“Dit is geen taxi, wij zijn de maffia!”

Reizen door Afrika is soms best avontuurlijk. “Avontuur past niet bij het beroep van de etnograaf,” schrijft de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss, “het is er slechts een lastige bijkomstigheid van.” Voor onze vakantie wilden we het avontuur opzoeken en besloten daarom met de trein naar Dar es Salaam in Tanzania te reizen. Na afloop snap ik de aversie van Lévi-Strauss tegen avontuur iets beter… Hermen vertelt over de treinreis, ik over onze avonturen in Dar.

Het avontuur begon een dag voor vertrek. We hadden de treinkaartjes al wel gereserveerd door onze naam op de datum van vertrek in een verder lege agenda te schrijven, maar we konden ze pas één dag van tevoren ophalen. Net na 8.30 uur, toen het kantoor openging, was ik er. Ik wilde de kaartjes kopen; maar, zo zei de mevrouw achter de balie, dan moest ze eerst weten of de trein wel ging. Daarover waren ze nu in vergadering in Kapiri Mposhi – ik moest over twee uur maar terug komen. Dat was spannend! Ik ging naar een winkelcentrum in de buurt en deed toch maar vast de inkopen voor de reis – maar wat nu als het niet door zou gaan? De trein drie dagen later nemen past niet in onze schema’s en we hadden ook het hotel in Dar es Salaam al geboekt en betaald…

Na nog een kopje koffie ging ik terug naar het TAZARA-kantoor. De mevrouw achter de balie was in gesprek, maar zei meteen tegen mij: “Oh, ik wilde u al bellen!” – en zette vervolgens het gesprek voort. Zou het een goed teken zijn dat ze had willen bellen, of niet? Na vijf minuten wachten was ik aan de beurt. Ze ging meteen op zoek naar kaartjes. Ik vroeg of de trein inderdaad ging de volgende dag. “Ja, hij gaat,” zei ze, alsof het vanzelfsprekend was. Snel sms’te ik Johanneke en kocht ik de kaartjes. De TAZARA-trein vertrekt vanuit Kapiri Mposhi, zo’n 200 kilometer ten noorden van Lusaka. Dus kocht ik op het drukke busstation ook nog kaartjes voor een bus naar Kapiri. Het leek te gaan lukken!

De volgende ochtend bracht Sherri ons naar het museum in de buurt van het busstation. De tijd tot de bus vertrok brachten we daar door – voor inwoners van Zambia kost dat ook maar 2000 kwacha (30 eurocent). Toen we een half uur voor vertrek op het busstation aankwamen, parkeerde de Mazhandu-bus daar net, zodat we meteen instappen konden. In de bus zaten we achter de conducteur, wat een goede plek was: twee stoelen naast elkaar in plaats van drie, we konden door de voorruit kijken en Johanneke had beenruimte.

Toen we (op tijd!) wegreden stond een man met een mooie glimmende zilveren blouse op en stelde zich voor als de evangelist van de busmaatschappij. Hij deed wat bijbellezingen, gebeden en een warrige preek en wenste ons een goede reis toe. Voor we op de grote weg zaten stapte hij weer uit – waarschijnlijk op naar een volgende bus.

In Kapiri Mposhi waren wij ongeveer de enigen die uitstapten en er stond meteen een wolk van mensen om de bus heen. Iedereen riep “TAZARA” naar ons. Een deel van onze bagage zat onder in de bus, dus we konden niet snel weglopen. Er werd wat aan ons geduwd en getrokken, en we konden alleen met heel veel moeite zelf onze koffers dragen. Ik vroeg iemand die net iets rustiger was ons zijn auto te laten zien. De rest van de mannen om ons heen riep: “Ja, neem die auto!”, dus misschien hoorden ze wel allemaal bij elkaar…. Er zat geen barst in de voorruit en de prijs was zoals verwacht, dus stapten we in. Iemand die nog steeds probeerde Johannekes koffer mee te dragen stootte zijn hoofd aan de achterklep van de auto en probeerde daar nog een vergoeding voor te krijgen, maar tevergeefs.

De auto, die verder niet als taxi herkenbaar was, reed Kapiri Mposhi uit – we wisten dat dat ook moest om bij het goede station te komen, maar dat was toch ook wel een beetje spannend. Alles ging goed en de maat van de taxichauffeur die ook meereed hielp ons voorkomen dat de mensen die bij het station rondhingen onze koffers de 20 meter naar de vertrekhal zouden dragen. Het station was een groot, hoog gebouw in the middle of nowhere. Binnen zaten al veel mensen op kuipstoeltjes te wachten op de trein – allemaal met grote volle tassen. Met handelswaar wellicht? Hier was ook één groep niet-zwarte mensen: twee blanken, een Chinees en een Indiër. Na een half uur konden we instappen en kon de treinreis beginnen!

Onze coupé bestaat uit vier bedden – twee boven elkaar aan elke kant en een tafeltje in het midden voor het raam. De deur naar de gang kan dicht en we zitten hier prima. Na een nacht rijden waren we nog steeds in Zambia, en zag het er ook nog uit zoals we Zambia kennen. Het landschap veranderde pas echt in Tanzania. Daar is het heuvelachtiger en het land ziet er veel bewerkter uit. Met de groene heuvels, meanderende rivieren, eenzame bomen en bamboe  deed het landschap ons denken aan China op de platen bij de Chinees…

In Mbeya bleef de trein uren stilstaan en werd het donker. In een stilstaande trein is ook geen elektriciteit, dus we hadden net besloten te gaan avondeten met brood, eieren en droge worst toen de trein weer vertrok. We hadden ook uit het raam bananen, mango’s, droge rijst, vissen, cassave, stukken kip of nog meer eieren kunnen kopen, maar durfden dat toch niet helemaal aan.

Na onze tweede nacht in de trein werden we (waarschijnlijk) wakker in het grote wildpark waar het spoor door gaat. Op wat apen na hebben we geen wild gezien, maar het was wel een prachtig landschap. Soms deed het ons hier aan de Schotse hooglanden denken: heuvels met afwisselend heide-achtig bruin gras en groene bossen. De hele middag stonden we stil in een klein dorp – er waren werkzaamheden aan het spoor voor ons, of er was een ongeluk gebeurd, of allebei. Aan informatie omroepen doen ze trouwens niet in de trein… Het werd al weer donker toen we verder reden naar Dar es Salaam. We bestelden weer rijst en kip uit het restaurant en deden nog maar een tukje. Pas na middernacht kwamen we aan op ons eindstation.

Ook daar moesten we weer een taxi regelen om naar het hotel te komen. Toen we de trein uitstapten werden we al opgewacht door twee mannen die dat voor ons wilden regelen. We waren eerst wat afhoudend, maar toen één van de mannen vertelde dat hij geschiedenis gestudeerd had en Nederland kende van de dijken vertrouwde ik het wel. Hermen lette goed op de taxi waar ze ons heen brachten – een officiële taxi met groene strepen – en was toen ook gerustgesteld. Behalve de chauffeur ging ook één van de mannen die ons naar de taxi hadden gebracht mee.

Net als de andere taxi’s om ons heen moest deze taxi eerst tanken. Het eerste benzinestation had geen benzine, en de volgende drie ook niet. De man op de bijrijdersstoel werd gespannen en belde regelmatig over de mavuta – problemen. Ik dacht dat hij bang was dat we niet bij het hotel zouden komen met de benzine die nog in de tank zat. Dat bleek niet het probleem. Bij het tankstation waar eindelijk benzine was stapten er twee extra mensen bij ons in, één naast Hermen, en één die via de bijrijdersstoel bij ons op schoot klom. “Dit is geen taxi, wij zijn de maffia!” riepen ze.

Het klonk triomfantelijk; trots, en dat irriteerde me meer dan dat het me bang maakte. “Wij zijn Somaliërs en beroven mensen om de oorlog daar te steunen” – wat interesseert mij dat nou waarom je mensen wilt beroven, ga nou maar je gang en dan kunnen we weer verder, dacht ik. Zo snel ging dat niet. We werkten meteen mee en gaven het geld dat in onze portemonnee zat: honderd dollar en een miljoen Zambiaanse kwacha’s. Dat viel tegen. “Waar is het geld!?” werd de nieuwe mantra van onze overvallers. We gaven hen onze pinpas en creditcard en even leken ze tevreden. De mannen in onze auto stapten over in een andere taxi die, samen met een motor, achter ons aan reed.

“Waar gaan we nu heen?” vroegen we de taxichauffeur. “We gaan nu naar het hotel,” zei hij en reed een paar honderd meter. Daarna stopte hij in de berm en wachtte tot de rest van de bende weer terugkwam. Een nieuw bendelid ging op de bijrijdersstoel zitten. “Ik ben de baas van deze gang. Vertel me: waar is het geld?” De taxi ging weer verder met rondjes rijden door het stille Dar es Salaam. Elke keer dat we vroegen waar we heen gingen was het antwoord “naar het hotel”. ’t Is gek hoe lang dat je hoop levend houdt… De nieuwe bendeleider doorzocht onze rugtassen. “Wil je soms dat we jullie naar ons martelkamp brengen!?” Gelukkig was hij een beetje tevreden met het fototoestel in de rugtas…

Hoe zit het eigenlijk met die oorlog in Somalië? Zouden onze overvallers dan moslims zijn? Ik wilde het niet graag genoeg weten om het te vragen. We reden langs een kerk. Als we nu samen hardop zouden gaan bidden, zou dat indruk maken? Maar ja, als het moslims op oorlogspad zijn werkt het misschien juist averechts…

Ondertussen werd onze omgeving goed in de gaten gehouden. De taxichauffeur kreeg de opdracht om midden op de weg te gaan rijden om te voorkomen dat een auto achter ons zou inhalen. Kennelijk werden we achtervolgd. Na wat draaien, keren en rijden zonder licht stonden we geparkeerd op een splitsing midden in een compound. Een auto met handlangers parkeerde in de buurt.

Inmiddels zaten we al bijna twee uur in de taxi. Kennelijk was deze omgeving voor de bende veilig genoeg om ook onze koffers in de achterbak te doorzoeken. En weer kwam er een nieuw gezicht met ons praten: “Ik ben de echte baas, de lord of the jungle. Ik ben degene die echt belangrijk is – morgen vertrek ik weer naar de Verenigde Staten.”

Er bleek een probleem met onze passen. De creditcard werkte niet en één van de overvallers had bij de andere pas te vaak een verkeerde pincode gebruikt. “Maar jullie hebben meegewerkt, dus laten we het maar zo. We brengen je naar een echte taxi en die brengt jullie naar het hotel. Komt het goed met jullie als jullie morgen weer wakker zijn?” Onze overvallers werkten kennelijk volgens een ethische code: geen letsel toebrengen en ook nog nazorg leveren.

De bendeleden lieten ons uitstappen en brachten ons met bagage en al naar een toek-toekchauffeur die ons naar het hotel bracht. En daarmee was dit avontuur afgelopen. De rest van de vakantie hebben we het gehouden bij aangifte doen, in een strandstoel bij het hotel liggen lezen en schelpen zoeken op het zonnige strand van Dar es Salaam – en daar zijn dus helaas geen foto’s van…

Schelpen uit Dar es Salaam

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s