Vrouw zijn, blij zijn, heerlijk gevoel?

“Steeds als ik thuis het huishouden doe, denk ik: ‘Wat doe ik hier?’ Ik heb het gevoel dat ik een schoonmaakster ben, ingehuurd om te vegen en de was te doen. Ik ben ook naar school geweest, hoor. Ik kan ook werken!” Ik luister naar een programma met getuigenissen over de kracht van het geloof, en de mevrouw in de studio vertelt waarom de aflevering van de vorige week haar zo aansprak. Met mijn westerse oren begrijp ik het meteen: mevrouw voelt zich niet gewaardeerd door haar echtgenoot, niet voor wat ze nu doet in het huishouden, en ook niet voor wat ze zou kunnen doen met haar opleiding. Ik leef met haar mee.

Maar dan legt ze uit wat haar zo aansprak in de vorige aflevering: “Elke keer voel ik me zo. Dus toen ik u hoorde bidden op de radio begon het me te dagen: Het is die onderbroek die dit doet. Die onderbroek wordt gebruikt om mij te beheksen.” In de vorige aflevering zag de radio-dominee voor zich dat iemands onderbroek gestolen was, en dat die onderbroek nu gebruikt werd om ongeluk te veroorzaken. “Je bent nu acht jaar getrouwd,” zegt de radio-dominee, “maar zou je die acht jaar als gelukkig omschrijven?” “Niet echt,” antwoord mevrouw. “Hoe verklaar je dat?” gaat de dominee verder, “Denk je dat die onderbroek daar iets mee te maken heeft?” Persoonlijk denk ik van niet, maar mevrouw antwoordt: “Ja.”

Op momenten zoals dit voel ik een grote kloof tussen mijzelf en de Zambianen die het hier helemaal mee eens zijn. Dus je bent een onderbroek kwijt? Dat kan, denk ik. En daardoor heb je nu problemen in je huwelijk? Nee, dat zal toch niet! In de rest van het verhaal raakt de onderbroek uit beeld. “We zijn al lang samen,” zegt mevrouw, “maar ik heb helemaal geen warme gevoelens meer voor mijn man. Ik denk gewoon steeds: ‘Wat doe ik hier?’ En als mijn man thuis is, vind ik het eigenlijk alleen maar lastig.” Er zijn duidelijk huwelijksproblemen, en die problemen op zichzelf zijn helemaal niet zo verrassend. In Nederland zou een vrouw deze gedachten ook kunnen hebben, toch? Maar de interpretatie van de problemen verschilt enorm. De dominee legt uit dat mevrouw last heeft van een ‘spiritual husband’, een demon met wie ze in de geestelijke wereld getrouwd is, en die haar echte man van haar probeert te verwijderen.

Inmiddels heeft mevrouw de diagnose ‘spiritual husband’ geaccepteerd. Ze vertelt: “Nadat ik met u gesproken had, ben ik naar een gebedsbijeenkomst geweest, bij mij in de buurt. Toen ze voor mij baden, zeiden ze dat ik getrouwd was in de onderwereld, en dat ik daar zelfs vijftien kinderen heb gekregen.” Ze zegt ‘ze zeiden dat ik getrouwd was’, en niet ‘ik was getrouwd’. Het is allemaal nog vers, nog niet helemaal haar eigen verhaal. Maar ze stemt toe wanneer de dominee vraagt: “Snap je nu waarom je je man niet uit kunt staan? Snap je nu waarom je geen warme gevoelens meer voor hem hebt?” Ze snapt het, maar dat helpt haar nog niet verder. “Zelfs nu, nu ik hier in de studio zit te praten, en hij buiten in de auto op mij wacht, denk ik: ‘Wat doet hij daar? Kan hij niet gewoon…’” De dominee concludeert dat er nog meer voor haar gebeden moet worden, ze is nog niet helemaal bevrijd van de demonen.

In Nederland zijn we erg gewend aan psychologische theorieën die ons gedrag en onze problemen verklaren. In Zambia is de psychologie in veel gevallen niet het eerste verklaringsmodel waaraan gedacht wordt. Het enige psychiatrische ziekenhuis in Zambia is overdag weliswaar het domein van psychiaters, maar ’s nachts worden charismatische pastors, profeten en apostelen binnengesmokkeld die hun best doen de boze geesten van de patiënten te verjagen. Hoe ik ook probeer om de Zambiaanse praktijk te zien als een alternatief verklaringsmodel, niet meer of minder waardevol dan onze westerse ideeën, eerlijk gezegd lukt het me niet.

Ik voel niet alleen onbegrip en een kloof, maar ik word er ook boos van. Hoe kan het bidden deze mevrouw helpen? Hoe kan het haar helpen te denken dat ze in de geestelijke wereld getrouwd is met een tweede man, een demon, die jaloers is op haar eigenlijke man en haar daarom kwade gedachten influistert? Wat deze mensen nodig hebben is toch een goed gesprek met elkaar? Of misschien wat relatietherapie of zo? Wat mij het meest stoort is dat hier de schuld bij de demonen gelegd wordt, in plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de relatie.

Er is nog een ander probleem met dit verhaal. Ik kan de boodschap van de radio-dominee haast alleen maar zien als een manier om vrouwen vast te zetten in hun vertrouwde plek in het huishouden. Haal je geen gekke dingen in het hoofd over opleidingen en zelf werken, over het oneens zijn met je man en hem tegenspreken – dat zijn allemaal demonen die in je aan het werk zijn! Geen vrouw zijn, blij zijn, heerlijk gevoel hier, alleen maar treurigheid…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s