De predikant als coauteur van een getuigenis

Een getuigenis (testimony) is een verhaal, verteld in een religieuze setting, over een keerpunt in iemands leven, een transformatie die gezien wordt als het werk van God. Verhalen van ex-Satanisten gaan over zo’n keerpunt: van in-slechte Satanist is de verteller geworden tot wedergeboren Christen. Ex-Satanisten vertellen vaak over hun verleden tijdens kerkdiensten of bij andere Christelijke gelegenheden. Predikanten zijn de belangrijkste diagnostici voor Satanisme, en ze spelen ook een belangrijke rol in de productie van de getuigenissen van ex-Satanisten.

Een getuigenis is meer dan een persoonlijk levensverhaal. Getuigenissen worden gepresenteerd en gedeeld en worden daarmee publiek bezit. Vaak volgen getuigenissen een min of meer standaard format en gebruiken ze een speciaal jargon. Dat geldt ook voor getuigenissen over Satanisme. Het typische Satanisme-getuigenis begint met een verhaal over iemands inwijding in Satanisme, gevolgd door een eerste opdracht als Satanist – vaak is deze opdracht het offeren van een familielid. In de meest complete getuigenissen wordt deze opdracht aanvaard en uitgevoerd, en de verteller wordt beloond. Uiteindelijk komt er echter een opdracht die de verteller niet kan uitvoeren, bijvoorbeeld omdat degene die geofferd moet worden een bijzonder geliefd familielid is. Het mislukken van deze opdracht laat de verteller zoeken naar verlossing van Satanisme. Dit is vaak een moeizaam en langdurig proces, maar uiteindelijk, na gebeden van verschillende predikanten, vindt de verteller een nieuwe, positieve, Christelijke identiteit.

Hoe komt zo’n getuigenis, dat een duidelijk format volgt, tot stand? In de eerste plaats kennen veel mensen al voorbeelden van getuigenissen, en ligt het voor de hand dat ze hun best doen om hun verhaal aan te laten sluiten bij deze oudere getuigenissen. Predikanten helpen hierbij door tips te geven over het geven van een getuigenis. De setting waarin een getuigenis gegeven wordt maakt ook uit: de meest uitgebreide getuigenissen worden gegeven in een religieuze setting, en niet, bijvoorbeeld, in een interview met een onderzoeker. Predikanten zijn ook hier weer van belang, aangezien zij er op aandringen dat een ex-Satanist zijn of haar verhaal vertelt.

De invloed van de predikant op een getuigenis gaat soms zelfs zo ver dat de predikant met recht coauteur van de getuigenis genoemd kan worden. Neem de volgende dialoog tussen een ex-Satanist en de predikant die hem interviewt. De ex-Satanist, David, vertelt over zijn eerste ervaring met Satanisme, toen hij met een vriend naar Mozambique ging om een medicijnman te bezoeken voor meer succes in zijn winkel. Om in Mozambique te komen moet je de Zambezi oversteken. David en zijn vriend nemen een kano:

David 1: “Dus we sprongen in de kano, met z’n drieën. Ik was best bang, want het was de eerste keer dat ik in een kano zat. We voeren drie of vier uur.

Predikant 2: In de kano. Jullie kwamen maar niet aan.

D2: Ja.

P3: Als je omkeek, kon je dan zien waar je vandaan kwam?

D3: Nee, ik zag alleen maar water aan die kant.

P4: Kon je de overkant zien?

D4: Nee, er was alleen maar water.

P5: Dus overal was water? Het enige wat je kon zien was de lucht.

D5: Ja, er was alleen maar water. Ik zei, ‘Ai, man.’ Toen vroeg ik mijn vriend, ‘Hoe laat denk je dat we aankomen?’ Hij zei, ‘Maak je geen zorgen.’ Toen waren er ineens hoge golven. De kano ging over de kop, en we verdronken allemaal.

P6: De kano sloeg om.

D6: Tot mijn verrassing ging ik verder en verder naar beneden, maar het was niet als…

P7: …verdrinken.

D7: Ja, verdrinken! Ik dacht alleen maar, ‘Wat gebeurt er nu?’

P8: Maar je ging naar beneden?

D8: Steeds verder.

P9: Dus op dat moment had je vriend al een spreuk uitgesproken, en waarschijnlijk was het helemaal geen kano waar jullie in voeren. Misschien was het een doodskist. Dat je in die doodskist zat gaf je al een bepaalde macht waardoor je niet verdronk. Met andere woorden: alleen al in die kano stappen was voor jou een soort van inwijding, een begin stadium van Satanisme.

D9: Mmm.

P10: En de persoon waarvan jij dacht dat hij de kano roeide, dat was waarschijnlijk niet eens een mens. Het zou een demon kunnen zijn in plaats van een persoon. Daarom verdronk je niet toen je steeds dieper het water in zonk. Omdat alles om je heen niet echt was. De kano was niet echt. Maar jij dacht dat je verdronk.”

In dit gesprek tussen David en de predikant heeft de predikant evenveel inbreng als David. Hij stelt vragen die David helpen om zijn verhaal te vertellen, en om dat verhaal te verduidelijken. Maar een deel van de opmerkingen van de predikant gaat verder. Die opmerkingen voegen iets toe aan David’s verhaal. Vaak hebben die opmerkingen deze vorm: ‘Wat jij dacht dat x was, was eigenlijk y.’ In het voorbeeld hierboven zijn P9 en P10 voorbeelden. David dacht dat hij in een kano zat, maar de predikant weet het beter: het was eigenlijk een doodskist. David ontkent deze interpretatie niet – hij humt wat – maar het lijkt voor hem toch ook nieuws te zijn. Later in het interview zegt de predikant: “God heeft mij dit talent gegeven, ik kan interpreteren wat je zegt; je dingen vertellen die je zelf niet eens wist.”

De predikant fungeert als sponsor van het getuigenis, uitkijkend naar plaatsen waar de ex-Satanist zijn of haar verhaal kan vertellen. Tijdens die gelegenheden vult de predikant het verhaal aan en plaatst het in een nieuwe context. Dat kan door de ex-Satanist te interviewen, maar ook door voor en na het verhaal van de ex-Satanist een inleiding en een conclusie te geven. Op deze manier is de predikant coauteur van het getuigenis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s