“God vecht voor mij!”

Soms zeggen mijn studenten dingen waarvan ik denk: “Dat kun je toch niet echt bedoelen??” Vandaag tijdens de Bijbelstudie was zo’n moment. We lazen over de roeping van Abraham. God zegt tegen Abraham: Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. (Gen 12: 1-3)

De studenten herkennen dit wel. De roeping om predikant te worden betekent dat je hoogstwaarschijnlijk ergens komt te wonen, ver weg van je familie. Predikant worden betekent op weg gaan naar een onzekere toekomst. Maar of je als predikant ook de zegeningen krijgt die Abraham beloofd worden, daar twijfelen de studenten aan. Het leven van een predikant is vaak niet gemakkelijk. Er is niet altijd geld om de predikant te betalen, dus misschien is honger je deel. En soms ontstaan er in de gemeente conflicten en wordt het leven je moeilijk gemaakt.

Studenten discussiëren

Studenten discussiëren

“Maar,” zegt dan een student, “het is waar wat er staat: ik zal zegenen wie jou zegenen en wie jou bespot zal ik vervloeken. Er was eens een predikant die een conflict had. Het ging zelfs zover dat hij in elkaar geslagen werd door de gemeenteleden. Een paar jaar later waren alle gemeenteleden die hem naar het leven hadden gestaan dood. Dat is het werk van God.” Ik vraag de anderen wat zij hiervan denken. “Dit is echt zo!” reageert een ander. “Als je dominee bent, dan vecht God voor je!” Weer een ander weet ook nog wel een voorbeeld van een mensen die iets tegen een predikant hadden gedaan en waar het niet goed mee was afgelopen. “En zelfs al was het de predikant die fout zat, dat maakt niet uit. Als een gemeentelid de predikant beledigt, zal hij gestraft worden. God is de bondgenoot van de predikant, en bondgenoten vechten voor je, of je nu gelijk hebt of niet.”

Ik weet even niet wat ik moet zeggen. “Maar God wil toch het Goede?” sputter ik. “En is dat niet een enorme verantwoordelijkheid? Is een dominee zo niet boven de wet geplaatst?” Dan begint een student te vertellen. “Het gebeurt gewoon vaak dat de dominee wordt aangevallen, ook fysiek.” “Vaker dan met bijvoorbeeld een ouderling?” “Ja! Want de ouderling is deel van de gemeenschap. Als dominee sta je er altijd buiten. De dominee is maar een tijdelijke bezoeker.” “Als dominee heb je je verwanten achtergelaten,” vult een ander aan, “er is dus niemand die je kan helpen in geval van een conflict. Je hebt dus wel een God aan je zijde nodig die voor je kan vechten!”

Wat onze studenten uit deze tekst halen is een boodschap van hoop. “Zelfs al wordt je naar het verste dorp gestuurd, zelfs al lijdt je honger, zelfs al is iedereen tegen je, je weet één ding: dat God met je is!” Ondanks al mijn vragen bij een God die iedereen straft die onaardig is tegen de dominee – niet omdat de dominee gelijk heeft, maar omdat hij nu eenmaal dominee is – deze hoop wil ik de studenten niet afnemen…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s