Een nieuwe bank

Hoe wordt een huis een thuis? Het huis dat wij hier op de campus bewonen is ingericht. Bovendien ‘horen’ er bij het huis een schoonmaakster en een tuinman. Heel handig – als je net aankomt hoef je niet meteen van alles te regelen. Maar ook gek; want de meubels en het personeel hebben een langere geschiedenis met dit huis dan wij. Dat een schoonmaakster kan voelen als een vreemdeling in je huis, weet Johanneke uit haar interviews met mensen met hulp bij het huishouden. Hier voelt het eerder andersom: wij zijn de vreemdelingen in het huis; de schoonmaakster hoort hier.

Onze nieuwe bank

Het huis moet dus nog een thuis worden. Gisteren hebben we een grote stap gezet om dat te bereiken: we hebben een nieuw bankstel gekocht. Ook in Nederland is dat moeilijk: vind maar eens een bankstel dat je allebei mooi vindt en dat ook nog eens een goede prijs heeft! De afgelopen weken hebben we regelmatig de meubelwinkels bij het luxe winkelcentrum Manda Hill bekeken, maar niet echt iets gevonden. Gisteren hebben we ons geluk geprobeerd aan Cairo Road, het centrum van Lusaka (aan de oude weg door het Britse Rijk van Kaapstad naar Cairo).

Cairo Road is een vierbaans weg, met af en toe ook nog ventwegen die eraf gaan of er weer bij komen. Het is er altijd druk en onoverzichtelijk met in- en uitvoegende auto’s. Ik wilde parkeren bij de Shoprite, een grote Zuid-Afrikaanse supermarkt, maar dat mocht niet, want ik reed vanaf de verkeerde kant de parkeerplaats op… Het links rijden gaat prima, maar bij het bedenken hoe je een parkeerplaats op rijdt of het bedenken of je beter op de heen- of terugweg naar een winkel aan een bepaalde kant van de weg kunt, merk ik dat ik gewend ben rechts te rijden.

De volgende parkeerplaats die we opreden (weer verkeerd overigens) bleek een soort wasstraat. De ruitenwissers van alle auto’s daar stonden uitgeklapt en er kwam al meteen een jongen met een emmer water aanlopen. “Je auto is erg vies”, zei hij. “Hoeveel kost het wassen?”,  vroeg ik. Johanneke dacht dat hij 50.000 Kwacha zei, maar gelukkig verstond ik dat niet en toen was het al 20.000 Kwacha (3 euro).

Op Manda Hill, het winkelcentrum waar we meestal heen gaan, is zeker 10 tot 15 procent van het winkelend publiek niet-zwart (blank, Arabisch, Chinees, Indisch). Op Cairo Road is dat anders: we waren ongeveer de enige blanken. Toen ik er vorige week met een rondleiding voor nieuwe studenten was, zei ik dat tegen een student. En ruim een half uur later – ik was het al weer vergeten – wees hij mij in de eindeloze stroom mensen: “kijk, nog een blanke”. Op Cairo Road werden we voortdurend toegeroepen “Taxi? taxi?”. “Het lijkt wel of ik Taxi heet…”, zei Johanneke.

We bekeken verschillende meubelwinkels en vonden uiteindelijk een bank die ons wel wat leek en ook nog een stuk goedkoper was dan de eerdere banken die we gezien hadden. We hebben geen creditcard of cheques, dus als voorbereiding waren we al een paar dagen het maximale dagelijkse bedrag aan het pinnen, maar dat geld hadden we niet bij ons. Met een idee van de bank die we wilden, gingen we weer terug naar de auto. De auto was schoon, maar de schoonmaker wilde toch graag K50.000, hij had immers ook op de auto gepast. Uiteindelijk nam hij genoegen met K30.000 en gingen we met wat zigzagwegen door de stad weer naar de campus.

Inmiddels hadden we genoeg gepind, dus ’s middags verstopte ik een dik pak geld in mijn broek en ging ik terug naar Cairo Road. “Waar ga je heen?”, vroeg de bewaker van de parkeerplaats waar ik nu stond. “Winkelen”, zei ik. Dat moest dan wel bij de winkels bij het parkeerterrein, en niet aan de overkant van de straat. Toen ik zei dat ik allebei ging doen, was het ook goed: “U zult me hier vinden, meneer”.

Op weg naar de meubelzaak kwam er een jongen achter mij aan lopen – “Hoe is het?” (etcetera) – dat vond ik niet zo prettig met een dik pak geld op zak. Ik ging snel de winkel in, maar hij ging gewoon mee. De mensen in de winkel dachten dat hij bij mij hoorde… Ik vroeg naar de bank die we wilden hebben, en de winkelbediende en een caissière gingen afwisselend bellen en voerden een lang telefoongesprek. Het was in het Nyanja, dus ik begreep niet wat er aan de hand was, maar steeds werd het nummer van de bank weer genoemd. De bank die we wilden kopen, bleek ‘under labour’ te zijn – er was door iemand anders al een aanbetaling gedaan. Gelukkig hadden ze in een ander filiaal een paar straten verderop ook nog zo’n bank. “Iets groener”, zeiden ze. Wij zouden zeggen iets grijzer.

De winkelbediende liep met me mee naar het andere filiaal. Die bank leek me ook prima en ik betaalde het geld. Ze hadden die morgen al gezegd dat ze de bank zouden bezorgen en dat gingen ze kennelijk meteen doen: er werd een chauffeur gebeld. Ik wachtte in de winkel tot de bank naar buiten was gesjouwd en ging daar toen eens kijken. De bank bleek achterop een open pickup-truck gebonden te worden. Ik voelde mij een beetje opgelaten: als enige blanke leek ik zo duidelijk de eigenaar van die enorme bank die daar werd opgeladen. Toen twee jongens die langs kwamen lopen mij uitbundig begroetten “Hoe is het?” etcetera, reageerde ik dan ook nog terughoudender dan ik gewoonlijk al doe. “We zijn alleen maar vriendelijk”, zeiden ze verongelijkt. De chauffeur was klaar met het vastbinden van de bank en stapte op de jongens af. Het werd een lange, enthousiaste omhelzing met veel op de rug kloppen. Ik dacht eerst dat het vast bekenden van hem waren, maar de winkelbediende die nog bij mij stond, legde uit: “Ze zijn alleen maar vriendelijk”. Ik denk dat het een lesje Zambiaanse vriendelijkheid voor mij was…

De terugweg was eindeloos file-rijden de stad uit. Ik hoopte maar dat het droog zou blijven voor de bank op de open pickup. Ik zocht een briefje van K10.000 uit om een flesje drinken, wat druiven of een krant te kopen van de mensen die tussen de file doorliepen. Maar telkens als ik had bedacht dat ik het één wilde, kwam er iemand met iets anders: een wereldbol of een broek of een krant die ons wel heel erg propaganda van de vorige regeringspartij leek. (De krantenkop daar was wel interessant overigens: ‘aantijgingen tegen vorige president zijn onchristelijk’.) Ik heb niks gekocht en bij de rotonde van de weg richting de campus stond de pickup met de bank al te wachten.

Ik reed voor hem uit en bij de poort van de campus stapten een bewaker en iemand van de groenvoorziening van de campus bij de pickup in. Zij gingen spontaan helpen met het uitladen van de bank. Zou dat iets te maken hebben het geld dat zij eerder van mij geleend hebben en nog niet terugbetaald? Of kennen zij mij daardoor gewoon beter dan de anderen die bij de poort zaten?

Toen de bank in ons huis was gezet, vertelde de chauffeur mij nadrukkelijk uit welke wijk hij kwam. Ik weet niet of dat de bedoeling was, maar ik gaf hem toen maar het briefje van K10.000 dat ik nog in mijn zak had. Hij bedankte vriendelijk en moeizaam achteruitrijdend vertrok hij weer. En wij zaten ’s avonds heerlijk op onze nieuwe bank, kijken naar de DVD’s van de serie ’24’ die we van onze Amerikaanse collega’s hebben geleend. Net alsof we thuis zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s