Groepsdruk

Afgelopen zaterdag was het weer eens tijd voor een ‘fundraising’ – een bijeenkomst, meestal met een etentje, waar geld ingezameld wordt voor een goed doel. Elke kerk heeft minstens eens per jaar zo’n activiteit. We het afgelopen jaar bijvoorbeeld geld bijgedragen aan het leggen van een vloer in een kerk, een nieuw dak, een nieuw schoolgebouw en een nieuwe woning voor studenten op Justo Mwale.

Zo’n fundraising gaat altijd volgens een vast stramien. Een paar weken van tevoren komt er iemand langs om kaartjes te verkopen, gedrukt op mooi dik en glanzend papier, en meestal voor 150 kwacha (iets meer dan 20 euro) per stuk. De fundraising van zaterdag was een braai – Afrikaans voor barbecue – en zou beginnen om één uur ’s middags. Wij kwamen om half twee min of meer als eerste aan. Langzaam druppelen de mensen binnen – als vulling waren die ochtend nog wat mensen geronseld bij mannen- en vrouwenverenigingen – en als uiteindelijk de eregast ook is gearriveerd kan de bijeenkomst van start gaan. Na een paar speeches en wat extra oproepen om geld te geven is het dan tijd voor een hapje eten.

Het klinkt leuk, maar deze inzamelingsbijeenkomsten zijn af en toe vooral vervelend. De eregast is een oud-politicus of zakenman die zijn schaapjes op het droge heeft en het goede voorbeeld geeft met een gulle donatie. Dat is mooi, natuurlijk. Maar als de donatie gepaard gaat met een verhaal over dat je alleen rijk wordt als je veel geld aan de kerk geeft, dan schuurt dat een beetje bij ons – zeker als de bijeenkomst georganiseerd is door een gereformeerde kerk.

Na de toespraak van de eregast is het tijd voor de speciale en gewone gasten om donaties te doen. Op de fundraising van afgelopen zaterdag hadden ze er een spelletje van gemaakt: er werd een doosje rondgegeven met briefjes er in. Als de muziek stopte moest degene die het doosje vasthield een briefje voorlezen, met bijvoorbeeld de tekst: “Ik houd van de kerk, en daarom geef ik nu 20 kwacha (iets minder dan 5 euro)”. Daarna kon iedereen nog geld beloven te doneren op een later tijdstip. De speciale gasten begonnen: “Ik geef 1.000 kwacha (150 euro) voor het eind van de maand.” Alles werd bijgehouden door een penningmeester, en elke belofte werd luid en duidelijk door de ceremoniemeester herhaald.

En toen stond de man met de microfoon voor onze neus – en wij zeiden niets. Omdat de kaartjes eigenlijk al duur genoeg waren. Omdat we het niet eens waren met de boodschap van de eregast. Omdat we het doel van de middag (een auto voor een bestuurslid) niet het meest nuttige vonden. Omdat we vinden dat giften anoniem zijn. Omdat we Nederlandse kniepers zijn. En al die mensen die wel een bedrag en een datum noemden, gaan die dat echt betalen? Je moet haast wel iets zeggen om niet achter te blijven bij de anderen, maar als puntje bij paaltje komt, blijkt het geld toch aan iets anders uitgegeven te zijn.

Mooi dat Afrikaanse kerken zelf geld werven onder de eigen leden; zelf hun best doen om de broek omhoog te houden. Maar doe mij maar een enveloppe met een acceptgiro…

Advertenties

2 thoughts on “Groepsdruk

  1. De lijstcollecte hier in de dorpen begon vroeger ook altijd bij de burgemeester, notaris en de dokter. Er stond dan toch altijd wel 10 gulden bovenaan. Om gewone mensen aan te sporen hetzelfde te doen. En nu denk ik: weten we wel zeker dat ze ook hebben betaald. Lastig hoor zo’n fundraiser…een acceptgiro of zo is inderdaad wel fijner.

  2. Staat er niet iets in de bijbel over je linkerhand die niet hoef te weten wat je rechterhand doet?
    Toen hadden ze nog geen acceptgiro maar blijkbaar al wel dit probleem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s