Wie ben ik?

Wie ben ik? Het is de vraag waar elke jongere mee worstelt. Achteraf ziet Eva dat ze altijd al anders was dan anderen. “Ik was gewoon… een raar kind.” Eva is een Zambiaanse tiener, die bekent dat ze in het verleden Satanist was. Ze is niet de enige – bekentenissen en verhalen over Satanisme zijn in Zambia aan de orde van de dag. De bekentenissen zijn vaak bizar, verhalen vol bloed en mensenoffers. Maar wanneer je alleen let op hoe de bekenner zichzelf beschrijft, komt er ineens een veel herkenbaarder verhaal tevoorschijn.

Wie ben ik? Eva was dus anders dan anderen. “Ik was heel stil. Ik had nooit vrienden, en ik vond het niet leuk om in het gezelschap van anderen te zijn. Ik sloot mezelf op in mijn slaapkamer en zat daar de hele dag.” Helemaal erg vindt ze het als mensen – mannen – haar aanraken. Haar afwijkende gedrag valt op. “Iemand zei dat hij vond dat ik me vreemd gedroeg. Ik was zo stil – te stil. Ik herinner me dat ze me uitlachten op school, omdat ik nooit een vriendje had.” Eva voelt zich alleen. “Ik was zestien, en ik was heel eenzaam. Ik woonde ver van mijn ouders. De mensen bij wie ik woonde mishandelden me eigenlijk. Dus ik had het gevoel dat niemand van me hield.”

Wie ben ik? Ben ik wel normaal? Pas nadat er in de kerk verschillende keren voor Eva is gebeden, begint ze zich te realiseren hoe anders ze is. “Nadat ze een maand voor me gebeden hadden, begon ik te zien wat er met mij aan de hand was. Toen realiseerde ik mij dat er iets verkeerd was. Dat de gedachten die ik had, geen normale gedachten waren. Ze waren op de een of andere manier… gek.” Eva is niet normaal. “There was something wrong with me,” herhaalt ze vier keer in haar getuigenis. Eva komt erachter dat ze Satanist is geweest.

Wie ben ik? Misschien ben ik wel iets heel bijzonders! In haar dromen en fantasieën – die ze achteraf ziet als bewijs van haar betrokkenheid in Satanisme – stelt Eva zich voor dat ze sterk en speciaal is. “In de dromen zag ik vrouwen die mij dingen leerden, mij vertelden wat ik moest doen als ik wakker werd. Dan deed ik dat, en ik dacht dat ik speciale krachten had. Net zoals in de film, waar mensen ook speciale gaven hebben. Ik dacht dat het echt waar was, dat ik een speciale kracht had om mensen te beïnvloeden. Ik kon dingen die anderen niet konden.” In haar dromen is Eva niet alleen speciaal, maar ook geliefd. “Ik sliep, en toen zag ik een man in mijn droom. Hij herinnerde mij eraan hoe ik behandeld werd, hoe iedereen mij haatte – en ik was het met hem eens. Hij zei: ‘Ik ben de enige die van je houdt. Ik ben de enige die voor je kan zorgen en je dingen kan geven in dit leven.’” Als de man uiteindelijk vertelt dat hij de duivel zelf is, is Eva niet eens bang. “En toen zei hij: ‘Ik wil met je trouwen.’ Ik was gelukkig. Ik weet het niet, in de droom voelde ik mij tot hem aangetrokken. Het maakte me niet eens uit wie hij was.”

Wie ben ik? Haar fantasieën van macht en liefde helpen Eva niet echt. Ze voelt zich er alleen maar meer anders door; zo anders dat ze zich afvraagt of ze nog wel een mens is. “Na [ons huwelijk] verwijderde hij mijn hart en gaf me een ander hart. Het hart dat ik eerst had werd in een fles op het vuur gegooid. Toen kuste hij me, en zong een lied voor me. Daarna werd ik wakker, en ik voelde me vreemd. Het voelde alsof ik iemand anders was. Ik was mijzelf niet meer. […] Ik had geen menselijke gevoelens meer. Ik had de gevoelens van een hond gekregen.” Dit is het moment dat Eva niet meer verder wil en voor zich laat bidden in verschillende kerken. Eerst helpt dat niet. “Ze scholden me uit, ze… eigenlijk kan ik wel zeggen dat ik nog meer afwijzing meemaakte dan toen ik me eenzaam voelde – zelfs nadat ze voor me gebeden hadden. Ze weten niet wat ze met je aan moeten als je niet verlost raakt. Ik ging weer naar een andere kerk, en werd weer weggejaagd. Dat gebeurde wel drie keer. Ik herinner me dat ik volkomen hopeloos was toen ik hier kwam. Ik was gebroken. Ik was… ik wist niet meer wat ik moest doen.”

Wie ben ik? Ergens, op de één of andere manier, vindt Eva kracht in zichzelf en in het geloof. “Als je weet wat je echt wilt – één ding dat ik heb geleerd toen er voor mij gebeden werd is dat ik een bepaalde autoriteit in mijzelf heb, dat zelfs de duivel mij niet onder controle kan houden.” Eva is niet meer machteloos, en ze vind zichzelf: “Sinds het moment dat ik verlost ben, ben ik vrij. Ik voel vrede, mijn geest is vrij. Mijn geest is vrij en ik heb plezier in de Heer. Ik hou ervan te werken voor God, ik hou van alles wat ik doe. Eigenlijk houd ik nu meer van mijzelf dan vroeger. Ik heb mezelf en alles geaccepteerd. […] God heeft ervoor gezorgd dat ik ben wie ik ben. Hij maakte mij de persoon die hij altijd heeft gewild dat ik was.” Wie ben ik? Eva heeft na een tijd vol crisis haar antwoord gevonden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s