Werk aan de muur

Het is dit jaar alweer het laatste jaar dat we in Zambia zijn – ons contract heeft een maximale duur van zes jaar, en die zes jaar zitten er in december op. “Wat gaan jullie volgend jaar doen?” wordt ons regelmatig gevraagd.

Hermen heeft al een baan gevonden, als senior post-doctoral fellow bij de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Na Zambia blijven we dus (zoals het er nu naar uitziet) nog even hangen in zuidelijk Afrika. Johanneke heeft haar proefschrift zo goed als af, en hoopt aan het eind van dit jaar te promoveren. En dan? Een droom is om meer te gaan doen met fotografie, en dat te combineren met antropologisch onderzoek. Om dat te financieren is Johanneke begonnen met een webwinkel bij Werk aan de muur, waarin haar mooiste foto’s te koop staan. Neem eens een kijkje, misschien zit er iets bij dat bij jou aan de muur past!

Thuis

Driving home for Christmas” klinkt uit de speakers van mijn laptop. Ik weet dat het in Nederland Sinterklaas is, maar hier is het winkelcentrum al helemaal in kerstsfeer, met rendieren, arrensleeën en kerstbomen. En dus heb ik maar een kerst-cd gekocht, met alle klassiekers erop. Kan ik zelf doen alsof ik Sky Radio ben… “Driving home for Christmas – it’s gonna take some time, but I’ll be there,” zingt Chris Rea. Maar home, waar is dat eigenlijk?

Flying home for Christmas – dat is wat wij over een paar weken gaan doen, en ik zie er al naar uit. Familie en vrienden weer zien, koud buiten, warm binnen (in plaats van warm binnen, nog warmer buiten), lekker eten. Gewoon bij mijn ouders op de bank zitten, luisteren naar het jongste ‘nieuws’ uit het dorp. Misschien zijn er wel knieperties – ik weet bijna zeker dat er wel knieperties zijn. Zoals Daniël Lohues zingt: “Hier kom ik weg, veur mien hele leven ben’k met dizze horizon verweêm.”

Maar vanavond lees ik ook dit, via facebook-vrienden uit Malawi, ook uitgezonden: “Als zendeling kom je eigenlijk nooit meer thuis.” Ervaringen die je opdoet als je in het buitenland woont zijn moeilijk te delen met de thuisblijvers. En het thuisland blijft ook niet stilstaan terwijl je een paar jaar weg bent. Nieuwe muziek, nieuwe tv-programma’s, nieuwe woorden – je kunt het nieuws via internet volgen, maar daar pik je toch niet alles mee op.

Dat klinkt wel heel treurig en definitief: je komt nooit meer thuis. Maar iets herken ik er ook wel in. “Waar kom je vandaan?” is een vraag die ons vaak gesteld wordt door andere expats op de foto- of wandelclub. Vaak laat ik Hermen maar eerst antwoorden, want ik weet het niet zo goed. Waar kom ik vandaan? En waar gaan we straks met kerst heen? Nederland, is het voor de hand liggende antwoord – maar het klopt niet. We zullen evenveel tijd doorbrengen in Duitsland, waar mijn ouders wonen en waar ik ben opgegroeid. Nu ik erover nadenk: ik heb langer in Duitsland gewoond dan in Nederland. Dus waar kom ik vandaan? Ik geloof niet dat ik ooit geantwoord heb: “Uit Duitsland.”

Waar is ons home? Een oud-student sprak Hermen bestraffend toe: maar twee weken naar huis, naar de familie? Dat is toch veel te kort! Ach, ik heb eigenlijk altijd het idee dat ik vooral thuis ben waar ik samen met Hermen ben, of dat nu Nederland, Zambia of Zuid-Afrika is. En ik denk maar weer aan Daniel Lohues, die zingt:

Klagen heurt nie hebben we leert

Kiek mar rond, altied ien die dieper zit

Elke dag is ja weer ien

En je moeten joe redden waor a’j bennen

Lachen helpt goed tegen de kaole

Eten helpt. Dat weten we allemaole

Elke moment is ja weer ien

En je moeten je redden waor a’j bennen

Weer thuis

Allereerst wil ik graag iedereen die bij mijn promotie was heel hartelijk bedanken. Het was heel erg fijn te zien dat jullie met mij en ons meeleven. Ook degenen die mij op andere manieren hebben gefeliciteerd met mijn promotie hartelijk bedankt! Het zit erop. Na ruim vier jaar aio-schap en ruim vier jaar predikantschap, ben ik nu dan vanuit Zambia in Nederland gepromoveerd. (Mijn boek is overigens te bestellen op alle boekensites als je zoekt op “H.T. Kroesbergen” of “De relatie tussen systematische theologie en gewone geloofstaal”!)

Het zwoegen achter de computer zit er op!

Het waren een drukke drie weken in Nederland: familie en vrienden zien, de stress voor de promotie en ook nog een lezing doen op een conferentie daarna, en het bezoeken van gemeentes die met Zambia verbonden zijn. Het was erg leuk, maar ook druk. Het is fijn weer hier thuis in Lusaka te zijn: je eigen huis, de mensen op de campus weer te zien en het hele gevoel van hier zijn.

Toen we gisteren hier weer naar de winkel reden, herkende ik de straat van de foto’s die we de afgelopen weken in Nederland zo vaak hebben laten zien. Dit hebben we laten zien, maar hebben we nu wel echt laten zien hoe het is om hier rond te rijden, om hier te zijn? Het is toch weer zo anders om het van een foto te zien, of om er gewoon echt te zijn met de mensen, het leven, de warmte, de geuren… Op het vliegveld werden we al onthaald met een bordje “Welcome dr. and mrs. Kroesbergen” – het leidingwater schijnt hier dan wel op rantsoen te zijn, maar we genieten ervan weer thuis te zijn.

Borrel bij de promotie voor dr. Kroesbergen

We hebben allebei inmiddels al weer lesgegeven. We hebben van de eerstejaars gehoord over hun ervaringen tijdens hun stages de afgelopen maanden. Allerlei bijzondere dingen – dat ze mensen proberen af te houden van hun traditionele dansen en van bier brouwen; en allerlei gewone herkenbare dingen – dat je je bekeken voelt als nieuweling, dat het moeilijk is hoe je om moet gaan met alle familieruzies waar je van hoort. En doordat we de studenten nu al een beetje kennen, kunnen we ons ook meer voorstellen bij waar ze tegenaan lopen. Het is leuk weer terug te zijn.

De cruesli is op

Yoghurt is er nog…

De cruesli is op. Dat is misschien geen wereldschokkend probleem, maar  zo vlak voor ons vertrek zorgt het toch voor een dilemma. Volgende week woensdag vertrekken we naar Zambia. In één week krijgen we nooit een nieuwe zak op – ik weeg mijn cruesli altijd nauwkeurig af: 30 gram gaat in mijn yoghurt, Hermen mag wat meer. Een simpele rekensom leert dat na 7 dagen cruesli eten een kilopak nog niet half op is. Dus wat te doen? Nieuwe cruesli kopen? Of zoeken naar een alternatief ontbijt?

Is het heel gek dat ik mij dit afvraag? Mag je het wel over eten hebben terwijl je vertrekt naar Afrika? In Zambia heeft meer dan de helft van de inwoners wel eens niet genoeg te eten, en dan kom ik met mijn overwegingen over cruesli… Ach, ik wil me ook niet heiliger voordoen dan ik ben – en bovendien: eten is ook een belangrijk thema.

Vroeger thuis hadden we een duidelijke dagindeling, gebaseerd op verschillende eetmomenten. Om half tien ’s ochtends kwam mijn vader thuis voor de koffie, tussen twaalf en één voor de lunch en om drie uur was het weer tijd voor koffie. Om half zes was het avondeten en om acht uur ’s avonds, bij het journaal, nog een keer koffie. Zondag was een bijzondere dag, dan mochten we om half vijf chips. En dan de verjaardagen met taart: Schwarzwälder Kirsch, kwarktaart, Maulwurfhaufen – ja, wat betreft taart waren we vrij goed ingeburgerd in Duitsland. Het is dus niet gek dat ik ook deze periode wil accentueren met eten.

Hermen staat er wat anders in dan ik. “Wat wil je de komende week eten, nu we nog in Nederland zijn?”, vroeg ik hem. Hij vond het geen zinvolle vraag. Als we over een half jaar even terug zijn in Nederland kunnen we gaan eten wat we in Zambia gemist hebben; nu is dat nog niet te beoordelen. Een verstandig antwoord. Maar voor mij hoort bij afscheid nemen ook een laatste keer genieten van het hier vertrouwde eten. Stamppot boerenkool of worteltjes, maar ook ‘nieuwe Nederlandse klassiekers’ als shoarma en de afhaalchinees. Terwijl ik dit schrijf komt Hermen terug van de winkel. Met een pak cruesli.

Tikupezekera

Otherland

We gaan door de rivier van het blauwe licht. Op dit moment is dat haast letterlijk zo, nu het blauwe licht van de vroege ochtend weerkaatst op de witte muren. We gaan door de rivier van het blauwe licht: dat komt uit een boek dat we lezen. Al jarenlang lezen Johanneke en ik elkaar boeken voor. Volgens mij hebben we alle Harry Potter-boeken aan elkaar voor gelezen, de verhaaltjes van Toon Tellegen, en nu zijn we net begonnen in deel drie van de serie Otherland van Tad Williams. (Toen we wisten dat we naar Zambia gingen, zijn we maar in het Engels verder gaan lezen om de uitspraak van Engels te oefenen.)

In Otherland zit een groep mensen vast in virtuele computerwerelden. Ze reizen van de ene verzonnen wereld naar de andere: ze komen in een Zuid Amerika als het niet ‘ontdekt’ zou zijn door de blanken, in een reusachtige natuurwereld waarin ze zelf kleiner zijn dan een mier, in het land uit ‘de tovenaar van Oz’, en ga zo maar door. Door al die werelden stroomt een rivier. En je reist van de ene naar de andere wereld door in die rivier van het blauwe licht te springen. Zo voelt het nu ook.

Gisteren hebben we de sleutels van onze pastorie in Oudenhoorn ingeleverd. Samen met Johannekes ouders hebben we de laatste dingen schoongemaakt, de laatste dingen meegenomen, en nu is de tijd dat we in die wereld waren voor ons voorbij. Onze spullen zijn het huis uit: de mooie oranje bank, de grote eettafel, de dvd’s waar we van genoten hebben. De voorkamer ziet er weer uit zoals vier jaar geleden, toen ik met een uit behangpapier geknipte vorm op de lege vloer probeerde te kijken hoe onze toen nieuwe bank er zou passen.

Vier jaar geleden kwamen we daar, over de mooie, kronkelende dijkjes met tussen de mistflarden de fazanten op het land: het accent van de mensen dat zo anders klonk daar bij Rotterdam dan wat we gewend waren in Groningen; de benzinegeuren wanneer je aan kwam rijden door de Botlek. Vanuit het studentenleven in het hoge noorden gingen we door de rivier van het blauwe licht, en nu zijn we in de volgende rivier gestapt, op weg naar Afrika.

Rivier van blauw licht

Uit de boeken die we over Afrika lezen, horen we dat als je voor het eerst in Afrika uit het vliegtuig stapt, dat je dan meteen merkt hoe anders en eigen het daar is. Met het klimaat, het weer hoe dat daar aanvoelt, maar vooral ook de geuren. Het ruikt vast anders daar dan in de Botlek, maar de geur van Afrika schijnt zo specifiek te zijn dat je dat meteen herkent, dat je meteen weet ‘hier ben ik in een andere wereld’. Het landschap zal er anders uitzien, de mensen zien er anders uit, en de klanken zullen daar ook anders zijn – wanneer we daar aan de andere kant weer uit de rivier van het blauwe licht stappen.

Het Engels van de Afrikanen die we hier spreken, heeft altijd al een heel eigen klank. En de lokale talen klinken natuurlijk nog eigener. We hebben afgelopen donderdagavond weer les gehad in het Chichewa. Daar over doorpratend op de terugweg in de auto deden we een grappige ontdekking. We hadden al eens het woord voor ‘zwemmen’ geleerd: -sambira. Afgelopen donderdag leerden we dat ‘ira’ of ‘era’ aan het eind van een werkwoord een richting aangeeft: je doet iets ergens heen. En we hadden ook al eens het woord voor ‘zich wassen’ geleerd: -samba. -Sambira, zwemmen, betekent dus eigenlijk: zich ergens heen wassen!

De titel van dit blog, tikupezekera, bestaat eigenlijk niet – ik heb het niet op internet terug kunnen vinden in elk geval. Tikupezeka bestaat wel, dat betekent zoiets als ‘wij zijn ons ergens aan het bevinden’. Ik heb daar nu ook maar ‘era’ achter gezet. Zo zijn we hier nu bezig. We gaan door de rivier van het blauwe licht – tikupezekera, we zijn ons ergens heen aan het bevinden.

Onderweg naar Zambia

In ons nieuwe huis

Vanavond zit ik voor het eerst aan tafel in ons verblijf in Utrecht. Gisteren zijn de verhuizers bij ons in Oudenhoorn langs geweest en hebben bijna al onze spullen in vijf grote kisten gestopt. Terwijl de verhuizers druk waren met het inpakken van de spullen, hadden wij ons teruggetrokken in twee van de kamertjes die we over hadden in de pastorie. Vandaag, in Utrecht, zijn twee zulke kamertjes onze hele woning. We wonen nu in een klein appartement in het Guesthouse van de Protestantse Kerk in Nederland.

Het begint al een klein beetje als ons huis te voelen. We zitten nu tussen de planten. In Oudenhoorn hadden we er nog wat over en mijn moeder wilde die wel hebben. Morgen nemen we ze mee naar Vorden – mijn vader en nichtje zijn zondag jarig – maar we laten er toch ook wat staan. Het stelt misschien niet veel voor, maar die planten maken er echt een leefbaar huis van.

Twee maanden zitten we hier nog. Vorige hebben we de datum van ons vertrek gehoord: 14 december. Doordat we de datum weten, komt het ineens veel dichterbij: het is echt zo! En nu zijn onze spullen ook al weg. Eén kist op het schip naar Zambia, en vier kisten naar de opslag van het verhuisbedrijf. Toen we gisteravond laat na onze taalles (Chichewa) in Leiden hier naartoe reden, kwamen we langs Alphen aan de Rijn waar de verhuizer zit. “Moni zinthu”, zei Johanneke – “dag spullen”…

Onderweg naar Zambia: we hebben een vliegdatum, onze spullen zijn ingepakt, nu nog een uitzenddienst – samen vormen ze het ‘overgangsritueel’, zoals een vriendin het afgelopen weekend noemde. We gaan uitgezonden worden vanuit de classis Buitenpost. Vorige week hebben we onszelf daar voorgesteld. Het was leuk weer terug in het noorden te zijn. Voor een fikse groep mensen die zich enthousiast inzetten voor zending in de verschillende gemeentes, mochten we vertellen wat wij gaan doen. En in één van die gemeentes zal de uitzenddienst zijn, op 11 december. De laatste stap voor we echt gaan. Vandaag op de kop af over twee maanden. Ik zal zo eens gaan tellen hoeveel nachtjes slapen dat nog is…

Dag poes!

Weten en doen; moeten en willen: soms gaapt er een levensgrote kloof tussen dat waarvan je weet dat het goed is en dat wat je het liefst wilt. We weten al een hele tijd dat we onze poes Luna niet mee gaan nemen naar Afrika. En ook niet naar het guesthouse in Utrecht, waar we half oktober naar toe vertrekken. We weten ook dat dit betekent dat we dus een ander baasje voor Luna moeten vinden. Maar ja, weten en doen is niet altijd hetzelfde…

Luna - zelfredzame poes!

De pogingen waren tot dusverre wat halfhartig. Een poster die ik op mijn werk ophing, liet Luna zien met een vogel in haar bek – niet echt handig als je iemand ervan wilt overtuigen dat het hier gaat om een heel lieve en gezellige poes (zelfredzame poes, stond onder de poster, dat dan weer wel). We zeiden overal dat we een poes in de aanbieding hebben, maar als iemand dan interesse toonde, wilden we er eigenlijk niet over praten. – Luna moet weg, maar we willen haar niet kwijt.

Onze dubbelzinnige pogingen hebben toch succes gehad. Vanmiddag zat haar nieuwe familie hier op de bank. Ik denk dat ze de paniek in onze ogen zagen toen ze Luna meteen mee wilden nemen. – De spagaat tussen weten en doen is nog niet opgelost. Morgen brengen we haar weg; vanavond zitten we op de bank en proberen ons een leven zonder onze poes voor te stellen. En Luna? Die ligt te slapen…