Het gebeurde afgelopen zondag…

Verhalen zeggen vaak veel meer over hoe het leven er uitziet in een ander land, dan antwoorden op vragen. Daarom deel ik deze week de belevenissen van een kennis met jullie.

“Het gebeurde afgelopen zondag, toen ik op familiebezoek was in de wijk Garden. We reden in de auto, en hadden een aanrijding. We hebben een jongen aangereden. Ik dacht dat hij dood was. Het gebeurde op de weg naar het stadion, net na het spoor. Er waren jongens aan het spelen langs de weg. Ze wilden oversteken. De anderen zagen de auto aankomen, en probeerden de jongen tegen te houden. Ik weet niet wat hij dacht. Misschien dat hij er nog wel net voorlangs kon. Hij kwam van de andere kant van de straat. Toen hij de ene weghelft was overgestoken kwam daar een auto aan, hij kon dus niet terug. Het leek wel of hij zo voor onze auto dook. We reden over hem heen. Het geluid was verschrikkelijk.”

“Mijn neef reed, ik zat op de bijrijdersplaats. “Wat hebben we gedaan?” zei mijn neef. We reden achteruit, en zagen de jongen op de straat liggen. Hij ademde moeilijk. Ik dacht dat hij het niet zou overleven. De mensen om ons heen riepen: “Breng hem naar het ziekenhuis!” Er kwam een man aan, die zei: “Ik help jullie wel, ik ken hier de weg. Laat mij maar achterin zitten bij de jongen.” Hij was dronken, ik kon het bier ruiken. We brachten de jongen naar een kliniek in de volgende wijk. Hij kon nog praten. Maar ik dacht dat we al zijn botten gebroken hadden. In de kliniek zeiden ze dat we met hem naar het University Teaching Hospital, het grootste ziekenhuis van Lusaka, moesten gaan.”

“Het was al half zeven ’s avonds, en wij wisten niet wie de ouders van de jongen waren. We wisten alleen dat hij Joshua heette. In het ziekenhuis hebben ze röntgenfoto’s gemaakt, en als door een wonder was er niks gebroken. We hadden ons telefoonnummer ook achtergelaten bij de kliniek waar we eerst waren, en mensen gevraagd om de ouders van de jongen te zoeken. Maar niemand kende de ouders, ze waren daar net komen wonen. De jongen moest een nachtje in het ziekenhuis blijven, en ik maakte mij zorgen, want wie zou er nou bij hem blijven slapen? Bovendien wilde de politie bij het ziekenhuis ons de auto niet teruggeven, omdat ze bang waren dat we er vandoor zouden gaan. Het was toen al acht uur. Ik dacht dat de ouders hun zoon vast ook aan het zoeken waren. Gelukkig bedacht mijn oom dat het een goed idee zou zijn om naar het politiebureau in Garden te gaan, en daar bleek dat er ouders waren geweest die hun zoon Joshua als vermist hadden opgegeven. Om elf uur ’s avonds hadden we eindelijk contact met de ouders.”

“We hadden eten gekocht voor de jongen, en hij zei dat het wel goed met hem ging. De dokters hadden hem iets gegeven tegen de pijn, dus hij lag rustig op bed. De ouders kwamen, ze waren emotioneel maar gelukkig wel heel begripvol. De vader ging voor in gebed bij het bed van zijn zoon. Samen zijn we naar de politie van het ziekenhuis gegaan. Die zeiden: “Omdat de jongen niet erg gewond is, maken we er geen zaak van, jullie moeten samen overleggen hoe het nu verder moet.” De ouders zeiden: “We kunnen nu niet beslissen, laten we het een nacht aanzien.” Wij mochten de auto wel terug hebben.”

“De volgende ochtend hebben we met elkaar gepraat, en wij hebben de verantwoordelijkheid genomen voor de ziekenhuiskosten. De jongen voelde zich beroerd, die dag. De medicijnen die hij de vorige dag had gekregen waren uitgewerkt, en hij had overal pijn. Gisteren ging het gelukkig al een stuk beter met hem. Vandaag heb ik niet meer van hem gehoord. Als ik er vandaag aan terugdenk, kan ik nog steeds niet geloven dat dit echt gebeurd is…”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s