Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s