Hekserij

Voor onze studenten is het duidelijk: hekserij bestaat. Ze hebben er allemaal al mee te maken gehad. “Als kind mocht ik nooit op bezoek bij mijn tante – zij was een heks,” vertelt er één. Een ander was erbij toen een witchfinder (heksenvinder) de buurvrouw aanwees als heks. Weer een ander legt uit dat als jouw veld met maïs getroffen wordt door een schimmel, en dat van de buren niet, dat toch een zeker teken is van hekserij. “Natuurlijk bestaat hekserij,” zegt één van de meest sceptische studenten. “Alleen ben ik er niet bang voor. In mijn gemeente werd een man verdacht van hekserij, en mensen zeiden me dat ik goed voor hem moest oppassen – van hen mocht hij bijvoorbeeld niet in de kerk komen. Ik heb me daar niks van aangetrokken, en mij is niks gebeurd. Gods macht is groter dan die van de heksen.”

Hekserij is een ander kwaad doen door middel van onzichtbare, magische of mystieke krachten. Volgens een recent onderzoek in Malawi gelooft bijna iedereen dat heksen bestaan: 76% van de gevraagde Malawianen weet dat er heksen zijn in hun eigen gemeenschap, 62% kent wel iemand die eens beschuldigd is van hekserij. In Zambia is de situatie niet anders. Geloof in hekserij – wat moet je ermee als uitgezonden medewerker?

“Heksen bestaan niet,” is de traditionele houding van de missiekerken. Heksen bestaan wél, wisten de Zambianen, en zochten dan maar bescherming bij traditionele genezers. Een aantrekkingskracht van de meer Pentecostale kerken is dat zij hekserij wel serieus nemen. Heksen bestaan, volgens deze kerken, en demonen en kwade geesten ook. Maar voor hen is dat niet het einde van het verhaal: Pentecostale dominees kunnen voor je bidden en daarmee geesten en kwade invloeden van heksen uitdrijven – op de foto staan een dominee en een ouderling hand in hand met een vermeende heks te bidden terwijl ze zijn instrumenten (een pot en een spatel) verbranden.

10665406724_bc307021c5_z

Een gevolg van de populariteit van de nieuwe Pentecostale kerken met hun nadruk op het uitdrijven van boze machten is dat die boze machten wel erg belangrijk worden. Soms gaat het in de kerkdienst en in het geloofsleven van de gemeenteleden meer over heksen en boze geesten dan over God. De missiekerken wilden het geloof in hekserij uitbannen door gemeenteleden te leren dat heksen niet bestaan. In de nieuwe Pentecostale kerken wordt het geloof in hekserij juist bevestigd.

In de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat geloof in hekserij niet zoveel te maken heeft met rationele argumenten of feiten. Het geloof dat heksen bestaan gaat daaraan vooraf, het heeft te maken met hoe je denkt dat de wereld in elkaar zit. In Nederland geloven we niet in heksen die het op ons gemunt hebben. Maar wij hebben andere dingen waar we gewoon vanuit gaan, voor we de feiten kennen, en voor we er een rationele beslissing over hebben genomen.

Een voorbeeld: “In de winter sneeuwt het en kunnen we schaatsen.” Zo hoort het te zijn. Dat is het beeld dat bij de winter hoort – een beeld dat in stand wordt gehouden door ansichtkaarten en reclames. Zelfs al gaan er jarenlang winters voorbij zonder een Elfstedentocht, met niet meer dan een dagje sneeuw – als ik het woord ‘winter’ hoor, dan zie ik een plaatje met witte velden en besneeuwde daken. Dat is waar ik vanuit ga, voordat ik de feiten over sneeuwval heb bestudeerd.

Een ander voorbeeld: “Andere mensen hebben het in principe goed met mij voor.” De één zal het eens zijn met deze uitspraak, de ander misschien niet. Maar of je het er mee eens bent of juist niet, daar maken feiten niet zo heel veel voor uit. Het is eerder een manier van in de wereld staan, van naar de wereld kijken. Wie gelooft dat andere mensen het goed met hem voorhebben, interpreteert wat er met hem gebeurd volgens dat uitgangspunt – iedereen die zo in de wereld staat kan wel een verhaal vertellen dat dit bewijst. Zelfs al heb je een slechte ervaring, het geloof dat andere mensen in principe goed zijn verandert daar niet door. Als ik vertel over de keer dat we overvallen werden in Dar es Salaam, vertel ik dat de overvallers eigenlijk best vriendelijk waren. Ze regelden zelfs vervoer naar ons hotel toen ze met ons klaar waren – in principe hadden ze het goed met ons voor.

Net als geloof in hekserij heeft het geloof dat andere mensen het goed met je voor hebben niet echt te maken met rationele argumenten of feiten. Het gaat daaraan vooraf, het is de bril waardoor je de wereld ziet. Op een bepaalde manier is geloof in hekserij het tegenovergestelde van het geloof in de goedheid van andere mensen. Wie gelooft in hekserij, gelooft dat andere mensen het niet goed met hem voorhebben. Andere mensen zijn jaloers, ze wensen je ongeluk toe. Wie gelooft in hekserij interpreteert wat er gebeurt vanuit dat kader.

 Er zijn mensen die het op je gemunt hebben. Er zijn mensen die je kwaad kunnen doen via ongrijpbare methoden – dat is waar iemand die gelooft in hekserij vanuit gaat. Probeer dat eens als uitgangspunt te nemen. En stel je dan  voor dat je kind plotseling ziek wordt. Of een schimmel jouw maïs treft, en niet die van de buren. Of het lukt je maar niet om winst te maken. Met deze uitgangspunten is het snel duidelijk: hier is hekserij in het spel. Iemand behekst mij.

Wat te doen met het geloof in hekserij? Dit trimester geef ik les over hekserij in Afrika, en denk ik met de studenten na over hoe om te gaan met verhalen en beschuldigingen van hekserij. Rationele argumenten helpen niet om iemand te overtuigen dat hekserij niet bestaat – net zoals rationele argumenten niet te maken hebben met het geloof dat andere mensen het goed met je voor hebben. Dat is dus niet mijn doelstelling voor deze cursus. Maar wat ik de studenten wel probeer bij te brengen, is een kritische houding tegenover verhalen over hekserij. Ik geloof dat andere mensen het goed met mij voor hebben. Dat betekent niet dat ik naïef iedereen maar op zijn woord vertrouw. Mijn studenten geloven dat hekserij bestaat – maar dat betekent niet dat elke beschuldiging van hekserij waar is.

In de afgelopen weken hebben we teksten van antropologen over hekserij gelezen. In deze teksten worden andere zaken aangewezen die ook te maken hebben beschuldigingen van hekserij, zoals spanningen in de familie, of de neiging om alles wat nieuw is als gevaarlijk en slecht te beoordelen. En tot mijn verbazing zie ik de studenten veranderen. Ze geloven nog steeds in hekserij. Maar ze nemen niet meer alle verhalen voor zoete koek aan. “Soms geloven we teveel in hekserij,” zei een student deze week. “We blijven maar bidden tegen de kwade machten, in plaats van iets te doen aan de echte problemen. Als er iets misgaat in ons leven, moeten we ook naar onszelf kijken, en niet alleen maar naar de heksen die het op ons gemunt hebben. We hebben zelf ook een verantwoordelijkheid.” Amen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s