Het zonnige continent

Afrika is niet het donkere continent, maar juist het zonnige continent, zo betoogt Dalo Olopade in The Bright Continent (2014). Opgegroeid in de VS, reisde Olopade door het continent van haar ouders. Ze zag inderdaad armoede, corruptie en niet-functionerende staten, maar ook iets wat zij kanju noemt. Het is zoiets als handigheid of sluwheid, passend bij de ondertitel van haar boek: Breaking rules The bright continentand making change in modern Africa. Als je niet kijkt naar overheden en instanties maar naar gewone Afrikanen, dan zie je dat zij niet stilletjes op hulp aan het wachten zijn, maar van de nood een deugd maken en manieren vinden om van niets iets te maken.

Het is mooi om iets positiefs over Afrika te lezen, maar bij mij roept het toch ook vragen op. Zoals bij het eerste voorbeeld dat ze geeft van kanju: de zogenaamde Yahoo-boys, van de Nigeriaanse e-mailfraude – mailtjes over dat je miljoenen terug zult krijgen, als je nu een paar duizend dollar overmaakt. Moeten we dat zien als een positief voorbeeld van ondernemerschap in Afrika? Het is al fraude, en dan geeft het ook nog eens het idee dat je alles voor niks kunt krijgen. Bevestigt dat niet het beeld dat mensen in het Westen slapend rijk worden, en dat men in Afrika daar nu ook wel een keer recht op heeft?

Als reden dat Afrikaanse staten slecht functioneren, ziet Olopade dat beslissingen over Afrika altijd elders genomen worden; van de in Europa bepaalde kunstmatige grenzen van Afrikaanse landen, tot de voorwaarden voor ontwikkelingshulp. Ook daar heb ik vragen bij. Hebben de Drenten er eigenlijk wel voor gekozen om vanuit Den Haag geregeerd te worden? En zouden zij zich in veel opzichten ook niet meer verwant voelen met Duitsers van net over de grens dan met Hollanders uit de Randstad? En zou het echt zo zijn dat het beter gaat met Singapore en Zuid Korea dan met Afrika omdat zij niet zoveel ontwikkelingshulp hebben gehad, zoals Olopade en vele anderen tegenwoordig suggereren?

Dat iedereen in Afrika een mobieltje heeft, bewijst volgens Olopade dat het ook niet zo is dat Afrikanen hulp moeten krijgen, omdat ze zelf geen dingen kunnen kopen. Gemiddeld besteden Afrikanen wel tien procent van hun inkomen aan beltegoed. Dat is kennelijk iets waar men het nut van inziet. Om de prijs van je oogst of handelswaar te weten te komen – in Zambia werkt 99% van de werkende jongeren in de informele sector, met name in straathandel; of om met een code te controleren of je medicijnen echt zijn – in Nigeria was in 2012 85% van de malaria medicijnen namaak; of om familie om hulp te vragen wanneer dat nodig is.

Olopade beschrijft hoe in Afrika twee systemen naast elkaar bestaan: het officiële, institutionele met vaste prijzen, belastingen en regels; en het informele met onderhandelen over alles, rechtspraak door het stamhoofd en kanju. Dat tweede blijft volgens haar vaak buiten beeld, maar is juist de reden de toekomst voor Afrika zonnig in te zien. Ik heb daar nog zo mijn twijfels over, maar het is mooi eens een ander verhaal over Afrika te lezen: het zonnige continent!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s