Diagnose: Satanisme

Satanisme is één van de dingen die met je aan de hand kunnen zijn. Hoe wordt deze diagnose gesteld? Een Zambiaanse bisschop en stichter van zijn eigen kerk vertelt het volgende verhaal:

“Mijn neef Bright is de zoon van mijn jongste broer, die op de Copperbelt woont. Bright’s ouders zijn arm. Hij moest elke dag twee uur lopen naar school, en kreeg geen geld mee voor lunch. Een vriend nodigde hem uit om dan maar bij zijn familie te komen eten. Op een dag had de vriend eten mee naar school genomen, en gezegd: ‘Vandaag gaan we iets heel bijzonders eten!’ Later begreep Bright dat de soep eigenlijk bloed was, en dat hij Satanist was geworden. Ik had al langer het gevoel dat er iets niet goed zat bij mijn familie op de Copperbelt. Dus ik overtuigde mijn broer ervan dat Bright maar een poosje bij mij moest komen wonen. Toen hij bij ons was gedroeg hij zich raar. Hij praatte niet. Hij zat de hele middag in de tuin, bij de kippen. Eén keer vonden we hem daar terwijl hij bewusteloos op de grond lag. In het ziekenhuis zeiden ze dat het malaria was, maar ik denk dat het iets met de onderwereld te maken had. Later bekende hij dat hij een altaar in de tuin had, en dat hij van daar naar andere steden in Zambia vloog. Nog iets geks: hij at zeep. Ik belde zijn vader, en die vertelde dat hij thuis ook zeep at. Ik maakte mij zorgen, en een dominee uit Tanzania die bij ons op bezoek was zei dat zeep eten een teken van bezetenheid is. Dus zijn we voor Bright gaan bidden, en de demonen manifesteerden zich in hem. Hij bekende dat hij Satanist was, en dat hij had toegezegd mijn dochters te zullen offeren aan de duivel. Bright zei dat hij meer dan vijfhonderd mensen had geofferd. Ik was in staat om de demonen uit te drijven. Hierna nam zijn vader Bright weer mee naar de Copperbelt. Ik weet niet of hij wel echt bevrijd is. Zijn vader ontkent dat zijn zoon ooit iets te maken had met Satanisme. Vanwege deze kwestie praten we niet meer met elkaar.”

Als er iets mis is in hun leven, met een onbekende oorzaak, proberen Zambianen verschillende dingen uit om beter te worden. Ze gaan naar het ziekenhuis – zoals de oom Bright naar het ziekenhuis bracht toen hij bewusteloos in de tuin lag – of naar een traditionele genezer, of naar een Christelijke gebedsgenezer. Brights oom is zo’n gebedsgenezer. Hij heeft al langer het idee dat er iets verkeerd zit bij Bright en zijn familie. Wanneer Bright bij hem woont vallen hem een aantal dingen op: Bright zegt niks, hij zit alleen in de tuin, en hij eet zeep. Hij denkt dat Bright bezeten is, en uiteindelijk blijkt het te gaan om Satanisme.

Wat maakt Satanisme een passende diagnose? Allereerst komt Satanisme vaak voor bij jonge mensen. Bij een oude vrouw met onverklaarbare klachten wordt er eerst gedacht aan hekserij of aan bezetenheid. Bij jonge mensen is Satanisme een belangrijke mogelijkheid. Vaak heeft de jongere of zijn familie het idee dat er iets mis is. Er is sprake van abnormaal gedrag. Het eten van zeep, zoals Bright doet, is uitzonderlijk. Vaker zijn er vreemde dingen aan de hand rond slapen: bijvoorbeeld een meisje dat ’s nachts in haar kamer gaat slapen en ergens anders weer wakker wordt; of een meisje dat beweegt met haar benen terwijl ze slaapt. Vreemde dromen zijn ook vaak een teken dat er iets mis is. Veel Satanisten hebben het over dromen over eten, dromen over slangen, en dromen dat ze naar een wereld onder water of onder de aarde gaan.

Een heel specifiek symptoom dat wijst op Satanisme is het hebben van moeilijkheden met relaties. De jongeren die later ex-Satanisten worden groeien vaak op in moeilijke omstandigheden. Hun ouders zijn overleden of gescheiden; vaak wonen ze bij familieleden. Dat is in Zambia niet ongebruikelijk, maar wat er bij de ex-Satanisten uitspringt is dat ze zich niet geaccepteerd voelen. Ze voelen zich niet geliefd door de familie waar ze bij wonen, of ze voelen zich afgewezen door hun leeftijdsgenoten. Ze geven vaak de voorkeur aan alleen zijn, zoals Bright die ’s middags in de tuin zat bij de kippen. In de Zambiaanse context wordt stil zijn en alleen willen zijn gezien als abnormaal, en afgekeurd. Sommige ex-Satanisten geven toe dat ze ook wel moeilijk gedrag vertoonden, zoals brutaal zijn, koppig zijn en agressie. Al deze problemen in de relatie met ouders/verzorgers en vrienden wijzen, voor een Christelijke gebedsgenezer, op Satanisme. Het vermoeden van Satanisme kan worden bevestigd door wat er gebeurt wanneer de predikant voor iemand bid. Bright geeft bijvoorbeeld terwijl er voor hem gebeden wordt zelf toe dat hij Satanist was.

Abnormaal gedrag, dromen, het gevoel niet geaccepteerd te worden, introversie, koppigheid – het zijn allemaal voorbeelden van symptomen die kunnen wijzen op Satanisme. Heel belangrijk is echter dat die diagnose wordt geaccepteerd door de betrokkene en zijn netwerk. In het geval van Bright werd de diagnose Satanisme niet geaccepteerd door zijn ouders. Bright woont inmiddels weer op de Copperbelt, en zijn vader zegt dat hij nooit iets te maken had met Satanisme. Als een diagnose niet goed voelt wordt er verder gekeken – misschien bij een andere gebedsgenezer, of bij een traditionele genezer, of in een ziekenhuis.

 

Advertenties

Satanisme als aandoening

Hoe word je Satanist? Wie hoort over Satanisme denkt misschien allereerst aan een verandering in overtuiging, een soort bekering naar een andere, niet-Christelijke religie. Maar in mijn gesprekken met ex-Satanisten kwam een ander beeld op. Satanisme was voor hen geen bewuste keuze, niet eens een keuze die achteraf verkeerd bleek.

Memory, bijvoorbeeld, zegt dat ze Satanist werd nadat ze een cadeautje had gekregen van een vriendin op school. “Toen mijn verjaardag eraan kwam, vroeg ze wat ze voor mij moest kopen. Ik zei: ‘Wat je maar wilt.’ Ze gaf me een ketting. Toen ik die kreeg wist ik niet wat het betekende, maar nadat ik de ketting ging dragen, begon ik te dromen dat ik onder de oceaan ging.” Onder de oceaan bevindt zich het hoofdkwartier van de Satanisten, en de ketting geeft Memory toegang tot deze plaats. Andere getuigenissen verhalen over Satanist worden door kleren gegeven door een vriend, door slapen onder een bepaalde deken in het huis van een familielid, of door het eten van iets lekkers aangenomen van een vreemdeling. In geen enkel geval was Satanisme een keuze op grond van ideologische afwegingen.

Als Satanist worden niet te maken heeft met een bekering, waarmee dan wel? Tijdens een radioprogramma waarin getuigenissen werden gepresenteerd konden luisteraars bellen met hun vragen en opmerkingen. Na een getuigenis over Satanisme kwamen de volgende vragen binnen bij de presentator:

  • De Bijbel zegt dat geld de wortel van alle kwaad is. Maar we hebben elke dag geld nodig. Hoe moet dat dan?
  • Ik droom vaak dat ik ga trouwen.
  • Mijn nichtje, ze is twee jaar, wordt vaak midden in de nacht wakker. Dan huilt ze en moet ze spugen. Soms wel drie keer in de week, maar alleen als ze alleen slaapt. Als haar moeder bij haar is gebeurt het nooit.
  • Hoe moet ik preken?
  • Ik ben nog nooit met iemand naar bed geweest, maar nu blijk ik een SOA te hebben. Hoe is dat mogelijk?
  • Ik droom vaak over vrouwen, en over trouwen. En een paar jaar geleden droomde ik dat er een slang in mijn buik zat.
  • Ik droom vaak over een slang die me bijt. Zelfs al ben ik in een grote groep in de droom, hij komt toch naar mij toe om me te bijten. En één keer riep de slang: ‘Ik ben je vrouw.’
  • Ik ben dominee, en ik vind deze dingen erg moeilijk. Soms bid ik voor mensen, maar de situatie blijft hetzelfde. Kan ik u ontmoeten?
  • ’s Nachts heb ik een probleem met mijn benen, ze schokken zo.

De vragen komen van zowel mannen als vrouwen. Van deze vragen gaat alleen de eerste, over geld, over het onderwerp waar de ex-Satanist net over verteld heeft. Getuigenissen vertellen vaak hoe Satanisten worden beloond met rijkdom voor hun daden. Betekent dit dat geld altijd slecht is? Maar je hebt toch geld nodig om te overleven? Twee vragen lijken te komen van beginnende dominees die graag willen leren van de predikant die het radioprogramma presenteert. De overige zeven vragen hebben allemaal hetzelfde uitgangspunt: Wat is er aan de hand met mij, of met mijn familielid? Telkens wanneer toehoorders vragen kunnen stellen is dit de belangrijkste zorg. Het horen van een getuigenis roept bij de luisteraars kennelijk vragen op over hun eigen welbevinden.

De combinatie van vragen over welbevinden klinkt ons als Nederlanders misschien vreemd in de oren. Hoe kan het nou dat je een verhaal hoort over Satanisme, en dan vragen gaat stellen die te maken hebben met relaties – zoals van de mensen die dromen over trouwen – of met zaken waarvoor wij naar de huisarts zouden gaan – zoals de SOA, het spugende meisje of de trekkende benen? De strikte scheiding tussen medische problemen en problemen in andere levenssferen die wij Westerlingen maken wordt in Afrika niet automatisch gemaakt. Zeker, in Afrika gaat men ook naar de dokter met een gebroken been. Maar als het niet goed met je gaat zonder een duidelijk aanwijsbare oorzaak, dan gelooft men dat dit komt door een probleem in de relatie met de onzichtbare, spirituele wereld waar voorouders en geesten verblijven; of door de kwade invloed van een heks. Dit kan zich uiten in elk soort van ongeluk: in gezondheidsproblemen, maar ook in armoede of in huwelijksproblemen. Zowel traditionele genezers als Christelijke gebedsgenezers zoeken naar oorzaken voor een gebrek aan welbevinden in de spirituele wereld. Daarom vragen de luisteraars naar het radioprogramma met getuigenissen aan de predikant die het presenteert ‘wat is er toch met mij aan de hand?’

Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Kleren maken de man

20170318-DSC_3019-bewerkt

Een mooi pak – van Westerse snit, en met een goede stropdas – is voor onze studenten een eerste levensbehoefte. Het wordt gedragen bij bijzondere gelegenheden, zoals een bijzondere dienst aan de universiteit, of in de kerk. Niet gek, misschien, voor studenten die predikant willen worden (hoewel ik moet zeggen dat er bij de theologie opleiding in Groningen slechts een enkeling wel eens een pak aan had, en Hermen zelfs weigerde om voor zijn bruiloft een pak aan te schaffen…) Een bril staat voor onze studenten veel lager op de ranglijst van dingen die je moet hebben. Je moet er goed uitzien; of je zelf ook iets ziet is van later zorg, zo lijkt het.

Het is niet de keuze die ik zou maken. Eigenlijk is dat precies de kern van een dilemma in hulpverlening en ontwikkelingssamenwerking. Waar wordt het geld aan besteed? Wat zijn de prioriteiten, en zijn de prioriteiten van de ontvanger hetzelfde als van de gever? We kijken er hier van op als er weer een kerk een auto aanschaft voor de predikant. Is dat nou het belangrijkste? Kun je het geld niet beter besteden? Waarom koop je een duur pak, of een mooi mobieltje, als je eigenlijk ook een bril nodig hebt? Aan de andere kant, we willen mensen niet betuttelen; niet in een minderwaardige afhankelijkheidsrelatie dwingen. Dus is zelfbeschikking belangrijk – geld uit laten geven aan de doelen die de ontvanger zelf stelt, ook als de gever zelf denkt dat andere doelen waardevoller zijn.

Kleren maken de man, hier in Zambia. Het aanzien dat een mooi pak of een grote auto geven, staat hoger aangeschreven dan goed kunnen zien. De man in deze foto heeft een bril, betaald door hulp van een buitenlandse kerk. Wat zou hij gekocht hebben als hij niet een bril, maar geld gekregen had? En kunnen of mogen wij daarover oordelen?

Het staat hem goed, het pak, en de bril. We laten het maar zo.

Eerst zien, dan geloven

“Heksen en Satanisten, bestaan die echt?” vraagt een jonge vrouw op de voorste bank. “Hoe word je het?” wil een jongen weten. Achter in de kerk steekt een man zijn hand op. “Hoe herken je ze, en wat kun je ertegen doen?” Ik ben in een 20170504-DSC_4607-bewerktkatholieke kerk in Choma, een stadje in het zuiden van Zambia, voor een workshop over hekserij en Satanisme. Zambianen leven in een wereld met heksen, Satanisten, boze geesten en andere krachten die het op hen gemunt hebben – maar helemaal zeker over het bestaan daarvan zijn ze niet. Dit maakt de onzekerheid en dreiging eigenlijk alleen maar groter. ‘The Fingers of Thomas’ is de naam van de werkgroep die deze workshop geeft. Net als de ongelovige Thomas in de Bijbel geldt voor hen het motto ‘eerst zien, dan geloven.’

Hekserij is een ‘hot issue’ in Choma. Mensen vertellen dat ze met hun eigen ogen hebben gezien dat een heks een boom in haar tuin had waar geld aan groeide. Er zijn verdenkingen, en er is angst. De Fingers of Thomas gaan niet in discussie over of heksen al dan niet bestaan. Wel leggen ze uit dat hekserij te maken heeft met angst, jaloezie en schuldgevoel. Wie zich bedreigd voelt door heksen gaat ze overal zien. Als je al bang bent, is het meteen duidelijk: wanneer iets misloopt, wanneer je pech hebt, wanneer je je 20170506-DSC_4831niet lekker voelt – daar zit een heks achter die het op je gemunt heeft. In een vicieuze cirkel zorgt angst voor heksen voor meer angst. Vaak heeft angst voor heksen iets te maken met ongelijkheid. Wie rijk is, vreest behekst te worden door anderen die minder hebben. Wie arm is, loopt voortdurend het risico om beschuldigd te worden van hekserij. Jaloezie, vooral ten opzichte van familieleden of buren, leid tot verdenkingen van hekserij. Schuldgevoelens kunnen ook een rol spelen. Stel je voor: je buurvrouw komt vragen om een kopje suiker, maar je vindt het een vervelend mens, en je zegt dat je geen suiker in huis hebt. Je voelt je een beetje schuldig en ongemakkelijk als je haar weer ziet. De volgende dag is je geit ziek, en de eerste aan wie je denkt is die vervelende buurvrouw. Zij heeft er vast met hekserij voor gezorgd dat de geit ziek werd. De boodschap van de Fingers of Thomas is duidelijk: wie niet bang is, niet jaloers is, en zich niet schuldig voelt, heeft veel minder last van hekserij. Om hekserij tegen te gaan, kun je dus het beste aan jezelf werken.

Satanisme is, volgens Zambianen, een ‘moderne’ versie van hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk. Ze doen dat in opdracht van Satan, die hen in ruil daarvoor rijk maakt. Satanisme bestaat ook in Europa en in de VS. In de jaren ’60 werd in Californië de Church of Satan opgericht door Anton Szandor LaVey, die ook de Satanic 20170505-DSC_4712Bible schreef. De Fingers of Thomas laten een exemplaar van dit boek doorgeven. Maar in Zambia lijkt Satanisme over het algemeen naar iets heel anders te verwijzen. Daarom maken de Fingers of Thomas het onderscheid tussen vrijwillig en onvrijwillig Satanisme. Voor leden van de Church of Satan is Satanisme een vrijwillige keuze. Voor de meeste Satanisten in Zambia is Satanisme iets wat hen overkomt, een gevoel dat ze bij de duivel horen in plaats van bij God. De Fingers of Thomas hebben sinds 2007 verhalen over Satanisme onderzocht, en één van hun belangrijkste conclusies is dat ‘erbij horen’ een belangrijk element is in Zambiaans Satanisme. Veel Satanisten die waarmee de Fingers of Thomas in contact zijn geweest hadden het gevoel dat ze er in hun familie of op school niet bij hoorden. Horen bij Satan lijkt een antwoord op dit gevoel van afzondering.

Centraal in hekserij en Satanisme is de angst. Angst om het volgende slachtoffer te zijn. Angst dat blijkt dat jij ook een Satanist bent. Angst omdat een onbekende macht het op 20170505-DSC_4646-bewerktjou voorzien heeft. De Fingers of Thomas leggen uit dat angst niet per se slecht is. We zijn bang voor wat ons kan kwetsen en voor het onbekende, en op die manier worden we beschermd tegen gevaarlijke situaties. We vrezen God, omdat Hij zoveel groter is dan wij mensen. Maar angst kan ook teveel worden. Wanneer we zo bang zijn dat we overal gevaar zien, en overal heksen en Satanisten op de loer weten te liggen. Wanneer we de kinderen wakker maken om één uur ’s nachts en om drie uur ’s nachts om met hen te bidden tegen kwade krachten. De Fingers of Thomas benadrukken dat de Bijbel zegt “Wees niet bang” – volgens sommige tellingen staat dat wel 365 keer in de Bijbel, een keer voor elke dag. Wie vertrouwt op God hoeft niet ’s nachts op te staan om te bidden. Je bent ook in Gods hand als je slaapt.

Naast hekserij en Satanisme is het gebruik van traditionele medicijnen zoals bladeren, schors en wortels van inheemse bomen en planten iets waar veel mensen onzeker over 20170504-DSC_4619-bewerktzijn. De Fingers of Thomas stallen hun collectie medicijnen uit, en nodigen de deelnemers van de workshop uit om ze van dichtbij te bekijken en de middelen die ze kennen op te pakken. Vrouwen en mannen bespreken apart van elkaar wat zij weten van de traditionele geneesmiddelen. Een vrouw houdt een bosje takjes omhoog. “Dit ken ik wel,” zegt ze. “Het is goed voor de maag, maar het wordt vooral gebruikt om ervoor te zorgen dat je man bij je blijft. Je moet het roken, en tijdens het uitblazen van de rook zeg je de naam van je man. 20170504-DSC_4623Zo weet je zeker dat hij niet vreemd gaat. Toen ik pas getrouwd was, gebruikte ik het ook wel.” Een stuk boomschors blijkt een natuurlijk middel tegen malaria, dat in grotere hoeveelheden ook een abortus op kan wekken. Een klein bolletje kent iedereen: “Dit is palibe kanthu, dat betekent ‘niks aan de hand’. Het is goed als je baby koliek heeft.” “Ja, maar dat is niet het belangrijkste,” valt een andere vrouw in, “als je ergens van verdacht wordt, en er is een rechtszaak, dan zorg je dat je dit bij je hebt. Als de rechter je dan aankijkt, denkt hij: ‘Deze persoon kan toch niks gedaan hebben?’ en je wordt vrijgesproken.” Een ander weet: “Er zijn ook zakenmensen die het gebruiken. Je doet het in je broekzak, en iedereen zal van je willen kopen. Je kunt dan zelfs rotte vis verkopen, niemand zal er iets van merken.”

Afrikaanse geneesmiddelen zijn niet, zoals in Nederland gebruikelijk is, alleen bedoeld voor medische problemen. Traditionele medicijnen zorgen ervoor dat het weer goed met 20170504-DSC_4612-bewerktje gaat, op alle fronten: in je huwelijk, in zaken, en in gezondheid. Voor niet-levensbedreigende ziektes, zoals een griepje, milde malaria of verkoudheid, kent bijna iedereen wel een huismiddel. Als er iets serieus mis is op lichamelijk gebied gaat men naar het ziekenhuis. Maar bij onverklaarbare en langdurige ziektes, of bij aanhoudende pech en problemen in andere domeinen van het leven, gaan veel mensen naar de traditionele genezer of nganga. Als het niet goed met je gaat – op welke manier dan ook – dan ligt dat in de Afrikaanse opvatting aan een verstoring in de verhouding met de spirituele wereld, het onzichtbare deel van de werkelijkheid. De nganga heeft een direct lijntje met de spirituele wereld en kan onderscheiden waar het probleem zit, en je vervolgens het juiste medicijn geven.

Christenen in Zambia hebben moeite met de traditionele geneeswijzen. Vanuit hun Christelijke perspectief zijn de geesten en voorouders in de spirituele wereld demonen waarmee elk contact vermeden moet worden. Wie naar een nganga gaat is dus onchristelijk bezig en zou zelfs bezeten kunnen raken. Aan de andere kant: waar moet je 20170504-DSC_4613heen als je altijd maar pech hebt? Een dokter in het ziekenhuis kan er niks aan doen. Dus worden nganga’s vaak in het geheim bezocht. Tijdens de workshop leggen de Fingers of Thomas uit dat het ook anders kan. Traditionele medicijnen kunnen op drie verschillende niveaus werken: puur lichamelijk, psychologisch, of spiritueel. Lichamelijk zijn de medicijnen tegen malaria of buikpijn. De werking van andere medicijnen kan psychologisch zijn. Wie een takje heeft gerookt voor de trouw van een echtgenoot, voelt zich misschien zekerder en is minder achterdochtig of verdrietig, wat het huwelijk ten goede kan komen. Weer andere medicijnen stellen de geesten in de spirituele wereld tevreden waardoor die je niet meer lastig vallen. Een tweede onderscheid dat de Fingers of Thomas maken gaat over op wie het medicijn werkt. Sommige medicijnen werken op degene die ze inneemt, andere medicijnen worden gebruikt om een ander te manipuleren. Voor de Fingers of Thomas zijn medicijnen die lichamelijk of psychologisch werken op degene die ze gebruikt toegestaan. Het manipuleren van anderen overschrijdt een grens, en voor relaties met de spirituele wereld heb je geen medicijnen nodig, daar ben je Christen voor.

De uitsmijter van de driedaagse workshop is een interactief toneelstuk op het kerkplein. “We gaan zometeen een echte witchdoctor ontmoeten,” zegt één van de Fingers. “Als je zo het kerkplein opgaat staat er een kom met water. Was daarin je handen. Voor deze keer mag je je schoenen aanhouden, maar zorg er wel voor dat je wat water over je schoenen 20170506-DSC_4741gooit, zodat je schoon bent als dr. Koko komt.” De jeugd rent zowat de kerk uit om vooraan te kunnen zitten. Maar het hek naar het plein is dicht, en de wachter bij het hek zegt dat we één voor één naar binnen mogen, en dat ouderen voor gaan. Verwachtingsvol gaan we zitten. Dan, ineens, horen we een hoog, blaffend, geluid, als van een hyena. Er klinkt een trommel. Een vrouwenstem begint te zingen “voor we vandaag gaan slapen hebben we de heks gevonden.” Door het hek zien we drie mannen aankomen: de wachter, die nu op de trom slaat; en twee mannen in witte gewaden – dr. Koko en zijn woordvoerder. Dr. Koko spreekt in raadselen, die door zijn woordvoerder geïnterpreteerd en uitgelegd worden.

20170506-DSC_4750

Een witchdoctor is een spirituele expert die heksen en hekserij kan herkennen. Op het Zambiaanse platteland komen regelmatig witchdoctors langs in dorpen om daar de plaatselijke heks op te sporen en te straffen – uiteraard tegen een vergoeding. Het 20170506-DSC_4768-bewerkttoneelstuk laat zien hoe dat gaat. Dr. Koko pakt een wit vel papier. Zijn woordvoerder loopt rond met een ratel waarmee hij het publiek lijkt te onderzoeken. Hij wijst een jongen aan, die wat verlegen naar voren komt. De jongen moet een zwart poeder over het witte papier strooien. Dr. Koko maakt wat mysterieuze armgebaren en houdt het papier in de lucht. Er zijn letters op verschenen: ‘Miss Makondo’ staat er nu. Miss Makondo 20170506-DSC_4776komt naar voren, en even later is er ook een tweede vrouw aangewezen. Eén van beiden komt van de Copperbelt, waar ze voor verpleegster heeft geleerd, zegt dr. Koko. Het orakel zal nu laten zien wie van hen dit is. Beide vrouwen moeten hun handen insmeren met zeep. Dr. Koko en zijn woordvoerder laten het publiek twee teilen met water zien. Als ze hun handen 20170506-DSC_4810wassen wordt het water bij de ene vrouw paars, bij de ander blijft het kleurloos. Het toneelstuk herhaalt de keuze tussen twee personen verschillende keren, waarbij het orakel steeds op een andere manier werkt. Een holle pompoen aan een touw aan het plafond blijft in het midden hangen bij de ‘schuldige’. Een stukje kranten papier vat onverwachts vlam. Magie! Op het laatst ontdekken dr. Koko en zijn assistenten ook nog een slang in een boom op het plein, waarop de dichtstbijzijnde toeschouwers in paniek wegvluchten.

Genoeg opwinding voor vandaag, vinden de Fingers of Thomas. Ze nodigen het publiek uit om dichterbij te komen en leggen uit dat de orakels niks met magie te maken hebben. Het papier waarop de naam verscheen: de naam was met kaarsvet geschreven, dat zichtbaar werd door de as. Met citroensap en een kaarsvlam kun je iets vergelijkbaars doen. Het verkleurde 20170506-DSC_4830-bewerkt-bewerkt-bewerktwater is een zuur-base reactie. Door azijn bij het verkleurde water te doen kun je het zelfs weer kleurloos maken. Dr. Koko wist dat Miss Makondo van de Copperbelt kwam omdat ze dat in één van de gesprekken met de Fingers of Thomas had verteld. Alle trucjes worden uitgelegd. Zambiaanse witchfinders gebruiken de scheikundige trucs, maar het belangrijkste instrument van de witchfinder zijn verhalen. Assistenten van de witchfinder gaan soms wel een halfjaar van tevoren naar een dorp om te horen welke roddels de ronde doen. Als de witchfinder dan komt, lijkt hij een helderziende die alles over iedereen weet. Het doel van de Fingers of Thomas is om mensen minder vatbaar te maken voor de trucs die worden toegepast door de witchfinders. Laat je niet bang maken; ‘eerst zien, dan geloven’ is de boodschap.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Verborgen of onbekend?

Over lesgeven, dat het toch weer anders loopt en hoe dat vruchtbare gedachten oplevert…

Dit trimester geef ik sociologie – de studie van menselijke samenlevingen. Het gaat over ontwikkeling, ongelijkheid, globalisering, de trek naar de stad, en over de gevolgen hiervan voor cultuur, identiteit en onderlinge verhoudingen. Een nuttig vak voor aankomend dominees die een leidende rol gaan spelen in een wereld die snel verandert en waarin ongelijkheid heel zichtbaar is.

In Afrika wordt ongelijkheid vaak in verband gebracht met hekserij. Waarom is de één rijk, en blijft de ander maar ploeteren? Waarom krijgt de één een ongeluk of wordt ziek, terwijl de ander gezond is? Hekserij is een antwoord op deze vragen: er is ongelijkheid omdat een heks het op je gemunt heeft. Was dat niet zo, dan zou iedereen kunnen genieten van het goede leven.

Tijdens het voorbereiden van de collegereeks zag ik ernaar uit mijn studenten de wetenschappelijke oorzaken van ongelijkheid te leren. Zo is één van de grootste problemen van Zambia de grote afhankelijkheid van één industrie: het winnen van koper. Als de koperprijs hoog is gaat het goed met Zambia. Zakt de prijs van koper in, dan gaat het met heel Zambia bergafwaarts. Zo kunnen ze zien, dacht ik, dat je helemaal geen hekserij nodig hebt om uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit.

Het liep anders.

Dat de situatie in Zambia afhankelijk is van de koperwinning, dat zagen mijn studenten wel. Maar dat de koperprijs afhangt van de verhouding tussen vraag en aanbod, dat wilde er bij een groot deel niet in. Nee, als de koperprijs laag is, dan komt dat door dat “zij” in het Westen dat zo regelen. Ze willen niet dat Zambia succesvol wordt. Wie zijn “zij” dan? vroeg ik. Het Westen, was het antwoord. Eén student was specifieker: hij hoorde ’s ochtends op het nieuws altijd over de beurskoersen in Londen. Daar zit dus iemand die de prijs bepaalt. De markt is geen neutraal terrein – er is iemand die aan de touwtjes trekt en ervoor zorgt dat Zambia altijd arm blijft, volgens mijn studenten. De overeenkomst met hekserij is duidelijk: er is ongelijkheid omdat er iemand is die het op je gemunt heeft.

Mijn studenten zien de wereld dus, ook na het lezen van sociologische theorieën, nog steeds niet op een westerse manier. Een beetje teleurstellend, maar ook een bron van nieuw inzicht. Want ik dacht dat het verschil ‘m zat in het hebben van een Afrikaans religieus of spiritueel wereldbeeld tegenover een westers seculier wereldbeeld. Volgens het eerste bepalen bovennatuurlijke krachten wat er in de wereld gebeurt; volgens het tweede houden bovennatuurlijke krachten – voor zover die er zijn – zich afzijdig van de mensenwereld. Nu zie ik dat seculier of religieus eigenlijk niet het punt is. Het gaat erom dat er in het wereldbeeld van mijn studenten verborgen krachten zijn die ervoor zorgen dat de wereld op een bepaalde manier werkt. Die verborgen krachten kunnen bovennatuurlijk zijn – zoals in het geval van hekserij – maar dat hoeft niet. “Zij in het Westen” kunnen ook zo’n kracht met een verborgen agenda zijn.

Het verschil tussen ‘verborgen’ en ‘onbekend’ is hier van belang. Onbekend is iets wat je niet weet. Als iets verborgen is weet je het ook niet, maar het woord heeft nog een extra lading: er is iemand die ervoor zorgt dat je het niet weet, die het voor je verbergt.

Kennisoverdracht – wat ik in mijn lessen doe – geeft informatie waardoor wat onbekend was bekend wordt. Ik merk nu dat mijn studenten en ik langs elkaar heen praten, omdat de studenten niet zitten te wachten op kennis van wat onbekend was, maar op een openbaring over wat verborgen is. En openbaringen, die vind je niet op school maar in de kerk, bij een dominee of profeet die de gave heeft om wat verborgen is openbaar te maken.

Wat te doen tegen het geloof in hekserij en andere verborgen krachten? Mijn voorlopige conclusie is dan ook dat onderwijs het verschil niet gaat maken. Onderwijs gaat er niet voor zorgen dat dit geloof minder wordt. Onderwijs spreekt degene aan die zoekt naar wat onbekend is, en niet degene die wil dat wat verborgen is openbaar wordt. Tja….

Het verhaal van de vrouw die verdween

Een paar weken geleden waren we op bezoek bij één van onze oud-studenten in zijn eerste gemeente. Hij vertelde ons dit wonderlijke verhaal:

Er is een echtpaar in mijn gemeente. Vanwege de economische situatie ging de echtgenoot langs bij een zekere man. Deze man vertelde hem dat iedereen binnen veertien dagen rijk kan worden, maar dat je er dan wel iets voor moet doen. Iets voor moet offeren. De echtgenoot was verrast, en hij zei dat hij erover na zou denken. Hij ging naar huis en dacht erover wie hij dan zou offeren. Na een tijdje dacht hij aan zijn vrouw. Nu moet je weten dat de vader van de vrouw een machtige heks is. En op de één of andere manier hoorde hij over de plannen van de echtgenoot om zijn vrouw te offeren. De vader dacht: ‘Maar dat is mijn dochter, ik wil haar niet verliezen!’ Dus gebruikte hij zijn krachten om de vrouw weg te halen. De vrouw verdween gewoon. Ze vertelden mij, de dominee, ‘Een van je gemeenteleden is vermist.’ We hebben voor haar gebeden. Later hebben ze haar teruggevonden, in Malawi, waar ze werd vastgehouden in een kamer in een huis. De mensen in het huis zeiden: ‘Wij weten wel hoe ze hier is gekomen, en we hebben afgesproken dat we haar hier zouden houden.’ Je ziet het, deze dingen gebeuren echt.

Er lijken hier in Zambia maar twee mogelijkheden te zijn: je bent of rijk, of je bent arm. Dat er – vanuit ons Westerse perspectief – nog een heleboel stappen tussen arm en rijk zitten, daar is geen oog voor. Arm wil niemand zijn… dus iedereen wil rijk worden. De echtgenoot waar onze student over vertelt is zoiemand die rijk wil worden. Hij heeft misschien een handeltje. Misschien loopt het niet zo goed. In ieder geval: hij is niet rijk. En dus zoekt hij iemand op die verstand heeft van zulke zaken.

In Afrika is de wereld die je om je heen ziet, die je kunt aanraken, horen en ruiken, niet de enige realiteit. Er is een paralelle spirituele wereld, met geesten, demonen, voorouders en magische krachten. Die wereld heeft direct invloed op je leven. Als alles goed is, zijn de wereld die we kunnen zien en de spirituele wereld met elkaar in harmonie. En dan is ook alles goed: je hebt genoeg te eten, een vrouw, kinderen, gezondheid. Als niet alles goed is, dan komt dat door een probleem in de spirituele wereld. Een onverklaarbare ziekte, armoede, geen vrouw kunnen vinden, geen baan hebben, geen kinderen: het ligt aan de krachten in de spirituele wereld. Er zijn specialisten die meer over deze wereld weten, en de krachten kunnen beïnvloeden. Zo’n specialist, daar ging de echtgenoot bij op bezoek.

Wat de specialist aan de echtgenoot vertelde was dat hij rijk zou kunnen worden als hij er iets voor zou doen. Als Westerlingen kunnen we het daar mee eens zijn: als je niet hard werkt, wordt het nooit wat. Maar dat was niet wat de specialist bedoelde. Als je iets buitengewoons wilt – rijk worden, of macht en succes hebben, dan moet je de buitengewone krachten in de spirituele wereld inschakelen. En een manier om dat te doen is door iemand letterlijk te offeren.

Hoe letterlijk is dat offeren? Sommigen zeggen dat ze degene die ze wilden offeren in een spiegel zagen, en dan met een mes in die spiegel hebben gestoken. De volgende dag was degene dood. Maar er bestaan ook tovermiddelen waarvoor menselijke lichaamsdelen nodig zijn; en zo nu en dan worden er lichamen gevonden waarvan ogen, borsten of geslachtsdelen zijn afgesneden. Ogen – zodat je een vooruitziende blik krijgt. Borsten en geslachtsdelen – zodat je werk vruchtbaar zal zijn.

De echtgenoot overweegt zijn vrouw te offeren. Op welke manier? We weten het niet. Want de vader van de vrouw is ook een specialist in de spirituele wereld. Hij heeft zijn schoonzoon door en zorgt dat zijn dochter verdwijnt.

“Deze dingen gebeuren echt,” zegt onze student als afsluiting van zijn verhaal. Hij weet tegen wie hij praat, en dat wij zulke verhalen niet zomaar geloven. En Hermen bevestigt dat: “Voor dit verhaal heb je helemaal geen onzichtbare krachten nodig. Misschien zag de vrouw haar man gek naar haar kijken. Misschien voelde ze zich bedreigd. Misschien wist haar vader daarvan, en heeft die haar geholpen om te vluchten.” Het zou kunnen, zegt onze student, maar het is duidelijk dat hij er anders over denkt.

Wat mij opvalt is hoe afwezig de vrouw is in het verhaal. Het zijn steeds de mannen die handelen. De echtgenoot, die geld wil en daarvoor zijn vrouw wel wil opofferen. De vader. De mannen die haar vasthouden in Malawi. De vrouw had net zo goed een object kunnen zijn. Zoals in deze navertelling: Er was eens een man met een mooie, grote TV. Hij wilde graag meer geld, en dus ging hij bij een andere man langs. ‘Je moet er wel iets voor inleveren,’ zei die. De man dacht aan zijn TV. Maar zijn schoonvader, die hem die TV had gegeven, hoorde van het plan en kwam de TV weghalen. Later hebben ze de TV teruggevonden in een huis in Malawi.

Verhalen zoals dit laten zien hoe de wereld in elkaar zit volgens de gemiddelde Zambiaan. Met een spirituele wereld die je succes of verdriet kan bezorgen. Een wereld waarin de man handelt en geld binnen brengt. Een wereld waarin een vrouw iets is wat je bezit. Het is niet de wereld waar ik in leef…