Een invasie van draken

Het is een uur of vijf in de ochtend; buiten begint het langzaam lichter te worden. Door het open raam hoor ik in de verte mensen roepen. Ik herken de melodie van de zinnen: “In Jesus’ mighty name…”. Het zijn studenten die hun dag beginnen met een gebedsbijeenkomst. Elke les hier op het college begint en eindigt met een gebed. Elke donderdag is er bijbelstudie; elke vrijdag een kerkdienst. Studenten vertellen over hoe ze vasten en bidden om zich voor te bereiden op een moeilijke beslissing, een nieuwe stap of een spannend examen.

De eerste weken denk ik alleen maar: “Wat zijn wij seculier!”. Hoe vaak vasten we in Nederland? Hoe vaak bidden we? Hoe vaak praten we met onze vrienden of collega’s over geloofszaken? Godsdienst is een privezaak, iets waarover je niet mag oordelen en dat daarom vaak maar veilig onzichtbaar blijft. Ik voel mij overweldigd door de christelijke omgeving – ik hoef hier echt niemand te leren om gelovig te zijn.

Ik begin me af te vragen wat ik de studenten wel moet leren. Ik ben godsdienstwetenschapper. Mijn studie heeft mij getraind in het van een afstandje kijken naar religies. Zonder te vragen naar waarheid (bestaat God wel of niet?) en zonder te oordelen (zijn hoofddoekjes goed of fout?). Het is een perspectief dat ik koester, waar ik trots op ben en wat ik graag zou overbrengen aan mijn studenten. Maar zaai ik daarmee niet het zaad van de secularisatie? Is dat wel een exportproduct om trots op te zijn?

Het doet me denken aan In de ban van de Ring. Hobbit Frodo weet dat de ring die in zijn bezit gekomen is een gevaar vormt; een risico voor zijn buren, kennissen, landgenoten zelfs. Hij staat voor een moeilijke beslissing: blijven in het land waar hij woont, of zijn rustige leventje opgeven voor een zwerversbestaan.

“I should like to save the Shire if I could”, overweegt hij, ” – though there have been times when I thought the inhabitants too stupid and dull for words, and have felt that an earthquake or an invasion of dragons might be good for them. But I don’t feel like that now. I feel that as long as the Shire lies behind, safe and comfortable, I shall find wandering more bearable: I shall know that somewhere there is a firm foothold, even if my feet cannot stand there again.”

Ik voel me zoals Frodo, die zijn onschuld is kwijtgeraakt. Ik ben verwereldlijkt; door mijn studie, mijn interesses, zelfs alleen al door op te groeien in West-Europa. Het rotsvaste geloof dat ik hier om mij heen zie, ligt niet meer binnen mijn bereik. En ik dacht dat ik de studenten hier iets van mijn standpunt wilde leren – een kleine aardbeving, een paar overvliegende draken kunnen hun geloof toch verdiepen? Aan de andere kant vind ik het mooi dat dit geloof hier wel bestaat. Moeten we dat dan niet beschermen? Zodat ik weet: ergens is vaste grond, zelfs als ik daar niet meer kan staan.

Maar hoe vast is die grond hier eigenlijk? Ook onze studenten kennen twijfel. Een heel concreet voorbeeld: een van de grootste kerkgenootschappen in Zambia zijn de Zevendedags Adventisten, die niet op zondag, maar op zaterdag naar de kerk gaan. “Wat is nou de echte dag des Heren?”, vroeg een van onze studenten bij een bijbelstudie. Gelovig zijn doe je sowieso niet alleen op zondag, daar was iedereen het wel over eens. Maar verder kwamen we op verschillende bijbelteksten over het vieren van de sabbath (op zaterdag) of de opstanding van Christus (op zondag). Wat weegt zwaarder? Historische toevalligheden zoals de Romeinse keizer die de zondag uitroept tot religieuze feestdag omdat een andere cultus die dag al als heilig heeft bestemd, helpen ook al niet. Dat de dagen van de week genoemd zijn naar Scandinavische en Romeinse goden, was nieuw voor onze studenten. “Kunnen we zaterdag dan nog wel zaterdag noemen als we daarmee Saturnus eren?” – geschiedenis lijkt de vraag alleen maar moeilijker te maken.

Geef ons nou gewoon een duidelijke richtlijn!”, riep een van de studenten uit. Maar die hebben we niet. Er zijn argumenten voor a en argumenten voor b. Ook hier is het niet zwart/wit: een rotsvast geloof tegenover iets wat duidelijk fout is. In de ene situatie is a misschien het goede antwoord, voor een ander, in een andere situatie, is dat b. Die draken waar Frodo het over heeft, die zijn er al. Er zijn andere geloofsopvattingen, andere manieren van denken; en onze studenten worden daarmee geconfronteerd. Dus is het misschien juist onze opdracht om hen bewust te maken van die draken en hun te helpen om een eigen standpunt te formuleren. Wellicht is het zelfs beter om de draken te zien wanneer ze overvliegen, in plaats van pas wanneer ze vuur spuwen en je huis in brand steken…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s