Satanisme als aandoening

Hoe word je Satanist? Wie hoort over Satanisme denkt misschien allereerst aan een verandering in overtuiging, een soort bekering naar een andere, niet-Christelijke religie. Maar in mijn gesprekken met ex-Satanisten kwam een ander beeld op. Satanisme was voor hen geen bewuste keuze, niet eens een keuze die achteraf verkeerd bleek.

Memory, bijvoorbeeld, zegt dat ze Satanist werd nadat ze een cadeautje had gekregen van een vriendin op school. “Toen mijn verjaardag eraan kwam, vroeg ze wat ze voor mij moest kopen. Ik zei: ‘Wat je maar wilt.’ Ze gaf me een ketting. Toen ik die kreeg wist ik niet wat het betekende, maar nadat ik de ketting ging dragen, begon ik te dromen dat ik onder de oceaan ging.” Onder de oceaan bevindt zich het hoofdkwartier van de Satanisten, en de ketting geeft Memory toegang tot deze plaats. Andere getuigenissen verhalen over Satanist worden door kleren gegeven door een vriend, door slapen onder een bepaalde deken in het huis van een familielid, of door het eten van iets lekkers aangenomen van een vreemdeling. In geen enkel geval was Satanisme een keuze op grond van ideologische afwegingen.

Als Satanist worden niet te maken heeft met een bekering, waarmee dan wel? Tijdens een radioprogramma waarin getuigenissen werden gepresenteerd konden luisteraars bellen met hun vragen en opmerkingen. Na een getuigenis over Satanisme kwamen de volgende vragen binnen bij de presentator:

  • De Bijbel zegt dat geld de wortel van alle kwaad is. Maar we hebben elke dag geld nodig. Hoe moet dat dan?
  • Ik droom vaak dat ik ga trouwen.
  • Mijn nichtje, ze is twee jaar, wordt vaak midden in de nacht wakker. Dan huilt ze en moet ze spugen. Soms wel drie keer in de week, maar alleen als ze alleen slaapt. Als haar moeder bij haar is gebeurt het nooit.
  • Hoe moet ik preken?
  • Ik ben nog nooit met iemand naar bed geweest, maar nu blijk ik een SOA te hebben. Hoe is dat mogelijk?
  • Ik droom vaak over vrouwen, en over trouwen. En een paar jaar geleden droomde ik dat er een slang in mijn buik zat.
  • Ik droom vaak over een slang die me bijt. Zelfs al ben ik in een grote groep in de droom, hij komt toch naar mij toe om me te bijten. En één keer riep de slang: ‘Ik ben je vrouw.’
  • Ik ben dominee, en ik vind deze dingen erg moeilijk. Soms bid ik voor mensen, maar de situatie blijft hetzelfde. Kan ik u ontmoeten?
  • ’s Nachts heb ik een probleem met mijn benen, ze schokken zo.

De vragen komen van zowel mannen als vrouwen. Van deze vragen gaat alleen de eerste, over geld, over het onderwerp waar de ex-Satanist net over verteld heeft. Getuigenissen vertellen vaak hoe Satanisten worden beloond met rijkdom voor hun daden. Betekent dit dat geld altijd slecht is? Maar je hebt toch geld nodig om te overleven? Twee vragen lijken te komen van beginnende dominees die graag willen leren van de predikant die het radioprogramma presenteert. De overige zeven vragen hebben allemaal hetzelfde uitgangspunt: Wat is er aan de hand met mij, of met mijn familielid? Telkens wanneer toehoorders vragen kunnen stellen is dit de belangrijkste zorg. Het horen van een getuigenis roept bij de luisteraars kennelijk vragen op over hun eigen welbevinden.

De combinatie van vragen over welbevinden klinkt ons als Nederlanders misschien vreemd in de oren. Hoe kan het nou dat je een verhaal hoort over Satanisme, en dan vragen gaat stellen die te maken hebben met relaties – zoals van de mensen die dromen over trouwen – of met zaken waarvoor wij naar de huisarts zouden gaan – zoals de SOA, het spugende meisje of de trekkende benen? De strikte scheiding tussen medische problemen en problemen in andere levenssferen die wij Westerlingen maken wordt in Afrika niet automatisch gemaakt. Zeker, in Afrika gaat men ook naar de dokter met een gebroken been. Maar als het niet goed met je gaat zonder een duidelijk aanwijsbare oorzaak, dan gelooft men dat dit komt door een probleem in de relatie met de onzichtbare, spirituele wereld waar voorouders en geesten verblijven; of door de kwade invloed van een heks. Dit kan zich uiten in elk soort van ongeluk: in gezondheidsproblemen, maar ook in armoede of in huwelijksproblemen. Zowel traditionele genezers als Christelijke gebedsgenezers zoeken naar oorzaken voor een gebrek aan welbevinden in de spirituele wereld. Daarom vragen de luisteraars naar het radioprogramma met getuigenissen aan de predikant die het presenteert ‘wat is er toch met mij aan de hand?’

Advertenties

Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Een nieuw begin

Fotografie is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een serieuze hobby. Het doet me plezier om het leven aan Justo Mwale University in beeld te brengen, en ik geniet vooral ook van de prachtige natuur in Zambia en omringende landen. Van de grote en bekende safaridieren zoals leeuwen, olifanten en giraffes, maar ook van wat er rondvliegt en kruipt als ik de tuin instap. Deze liefde voor natuur, mensen en het leven in zuidelijk Afrika wil ik graag delen. Daarom ben ik begonnen met een nieuw blog en een nieuwe Facebook-pagina gewijd aan fotografie. Wilt u meegenieten van de schoonheid van Zambia? Volg dan Photography by Johanneke op Facebook of Awesome wonder op WordPress. Hier alvast een voorproefje:

 

Is er al nieuws?

Afgelopen donderdag was het verkiezingsdag in Zambia. De Zambianen hebben gestemd voor een president, parlementsleden, burgemeesters en een referendum voor de gewijzigde grondwet. Inmiddels is het zaterdag, en is er nog geen definitieve uitslag bekend. “Is er al nieuws?” vraag ik aan Hermen als hij terugkomt uit ons kantoor, waar we internet hebben. En ik ben vast niet de enige die met spanning uitkijkt naar de bekendmaking van de winnaar van de presidentsverkiezingen.

20160724-DSC_0661

De twee belangrijkste kandidaten zijn Edgar Lungu en Hakainde Hichilema (ook wel HH genoemd), net als bij de tussentijdse verkiezingen anderhalf jaar geleden. In januari 2015 werd Lungu president om de termijn van de overleden Michael Sata af te maken. Zambia heeft een geschiedenis van vredig verlopen verkiezingen en machtswisselingen zonder veel problemen. De situatie was in deze verkiezingstijd wat gespannen, en de verkiezingscampagne werd in Lusaka zelf tien dagen stil gelegd nadat een aanhanger van de oppositiepartij UPND was doodgeschoten tijdens een verkiezingsbijeenkomst. Jonge, militante leden van zowel de regeringspartij PF als de UPND – in Zambia worden ze cadres genoemd – stelden zich regelmatig intimiderend op en schrokken niet terug voor geweld.

20160520-DSC_9233-bewerkt-bewerkt

De verkiezingsdag afgelopen donderdag verliep rustig. Volgens de ECZ, het Zambiaanse verkiezingscomité, begon het stemmen in bijna alle stemlokalen op tijd, en had 85% van de stemlokalen de juiste stembiljetten ontvangen. (Dat lijkt mij overigens niet een resultaat om trots op te zijn, maar goed…) Een paar auto’s met stembiljetten zaten vast in de modder en waren dus niet op tijd op de juiste locatie, en her en der had iemand zich verslapen waardoor het stembureau wat later openging. In twee districten bleken de kandidaten voor de parlementsverkiezingen omgewisseld – daar wordt later nog een keer voor gestemd. Grote ongeregeldheden en geweld zijn gelukkig uitgebleven.

Nu de resultaten op zich laten wachten stijgt de spanning. Er doen allerlei geruchten de ronde: de PF zou vooraf ingevulde stembiljetten hebben verspreid in Lusaka. De server van het verkiezingscomité dat de resultaten bekend moet maken zou zijn gehackt, en de resultaten aangepast. De regeringspartij maakt al sinds vrijdag resultaten bekend die laten zien dat zij gewonnen hebben, terwijl er nog vrijwel geen uitslagen officieel bekend zijn gemaakt.

Geruchten ontstaan vaak in dergelijke onzekere situaties. Sociologen beschrijven geruchten daarom wel eens als ‘geïmproviseerd nieuws’. In een situatie waarin mensen gespannen op nieuws zitten te wachten – nieuws dat uitblijft – gaat men zelf aan de slag om oplossingen voor het nieuws-vacuum te bedenken. Wat zou er aan de hand kunnen zijn? Zou het niet zo kunnen zijn dat …? Opeens kan elk detail relevant zijn, als het past in een al bestaand verwachtingspatroon. Iemand zag vreemde vrachtwagens. En iedereen weet dat politici niet te vertrouwen zijn en er alles aan zullen doen om de verkiezingen te ‘stelen’. Dus dat zullen wel vrachtwagens vol ingevulde stembiljetten zijn geweest. Een man werd gearresteerd in de computerkamer van het verkiezingscomité. Wat zou hij daar gedaan kunnen hebben? Heeft hij de resultaten veranderd? Heeft hij een programma geïnstalleerd waardoor derden nu toegang hebben tot het computersysteem van het verkiezingscomité?

Geruchten kunnen schadelijk zijn, of ze nu waar zijn of niet. ‘Een situatie die voor waar wordt aangezien, is waar in zijn consequenties’, luidt de bekende stelling van een socioloog uit de jaren ‘20. Wie de geruchten gelooft baseert zijn acties erop. En met de licht ontvlambare cadres in beide kampen kan dat zomaar geweld inspireren. Zelfs wanneer de resultaten snel bekend gemaakt zouden worden is het de vraag of deze geaccepteerd worden. Is de reputatie van het verkiezingscomité niet al te ver geschaad? Het belooft een nek-aan-nek race te worden tussen de twee presidentskandidaten. Als één van beide de uitslagen niet accepteert, kan een groot deel van de bevolking zich bedrogen voelen.

We wachten af. “Is er al nieuws?” vraag ik nog een keer. Het is een spannende tijd voor Zambia.

Lumimba Parish: Geloof op het platteland

Op Justo Mwale University is het vakantie-tijd, en de studenten zijn bezig met hun jaarlijkse vijf weken stage in een gemeente op het platteland. Hoe gaat het eigenlijk in de rurale gebieden van Zambia? We zochten een bevriende priester op in Eastern Province.

Father Bernhard komt uit Trier in Duitsland, maar woont al meer dan vijftien jaar in Zambia. Afgelopen jaar werd hij overgeplaatst naar Lumimba in het oosten van Zambia, in de buurt van Luambe National Park. Samen met drie andere paters heeft hij de opdracht om nieuwe initiatieven op het gebied van missie te ontwikkelen.

Lumimba Parish bestrijkt een gebied van meer dan 200 km van noord naar zuid, gelegen in de Luangwa vallei. In dit gebied liggen tientallen dorpjes. De dichtstbijzijnde verharde weg is drie uur hobbelen ver, maar Lumimba is het hele jaar door bereikbaar – wat de reden is dat dit gekozen is als het hoofdkwartier voor de paters. De priesters in Lumimba komen van de Sociëteit van Missionarissen van Afrika, ook wel bekend als ‘Witte Paters’.

De Luangwa vallei is een wildrijk gebied met verschillende nationale parken: South Luangwa, North Luangwa en Luambe National Park. In vroeger tijden leefden de mensen in dit gebied van de jacht. Ze denken er aan terug als een paradijselijke tijd, waarin je maar naar buiten hoefde te stappen of je kon een impala of wrattenzwijn schieten. Waarin je maar je hand omhoog hoefde te steken of je kon een stuk gedroogd vlees pakken dat aan de zolder hing te drogen. Als je alle tribale gemeenschappen van Afrika vergelijkt, dan stonden de bewoners van de Luangwa vallei op nummer één qua vleesconsumptie; ze aten zelfs tien keer zoveel vlees als de nummer twee. Tegenwoordig werkt het niet meer zo. In de nationale parken en ook in het gebied daarbuiten is de jacht verboden. Vlees, en zeker ‘bushmeat’ is niet vanzelfsprekend meer.

Dus zijn de bewoners van Lumimba Parish nu aangewezen op landbouw. Vlakbij de rivier is het land heel vruchtbaar. Wat je ook maar plant, het komt op en draagt rijkelijk vrucht. Maar die vruchtbare akkers overstromen bijna elk jaar. Het is een soort loterij: als je geluk hebt, heb je met maar weinig investeringen een superoogst, maar – veel vaker – heb je pech en verlies je alles.

Verder weg van de rivier heeft het land kunstmest nodig, waarvoor de boeren elk jaar een lening afsluiten. En elk jaar is het afwachten of het regenseizoen gunstig uitvalt. Naast maïs, bladgroente en tomaten voor de dagelijkse consumptie wordt er katoen verbouwd, en een beetje rijst. Dit jaar zijn de resultaten wisselend. Het heeft niet veel geregend. Sommige plekken hebben steeds op precies het goede moment regen gehad, op andere plekken is de oogst mislukt.

Gebrek aan regen is niet het enige probleem. In het regenseizoen, wanneer de gewassen groeien, komen de dieren graag naar de akkers om wat mee te pikken. Een impala of wat wrattenzwijnen zijn geen probleem. Maar als er een kudde olifanten of buffels door je veldje trekt ben je je oogst kwijt. Daarom slapen mensen op hun akker in de regentijd, op een platformpje boven de grond. Als er olifanten, buffels of apen aankomen beginnen ze te trommelen om de dieren weg te jagen.

Op onze reis naar Lumimba staken we verschillende nu droge rivieren over. Geen probleem met een vier-wielaandrijving. Maar zodra de regens beginnen wordt het moeilijk. Een deel van de grond is veenachtig en erg plakkerig. Van november tot juni is de weg die wij hebben genomen niet bereidbaar. Dat betekent dat grote delen van Lumimba Parish zeven of acht maanden per jaar onbereikbaar zijn voor motor voertuigen. De mensen weten dat: ze zorgen ervoor dat ze genoeg voorraden hebben om die tijd door te komen. Wie in de regentijd ziek wordt en een ziekenhuis nodig heeft, heeft pech.

Father Bernhard ging in één van de dorpjes langs bij een jonge vrouw met een zeer been. Haar been is opgezwollen en ze heeft wonden aan haar voet. Al tien jaar lang. Al tien jaar lang zit ze de hele dag voor haar hut. Ze gaat niet naar school. Haar ouders zijn bang om naar het ziekenhuis te gaan – want dan wordt het been er misschien wel afgehaald. Eén keer hebben ze de reis gemaakt naar het ziekenhuis van Lundazi, vier uur verderop. Daar konden ze niks voor het meisje doen, ze zou ervoor naar Lusaka moeten. Het ziekenhuis bood aan om vervoer per ambulance te regelen. Maar de ouders zagen het niet zitten. Het meisje kan niet in haar eentje naar Lusaka, dus er moeten familieleden mee. Ze kennen niemand in Lusaka. Ze weten niet hoelang het gaat duren. Father Bernhard biedt aan dat als de familie op eigen kracht naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis kan gaan, en het ziekenhuis dan het transport naar Lusaka regelt, dat de kerk dan kan helpen met contacten en accommodatie in Lusaka. De ouders denken er nog over na. Ze willen wel, maar in augustus gaat het waarschijnlijk nog niet lukken.

In de droge tijd, en vooral in juli en augustus, komen handelaars uit Chipata en Lundazi wekelijks met een gehuurde vrachtauto naar de dorpen. Ze verkopen kleurige kleding, plastic huishoudartikelen, speelgoed en fietsonderdelen. In deze tijd van het jaar doen ze goede zaken. De oogst is binnen. Op veel erven zien we één of twee balen katoen liggen – de opbrengst van de velden van de boer. Eén baal levert 300 kwacha op, ongeveer 30 euro. Daar gaan de leningen voor kunstmest en bestrijdingsmiddelen nog vanaf, maar iets zal er over blijven. Eind augustus is het geld weer op, en blijven de handelaren ook weg.

Lumimba bestaat niet alleen uit een kerk en een huis voor de paters, maar ook uit een grote school voor middelbaar en lager onderwijs. Er is net een nieuw schoolhoofd, op aandringen van de paters. Het vorige schoolhoofd werkte volgens het principe ‘als jij mij er niet bijlapt, lap ik jou er niet bij’. Resultaat was dat leraren soms maandenlang niet op kwamen dagen. Sinds kort eindigt elk schooljaar met een eindtoets om te kijken of de leerlingen op schema zijn. Vorig jaar zakten alle leerlingen in jaar zeven, zes, vijf, vier, en drie. In klas twee haalden de kinderen van een docent de toets.

Voor de eerste zeven jaar is er geen officieel schoolgeld, maar ouders moeten wel een uniform betalen, een bijdrage voor de eindtoets, en in klas zeven moeten de leerlingen ook een identiteitsbewijs hebben. Bij de waterput in Lumimba troffen we drie leerlingen. “Zijn jullie eruit gestuurd of hebben jullie vrij?” vroeg father Bernhard. “We zijn van school gestuurd,” was het antwoord, “want we konden niet betalen.” Twee van de drie zaten in jaar vijf, en moesten vijftien kwacha betalen. Voor de ander kwam er geld voor het identiteitsbewijs bij, hij moest vijftig kwacha betalen.

De school in Lumimba is een gemengde school, en veel kinderen blijven er ook ‘s nachts omdat hun ouders op afstand wonen. Sinds kort is er een aparte slaapzaal voor meisjes – de paar meisjes die voordien op school zaten sliepen bij de docenten thuis (en werden daar alsnog zwanger). De meisjes slaapzaal ligt zo ver mogelijk bij de slaapzaal van de jongens vandaan. Het nieuwe schoolhoofd heeft bepaald dat jongens en meisjes ‘s avonds niet meer samen mogen studeren, wat heeft geleid tot veel protesten bij de scholieren.

Een huis in Lumimba is vorig jaar omgebouwd tot mobiele kliniek waar mensen met eenvoudige kwalen terecht kunnen, en waar kinderen ingeënt kunnen worden. Maar er was geen sanitair, dus na een paar maanden is dat gestopt. De paters hebben met de dorpsoudsten van Lumimba en omliggende dorpen afgesproken dat er, zodra er een toiletgebouw is, weer begonnen wordt met de kliniek. Er zijn al stenen gebakken, maar verder gebeurt er nog niet zoveel, dus de kliniek is al bijna een jaar niet meer open.

In de regentijd, wanneer het even niet regent, zijn de dorpen om Lumimba nog wel bereikbaar met de fiets. Tenminste, zolang je met de fiets boven je hoofd getild door de rivier kunt waden. De vier paters die sinds vorig jaar in Lumimba wonen hebben er plezier in om het hele jaar door de dorpen te bezoeken. Hun gemeenteleden zijn daar wat verbaasd over. “Maar wij gaan alleen van juni tot oktober naar de kerk,” zei één van hen vorig jaar tegen father Bernhard toen hij in februari langskwam.

De kerk relevant laten zijn in alle maanden van het jaar, dat is de uitdaging voor de paters van Lumimba Parish. En gemakkelijk is dat nog niet. Waar in andere delen van het land gemeenteleden staan te springen om in de kerkenraad te komen is er hier vooral desinteresse. Uiteindelijk wordt er gestemd voor mensen die niet aanwezig zijn op de vergadering – en of dat goede kerkenraadsleden zullen zijn valt nog te bezien. De gemeenteleden zelf nemen nauwelijks initiatief; bijvoorbeeld voor het toiletgebouw bij de kliniek.

De kerk groeit wel – elk jaar zijn er volwassenen die zich laten dopen. Daarvoor krijgen ze twee tot drie jaar catechisatie, vooral over bijbelverhalen. Father Bernhard is wat somber over wat ze eigenlijk leren. Afgelopen zondag sprak hij een groep catechisanten. Hij vroeg: “Wie waren de apostelen?” De antwoorden liepen uiteen van Paulus tot Mozes tot Moffat – een bekende 19e eeuwse zendeling. De meesten komen na hun doop niet meer naar de mis.

Waarom willen deze mensen dan toch Christen worden? Wat betekent het voor hen? Father Bernhard heeft wel een idee. De kerk staat in Lumimba Parish voor contact met de wijdere wereld. De mensen in de Luangwa vallei weten dat hun woonplaats afgelegen is, en sommigen verlangen naar verbinding met de steden. De vrouwenvereniging van de kerk maakt vaak uitjes naar Lundazi of naar Chipata. Zo biedt de kerk contacten met de stad en de wereld, en dat is aantrekkelijk.

Is dat genoeg voor een kerk? Wat kan de kerk nog meer betekenen in Lumimba Parish? De vier paters houden een dagboek bij over hun pogingen om aanwezig te zijn en mensen te betrekken bij de kerk, in de hoop dat ze een formule vinden die werkt voor deze regio.

Brillen

Onze studenten moeten veel lezen – vaak meer dan ze ooit hebben gedaan. Wie slechte ogen heeft komt daar snel achter. Veel studenten klagen over hoofdpijn en prikkende ogen van het turen. Een bril is een luxe die maar weinigen zich kunnen veroorloven. Afgelopen december ontvingen we giften van de PKN in Buitenpost en van de Evangelisch-Altreformierte Kirche in Wilsum voor brillen voor onze studenten. Afgelopen dinsdag namen we 23 studenten mee naar een oog-screening.

20160216-DSC_7214

De kerk in de wijk bij onze universiteit had voor die dag oogartsen uit een nabij ziekenhuis uitgenodigd. Testen was gratis, een leesbril kost 60 kwacha en een bril op sterkte met een bescherm-etui 380 kwacha.

20160216-DSC_7213

De vier oogartsen hadden allemaal hun eigen taak. Eerst moesten alle studenten met elk oog letters van een papier drie meter verderop lezen.

20160216-DSC_7230

Hun score op deze eerste test namen ze mee naar de volgende oogarts, die een consultatie gesprek voerde.

20160216-DSC_7220

Waar heb je last van? Wanneer kun je niet goed zien? Prikken je ogen ook?

20160216-DSC_7232

Sommige studenten bleken alleen een leesbril nodig te hebben. Maar voor de meesten was verder onderzoek nodig: in een donker kamertje werd met een lichtpen het oog gecontroleerd op ontstekingen.

20160216-DSC_7252

In de ruimte daarnaast werden de juiste glazen voor de oogafwijking gezocht.

20160216-DSC_7247

Even een rondje lopen om te kijken hoe de glazen bevallen en hoe het kijken nu gaat. En dan de laatste stap: een mooi montuur uitzoeken. Vandaag of morgen zijn de brillen klaar en hebben 23 studenten hopelijk minder last van hun ogen!

20160219-DSC_7283