Opoffering

‘Christendom past nu eenmaal niet bij de Japanse cultuur,’ zo leert de Silence-3hoofdpersoon in de nieuwe film ‘Silence’ zeggen en vol overgave verdedigen. Het maakt niet uit of het waar is of niet waar. Of eigenlijk moet het voor hem niet waar zijn, want de film gaat er over of het een grotere opoffering kan zijn voor hem om dit te zeggen dan te kiezen voor de marteldood.

De film gaat over een Portugese missionaris in Japan in de zeventiende eeuw. Het gerucht gaat dat zijn leermeester tijdens de hernieuwde Christenvervolgingen in Japan zijn geloof heeft afgezworen. Hij kan het niet geloven, en gaat samen met een collega op onderzoek uit. Hij ziet hoe de Christenen die hij vindt gemarteld en gedood worden. En zelf wordt hij al snel ook opgepakt. Hij roept de Christenen die voor zijn ogen gemarteld worden op om hun geloof te ontkennen. Laat ze dan maar hun voet op de afbeelding van Jezus zetten, zoals de inquisiteur vraagt, dit kan God niet willen, ook al blijft Hij zo stil. De inquisiteur legt uit dat ze allang hun geloof afgezworen hebben, maar dat ze gemarteld worden om hém ook zijn geloof te laten ontkennen – ze hebben geleerd dat dat beter werkt dan de priesters zelf te martelen. Dan voor één keer in de drie uur lange film over de stilte van God, spreekt God: de afbeelding van Jezus downloadvraagt hem om op Jezus te stappen. En de missionaris volgt het voorbeeld van zijn leermeester, die inderdaad ook blijkt het geloof te hebben afgezworen.

De missionaris was Japan binnengesmokkeld door een tragisch komische figuur die het Christendom ontkende, terwijl zijn familie er de dood voor in ging. De gids vraagt de missionaris om te kunnen biechten en weer Christen te worden. Maar telkens als het moeilijk wordt, gaat hij voor de inquisiteur weer op de Jezus-afbeelding staan, en telkens weer vraagt hij de missionaris hem de biecht af te nemen. De collega van de missionaris sterft al snel als martelaar. De hoofdpersoon zit een beetje tussen de gids en zijn collega is: hij gaat niet zo gemakkelijk door de knieën als de gids, maar de marteldood ontloopt hij uiteindelijk ook.

silence_18618350_8col

Tijdens de introductie-week voor mijn theologie-studie zag ik een andere religieuze film van deze regisseur, Martin Scorsese, ‘The Last Temptation of Christ’. In die film krijgt Jezus vlak voor zijn kruisdood de kans op een lang en goed leven. Nadat we dat hele verdere leven hebben gezien, blijkt dat Jezus dit toch als verleiding afwijst. In ‘Silence’ ontloopt de hoofdpersoon de marteldood, maar in het laatste shot zien we de gestorven missionaris toch nog stiekem een kruisje vasthouden. Is dit het verschil tussen de Messias en zijn volgeling – Jezus is gestorven opdat wij leven? Of is dit toch zwakte van de missionaris? Of is die zwakte accepteren juist nog moeilijker dan te gaan voor het grote gebaar? – Een schijnbaar theoretische uitspraak als ‘Christendom past nu eenmaal niet bij de Japanse cultuur’ kan zo veel verschillende dingen betekenen…

Advertenties

Blauwe handen

Terwijl ik dit typ, zijn mijn vingernagels nog steeds een klein beetje blauw na mijn reis naar Ghana. Na wat moeite om Ghana in te komen – omdat de Ghanese ambassade in Zambia 2016 in plaats van 2017 op mijn visum had gezet – was er eerst een conferentie even buiten de hoofdstad Accra.

De conferentie werd gehouden op een enorm complex van de Church of Pentecost. Vier jaar geleden hadden ze deze accommodatie voor 3000 personen gebouwd, en allemaal met eigen geld van hun 2 miljoen leden in Ghana. De Duitse ontwikkelingshulporganisatie Brot für die Welt had de kleine conferentie georganiseerd om te onderzoeken hoe Westerse organisaties met Afrikaanse Pinksterkerken kunnen samenwerken. De grote Pinksterkerken, zoals die waarbij we te gast waren, lieten vooral zien dat ze geen hulp van buiten nodig hebben. Aan de andere kant waren er vertegenwoordigers van kleinere Pinksterkerken die al met Brot für die Welt samenwerkten, wier projecten voor 95% door Europees geld gefinancierd worden. Het contrast was groot.

Na afloop van de conferentie bezocht ik onze collega Jasper Maas in Tamale, Noord Ghana, waar we de Church of Pentecost weer tegenkwamen. In allerlei dorpjes in de omgeving bouwen ze kerkgebouwen – en soms gaat dan een al lang bestaande Presbyteriaanse gemeente die nog altijd onder een mangoboom samenkomt, in zijn geheel over naar die kerk zodat ze een dak boven hun hoofd hebben. Begrijpelijk, maar ik vind het toch ook wel moeilijk als iemand van Protestantse huize.

Verder lag in de dagen dat ik er was het grootste deel van het kerkelijk leven stil, omdat iedereen bij de Crusade betrokken bleek, een grote evangelisatiebijeenkomst naast het voetbalstadion. Naar verluid heeft de Amerikaanse evangelist er mensen uit hun rolstoel laten opstaan en blinden laten zien en dergelijke – wij zijn er zelf niet geweest. De meerderheid in de regio is overigens moslim – soms werd ik al om drie uur ’s ochtends wakker van de gebeden die de geluidsinstallaties van de verschillende moskeeën in de buurt doorgaven. Maar moslimcollega’s van Jaspers vrouw vroegen ook vrij om bij het grote event van de Crusade te zijn – wel bijzonder dat moslims vrij willen om naar een kruistocht toe te gaan…

Op zaterdag kreeg ik mijn blauwe nagels – of hele blauwe handen eigenlijk. Jasper liet me het dorp Daboya zien. Onderweg kwamen we door uitgestrekte vlaktes waar in de regentijd water staat en rijst verbouwd wordt, en het laatste stukje was ook nu niet met de auto bereikbaar. In Daboya wordt kleding geweven. Overal in het dorp moet je over de uitgelegde draden heenstappen horend bij de weefgetouwen waar stroken stof geweven worden waarvan de traditionele kleding gemaakt wordt. En een deel van de draden is blauw geverfd door het te dopen in water met plantenresten. Ik mocht dat verven ook eens proberen, vandaar dat in het vliegtuig terug naar Zambia mijn handen nog blauw waren en nu mijn nagels nog wat blauw zijn.

Het was een leuke en interessante ervaring zo eens wat van Ghana mee te krijgen – in heel wat opzichten lijkt het op Zambia, maar er was toch ook weer veel nieuws te ontdekken!

De leukste films van 2016

Wij gaan hier in Zambia vaak naar de film. Er is vaak ’s avonds geen stroom, en de bioscoop is ook niet zo duur als in Nederland. In 2016 zijn we naar 60 films geweest – we hangen de kaartjes op ons prikbord. En deze films vonden we het leukst:

IMG_0415.jpg

Van de 13 actiefilms vonden we Bastille Day het best, over een bankoverval/anti-terrorisme-operatie in Parijs met veel verrassende plotwendingen. We vinden het leuk als we het er na afloop nog over kunnen hebben over hoe het nu precies zit, wat er precies gebeurt is, zoals bij The Accountant, The Girl on the Train en Now You See Me 2. Ook Skiptrace met Jackie Chan vonden we leuk, maar vooral vanwege wat het van Azië liet zien. In de kleine categorie Westerns won bij ons trouwens ook een film over China: House of the Flying Daggers.

Van de 9 science-fiction films vonden we Morgan het best waarbij je niet wie er nu een robot is en wie menselijk. In de film 10 Cloverfield Lane was het verrassend dat de hele film wordt toegewerkt naar dat de verhalen over marsmannetjes natuurlijk onzin zijn, en dan duiken ineens de meest stereotype marsmannetjes die je kunt bedenken op. De serie-films van Star Trek en Divergent eindigen bij ons ergens in het midden – leuk om te zien, maar niet super. Dat gold ook voor de serie-films van Superman en X-men in de categorie superhelden – de verhaallijn van de X-menfilms lijkt altijd hetzelfde: ‘Mensen vinden X-men eng omdat ze anders zijn, moeten de X-men zich dan maar voorbereiden op een onvermijdelijke oorlog? Nee, het is natuurlijk beter je verzoenend op te blijven stellen’. Van de 12 superheldenfilms vonden wij Suicide Squad het grappigst.

Bij de 11 grappige films stond dan weer Legend of Tarzan bovenaan, maar vooral omdat het aan het denken zette over hoe Afrika in de film gepresenteerd werd. Tweede hier was Ghostbusters.

Timbuktu vonden het beste van de 8 politiekige films, waarin het contrast nomaden-stedelingen en de opkomst van de radicale islam door elkaar heen speelden. Ook Eye in the Sky maakte veel indruk, over of je met drones bommen mag gooien op terroristen als je op je live-beelden in de tuin ernaast een klein meisje ziet hoela-hoepen. Tenslotte was er nog het Japanse filmfestival met drie films met eenzelfde thema: het plattelandsleven in Noord Japan – het leukst vond ik Karaage USA over dorp met een wedstrijd de lokale Fried Chicken (Karaage) bakken.

Welke film van 2016 vond jij het leukst?

Lenshina

Toen Zambia net onafhankelijk was, vond er in het noorden van Zambia een bloedbad plaats. De profetes Alice Lenshina verbood haar volgelingen om deel te nemen aan activiteiten van de overheid, zoals het meedoen aan verkiezingen of het verkrijgen van ID-kaarten. De nieuwe leiders van het land vonden dat dit de eenheid van Zambialenshina ondermijnde, en de volgelingen van Lenshina werden neergeschoten of verjaagd. Er vielen zo’n 700 doden. Nu, zo’n vijftig jaar later, zijn de spanningen rondom deze gebeurtenissen nog niet opgelost, zo bleek uit een toneelstuk over Lenshina dat we onlangs zagen.

Een groep oud-studenten van de nationale Universiteit van Zambia voerde een kort zelfgeschreven toneelstuk over Lenshina op in het kleine theater van Lusaka. De subtitel van het toneelstuk was al bijzonder: ‘de onbezongen heldin van Zambiaans nationalisme’. Ook na het toneelstuk is ons nog niet duidelijk op welke manier Lenshina een held van Zambiaans nationalisme is. Zambiaans nationalisme lijkt haar en haar volgelingen niet veel goeds gedaan te hebben.

De avond begon met het staande zingen van het volkslied. Dat verbaasde ons. Is het volklied niet vooral een symbool van het staatsapparaat dat vele volgelingen van Lenshina uitgemoord heeft? In de introductie van het toneelstuk werd ons verteld dat Lenshina een heldin was, en dat mede dankzij haar nu een vrouw daar op het toneel het woord kon doen, en we een vrouwelijke vice-president hebben. Alice Lenshina een heldin: prima. Maar na elkaar het volkslied zingen en Lenshina een held noemen, leek voor ons een beetje te botsen.

Na een quizje en wat sketches om de tijd te vullen, begon het korte toneelstuk. Lenshina werd gepresenteerd als een prediker die vooral tegen hekserij en polygamie was, en van liedjes zingen hield. Vervolgens zagen we een grote groep van haar volgelingen neergeschoten worden door onzichtbare soldaten. De rest van het toneelstuk bestond uit een dialoog tussen Lenshina en een jonge Kenneth Kaunda – herkenbaar aan een witte zakdoek – die de soldaten de opdracht tot schieten had gegeven. “Dit bloed is op jouw handen!” klaagde Lenshina. “Maar ook op jouw handen,” wierp Kaunda tegen. Ze kwamen er niet uit. En aan het eind van het toneelstuk zaten ze samen treurend bij de doden.

Aan het eind vond ook Kaunda de sterfgevallen – die hij geen bloedbad wilde noemen – betreurenswaardig, maar de titel van het toneelstuk en de toon van de dialoog leek vooral de kant van Lenshina te kiezen. Aan de andere kant begonnen we dus met het volkslied, regelmatig werd gerefereerd aan Kaunda’s motto ‘One Zambia, one nation,’ en Lenshina werd geportretteerd als held van waarden van de Zambiaanse staat – de staat waar zij zich vooral tegen leek te verzetten.

Al was de boodschap niet eenduidig, leken hier toch kanttekeningen geplaatst te worden bij het hier haast heilige ‘One Zambia, one nation’. Voor ons was het geheel nog wat onbevredigend,maar wel dapper dat ze dit zo ter sprake brengen.

Profetie vandaag de dag

“Heb je geestuitdrijving, genezing of profetie nodig?” zo stond een poosje terug op veel 20160907-001billboards in Lusaka te lezen. In een nieuw boek reflecteren theologen en godsdienstwetenschappers uit Zambia en Zuid-Afrika op wat profetie vandaag de dag is of kan zijn.

Geestuitdrijving, genezing en profetie zijn hier ongeveer hetzelfde: als iets je dwars zit – fysiek, geestelijk, financieel of hoe dan ook – dan heb je genezing nodig door de uitdrijving van de kwade geest die probleem veroorzaakt, en de profeet is degene die deze geest kan herkennen en bevelen weg te gaan. Dit lijkt een heel ander idee van profetie dan ik ken uit de Bijbel – ik kan me niet voorstellen dat Elia, Jona of Amos zouden adverteren: “Hebt u nog profetie nodig?” En het is ook heel anders dan het spreken over de profetische stem die de kerk in de samenleving zou moeten hebben.

Uit de artikelen in Prophecy today komen de beelden van twee heel verschillende soorten profeten tevoorschijn. Aan de ene kant de sterke man (of soms vrouw) van God die profeteert in het leven van mensen, wat dan zoiets betekent als dat hij door zijn machtige, geestelijke woord goede dingen teweegbrengt: ‘Nu zullen de goede tijden in je leven aanbreken, in Jezus’ naam!’ Aan de andere kant worden mensen profeten genoemd die het aandurven zich uit te spreken tegen de machtigen in de samenleving ten bate van sociale rechtvaardigheid, al lijken deze mensen er minder te zijn – of in elk geval minder herkenbaar te zijn – in dit tijdperk na de Apartheid in Zuid-Afrika.

In de kerken in Zambia en Zuid-Afrika bestaan beide ideeën van profeet naast en door elkaar. Verschillende auteurs in ons boek benadrukken het verlangen naar het goede leven dat alle twee de soorten profeet drijft. Beide vormen van profetie baseren zich ook op het oude testament, al is het dan op andere aspecten van de verhalen over de profeten van Israël: sommigen doen wonderen en alles wat ze zeggen, komt uit; anderen zijn vooral kritisch op de macht en gericht op een rechtvaardiger samenleving. In het nieuwe testament wordt gezegd dat profetie belangrijk is, maar opvallend genoeg zijn er uit die tijd niet echt profetieën opgenomen in de bijbel. De profetieën uit de tijd na Jezus lijken een meer beperkte invloed te hebben: ze zijn er voor de opbouw van de locale gemeente.

De meeste auteurs in benadrukken ook dit welzijn van de gemeente als geheel: profetie beantwoordt een gerechtvaardigd verlangen naar een beter leven, maar profetie ontspoort als de nadruk op de persoon van de profeet komt te liggen. In een artikel wordt beschreven hoe in een Zuid-Afrikaanse Zionistische kerk profetie iets heel democratisch is: van hoog tot laag iedereen kan een ander in de kerk apart nemen om diegene een woord van God mee te geven – een soort profeetschap van alle gelovigen. Profetie voor iedereen en ten bate van de gemeenschap – dat is één van richtingen in de diverse bijdragen uit Prophecy today: reflections from a Southern African context. Dit boek is nu verkrijgbaar via de Zuid-Afrikaanse uitgever CLF. Lees mee over deze belangrijke ontwikkelingen in het Christendom in Zuidelijk Afrika!

Trump en Oost-Groningen

Veiligheid, vrijheid en werk – dat lijkt te zijn wat veel mensen willen, als ik de speeches van Trump hoor, de analyses over Brexit lees, of de interviews in Vrij Nederland met mensen in Almere Haven die veertien jaar geleden op Pim Fortuyn stemden. Veel mensen daar stemmen nu niet meer: na boze burger en bange burger zijn ze nu afgehaakte burger geworden, concludeert het artikel. Ze hebben überhaupt geen vertrouwen meer in politici. Ook niet in Wilders en de zijnen, want politici beseffen niet hoe het is om aan de kant te staan en je nutteloos te voelen. Ze denken er over zelf maar weg te trekken naar Friesland of Oost-Groningen: “Daar is het leven nog overzichtelijk, betaalbaar en veilig.”

Maar zou naar Oost-Groningen gaan echt helpen als je veiligheid, vrijheid en werk wilt? En zou dat mythische Oost-Groningen niet bereikbaarder zijn als we die woorden ‘vrijheid’, ‘veiligheid’ en ‘werk’ anders gingen gebruiken?

De antieke filosoof Epictetus definieert vrijheid als volgt: “Vrij is degene die leeft zoals hij wil.” Hij laat met voorbeelden zien dat rijkdom en roem je niet aan zulk soort vrijheid kunnen helpen: hoe hoger je klimt in de maatschappij, hoe meer mensen aan je zullen trekken en duwen. Er is maar één manier waarop je vrij kunt zijn: accepteer wat het leven je toebedeelt, wil het leven zoals het komt. Epictetus geeft zijn voorganger Socrates als voorbeeld: hij werd gevangen gezet, maar liet zich niet van zijn stuk brengen – dit was kennelijk wat de goden voor hem in petto hadden. Hij was in de gevangenis, dus hij besloot te willen om in de gevangenis te zijn, en dus was hij vrij: hij leefde zoals hij wilde. Door zijn lot te accepteren was hij vrijer dan zijn aanklagers.

Socrates vertelde zijn aanklagers en rechters: ‘Jullie denken mij kwaad te doen door mij ter dood te veroordelen, maar jullie beseffen niet dat een goed mens geen kwaad kan overkomen – de goden laten dat nooit toe.’ Hij bedoelde niet dat een goed mens niet ter dood gebracht kan worden – nog dezelfde dag werd Socrates gedwongen de gifbeker te drinken, maar Socrates zag het alleen als echt ‘kwaad’ wanneer hij zijn morele goedheid zou verliezen. Dat kwaad konden zijn rechters hem niet aandoen. Als je ‘goed te leven’ belangrijker vindt dan wat er met je fysiek gebeurt, dan ben je veilig voor aanvallen van buitenaf. Niemand kan je deren, dat is: niemand kan dat deren waar jij echt om geeft – en dus ben je 100% veilig.

En ‘werk’, tenslotte, hangt ook af van wat je als ‘werk’ beschouwt en wat je als ‘aan de kant staan’ beschouwt. Zijn dingen waar je geen geld voor krijgt per definitie nutteloos? Dan maak je jezelf wel erg afhankelijk van waar anderen beslissen geld voor over te hebben.

Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar als we de woorden veiligheid, vrijheid en werk anders gebruiken, dan is Oost-Groningen misschien wel dichterbij dan we denken, en hebben we daar geen Trump, Fortuyn of Wilders voor nodig.

Meer huwelijkslessen

Niet zo intensief als Johanneke, maar ik heb nu ook huwelijkslessen gehad bij de mannenvereniging. Johanneke deed de huwelijkslessen voor Bemba’s, een stam uit het noorden van Zambia die grotendeels Rooms Katholiek zijn. De vrouw die Johanneke’s sessie leidde, heeft aangekondigd dat ze mij nog een keer officieel moet uitleggen dat ze Johanneke niet hebben ingewijd in een enge sekte. Maar afgelopen zaterdag bij onze eigen Protestantse mannenvereniging kreeg ik ook al iets mee van huwelijkslessen.

In de Protestantse kerk in Zambia, vooral uit het oosten van Zambia, heeft men al vroeg geprobeerd de traditionele huwelijkslessen Christelijk te maken. Veel aanstaande echtparen volgen ook nog steeds de traditionele versie, maar ook de Christelijke variant. En afgelopen zaterdag bij de mannen- en de vrouwenvereniging van de kerk gaven de mensen die dat leiden daarvan een korte opfriscursus: twee mannen aan de vrouwenvereniging, twee vrouwen aan de mannenvereniging.

De twee vrouwen begonnen met het lezen van wat bijbelteksten: dat de vrouw de man onderdanig moet zijn, maar de man van de vrouw moet houden; dat man en vrouw de eigenaars van elkaars lichaam zijn; en dat je trouw moet blijven aan de liefde uit je jeugd. En daarna werden de regels voor het huwelijk doorgelopen.

Net als bij Johanneke’s lessen was hier ook weer een van de belangrijkste dingen dat je persoonlijke zaken binnenskamers moet houden. Je mag als en man en vrouw nooit ruzie maken in publiek, of waar de kinderen bij zijn. Ruzie maken doe je in de slaapkamer – daar is de slaapkamer tenslotte voor uitgevonden, zo werd ons verteld.

Verder is het tegenwoordig belangrijk dat je je vrouw niet mag verkrachten. Je mag alleen seks hebben als je daar allebei mee instemt. Dat is de moderne les die men tegenwoordig aanstaande echtparen geeft, want de huwelijksraadgevers gaan ook met hun tijd mee.

En dan waren er nog een heleboel andere regels: dat je je vrouw niet moet vergelijken met eerdere vriendinnen. Dat je haar niet lelijk moet noemen. Dat je naast elkaar moet lopen op straat, en niet de vrouw een paar meter achteraan. Dat als je vrouw je aanspreekt op je buitenechtelijke relatie, dat je dan niet mag zeggen dat zij daar niks mee te maken heeft, omdat jij het hoofd van het gezin bent. Dat je sowieso geen buitenechtelijke relaties moet hebben – je moet volwassen worden, je bent immers ook niet jong meer. En dat je dingen voor je vrouw moet kopen zodat ze er mooi uit kan zien.

De voorzitter van de mannenvereniging bedankte de sprekers en beloofde dat we allemaal goed voor onze vrouwen zouden zorgen: we zouden de pruik voor ze kopen die ze wilden hebben. Het was interessant dit allemaal eens te horen – een pruik heb ik nog niet gekocht voor Johanneke…