Wat als Wieke weer weg gaat?

Ik zal het meteen maar bekennen: ik ben een fan van Wieke Biesheuvel. Ik geniet van haar columns in de Libelle, die mij gescand via de mail bereiken. En ik zie uit naar het dagelijkse bericht met foto van ‘Wieke Biesheuvel in Zambia’ op mijn facebook tijdlijn. Want Wieke woont, net als ik, nu anderhalf jaar in Zambia. Haar man werkt voor twee jaar in het Franciscus ziekenhuis in Katete. Ik ben een fan van Wieke – maar niet altijd van de reacties op haar berichten.

Wieke fotografeert en schrijft over het dagelijkse leven rond het ziekenhuis. Dat levert heel herkenbare plaatjes op: een man op de markt met een levende kip aan zijn fietsstuur, bankstellen die langs de straat verkocht worden, een kliniek voor besnijdenissen. Zo ziet het er hier in Lusaka ook uit. Ze schrijft ook over het ziekenhuis, en de treurige en vrolijke dingen die daar gebeuren. En Wieke helpt: knuffels uit Nederland uitdelen aan zieke kinderen, vlees koken voor wie moet aansterken, en de schoolkosten betalen van de kinderen van de hulp.

Een voorbeeld: “Gonwi (11) kwam weken geleden binnen met tyfus. Hij moet goed eten en aankomen, voordat de fistel op zijn buik geopereerd kan worden. Zou dat nu gebeuren, dan gaat hij dood. En daar komen een aantal van jullie in beeld: ik koop en braad extra vlees voor hem. Van het geld dat is gedoneerd. Roompapjes, verrijkt met olie, zout en veel suiker, moeten hem sterker maken. Hij heeft eiwitten nodig en duizenden extra calorieën. De patiënten krijgen 1x, soms 2x per week vlees. Voor meer is geen geld. Gonwi heeft de hele dag honger, een goed teken. We trekken hem er doorheen, hebben we ons voorgenomen.”

Goed werk! Dat vind ik, en dat vinden de lezers van Wiekes facebook berichten ook. “Ik heb zo’n bewondering voor jullie,” schrijft Ria. En Marlene: “Wieke, je bent een kanjer.” “Haal je voor jezelf een bloemetje?” vraagt Marja – en zo kan ik pagina’s lang doorgaan. De lezers willen ook graag een steentje bijdragen: “Waar kan ik doneren?” En dat zet mij aan het denken.

“Ik doneer nooit aan grote organisaties omdat ik die juist niet vertrouw en niet weet wat er met mijn geld gebeurd. Aan jouw wil ik graag doneren want ik weet zeker dat het geld goed terecht komt en hard nodig is. Dus ik ga er werk van maken. Jullie doen goed werk!!” Reacties als deze zie ik regelmatig voorbij komen. Het geld komt ongetwijfeld goed terecht bij Wieke, en wat ze doet is hard nodig. Maar maakt dat haar een beter doel dan een ‘grote organisatie’?

Iedereen wil graag bijdragen aan iets dat een zichtbaar resultaat heeft: een patiëntje dat er steeds gezonder uit gaat zien door een extra lapje vlees – dat is een heel concreet geval, gemakkelijk te documenteren en eenduidig goed. Maar bij mij knaagt het. Wat gebeurt er met Gonwi als Wieke na twee jaar weg is? Of zodra hij ontslagen wordt uit het ziekenhuis en terug gaat naar zijn dorp? Wie zorgt er dan voor vlees bij het eten? Of voor geld voor onderwijs? Of voor schoon water? In het dorp is heus geen Wieke die even kan bijspringen.

Het is mooi om te helpen in een individueel geval. Elk kwartaal, als de scholen weer gaan beginnen, komt er een jongen van een jaar of 15 bij ons langs. Hij moet zijn schoolkosten zelf betalen en zoekt daarvoor sponsors. Op een A-4’tje heeft hij uitgewerkt wat hij nodig heeft: onderwijs, boeken, nieuwe schoenen, schriften en pennen. En hij houdt precies bij hoeveel geld hij nog nodig heeft. Ik draag met plezier bij aan zijn opleiding; het geeft mij een goed gevoel.

Een goed gevoel – maar het draagt niet bij aan een oplossing van de problemen waardoor deze jongen moet bedelen om geld. Een jonge dominee vertelde laatst over zijn nieuwe gemeente. In de regentijd – als alles groen is, en dus nog niet rijp – was er honger, en mensen konden zich niet meer dan drie maaltijden per week veroorloven. Ik zou die dominee wat geld kunnen geven zodat hij zijn gezin te eten kan geven. Maar als individu kun je niet een heel dorp onderhouden.

Het probleem zit bovendien dieper: waarom hebben de mensen in dat dorp geen eten, terwijl Zambia de afgelopen jaren recordoogst na recordoogst heeft binnengehaald? Hier zijn structurele oplossingen nodig; dit los je niet op met hulp van individu aan individu. Helaas zijn structurele oplossingen minder gemakkelijk in beeld te brengen, en zijn er voor structurele oplossingen grotere organisaties nodig die samenwerken met de lokale overheid. Grotere organisaties, waar mensen werken die een salaris ontvangen en waar ook wel eens iets mis gaat. Dat maakt het allemaal ingewikkelder dan geld overmaken aan Wieke die er een biefstukje voor Gonwi van koopt. Ingewikkelder, minder zichtbaar, minder eenduidig. Maar uiteindelijk kunnen alleen structurele veranderingen in Zambia zelf een verbetering in de situatie veroorzaken. En daarvoor zijn niet alleen de Wiekes, maar ook de grote organisaties nodig!

Advertenties

5 thoughts on “Wat als Wieke weer weg gaat?

  1. Hoi Johanneke,
    Met belangstelling je blog gelezen! En ja, natuurijk kun je als grote organisatie (en dan ligt het er wel aan welke, vind ik) meer doen dan in je eentje. Maar moet ik het daarom achterwege laten? Ik pretendeer niet dat ik structurele veranderingen ga aanbrengen in de Zambiaanse samenleving. Ik zie het individu, dat op mijn weg komt. Als ik dat broodmagere jochie (Gonwi dus) zie, dan kan ik me niet omdraaien. Dan moet er meteen worden geholpen. Zou ik eerst een grote organisatie opbellen met de mededeling: “Kunnen jullie dit jongetje alsjeblieft onder jullie paraplu nemen?” Dan zijn we weken verder, zeker in Zambia, met al die loketten, de grote afstanden en toch behoorlijk wat red tape en dan is het kind ondertussen wel dood. Nu stellen mensen mij in staat om onmiddellijk actie te ondernemen in acute situaties. Gonwi gaat het ziekenhuis pas uit als hij straks is geopereerd. Hij zal nog een paar keer terug moeten komen. Het reisgeld, als zijn moeder dat niet heeft, zullen wij haar geven. Geven ja, niet lenen. Ze heeft het al moeilijk genoeg. Het gaat hier om kinderen en mensen, die géén beroep op grote organisaties kunnen doen. Ik ben ambassadeur voor het Liliane Fonds, dat ook in Zambia opereert en met lokale mensen werkt voor kinderen met een handicap. Ook voor dit Fonds zet ik me in, bij ons in de buurt. Krijgen we een jongetje als Gonwi weer op de been, dan voorkomen we een handicap. De bedoeling is dat hij straks gezond naar huis gaat. Met dit – veel te lange – verhaal wil ik eigenlijk zeggen: het één sluit het ander niet uit!

    • Bedankt, Wieke. Ik denk dat we het niet oneens zijn: het één sluit het ander niet uit. Wat jij doet is ontzettend goed werk, én structurele hulp door professionele organisaties (en ja, het maakt ongetwijfeld uit welke) is ook nodig.

  2. Nog even een aanvulling: wat er gebeurt als ik over twee jaar weg ben? Dan staat er wel weer iemand anders op, die het stokje overneemt. Zo gaat dat hier op onze compound.

  3. Dank voor je duidelijke verhaal, mijn team zal zeker blij zijn met je observaties! Ik stuur hen de link door…als ze al niet zelf jouw blog volgen. Werk ze!

  4. Mooie blog, Johanneke. Het zijn precies de dilemma’s die spelen. Directe hulp bieden in je eigen omgeving kan hand-in-hand gaan met de structurele aanpak van grote organisaties. Het een is de kleinschalig op korte termijn, het ander is grootschalig op lange termijn. Alle goeds in Zambia, blijf je waardevolle bespiegelingen met ons delen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s