Zuid-Afrika in drie kunstwerken

Kunst is misschien niet het eerste waar je aan denkt als je Zuid-Afrika hoort. Apartheid. Rassenproblematiek. Safari. Wijn. Trofeeënjacht. Gekke taal. Dat zijn associaties die ik me voor kan stellen. Maar in de afgelopen weken hebben Hermen en ik in verschillende musea kennisgemaakt met indrukwekkende Zuid-Afrikaanse kunst, en daarvan wil ik vandaag een aantal impressies delen.

Pierneef,_Jacob_Hendrik_-_Rustenburgkloof,_oil_on_canvas_web_299_300_80auto_s

Cézanne in Afrika, zo kun je de schilderijen van Jacobus Hendrik Pierneef (1886-1957) noemen. Net als Cézanne schildert Pierneef landschappen met bomen en rotsen, alleen zijn het niet de dennen en slanke cipressen van de Provence, maar de typisch Afrikaanse parasol-bomen en baobabs. Critici zeggen dat als je één Pierneef gezien hebt, je ze allemaal wel kent – en dat is niet helemaal onwaar. Zijn stijl is onmiskenbaar, en dezelfde vergezichten komen steeds terug. Wat je er ook van zegt, wij vinden het mooi. Zo mooi dat ik wel een poster van een Pierneef-landschap zou willen kopen, zoals ik in mijn studentenkamer een poster van Cézanne had hangen. Helaas. Onvindbaar. Zuid-Afrikaanse kunst is misschien een te kleine markt. Maar het kan er ook mee te maken hebben dat Pierneef niet onomstreden is in Zuid-Afrika. Een biografie interpreteert zijn schilderijen als uitingen van Afrikaner-nationalisme. De landschappen van Pierneef zijn weids en leeg, er is geen mens op te zien. Het land ligt als het ware klaar om in bezit te worden genomen – door de blanke kolonisten uiteraard.

DSC_2283

Een andere kant van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis is letterlijk tastbaar in de installatie Long march to freedom in de tuin van het museum Oliewenhuis in Bloemfontein. Je kunt er ronddwalen tussen de meer dan 30 levensgrote bronzen beelden van hoofdpersonen in de Zuid-Afrikaanse struggle (worsteling) naar gelijkheid. De beelden zijn gemaakt door verschillende Zuid-Afrikaanse kunstenaars. Bij elk beeld staat een bordje met een kort levensverhaal van de afgebeelde. We zien Afrikaanse koningen met schilden en speren, of gekleed in een deftige overjas. Afrikaanse politici met fiets of belangrijke papieren in de hand. Een paar blanke zendelingen. Een enkele vrouw. Je kunt ze in de ogen kijken en een hand geven. Zij zijn de inwoners die de critici zo missen in de schilderijen van Pierneef. De beelden zijn onderdeel van wat een nog veel grotere beeldentuin moet worden in Pretoria. We hadden geluk dat we ze nog zagen, want vandaag worden ze ingepakt en naar hun nieuwe locatie gebracht.

ConradSecretLanguageI

Conrad Botes (1969) is een hedendaagse Zuid-Afrikaanse kunstenaar, bekend om zijn scherpe satire gericht op de Zuid-Afrikaanse politiek en samenleving. Zijn schilderij Secret Language I, te zien in het Pretoria Art Museum, was voor mij een openbaring. Botes maakt gebruik van verhalen en geruchten uit de Zuid-Afrikaanse populaire cultuur. Secret Language II was een aantal jaren geleden te zien in een tentoonstelling over Zuid-Afrikaanse kunst in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Er is een man op te zien, vol met tatoeages; zoals gebruikelijk schijnt te zijn voor de bendeleden in de gevangenissen van Kaapstad. Araminta de Clermont, een Britse fotografe, maakte een aantal jaar geleden een serie portretten van deze mannen – de overeenkomst met Conrad Botes’ Secret Language I en Secret Language II valt meteen op. Voor mij gaat Secret Language I niet zozeer over het Zuid-Afrikaanse criminele milieu. Haar tatoeages doen mij sterk denken aan de verhalen van Zambiaanse ex-Satanisten die ik onderzoek voor mijn proefschrift. ‘Mijn’ Satanisten vertellen over een wereld onder water, bevolkt door kwade zeemeerminnen, waar consumptiegoederen worden gemaakt om mensen te verleiden. Ze vertellen over rijk willen worden, en dat de prijs daarvoor is het offeren van familieleden. De beelden uit die verhalen zie ik terug in de tatoeages van de vrouw in Secret Language I. Op haar bovenlijf zijn slangen en een doodshoofd met hoorntjes getekend – een verwijzing naar de duivel. Ook zien we ringen, diamanten, en een ander doodshoofd, gekleed in een mooie hoed en een bontkraag – refererend naar de gewenste rijkdom – en een zeemeermin met een mes in haar hand.

Al is kunst dan niet het eerste waar je aan denkt bij Zuid-Afrika, een ontdekkingstocht in de Zuid-Afrikaanse kunst is inspirerend en zeer de moeite waard!

Advertenties

Genieten in Pilanesberg

Mögest du die Zeit finden, die stillen Wunder zu feiern, die ohne Aufmerksamkeit nicht geschehen (moge je de tijd vinden om de kleine wonderen te vieren die zonder opmerkzaamheid niet gebeuren) vertelde onze dagkalender met Ierse zegenwensen een paar weken geleden. Afgelopen weekend hebben we genoten van de kleine wonderen in het nationale park Pilanesberg, op twee uur rijden van Pretoria. Een foto impressie.

De neushoorn is misschien wel de ster van het park. Hoeveel er precies zijn, en waar ze gezien worden is geheim, om het stropers niet te gemakkelijk te maken. Dit is de witte neushoorn, met brede stofzuiger-achtige mond. De zwarte moet er ook zijn, maar die hebben we niet gezien.

De neushoorn is misschien wel de ster van het park. Hoeveel er precies zijn, en waar ze gezien worden is geheim, om het stropers niet te gemakkelijk te maken. Dit is de witte neushoorn, met brede stofzuiger-achtige mond. De zwarte moet er ook zijn, maar die hebben we niet gezien.

Midden op de dag zou geen goede tijd zijn voor het spotten van dieren. Maar als je bij een meertje zit, zie je toch steeds groepen olifanten, zebra's, impala's, waterbucks en wrattenzwijnen langskomen.

Midden op de dag zou geen goede tijd zijn voor het spotten van dieren. Maar als je bij een meertje zit, zie je toch steeds groepen olifanten, zebra’s, impala’s, waterbucks en wrattenzwijnen langskomen.

Ook nog nooit zoveel gnoes of wildebeesten gezien!

Ook nog nooit zoveel gnoes of wildebeesten gezien!

De violet-eared waxbill - familie van ons blauwe vogeltje - is de ontdekking van de reis. Wat een prachtige kleuren! Helaas een beetje te verlegen om echt goed op de foto te komen...

De violet-eared waxbill – familie van ons blauwe vogeltje – is de ontdekking van de reis. Wat een prachtige kleuren! Helaas een beetje te verlegen om echt goed op de foto te komen…

Kleine zebra's zijn altijd zo schattig, je zou ze zo mee naar huis willen nemen...

Kleine zebra’s zijn altijd zo schattig, je zou ze zo mee naar huis willen nemen…

De waterbuck is vaak te vinden aan of in het water, en herkenbaar aan de witte 'wc-bril' op de billen.

De waterbuck is vaak te vinden aan of in het water, en herkenbaar aan de witte ‘wc-bril’ op de billen.

Deze mooie vogel met kuif is de grey go-away bird. Z'n alarmroep is een hard kwêh, wat met enige fantasie klinkt als 'ga weg!'.

Deze mooie vogel met kuif is de grey go-away bird. Z’n alarmroep is een hard kwêh, wat met enige fantasie klinkt als ‘ga weg!’.

Hier is iets aan de hand: alle impala's kijken verschrikt dezelfde kant op...

Hier is iets aan de hand: alle impala’s kijken verschrikt dezelfde kant op…

Misschien een leeuw? We zagen een paar keer groepen leeuwen, met kleintjes - één keer ook van heel dichtbij.

Misschien een leeuw? We zagen een paar keer groepen leeuwen, met kleintjes – één keer ook van heel dichtbij.

De kudu is één van de grootste antilopes, en wat mij betreft met de mooiste hoorns!

De kudu is één van de grootste antilopes, en wat mij betreft met de mooiste hoorns!

Een soort agame, een grote hagedis.

Een soort agame, een grote hagedis.

Helmparelhoen - eigenlijk een hele mooie vogel.

Helmparelhoen – eigenlijk een hele mooie vogel.

_DSC0422

Herdenken bij het Voortrekker Monument

Wat moeten we wel herdenken en vieren, en wat niet? Deze vraag speelt soms rond 4 en 5 mei in Nederland, bij ons kwam hij afgelopen weekend ook op toen we het Voortrekkermonument hier in Pretoria bezochten. Wordt daarmee niet eigenlijk het afslachten van de Zoeloes herdacht en gevierd?

Het Voortrekker monument is een grote bakstenen kubus van 40 bij 40 bij 40 meter op een heuveltop net buiten Pretoria. De eerste steen voor het monument werd gelegd in 1938 ter herinnering aan de Voortrekkers een eeuw daarvoor. De Voortrekkers waren Nederlands-sprekende boeren die waren weggetrokken uit de Kaapprovincie, die sinds begin negentiende eeuw bij het Britse rijk hoorde en steeds Engelser werd. Met ossenkarren trok men het binnenland van wat nu Zuid Afrika is in. Na wat schermutselingen ging een delegatie met hun leider Piet Retief toestemming vragen aan de Zoeloe-koning Dingaan om in diens gebied te wonen. Ze kregen toestemming, maar vervolgens werd de hele delegatie vermoord. De nieuwe leider, Pretorius, zwoor wraak en in december 1838 werden bij Bloedrivier 3000 Zoeloes afgeslacht, terwijl de Voortrekkers geen verliezen leden. Voorafgaand aan dit gevecht beloofden de Voortrekkers die dag altijd in ere te zullen houden als God ze zou laten winnen. Een eeuw later werd daarvoor dus dit monument opgericht.

_DSC9897

Naast gedoe over ‘xenofobisch geweld’ is in Zuid Afrika de afgelopen tijd veel gedoe over herdenkingstekens en standbeelden. Bij de universiteit van Kaapstad hebben studenten het bestuur gedwongen een standbeeld van Cecil Rhodes weg te halen. Rhodes was de koloniale zakenman naar wie Noord- en Zuid-Rhodesië (het huidige Zambia en Zimbabwe) later genoemd werden. Naar aanleiding van de studentenacties kwamen ook andere standbeelden en monumenten van kolonialisme en Apartheid ter discussie te staan. In het centrum van Pretoria staat een groot standbeeld van Paul Kruger, een vroege president van de republiek die de Voortrekkers stichtten – moet dat beeld ook niet weg? Moet er niet een rustoord voor politiek incorrecte standbeelden komen? Een paar weken geleden werden bijna dagelijks beelden met verf beklad, maar het lijkt dat de storm nu weer wat geluwd is.

Over het Voortrekker monument heb ik in deze discussie niet gehoord. Dat is ook in private handen. Ik las nog wel een ingezonden brief daar over, dat dat maar goed is, omdat alles wat in overheidshanden is aan het vervallen is. Dat Afrikaners – de nakomelingen van de Voortrekkers –maar hun eigen wijken, scholen, winkels, bewaking en zo, moeten beheren (– ‘apart,’ zeg maar…)

_DSC9888

De Voortrekkers kwamen steeds in aanvaring met Zoeloes, of dissidente Zoeloe-groepen. Zoeloe-koning Dingaan was de opvolger van Shaka Zoeloe. Vlak voordat de Voortrekkers kwamen, had de Mfecane (de Verplettering) in zuidelijk Afrika plaatsgevonden. Zoeloe-legers hadden iedereen in de regio aangevallen en opgejaagd, tot in het noorden van Zambia aan toe. Van onze studenten is ongeveer de helft van Zoeloe-afkomst: een Zoeloeleger deserteerde, vermoordde een grote groep Chewa-mannen, nam hun vrouwen en vestigde zich in Chewa-gebied. Dat zal ongeveer ten tijde van de slag bij Bloedrivier zijn geweest. Ik weet niet of dat mag, maar voor mij maakt het het Voortrekker monument wel iets makkelijker verteerbaar dat de Zoeloes ook geen lieverdjes waren…

Vreemdelingen

De wereld kijkt naar Zuid-Afrika, waar in de afgelopen weken buitenlanders zijn bedreigd, aangevallen en gedood. De wereld kijkt verbaasd en verbijsterd. Zuid-Afrika, was dat niet de regenboog natie? De nieuwe democratie waar iedereen samen kon leven? Het land dat zich zo mooi had gepresenteerd tijdens het WK voetbal in 2010? Hoe kan het dan hier ineens mensen uit andere landen hun leven niet meer zeker zijn?

Het geweld dat in de afgelopen weken is opgelaaid wordt samengevat als ‘xenophobic attacks’. Bij deze aanvallen gaat het om geweld van zwarte Zuid-Afrikanen tegen zwarte Afrikanen afkomstig uit andere landen zoals Zimbabwe, Mozambique, Malawi en Somalië. Deze nieuwkomers proberen een inkomen op te bouwen door straatverkoop, kortdurende klussen of het opzetten van een winkeltje. Deze winkels – en in mindere mate ook de winkels van Aziatische eigenaars – zijn worden nu bedreigd door de xenofobe aanvallen.

Het verschil in inkomens in Zuid-Afrika is enorm groot – groter dan in Zambia, denken wij. Een cijfer dat inkomensongelijkheid uitdrukt is de Gini-index. Dit is een schaal van 0 tot 100, waarbij 0 een situatie is waarin iedereen hetzelfde inkomen heeft en 100 een situatie waarbij één persoon al het inkomen heeft, en de rest niets. De Gini-index van Zambia is in 2010 57, wat betekent dat er een kleine groep mensen het grootste deel van het inkomen ontvangt. Het cijfer voor Zuid-Afrika is zelfs nog hoger: 63 in 2009. Ter vergelijking: in Nederland is het cijfer 25. Zambia en Zuid-Afrika staan daarmee allebei in de top-tien van inkomens-ongelijke landen ter wereld; Zambia op 9 en Zuid-Afrika op 2.

Inkomensongelijkheid betekent bijvoorbeeld dat een arme Zuid-Afrikaan een wereld vol welvaart van dichtbij kan zien, maar daar nooit toegang toe kan hebben. Sinds het einde van de apartheid in de jaren ’90 is de situatie van veel Zuid-Afrikanen verbeterd. Veel zwarte Zuid-Afrikanen hebben de weg naar een middeninkomen gevonden. Tegelijkertijd is de ongelijkheid gestegen. De groep die altijd al een goed inkomen had heeft veel meer geprofiteerd dan de groep die leeft op de armoedegrens. In Zuid-Afrika is het werkeloosheidspercentage 25%. Negen van de tien werkelozen zijn zwarte (Zuid-)Afrikanen zonder opleiding. In Durban, waar veel van het xenofobe geweld plaatsvond, waren vanmorgen rellen en protesten in een sloppenwijk omdat er al een tijd lang geen water was. De politie joeg demonstranten uit elkaar met een waterkanon. Voor mij is dat een heel treffend beeld van ongelijkheid: het water is er wel; maar het is niet voor jou.

Armoede, uitzichtloosheid, slechte leefomstandigheden, alcohol- en drugsmisbruik komen allemaal veel voor in de sloppenwijken van Zuid-Afrika. Dat schept onrust. Er zijn in Zuid-Afrika ongeveer 2 miljoen legale en illegale immigranten – 4 % van de bevolking. Het is een populair land voor gelukszoekers, en er zijn ook veel vluchtelingen die in Zuid-Afrika zijn terechtgekomen. De onrust in sloppenwijken in Durban en Johannesburg is in het xenofobe geweld van de afgelopen weken tot uitbarsting gekomen. Het geweld is met name gericht tegen andere arme Afrikanen die ervan verdacht worden om de karige banen in te pikken.

Xenofobisch geweld – is dat eigenlijk een goede term? Op de sociale media zien we veel protesten tegen het gebruik van dit woord. Xenofobie betekent letterlijk angst voor vreemdelingen of vreemde zaken. Xenofobe aanvallen gaan over een wij/zij-gevoel. Zij – de vreemdelingen, de minderheden, de anderen – horen er niet bij. Ze zijn gevaarlijk. Ze zijn een bedreiging. En wij gaan daar iets aan doen. In dit geval zijn ‘wij’ de zwarte Zuid-Afrikanen, en ‘zij’ de eveneens zwarte migranten. Kennissen uit Zambia en ook anderen vinden dat voor het aanvallen van zwarte Afrikanen door zwarte Zuid-Afrikanen niet het woord xenofoob gebruikt moet worden. “No African is a foreigner in Africa!” schreef de Kameroense filosoof en politicoloog Achille Mbembe vorige week – in Afrika zijn Afrikanen geen vreemdeling! Zwarte Afrikanen zouden samen een wij moeten vormen.

Dat het geweld juist mede-Afrikanen treft is ook wat de buurlanden schokt. Een regelmatig terugkomende opinie op facebook: Tegen de blanken durf je niks te doen, maar de Zimbabwanen, Malawianen en Mozambiquanen – die moeten het ontgelden. Alsof het beter zou zijn als blanken aangevallen zouden worden. Gemakkelijker te begrijpen, misschien? In Zambia zijn de reacties op het Zuid-Afrikaanse geweld heftig. “Wij hebben jullie toch ook opgevangen toen het ANC strijd voerde tegen de apartheid?” hoor ik vaak. Een radiostation heeft aangekondigd geen Zuid-Afrikaanse muziek meer te draaien. Er wordt opgeroepen tot een boycot van Zuid-Afrikaanse bedrijven – het gros van de supermarkten in Zambia komt uit Zuid-Afrika. In Mozambique zijn Zuid-Afrikaanse auto’s bekogeld met stenen, en heeft een Zuid-Afrikaanse oliemaatschappij haar medewerkers teruggetrokken.

Als blanke Europeaan, woonachtig in Zambia en momenteel verblijvend in Zuid-Afrika, vind ik het lastig wat ik van de aanvallen moet vinden. Ja, verschrikkelijk natuurlijk. Onbegrijpelijk dat mensen elkaar zoiets kunnen aandoen. Dat je een ander kunt afmaken alsof het geen mens is. Maar de grote verontwaardiging van Zambianen en anderen dat nu zwarte Afrikanen het doelwit zijn, daar heb ik niet zoveel mee. In het verleden (en waarschijnlijk nog steeds) zijn blanken verantwoordelijk geweest voor veel Afrikaanse ellende. Ben ik misschien een beetje opgelucht dat het nu niet de blanken zijn die de Afrikanen iets aandoen? Beschaamd denk ik dat ook bij mij een wij/zij-gevoel speelt. Wij, de blanken, zijn nu eens niet dader of slachtoffer. Dit is een probleem van de anderen. Beschamend, vind ik mijn eigen gedachten. Ik dacht dat ik een beter mens was. En ik vraag mij af: Wie is eigenlijk de ander? Wie is ‘wij’, en wie is ‘zij’? Wie is mijn naaste?

Armoede begrijpen

Foto News24, Ranjeni Munusamy

Foto News24, Ranjeni Munusamy

In je knalrode overall naar het parlement – zo doen de leden van een nieuwe politieke partij in Zuid Afrika dat. Het zorgt natuurlijk vooral voor zichtbaarheid en publiciteit, maar zelf leggen ze uit ze het doen omdat gewone Zuid Afrikanen ook in hun overalls naar hun werk gaan. Moet je nu hetzelfde doen als de mensen die je wilt vertegenwoordigen?

Op de radio horen we mensen zeggen dat ze het juist een belediging vinden voor armere mensen die in hun overall naar hun werk moeten. En tijdens de verkiezingscampagne heeft de leider van deze zelfde politieke partij nog uitgelegd dat het niet erg is dat hij op een luxe landgoed woont en zijn stemmers in de sloppenwijken, want zo geeft hij de arme mensen wat om van te dromen.

De verschillen tussen arm en rijk lijken ons hier in Zuid Afrika veel groter dan in Zambia. Toen we vorige week in de buurt van Johannesburg reden, zagen we overal van die echte sloppenwijken: helemaal volgepakt met kleine hutjes van golfplaten. Dat ziet er nog veel triester uit dan ook de arme wijken in Lusaka of de dorpjes op het Zambiaanse platteland. Maar of dat echt zo is, weten we natuurlijk niet, want wij zien het alleen maar van de buitenkant.

Een poosje terug stond in Zuid Afrika iets in de krant over een rel over een nieuw vakantieoord dat daar iets aan wil doen. Voor E 70,- per nacht kun je overnachten in een namaak-sloppenwijk. Ze hebben een sloppenwijk nagebouwd, maar dan wel met stenen muren achter de golfplaten, met vloerverwarming en met WiFi. Een buitenlandse hulporganisatie heeft geprotesteerd dat het schokkend, treurig en obsceen is. Het zou echt arme mensen beledigen en voor gek zetten. De krant heeft ook mensen uit echte sloppenwijken in de buurt geïnterviewd. Zij kennen het vakantieoord niet, en kan het ook helemaal niet schelen: “Zij begrijpen toch niet hoe moeilijk wij het hebben.”

Armoede begrijpen blijft moeilijk, en zo’n vakantiepark of rode overalls dragen lijkt daar niet echt bij te helpen.