“Nu noemen ze ons arm”

Als ik een toverstokje had waarmee ik met één zwaai de arme wijk naast de campus in een Nederlandse nieuwbouwwijk kon veranderen, zou ik dat dan doen? Als ik door die wijk Kaunda Square loop, denk ik vooral “Wow, wat leven mensen hier anders!” en niet direct “We zouden hier moeten helpen”. Maar misschien willen ze hier best een mooie, Nederlandse doorzonwoning…

Vorige week waren we in Livingstone om Johannekes ouders de Victoria-watervallen te laten zien. In Livingstone is ook een museum met een interessante tentoonstelling over dorp en stad in Zambia. Je ziet onder andere twee poppen op een akkertje aan het werk. De ene staat te dromen: “Altijd maar werken en nooit genoeg geld om iets te kopen… Misschien moet ik maar naar de stad gaan. Mijn broeders daar hebben elektriciteit, water, geld om dingen te kopen…” Maar de ander zegt: “Hou op met dromen, en werk! Denk je dat de mensen in de stad niet hoeven te werken of zo? – We hebben hier in het dorp altijd genoeg gehad, en nu noemen ze ons arm. Als je naar de stad gaat en je komt over een paar jaar terug, zul je zien dat wij hier nog steeds hard werken en gelukkig zijn.”

“Nu noemen ze ons arm” – maar zijn ze niet arm dan? In het dorp, maar ook hier in de stad. In Kaunda Square is alles vol, vuil, rommelig, met slechte afwatering en weggespoelde wegen. Hoe treurig een Nederlandse nieuwbouwwijk ook kan zijn, is dat dan niet toch beter?

De markt van Kaunda Square

De markt van Kaunda Square

Een Zambiaanse collega van ons hier was eens in Nederland voor een conferentie. In de trein raakte hij in gesprek. Het duurde even, maar toen begreep hij dat zijn gesprekspartners er zonder meer vanuit gingen dat hij vast het allerliefste een verblijfsvergunning zou krijgen. “Wat moet ik met een verblijfsvergunning voor Nederland!?” zei hij, “Ik woon in Zambia!”

Vast niet iedereen denkt er zo over. En in Kaunda Square zijn vast heel veel mensen die graag hun kleine hokje in zouden ruilen voor de ruimte, het licht en de afwatering van een Nederlands rijtjeshuis. Maar toch…

In een boek over Afrika vertelt Naipaul over een groep dorpelingen in Kongo. Na de onafhankelijkheid besluiten zij in het verlaten woongedeelte van een Belgische legerbasis te gaan wonen. Mooie, ruim opgezette huizen van alle gemakken voorzien. Ze wonen er een paar jaar, maar kunnen er toch niet aarden en gaan weer terug naar hun dorp. Zij kiezen ervoor maar weer “arm” te worden.

Misschien probeer ik alleen maar goed te praten dat ik het toverstokje niet zou gebruiken – zelfs niet als de inwoners in een enquête zouden aangeven Kaunda Square graag te verruilen voor Beijum of een andere Nederlandse nieuwbouwwijk. Is het leven daar nu gelukkiger? Het leven is hier moeilijk – moeilijk rondkomen, overal ziekte en dood – en ik heb makkelijk praten op een luxe campus met een Nederlandse bankrekening – maar mensen kijken hier niet bepaald minder blij uit de ogen dan in Nederland… Eigenlijk moet ik blij zijn dat ik de verantwoordelijkheid niet heb van zo’n toverstokje…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s