genezen. Zelfs al is het overduidelijk dat iemand op sterven ligt, dan nog is het ‘not done’ om te bidden voor iets anders dan een wonderbaarlijke genezing.

Heeft ziekte alleen een biologische oorzaak, of is er meer? Misschien is er wel meer. Een beetje verder kijken dan het puur lichamelijke is vast goed. En zingeving, het nadenken over waarom deze ziekte nu net jou treft, is ook belangrijk. Maar toch… Het eerste wat ik Pauls vader zou gunnen is een ziekenhuis met gekwalificeerde dokters, goede apparatuur en medicijnen, zodat uitgezocht kan worden wat er aan de hand is, en er dan zo mogelijk iets aan gedaan kan worden.

Stap in de toekomst

Wij waren er niet bij, maar afgelopen mei studeerden veertien van onze theologie-studenten af aan Justo Mwale University. Voor het eerst een diploma uitreiking niet meer als ‘university college’, maar als officiële, zelfstandige universiteit. Het was een feestelijke gelegenheid, waar onze collega’s Dustin en Sherri Ellington verslag van hebben gedaan in een rondzendbrief. Hier een vertaling van hun impressies.

DSC_0096

“Onze studenten hebben hun laatste lessen in oktober, maar studeren officieel pas af in mei. Voor ons een mooie gelegenheid om studenten opnieuw te ontmoeten nadat ze hun eerste ervaringen in de gemeente hebben opgedaan. Naomi is predikant in een dorp op het platteland. Er kwamen meer dan 900 mensen naar haar paasdiensten. Ik vind het vooral leuk om dit te horen omdat Naomi in mijn wekelijkse preekklas zat. De afgelopen jaren heb ik regelmatig preken met haar besproken. Geweldig dat haar woorden nu honderden mensen weten te raken.

DSC_0389

Een andere jonge dominee, Moses, vertelde dat hij predikant is in een gemeente met 21 kerkgebouwen of ontmoetingsplekken. De gemiddelde locatie heeft honderd volwassen leden, kinderen niet meegeteld. In een land waar 50% van de bevolking jonger is dan 16, en waar families vaak zes of zeven kinderen hebben, betekent dat een enorme gemeente voor een net afgestudeerde dominee. Ik weet dat deze mensen het goed zullen hebben met Moses; Sherri en ik hebben hem leren kennen als een oprecht Christen met een goed hart. Een Presbyteriaanse kerk uit North Carolina heeft geld gedoneerd om fietsen te kunnen kopen voor hem en de andere afgestudeerde predikanten. Je had Moses’ glimlach moeten zien! Het is nu veel gemakkelijker voor hem om rond te reizen tussen de 21 ontmoetingsplekken in zijn gemeente.

DSC_0106

Het is best lastig om beginnend predikant te zijn. Eén van de grootste uitdagingen is de druk om te prediken dat Jezus werkt zoals de amuletten en magie die de Afrikaanse gelovigen achter zich laten – alleen dan wel machtiger. Christus is de beste en snelste manier om te krijgen wat je wilt: gezondheid en succes voor jou en je familie. Volgens deze visie is het Christendom de kortse weg naar aards geluk. Deze boodschap is niet helemaal verkeerd, maar tijdens hun studie leren de studenten er genuanceerd over te denken. En toch is het moeilijk voor hen om iets te preken dat niet klinkt zoals dit welvaartsevangelie. Deze week nog zei een student tegen me dat hij begrijpt dat het gaat om Gods instemming, niet om wat de mensen van je denken. Toen vroeg hij: “Maar wat moet ik tegen mijn familie zeggen als de gemeente mij niet betaalt?” Ik weet van veel studenten en afgestudeerde predikanten dat ze alleen door hun gemeente betaald worden als ze preken over welvaart; of tenminste dat ze veel minder betaald krijgen als ze niet zeggen dat rijkdom en zegeningen op magische wijze door Jezus geleverd worden.

De kerk in zuidelijk Afrika zit vol leven, groei en belofte, maar er is ook kwetsbaarheid en gevaar. Bid met ons voor onze studenten en de al afgestudeerde predikanten. Bid voor onderscheidingsvermogen zodat ze de waarheid van Jezus Christus mogen kennen, in deze waarheid mogen leven, en voor de moed om het ware evangelie ook te prediken.”

(Tekst: Dustin Ellington; foto’s: Japhet Mphande)