Een nieuw begin

Fotografie is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een serieuze hobby. Het doet me plezier om het leven aan Justo Mwale University in beeld te brengen, en ik geniet vooral ook van de prachtige natuur in Zambia en omringende landen. Van de grote en bekende safaridieren zoals leeuwen, olifanten en giraffes, maar ook van wat er rondvliegt en kruipt als ik de tuin instap. Deze liefde voor natuur, mensen en het leven in zuidelijk Afrika wil ik graag delen. Daarom ben ik begonnen met een nieuw blog en een nieuwe Facebook-pagina gewijd aan fotografie. Wilt u meegenieten van de schoonheid van Zambia? Volg dan Photography by Johanneke op Facebook of Awesome wonder op WordPress. Hier alvast een voorproefje:

 

Justo Mwale in uniform

Op Justo Mwale bestaat het academische jaar uit drie trimesters. Elke week wordt op vrijdagochtend afgesloten met een gezamenlijke kerkdienst. Op de laatste vrijdag van het trimester is er een bijzondere dienst: er is avondmaal, en alle studenten en docenten dragen hun officiële tenue.

Voor predikanten is dat een boordje, of zelfs een toga. En studenten dragen het uniform van de mannen-, vrouwen-, of jongerenvereniging waar ze bij horen. Elke kerk heeft z’n eigen uniform, dat maakt deze dienst heel speciaal. Afgelopen vrijdag sloten we het eerste trimester af – zie hieronder het fotoverslag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Meer foto’s zien van Justo Mwale en Zambia? Volg Johanneke dan op Facebook of Flickr.

Augenleid

Dieses Jahr haben wir unsere Studenten zum vierten Mal mitgenommen für einen Augentest.

20170313-DSC_2827

Lesen ist ein wichtiger Teil des Studiums – Lesen in der Bibel, lesen in den Textbüchern, lesen was der Lehrer an der Tafel schreibt. Das Lesen fällt manche Studenten wirklich schwer. Kinder wachsen in Sambia nicht auf mit leichtem Zugang zu Büchern. In der Schule wird gelernt durch Wiederholung: der Lehrer sagt etwas, und die Schüler sagen es ihn nach. Einen Text kritisch zu lesen ist neu für unsere Studenten. Und wenn dann das Lesen noch schwieriger wird durch ein Problem mit den Augen verzweifeln manche Studenten.

20170313-DSC_2830

Eine Brille kostet in Sambia ungefähr ZMW 450, oder €40. Für viele Studenten ist dass eine zu hohe Summe. Studenten auf Justo Mwale University empfangen ein Stipendium von ihrer Kirchengemeinde. Es gibt Gemeinden die dieses Stipendium nicht zahlen können, und wenn dass so ist hat der Student manchmal nicht mal Geld genug um sein Essen zu bezahlen. Für eine Brille reicht es schon gar nicht.

20170313-DSC_2844

Die Studenten sind dankbar dass die Evangelisch Alt-Reformierte Gemeinde Wilsum ihnen unterstützt mit einen finanziellen Beitrag für Brillen. Dieses Jahr hatten wir genug Geld – von der Gemeinde, aber auch von einigen Privatpersonen – um die Augen von 21 Studenten zu testen.

20170313-DSC_2846

Ein Student war ganz überrascht. Er konnte nur lesen wenn er ein Buch weit weg vor seinen Augen hält – seine Arme waren fast nicht lang genug. Und jetzt hat er eine Brille ausprobiert und er kann lesen, einfach so. Dass hatte er nie erwartet.

20170313-DSC_2849

Von einigen Studenten war das Auge entzündet, sie haben Medikamenten empfangen. Ein paar Studenten haben eine Überweisung ins Krankenhaus bekommen weil es größere Probleme wie zum Beispiel Star gibt.

Students

Zusammen mit den Studenten sagen wir herzlichen Dank für Ihre Hilfe!

Vulamkoko

Vijf jaar zijn we nu in Zambia, en in die tijd hebben we veel studenten zien komen, maar natuurlijk ook zien gaan. Het is leuk om deze oud-studenten van tijd tot tijd eens op te zoeken om te zien hoe het ze vergaat in hun gemeente.

Jacob en Dora hebben elkaar leren kennen tijdens de opleiding theologie, en zijn twee jaar geleden getrouwd. Inmiddels hebben ze een zoontje, Bernad, en zijn ze predikant in een dorp in Zambia’s Eastern Province. Voor de meeste beginnende predikanten ligt de eerste gemeente op het platteland. Vaak zijn ze voor de gemeente de eerste vaste dominee.

Gemeentes in Zambia zijn groot. Het is niet ongebruikelijk dat een gemeente 20 verschillende wijken heeft, met een kerkgebouw in elke wijk. Jacob en Dora wonen in Vulamkoko (uitgesproken als Voela-mkoko), een dorpje zo’n 17 km van de grotere plaats Katete. De gemeente bestaat uit dat dorp, en de verschillende dorpen in een straal van zo’n 35 km om Vulamkoko heen.

Eén van Jacobs eerste handelingen in Vulamkoko was het beginnen met de bouw van een nieuwe kerk. Op zondag kwamen er altijd meer mensen dan in de kerk pasten, dus wordt er nu een nieuwe muur om de kerk gebouwd waardoor de kerk in oppervlak verdubbelt. De gemeente heeft het geld nog niet om het werk af te maken, dus er staat nu een drie meter hoge muur, maar er zijn nog geen dak, vloer, of ramen.

Hermen en ik mochten in Vulamkoko iets vertellen aan de gemeente over het leven en de theologie van Maarten Luther – die 500 jaar geleden zijn stellingen aan de kapeldeur in Wittenberg spijkerde – en over het belang van onderwijs aan meisjes. Een vertaler maakte ons voor de gemeente verstaanbaar.

Onderwijs aan meisjes is niet vanzelfsprekend, en de redenen daarvoor werden door de gemeente herhaald. “Ik vind ook dat meisjes naar school moeten,” reageerde een vader, “maar mijn dochter is daar helemaal niet in geïnteresseerd.” Een meisje vertelde het tegenovergestelde: “Ik wil graag naar school, ik ben gemotiveerd, maar mijn ouders zeggen dat het niet zo hoeft.” En van een grootmoeder: “Mijn kleindochter wil zo graag naar school, maar haar moeder is arm, en ze heeft er het geld niet voor.”

Allemaal uitdagingen, die wij natuurlijk ook niet zomaar kunnen wegnemen. Mijn praatje ging erover dat onderwijs voor een meisje net zo belangrijk is dan voor een jongen. In Lukas 8:17 zegt Jezus dat je toch een lamp niet onder de korenmaat zet. Wie zijn dochters niet naar school laat gaan terwijl de zonen dat wel doen, doet precies dat: hij verbergt zijn dochter en verhindert haar licht te stralen.

Na onze presentaties nam Jacob ons mee naar het verste puntje van zijn gemeente, waar we een man ontmoetten wiens been was afgezet nadat hij er een brandend stuk hout op had gekregen. Een tijdje geleden had hij een kunstbeen gekregen, maar dat was te lang, en hij zocht naar nieuwe oplossingen.

Het is moeilijk om al deze hulpvragen aan te horen. Er is nog zoveel nodig – geld voor het vergroten van de kerk, voor het onderwijs aan meisjes, voor het been van de oude man – en wij kunnen niet veel verschil maken. Wat het nog schrijnender maakt is dat de mensen ons van alles gaven: vijf grote trossen bananen, een zak mais, drie kippen. Dat hebben zij toch veel harder nodig?

In de Afrikaanse manier van denken betekend een gift dat de gever en de ontvanger een relatie aangaan. En als de ontvanger rijker is dan de gever, dan plaatst de gift een morele verantwoordelijkheid op de ontvanger om iets terug te doen, om wanneer mogelijk van zijn rijkdom te delen. Ik voel die verantwoordelijkheid, maar kan niet veel meer doen dan wanneer ik een mogelijkheid zie weldoeners te koppelen aan Vulamkoko. En het zou kunnen dat dat moment nooit komt. Het blijft lastig, omgaan met ongelijkheid!

Blauwe handen

Terwijl ik dit typ, zijn mijn vingernagels nog steeds een klein beetje blauw na mijn reis naar Ghana. Na wat moeite om Ghana in te komen – omdat de Ghanese ambassade in Zambia 2016 in plaats van 2017 op mijn visum had gezet – was er eerst een conferentie even buiten de hoofdstad Accra.

De conferentie werd gehouden op een enorm complex van de Church of Pentecost. Vier jaar geleden hadden ze deze accommodatie voor 3000 personen gebouwd, en allemaal met eigen geld van hun 2 miljoen leden in Ghana. De Duitse ontwikkelingshulporganisatie Brot für die Welt had de kleine conferentie georganiseerd om te onderzoeken hoe Westerse organisaties met Afrikaanse Pinksterkerken kunnen samenwerken. De grote Pinksterkerken, zoals die waarbij we te gast waren, lieten vooral zien dat ze geen hulp van buiten nodig hebben. Aan de andere kant waren er vertegenwoordigers van kleinere Pinksterkerken die al met Brot für die Welt samenwerkten, wier projecten voor 95% door Europees geld gefinancierd worden. Het contrast was groot.

Na afloop van de conferentie bezocht ik onze collega Jasper Maas in Tamale, Noord Ghana, waar we de Church of Pentecost weer tegenkwamen. In allerlei dorpjes in de omgeving bouwen ze kerkgebouwen – en soms gaat dan een al lang bestaande Presbyteriaanse gemeente die nog altijd onder een mangoboom samenkomt, in zijn geheel over naar die kerk zodat ze een dak boven hun hoofd hebben. Begrijpelijk, maar ik vind het toch ook wel moeilijk als iemand van Protestantse huize.

Verder lag in de dagen dat ik er was het grootste deel van het kerkelijk leven stil, omdat iedereen bij de Crusade betrokken bleek, een grote evangelisatiebijeenkomst naast het voetbalstadion. Naar verluid heeft de Amerikaanse evangelist er mensen uit hun rolstoel laten opstaan en blinden laten zien en dergelijke – wij zijn er zelf niet geweest. De meerderheid in de regio is overigens moslim – soms werd ik al om drie uur ’s ochtends wakker van de gebeden die de geluidsinstallaties van de verschillende moskeeën in de buurt doorgaven. Maar moslimcollega’s van Jaspers vrouw vroegen ook vrij om bij het grote event van de Crusade te zijn – wel bijzonder dat moslims vrij willen om naar een kruistocht toe te gaan…

Op zaterdag kreeg ik mijn blauwe nagels – of hele blauwe handen eigenlijk. Jasper liet me het dorp Daboya zien. Onderweg kwamen we door uitgestrekte vlaktes waar in de regentijd water staat en rijst verbouwd wordt, en het laatste stukje was ook nu niet met de auto bereikbaar. In Daboya wordt kleding geweven. Overal in het dorp moet je over de uitgelegde draden heenstappen horend bij de weefgetouwen waar stroken stof geweven worden waarvan de traditionele kleding gemaakt wordt. En een deel van de draden is blauw geverfd door het te dopen in water met plantenresten. Ik mocht dat verven ook eens proberen, vandaar dat in het vliegtuig terug naar Zambia mijn handen nog blauw waren en nu mijn nagels nog wat blauw zijn.

Het was een leuke en interessante ervaring zo eens wat van Ghana mee te krijgen – in heel wat opzichten lijkt het op Zambia, maar er was toch ook weer veel nieuws te ontdekken!

Eten uit de tuin

De groene vingers van onze ouders hebben we helaas niet geërfd (of misschien hebben we die erfenis niet aanvaard…), maar in de regentijd levert onze tuin toch vanalles op.

Allereerst mango’s. Van begin december tot eind januari zijn de mango’s rijp, en met vier mangobomen in onze tuin worden we rijkelijk bedeeld. Het is een uitdaging om ze op te krijgen: mangochutney, mangobrood, mangoijs, mangocurry – we hebben het allemaal al geprobeerd. Gelukkig helpen onze tuinman, de werkster en de guards ook mee…

Dan de papaya’s. Papayabomen doen het goed in onze tuin, en ze dragen het hele jaar vrucht. Eén nadeel: de boom groeit snel, en na een paar jaar al is de stam zo hoog dat de papaya’s onbereikbaar worden. En valt een papaya op de grond, dan is het ‘splash’… Papaya’s zijn vooral lekker in een salade met wat zuurdere vruchten, zoals appel en sinaasappel. Of met een scheutje citroensap.

Guaves zijn er ook het hele jaar door, geloof ik. Inmiddels hebben we hier ook een stuk of vier bomen van. (Onze tuinman plant graag bomen.) Guaves hebben heel veel kleine harde pitjes, dat is een beetje jammer. In Zuid-Afrika worden ze net als peren op sap bewaard, en ze smaken ook vergelijkbaar.

Passievruchten zijn nieuw in onze tuin. Onze buurman heeft een passiebloemstruik, die over het muurtje tussen onze tuinen heen groeit. We genieten van de prachtige bloemen. Dit jaar heeft de plant ook erg veel vruchten aan onze kant van de muur. We weten niet precies wanneer ze rijp zijn – het internet vertelt dat ze eetbaar zijn wanneer ze verrassend zwaar zijn. Dat zijn ze nog niet…

Tenslotte bananen. Onze bananenplanten deden het nooit zo goed, maar op dit moment zijn er vier trossen in de maak. Duurt wel lang – op één tros wachtten we al voor we in november naar Nederland gingen, en ze zijn nog niet rijp. Voor de voorvreugde alvast het lekkerste recept van bananenbrood dat we kennen:

160 g boter, 175 g suiker, 3 eieren, 400 g bloem, 3 bananen, 175 ml karnemelk, 2 tl kaneel, zout, bakpoeder

Verwarm de oven voor op 180 graden. Meng de suiker met de zachte boter. Voeg de eieren één voor één toe. Vermeng met de bloem, bakpoeder en een snufje zout. Prak de bananen en voeg ze toe aan het deeg. Roer met de karnemelk en kaneel tot een glad beslag. Kijk na 45 minuten in de oven of het brood gaar is door er een satéprikker in te steken die er dan schoon weer uit komt.

Eetsmakelijk!

 

 

De leukste films van 2016

Wij gaan hier in Zambia vaak naar de film. Er is vaak ’s avonds geen stroom, en de bioscoop is ook niet zo duur als in Nederland. In 2016 zijn we naar 60 films geweest – we hangen de kaartjes op ons prikbord. En deze films vonden we het leukst:

IMG_0415.jpg

Van de 13 actiefilms vonden we Bastille Day het best, over een bankoverval/anti-terrorisme-operatie in Parijs met veel verrassende plotwendingen. We vinden het leuk als we het er na afloop nog over kunnen hebben over hoe het nu precies zit, wat er precies gebeurt is, zoals bij The Accountant, The Girl on the Train en Now You See Me 2. Ook Skiptrace met Jackie Chan vonden we leuk, maar vooral vanwege wat het van Azië liet zien. In de kleine categorie Westerns won bij ons trouwens ook een film over China: House of the Flying Daggers.

Van de 9 science-fiction films vonden we Morgan het best waarbij je niet wie er nu een robot is en wie menselijk. In de film 10 Cloverfield Lane was het verrassend dat de hele film wordt toegewerkt naar dat de verhalen over marsmannetjes natuurlijk onzin zijn, en dan duiken ineens de meest stereotype marsmannetjes die je kunt bedenken op. De serie-films van Star Trek en Divergent eindigen bij ons ergens in het midden – leuk om te zien, maar niet super. Dat gold ook voor de serie-films van Superman en X-men in de categorie superhelden – de verhaallijn van de X-menfilms lijkt altijd hetzelfde: ‘Mensen vinden X-men eng omdat ze anders zijn, moeten de X-men zich dan maar voorbereiden op een onvermijdelijke oorlog? Nee, het is natuurlijk beter je verzoenend op te blijven stellen’. Van de 12 superheldenfilms vonden wij Suicide Squad het grappigst.

Bij de 11 grappige films stond dan weer Legend of Tarzan bovenaan, maar vooral omdat het aan het denken zette over hoe Afrika in de film gepresenteerd werd. Tweede hier was Ghostbusters.

Timbuktu vonden het beste van de 8 politiekige films, waarin het contrast nomaden-stedelingen en de opkomst van de radicale islam door elkaar heen speelden. Ook Eye in the Sky maakte veel indruk, over of je met drones bommen mag gooien op terroristen als je op je live-beelden in de tuin ernaast een klein meisje ziet hoela-hoepen. Tenslotte was er nog het Japanse filmfestival met drie films met eenzelfde thema: het plattelandsleven in Noord Japan – het leukst vond ik Karaage USA over dorp met een wedstrijd de lokale Fried Chicken (Karaage) bakken.

Welke film van 2016 vond jij het leukst?