Een dorp in Zambia

Eind november is hier het begin van de grote vakantie: de examens zijn geweest, de scholen dicht tot in januari of zelfs februari. Tijd voor onze studenten om op bezoek te gaan bij hun familie in ‘the village’ – het dorp. Als we hen horen vertellen over de dorpen in Zambia, Malawi en Zimbabwe lijkt het wel alsof ze het over een andere wereld hebben: geen water, geen elektriciteit, uren lopen om naar school te gaan… Hoe zou het zijn om in een dorp te wonen? Zouden wij daar als Nederlanders iets van herkennen? Het dorpsleven in Nederland en de veranderingen daarin is prachtig bezongen door Wim Sonneveld in ‘Het dorp’. Als ik dat hoor, kan ik het Nederlandse dorp voor me zien. Zouden onze studenten niet ook zoiets over hun dorp kunnen maken?

Met deze vraag als uitgangspunt zijn we begonnen met een uitwisselingsproject tussen Zambia en Nederland. Gemeenten in Nederland denken na over hoe zij ‘het dorp’ kunnen uitleggen of in beeld brengen voor onze studenten; en de studenten doen hetzelfde voor hun geboortestreek. Inmiddels hebben we een eerste brainstormsessie met de studenten gehad, aan de hand van de vertaalde liedtekst van Wim Sonneveld.

Het ideale dorp in Zambia is een hechte gemeenschap onder leiding van een hoofdman. Als er gewerkt moet worden – de velden moeten beplant worden, de oogst binnen gehaald, of een huis gebouwd – helpt men elkaar. “Dat gaat zo,” vertelt Bannet uit het noordoosten van Zambia: “de vrouwen brouwen een drank – kan ik het wijn noemen? Het is in ieder geval een traditionele drank – en dan wordt de hele gemeenschap uitgenodigd om op het veld te werken om de oogst binnen te halen. Na afloop wordt de drank met elkaar gedeeld. En de volgende dag gaan ze met z’n allen naar het veld van de buurman.” Moses, uit het zuidoosten, vult aan: “Zo gaat het ook als er een huis gebouwd wordt. Als het tijd is om het dak erop te zetten, en de latten vast te maken waar het gras op komt, dan slacht de vrouw een kip, of maakt maïspap met eieren. Dan komen de mensen om te helpen en na afloop eten ze samen.”

In het dorpsleven spelen rituelen een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij volwassen worden en bij overlijden. “Een begrafenis is echt een belangrijke gebeurtenis. Als er een overlijden is in de familie gaat iedereen naar de begrafenis; niemand werkt. Als je wel zou werken zouden mensen zeggen: ‘Hij weet vast meer van het overlijden.’ Er zijn veel rituelen die bij een begrafenis horen, ook als het een Christen is die overleden is. Als de begrafenis is geweest en de mensen komen terug van de begraafplaats moeten ze bijvoorbeeld handen en voeten wassen voordat ze het dorp weer ingaan. Dat is zodat de geest van de overledene niet mee terugkomt.”

De studenten kennen dat ideale dorp nog, maar de veranderingen gaan snel. “Tegenwoordig is ons dorp gemoderniseerd. Bijvoorbeeld: vroeger had iedereen gras als dakbedekking, nu zie je steeds vaker metalen dakplaten.” Mary, uit het zuiden van Malawi, weet niet of die veranderingen wel zo diep gaan: “Hoe huizen eruit zien, dat is veranderd. Hoe mensen eruit zien ook – de vrouwen in het dorp zien er tegenwoordig net zo mooi uit als in de stad, met ingewikkelde kapsels. Maar de tradities, die zijn hetzelfde gebleven.” Gemoderniseerd, dat betekent in eerste instantie vooral technologische vooruitgang. Gurdson vertelt: “In de jaren ’80 waren er nog bijna geen machines om maïs te malen en pindakaas te maken. Dus het pletten en malen werd thuis gedaan. Elke vrouw leerde hoe ze de maïs moest stampen in een vijzel, zeven en opnieuw stampen. Het kon wel een hele dag duren voor ze een emmer maïsmeel had.” Gurdson herinnert zich hoe het was toen hij vijftien jaar geleden naar school ging: “Toen had nog niemand een horloge, en radio’s waren er ook bijna niet. Mijn ouders hadden een stokje in het zand gezet, en als de schaduw dan bij een bepaald punt was, wisten ze dat wij naar school moesten.” Om van zijn dorp naar de hoofdstad Lusaka te komen was een hele onderneming: “Er ging elke dag één auto van het dorp naar Chipata, de dichtstbijzijnde grote plaats 75km verderop – de meeste mensen gaan daarheen op de fiets. Om in Lusaka te komen met de bus, dat kon wel 6 dagen duren. Nu doe ik het in een dag. Toen ik eenmaal in de stad woonde was het moeilijk om contact te hebben met mijn moeder. Nu is dat veel gemakkelijker: ik kan haar mobiel beltegoed en geld sturen.”

Er is veel ten goede veranderd: er is gewerkt aan schoon drinkwater, en door familieleden die werken in het buitenland is er geïnvesteerd in landbouw en visserij. Maar niet iedereen is blij met de moderne tijd. Bannet vertelt: “Oudere mensen klagen vaak over modernisering, ze zeggen dat het problemen brengt. In het dorp is het bijvoorbeeld een taboe voor een jongen en een meisje om samen gezien te worden. Elkaars hand vasthouden, dat kan al helemaal niet. Als de ouderen dit zien gebeuren, zeggen ze: ‘Waar gaat het toch heen met de tijd?’.” Mary herkent dit: “In het dorp waar ik woonde kwam een nieuwe dominee. Zijn zoon zat bij mij in de klas. Het was fijn om met een ander domineeskind op te kunnen trekken, dus hij kwam vaak bij mij thuis om te vragen ‘Waar is Mary?’ Maar de mensen in het dorp hebben hem daarop aangesproken, en hij mocht mij niet meer zien. Zelfs als we nu met elkaar praten wordt het meteen doorverteld. Jongens en meisjes mogen niet samen spelen.” Er wordt geklaagd over individualisme: “Vroeger maakten elke vrouw een gerecht en bracht het naar een centrale plek, daar waar de mannen matten aan het weven waren. En dan at iedereen samen, ook de weeskinderen konden daar komen en eten krijgen. Nu eet iedereen aan tafel in z’n eigen huis.” Mensenrechten zijn ook een lastig onderwerp in Zambia: “In het dorp is dat echt een probleem. Wij leren kinderen om sterk en energiek te zijn. Op hun tiende moeten ze erop uit met de kudde koeien en zichzelf staande houden, ook in ruzies of gevechten met hun leeftijdsgenoten – maar nu noemen ze dat kinderarbeid en mishandeling.”

De kerk staat over het algemeen aan de kant van de modernisering. “De afgelopen negen jaar was ik dominee in een dorp,” vertelt Bannet. “Wat echt lastig is, is dat de kerk veroordeeld wordt voor het brengen van veranderingen. Ik probeerde een goede relatie te onderhouden met de chief. Met hem overlegde ik: hoe kunnen we de tradities behouden? Als mijn ouderling die ook hoofdman is overlijdt, begraven we hem dan traditioneel als hoofdman, of als Christelijke ouderling? Soms laat iemand een testament na waarin hij zegt hoe hij begraven wil worden, maar vaker is het een kwestie van overleg. Dan zeggen we bijvoorbeeld: ‘We wachten met de traditionele rituelen tot de Christenen weg zijn.’”

Een andere wereld? Ja, in sommige opzichten wel. Maar die complexe verhouding tot modernisering, zong Wim Sonneveld daar niet ook over? Tijdens de vakantie gaan de studenten naar hun dorp en kijken hoe ze het leven daar kunnen overbrengen aan de Nederlandse gemeenten. En samen zien we uit naar de eerste resultaten uit Nederland!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s