Profetie vandaag de dag

“Heb je geestuitdrijving, genezing of profetie nodig?” zo stond een poosje terug op veel 20160907-001billboards in Lusaka te lezen. In een nieuw boek reflecteren theologen en godsdienstwetenschappers uit Zambia en Zuid-Afrika op wat profetie vandaag de dag is of kan zijn.

Geestuitdrijving, genezing en profetie zijn hier ongeveer hetzelfde: als iets je dwars zit – fysiek, geestelijk, financieel of hoe dan ook – dan heb je genezing nodig door de uitdrijving van de kwade geest die probleem veroorzaakt, en de profeet is degene die deze geest kan herkennen en bevelen weg te gaan. Dit lijkt een heel ander idee van profetie dan ik ken uit de Bijbel – ik kan me niet voorstellen dat Elia, Jona of Amos zouden adverteren: “Hebt u nog profetie nodig?” En het is ook heel anders dan het spreken over de profetische stem die de kerk in de samenleving zou moeten hebben.

Uit de artikelen in Prophecy today komen de beelden van twee heel verschillende soorten profeten tevoorschijn. Aan de ene kant de sterke man (of soms vrouw) van God die profeteert in het leven van mensen, wat dan zoiets betekent als dat hij door zijn machtige, geestelijke woord goede dingen teweegbrengt: ‘Nu zullen de goede tijden in je leven aanbreken, in Jezus’ naam!’ Aan de andere kant worden mensen profeten genoemd die het aandurven zich uit te spreken tegen de machtigen in de samenleving ten bate van sociale rechtvaardigheid, al lijken deze mensen er minder te zijn – of in elk geval minder herkenbaar te zijn – in dit tijdperk na de Apartheid in Zuid-Afrika.

In de kerken in Zambia en Zuid-Afrika bestaan beide ideeën van profeet naast en door elkaar. Verschillende auteurs in ons boek benadrukken het verlangen naar het goede leven dat alle twee de soorten profeet drijft. Beide vormen van profetie baseren zich ook op het oude testament, al is het dan op andere aspecten van de verhalen over de profeten van Israël: sommigen doen wonderen en alles wat ze zeggen, komt uit; anderen zijn vooral kritisch op de macht en gericht op een rechtvaardiger samenleving. In het nieuwe testament wordt gezegd dat profetie belangrijk is, maar opvallend genoeg zijn er uit die tijd niet echt profetieën opgenomen in de bijbel. De profetieën uit de tijd na Jezus lijken een meer beperkte invloed te hebben: ze zijn er voor de opbouw van de locale gemeente.

De meeste auteurs in benadrukken ook dit welzijn van de gemeente als geheel: profetie beantwoordt een gerechtvaardigd verlangen naar een beter leven, maar profetie ontspoort als de nadruk op de persoon van de profeet komt te liggen. In een artikel wordt beschreven hoe in een Zuid-Afrikaanse Zionistische kerk profetie iets heel democratisch is: van hoog tot laag iedereen kan een ander in de kerk apart nemen om diegene een woord van God mee te geven – een soort profeetschap van alle gelovigen. Profetie voor iedereen en ten bate van de gemeenschap – dat is één van richtingen in de diverse bijdragen uit Prophecy today: reflections from a Southern African context. Dit boek is nu verkrijgbaar via de Zuid-Afrikaanse uitgever CLF. Lees mee over deze belangrijke ontwikkelingen in het Christendom in Zuidelijk Afrika!

Advertenties

Welvaartsevangelie

Elk jaar mogen onze studenten één vak zelf kiezen. Dit keer was de keuze uit Oude Testament, Nieuwe Testament of systematische theologie. Met mijn collega’s Oude en Nieuwe Testament sprak ik af dat we alle drie onze colleges over de prosperity gospel zouden houden, met een gezamenlijke discussiebijeenkomst halverwege en een uitwisseling van wat we geleerd hebben aan het eind.

De prosperity gospel is hier een belangrijk thema, zoals we al vaker geschreven hebben. Als je goed gelooft en vooral goed geeft aan kerk en dominee, zal God je belonen met rijkdom en gezondheid. In onze protestantse kerken moeten we dat ook wel verkondigen, zo wordt ons telkens weer uitgelegd, anders geven mensen hun collectegeld alleen aan de pinksterdominee waar ze zondagmiddag heen gaan, of the TV-dominee waar ze de rest van de week naar kijken. Het valt me elke keer weer op hoe dat zo zonder gêne gezegd wordt: je moet dit wel verkondigen, anders heb je als kerk en dominee geen inkomsten. De vraag of het waar is wat je dan zegt, lijkt niet eens op te komen. Die boodschap is wat mensen laat geven, dus die boodschap is nodig.

De drie klassen kwamen tot best verschillende conclusies, al weet ik niet zeker of dat niet meer lag aan de persoonlijke overtuigingen van de docenten, dan aan hun vakgebied. Bij onze Zambiaanse collega in Oude Testament hebben de studenten vooral geleerd dat de prosperity gospel wel een punt heeft, namelijk dat God betrokken is bij onze hele persoon: God sluit een verbond met mensen, zoals Abraham, en wil dat het hen goed gaat niet alleen geestelijk, maar ook fysiek en materieel. We kunnen iemands geloof niet aflezen aan zijn welvaart, maar God wil wel dat het met zijn mensen voorspoedig gaat.

Bij onze Amerikaanse collega in Nieuwe Testament leerden de studenten vooral dat er geen garanties zijn: God kan je rijkdom en genezing geven als beloning voor je geloof, maar je kunt er niet op rekenen. Misschien heeft God met jou een ander plan, zoals met Paulus, die niet rijk en welvarend was, maar dan moet je zien dat het nog belangrijker is dat je verbonden bent met Christus.

In mijn klas in systematische theologie hebben we het onder andere gehad over Luther’s stelling dat hier op aarde alleen de innerlijke mens al een nieuwe mens kan worden, de uiterlijke mens blijft gebonden aan de wisselvalligheden van de wereld, met rijkdom en armoede, met ziekte en genezing. Als je er al op gaat letten hoeveel welvaart en gezondheid je geloof je oplevert, dan ben je al met de verkeerde dingen bezig.

Met de verschillen tussen ons als collega’s liet het college ook zien dat theologie discussie is, en er geen definitieve antwoorden zijn. Ik ben blij dat de studenten nu een beetje hebben nagedacht over de prosperity gospel voordat ze het kopiëren ‘omdat er toch geld binnen moet komen’. Ik zal zo eens gaan kijken hoe mijn studenten hun tentamen hebben gedaan.

Wonderen

“Maar wat als je nu ontdekt dat je de gave hebt om wonderen te doen?” In de kerken hier is vaak veel meer show en spektakel dan in Nederland. Er wordt gedanst bij het zingen, preken bestaan voor een groot deel uit enthousiast geschreeuw: mensen wordt alle goeds beloofd, wat dan met een even enthousiast “amen” van de gemeente wordt beantwoord. Als er gebeden wordt voor mensen, vallen ze om. En dan zijn er nog alle wonderen: voorspellingen van deez’ of gene belangrijke gebeurtenis, de profeet die je je identiteitskaartnummer kan vertellen, mensen die slangen eten en zeggen dat het als chocolade smaakt, en er gaan filmpjes rond van een profeet die door de lucht kan lopen. De meest extreme dingen gebeuren niet in onze protestantse kerken, maar het heeft wel invloed. Het is wel wat mensen zien op TV en telefoon, en over praten met elkaar, en wat ze ook wel in hun eigen kerk zouden willen: “Zijn er dan geen profeten in de Reformed Church in Zambia?”

In onze lessen proberen wij deze ideeën en verwachtingen meestal een beetje te matigen. Het doet het cijfer van mijn studenten geen goed als ze schreeuwen en van alles beloven tijdens hun preek. En ik houd ook al niet van zo’n overdreven smeekstem bij het bidden. Maar wat doe je dan met de verwachtingen van je gemeenteleden, bijvoorbeeld bij het bidden bij ziekte? Als iemand ernstig ziek is, wordt er verwacht dat je bidt om genezing. Als je niet bidt om genezing, maar alleen om Gods nabijheid in deze moeilijke tijd, dan kan het jou aangerekend worden dat deze persoon niet geneest. En aan de andere kant, wanneer je bidt om genezing en degene overlijdt toch, dan staat dat ook niet goed op je CV. Dat zijn kwesties waar veel studenten tegen aan lopen.

Wij proberen te benadrukken dat je ook naar mensen kunt luisteren, hun verhaal kunt horen. Pastoraal huisbezoek betekent hier vaak alleen dat de dominee een preekje van 10 minuten heeft voorbereid en dat van huis tot huis bij zijn gemeenteleden afdraait. Je kunt ook vragen hoe het met mensen gaat, zeggen wij dan, luisteren wat er speelt, horen wat hun hoop en angst is. Je hoeft niet meteen fanatiek te gaan bidden om genezing, en dan kijken wat er gebeurt.

“Maar,” zo vroeg een student mij pas, “maar wat als je nu ontdekt dat je de gave hebt om mensen te genezen?” Tijdens zijn stage had hij dat gemerkt. Mensen waren bij hem gekomen zodat hij voor hen kon bidden. Hij bad en iemand die al twintig jaar blind was aan één oog kon weer zien, iemand die altijd al hinkte, kon weer gewoon lopen. Wat doe je dan? Wat als je wonderen kunt doen? Ik heb maar gezegd dat hij moest oppassen dat het hemzelf niet naar het hoofd zou stijgen, en dat deze gemeenteleden zich niet van hem afhankelijk moeten voelen, en dan maar moet doen wat de Geest hem geeft te doen. Wat als je wonderen kunt doen? Ik had nooit gedacht dat ik daar nog eens pastoraal advies over zou moeten geven…

Met geloof, vertrouwen en verstand omgaan met beperkingen

Afgelopen week waren we in Malawi voor een conferentie van de vereniging van theologische instituten in zuidelijk Afrika (ATISCA). Het thema was ‘Facing issues of disability with faith and reason’ – vrij vertaald: ‘Met geloof, vertrouwen en verstand omgaan met beperkingen’. Eén van de doelen van de conferentie was het ontwikkelen van een lesboek voor theologisch onderwijs over handicaps. Vanuit een Nederlands standpunt is dat misschien een verrassend onderwerp, maar in Africa is het hard nodig.

DSC_2139

“Mijn man was verlamd – hij kon niet lopen,” vertelt mevrouw Phiri uit Chipata. “Maar hij had wel een opleiding. Zijn ouders stuurden hem naar school zodat hij later zelf geld zou kunnen verdienen, en niet afhankelijk zou zijn van de liefdadigheid van anderen. Hij deed een opleiding tot accountant, en studeerde af met goede resultaten. Toen begon het zoeken naar een baan. Hij kreeg complimenten voor zijn mooie cijfers, maar geen bedrijf nam hem aan. ‘Een gehandicapte kan geen accountant zijn,’ hoorde hij vaak. Mijn man was daar boos om. Op een dag, voordat hij vertrok om werk te zoeken, omhelsde hij onze kinderen alsof hij op reis ging. Dat was de dag dat hij zelfmoord pleegde.”

Vorig jaar schreef één van mijn studenten haar scriptie over hoe er in Zambia met handicaps en gehandicapten wordt omgegaan, gebaseerd op interviews met mensen met een beperking en hun familieleden. Het leverde schrijnende verhalen op, zoals het verhaal van mevrouw Phiri. Leven met een handicap in Africa is om allerlei redenen niet eenvoudig. Uit economische afwegingen houden ouders hun gehandicapte kind soms thuis van school – geld uitgeven aan onderwijs heeft toch geen zin voor zo’n kind, denken ze. Culturele ideeën over handicaps helpen niet mee. Wie een gehandicapt kind heeft, zal wel iets verkeerd hebben gedaan. Als één van de ouders heeft overspel gepleegd, bijvoorbeeld, is dat de oorzaak van de beperking van het kind. Het hebben van een gehandicapt kind is dus voor veel ouders een bron van schaamte.

Cornelius is één van onze vrienden van de Fingers of Thomas. Hij heeft een spastische arm, en vertelt, “Ik kwam een mevrouw tegen in de kerk. Ze was zo verbaasd mij te zien daar! Ze vertelde dat haar zoon net zo was als ik. Ik vroeg waar ze woonde en ging bij hen langs. De zoon zat alleen in zijn slaapkamer in het huis. Hij kwam niet in de woonkamer. Hij kwam al helemaal niet buiten. Zijn spieren waren zo zwak geworden dat hij haast niet meer kon lopen. Ik probeerde hem te bemoedigen, te zeggen dat het niet zo hoeft te zijn. De eerste keer kreeg ik hem mee naar de woonkamer. Maar de volgende keer zat hij weer in zijn eigen kamer, en wilde er niet uit. Zijn moeder vond het niet zo’n goed idee meer dat ik langs kwam, en wilde mij eigenlijk niet meer binnenlaten. Ik ben er nog een paar keer geweest, maar ik kom niet verder. Hij zal nu nog wel in die kamer zitten…”

Het is belangrijk om in theologisch onderwijs aandacht te besteden aan dit onderwerp. Om als predikant je ogen te openen voor gemeenteleden met een handicap – één van de verhalen die mijn studente hoorde was van een dominee die dacht dat er in zijn gemeente helemaal geen gehandicapten waren. Tot hij bij een verjaardagsfeestje van een gemeentelid kwam en haar dochter blind bleek te zijn. En er op het feestje nog verschillende anderen met een beperking rondliepen, allemaal kinderen van zijn gemeenteleden… Belangrijk ook om een alternatief naast de traditionele ideeën over handicaps te kunnen zetten – in Johannes 9:1-3 vragen de discipelen aan Jezus: ‘Hoe kan het dat deze man sinds zijn geboorte blind is? Heeft hij zelf gezondigd, of zijn ouders?’ Jezus antwoord, ‘Hij niet, en zijn ouders ook niet.’ Een beperking is niet iets om je voor te schamen.

DSC_2217

Christelijke kerken dragen overigens niet altijd bij aan een oplossing voor problemen rond het omgaan met handicaps. Veel nieuwe Pinksterkerken geloven sterk in de kracht van het gebed, en roepen elke zondag de zieken en de mensen met een beperking op om naar voren te komen om genezen te worden. Ook dat draagt bij aan het idee dat een beperking je eigen schuld is. Jij, of je ouders, zullen wel gezondigd hebben. Of je geloof is niet sterk genoeg. Het was goed om tijdens de conferentie te horen dat in een Pinksterkerk in Zimbabwe de gebeden niet alleen maar gaan over genezing, maar ook over hoe te leven met je beperking; en dat predikanten met een handicap ook welkom zijn. Dat is goed nieuws en stemt hoopvol!

DSC_2199

Verantwoordelijkheid

Als alles toch genade is, waarom zou je je dan nog inspannen? Waarom zou je nog goede werken doen, als dat toch niet uitmaakt? Tijdens mijn college over de gereformeerde belijdenisgeschriften, kwamen zulke vragen regelmatig op. De periode ervoor had ik nog een ethiekcollege over persoonlijke verantwoordelijkheid gegeven, maar passen ‘genade’ en ‘verantwoordelijkheid’ eigenlijk wel bij elkaar?

Erasmus bekritiseerde Luther dat het allemaal wel waar mocht zijn van ‘alleen geloof’ en ‘alleen genade’, maar dat je dat beter niet te hard kon roepen. Mensen zouden daar toch maar misbruik van maken en niet eens meer proberen om goed te leven. Zijn genade en verantwoordelijkheid met elkaar in tegenspraak?

Gisteren las ik in de krant een artikel over de zwarte jeugd in Zuid Afrika. De meesten zijn werkeloos en doen niet zo veel. Ze voelen zich slachtoffer van ‘het systeem’, en menen dat ze recht hebben op rijkdom en succes net zoals de blanken dat vroeger kregen. In het artikel werd gezegd dat het met de jeugd in Brazilië en Spanje niet veel anders is. Volgens de auteur zouden ze verantwoordelijkheid moeten leren nemen, ze zouden een visie moeten hebben van wat ze willen met hun leven en daar dan aan werken, dan komen geld en succes vanzelf.

Het artikel deed mij denken aan iets wat ik las over straatjeugd in België. Ze hangen wat rond en wachten. Een visie hebben ze wel: ze dromen er niet van gewoon profvoetballer te worden, maar willen meteen de nieuwe Messi zijn. Niet dat ze daar iets aan doen, ze wachten, wachten tot de wereld hen herkent en erkent als die nieuwe Messi.

Ik denk dat zo’n visie niet echt helpt bij het nemen van verantwoordelijkheid. En ik denk ook niet dat het beloven van geld en succes als beloning de juiste weg is om het wachten te doorbreken. Ik denk dat genade en verantwoordelijkheid niet in tegenspraak zijn, maar bij elkaar horen.

Als alles genade is, dan zijn er dus geen dingen waar je recht op hebt. Wat er mag komen aan rijkdom en succes, is je geschonken als kado. Als alles genade is, ben je geen slachtoffer, maar kun je misschien zelfs die moeilijke situatie waarin je je bevindt, zien als gift, zien als iets wat je gegeven is om iets mee te doen. Als je alles als genade ziet, dan kun je ook nieuwe dromen dromen: niet meer rijkdom en succes, maar dromen dat jij iets kunt doen, dat je verantwoordelijkheid kunt nemen, dat je het goede kunt doen. En als dat dan je dromen zijn, als je er van droomt het goede te doen, als dat is waar je om geeft, dan zijn rijkdom en succes op een andere manier verzekerd. Als het goede doen is wat je wilt en je doet dat, kan niemand je dat afpakken, wat ze je ook kunnen aandoen. Wat er ook gebeurt, of je de nieuwe Messi wordt of alles bij je handen afbreekt, als je wilt wat je doet, als je wilt wat je krijgt, krijg je wat je wilt. Ik denk dat verantwoordelijkheid en genade niet met elkaar in tegenspraak zijn, maar elkaar nodig hebben.

Een eigen kerk beginnen

Terwijl het er in Nederland vaak over gaat of kerken kunnen samengaan, is het in Zambia heel gewoon om je eigen kerk te beginnen. Afgelopen weekend was ik met een medewerker van Justo Mwale University naar Mpika, in het noorden van Zambia. Ik wist het niet, maar onderweg hoorde ik dat ook hij zijn eigen kerk begonnen is. Vorig jaar is de kerk geregistreerd, en hij is nu de opzichter of bisschop van de kerk. Voor die tijd was hij bij de Moravische broeders; hij zat zelfs in het landelijke bestuur van dat kerkgenootschap. Maar, zo vertelde hij, anderen in de kerk waren jaloers op hem en hielden elke verandering tegen, zodat hij met zijn vrouw en een buurman besloot een nieuwe kerk startten. Ze hebben nu al meerdere gemeentes en een stuk of tien gediplomeerde pastores, en hijzelf is dus de bisschop.

Op weg naar Mpika

Op weg naar Mpika

In Mpika verbleven we bij een andere bisschop, ook iemand die zijn eigen kerk is begonnen. Voor zijn werk had hij een aantal jaar in Tanzania gewoond en was daar bij de lokale kerk opgeklommen tot pastor. Terug in Zambia wilde hij niet weer gewoon gemeentelid zijn, dus richtte hij met zijn gezin de Zambiaanse afdeling op van het kerkgenootschap waar hij in Tanzania bij kerkte. Dat kerkgenootschap had ook al een bijzondere ontstaansgeschiedenis: het was oorspronkelijk een koepelorganisatie voor pinksterkerken in Kenia, maar na een ruzie stapten de lidkerken op, en veranderde het bestuur de koepelorganisatie in een eigen kerk. In Mpika was onze gastheer nu dus bisschop van de Zambiaanse afdeling, en hoofd van een bijbehorende bijbelschool om nieuwe pastores op te leiden. Toen ik op zondagavond in de kerk voorging, was er een dienst van de verschillende gemeentes van de kerk samen en waren er zo’n 200 mensen.

Kerkdienst op zondagavond in de kerk van de bisschop

Kerkdienst op zondagavond in de kerk van de bisschop

Ik kan er nog niet zo goed inkomen dat je je eigen kerk begint. En ook dat er helemaal niet moeilijk over gedaan wordt, dat het idee er niet eens lijkt te zijn dat je eigenlijk samen kerk zou moeten zijn. Het lijken steeds vooral ruzies over leiderschap te zijn die de aanleiding zijn voor een nieuwe kerk: de nieuwe kerken worden begonnen door iemand die ook in het bestuur wil, maar zich geblokkeerd ziet; of iemand die in het bestuur zit, maar zich niet gerespecteerd voelt. Mensen maken van een kerk teveel een eigen koninkrijkje, dus daarom moet je dan wel een nieuwe kerk beginnen, zo werd mij uitgelegd – maar is dat niet juist weer het maken van een nieuw eigen koninkrijkje?

De kerk van de bisschop

De kerk van de bisschop

Een andere reden die gegeven werd, was evangelisatie: een nieuwe kerk is weer kerk op een andere manier, wat weer andere mensen aantrekt. De dienst zondagavond was wel heel anders dan de avondmaalsdienst zondagochtend bij de Reformed Church bij een oud-student van Justo Mwale. Zondagavond was er harde muziek, dansen en zingen, en waren veel kerkgangers zo rond de twintig. Zondagochtend was veel formeler, er waren zo’n 80 mensen van alle leeftijden, en vooral afkomstig uit de oostelijke provincie van Zambia waar de Reformed Church vandaan komt. Ik voelde mij daar toch meer thuis. Ook omdat de focus in de nieuwe kerken zo op de voorganger is. In de Reformed Church is de dominee er gewoon een aantal jaar en dan komt er weer een ander. Ik denk dat een kerk niet ‘eigen’ kerk zou moeten zijn. Hoe denkt u daar over?

Onze oud-student in zijn kerk

Onze oud-student in zijn kerk

Stap in de toekomst

Wij waren er niet bij, maar afgelopen mei studeerden veertien van onze theologie-studenten af aan Justo Mwale University. Voor het eerst een diploma uitreiking niet meer als ‘university college’, maar als officiële, zelfstandige universiteit. Het was een feestelijke gelegenheid, waar onze collega’s Dustin en Sherri Ellington verslag van hebben gedaan in een rondzendbrief. Hier een vertaling van hun impressies.

DSC_0096

“Onze studenten hebben hun laatste lessen in oktober, maar studeren officieel pas af in mei. Voor ons een mooie gelegenheid om studenten opnieuw te ontmoeten nadat ze hun eerste ervaringen in de gemeente hebben opgedaan. Naomi is predikant in een dorp op het platteland. Er kwamen meer dan 900 mensen naar haar paasdiensten. Ik vind het vooral leuk om dit te horen omdat Naomi in mijn wekelijkse preekklas zat. De afgelopen jaren heb ik regelmatig preken met haar besproken. Geweldig dat haar woorden nu honderden mensen weten te raken.

DSC_0389

Een andere jonge dominee, Moses, vertelde dat hij predikant is in een gemeente met 21 kerkgebouwen of ontmoetingsplekken. De gemiddelde locatie heeft honderd volwassen leden, kinderen niet meegeteld. In een land waar 50% van de bevolking jonger is dan 16, en waar families vaak zes of zeven kinderen hebben, betekent dat een enorme gemeente voor een net afgestudeerde dominee. Ik weet dat deze mensen het goed zullen hebben met Moses; Sherri en ik hebben hem leren kennen als een oprecht Christen met een goed hart. Een Presbyteriaanse kerk uit North Carolina heeft geld gedoneerd om fietsen te kunnen kopen voor hem en de andere afgestudeerde predikanten. Je had Moses’ glimlach moeten zien! Het is nu veel gemakkelijker voor hem om rond te reizen tussen de 21 ontmoetingsplekken in zijn gemeente.

DSC_0106

Het is best lastig om beginnend predikant te zijn. Eén van de grootste uitdagingen is de druk om te prediken dat Jezus werkt zoals de amuletten en magie die de Afrikaanse gelovigen achter zich laten – alleen dan wel machtiger. Christus is de beste en snelste manier om te krijgen wat je wilt: gezondheid en succes voor jou en je familie. Volgens deze visie is het Christendom de kortse weg naar aards geluk. Deze boodschap is niet helemaal verkeerd, maar tijdens hun studie leren de studenten er genuanceerd over te denken. En toch is het moeilijk voor hen om iets te preken dat niet klinkt zoals dit welvaartsevangelie. Deze week nog zei een student tegen me dat hij begrijpt dat het gaat om Gods instemming, niet om wat de mensen van je denken. Toen vroeg hij: “Maar wat moet ik tegen mijn familie zeggen als de gemeente mij niet betaalt?” Ik weet van veel studenten en afgestudeerde predikanten dat ze alleen door hun gemeente betaald worden als ze preken over welvaart; of tenminste dat ze veel minder betaald krijgen als ze niet zeggen dat rijkdom en zegeningen op magische wijze door Jezus geleverd worden.

De kerk in zuidelijk Afrika zit vol leven, groei en belofte, maar er is ook kwetsbaarheid en gevaar. Bid met ons voor onze studenten en de al afgestudeerde predikanten. Bid voor onderscheidingsvermogen zodat ze de waarheid van Jezus Christus mogen kennen, in deze waarheid mogen leven, en voor de moed om het ware evangelie ook te prediken.”

(Tekst: Dustin Ellington; foto’s: Japhet Mphande)