Mag ik je hand even vasthouden?

Begroetingen zijn belangrijk hier; dat was één van de eerste dingen die de rector benadrukte toen we hem ontmoetten. “Al kom je elkaar hier op de campus zes keer op een dag tegen, je begroet elkaar elke keer” – Hallo, hoe gaat het met u? Goed, hoe gaat het met u? (Wil je het echt goed doen dan ga je nog verder: en met uw vrouw? Kinderen? Familie? Huis?)

We proberen ons hieraan te houden en begroeten iedereen op spreekafstand. Maar geldt het eigenlijk voor iedereen? Collega’s: dat is duidelijk. Studenten lijken het al minder te verwachten. En hoe zit het met de werklui – degene die het gras aan het maaien is of de poort voor je open doet, of gewoon bij de poort zit als hij al open is? En met kinderen?

Bij de begroeting hoort altijd ook een handdruk. Ik denk dat een begroeting nu, na twee weken, al kaal zou voelen zonder het handenschudden! Maar ook hier moeten we de ongeschreven regels nog leren. Schud je handen met degene die aan de deur komt om te vertellen dat er vandaag geen stroom is? (Niet altijd.) En met de hulp en de tuinman? (Meestal wel.)

In Nederland schud je handen zolang het contact formeel is: als je bij iemand komt die je niet kent; bij een ‘lauw contact’; bij een sollicitatiegesprek. Zodra je iemand beter leert kennen – je loopt vaker bij elkaar binnen of je hebt de baan gekregen, dan houdt het handenschudden op. Als ik in Nederland een hulp zou hebben, zou ik de eerste keer bij het kennismaken een hand geven en daarna niet meer – denk ik.

Maar in Nederland is het ook al niet zo eenvoudig. Twijfelgevallen zijn bijvoorbeeld de huisarts of een collega die je maar zelden ziet… Toch ben ik gewend: hoe intiemer het contact, hoe minder handenschudden. Dat zou hier wel eens anders kunnen zijn.

In het dagelijks verkeer zien we regelmatig mensen die elkaars hand vasthouden: twee schoonmakers in het winkelcentrum als de één de ander iets vraagt; twee dominees voor de kerkdienst begint. En zelf doen we er ook al ervaring mee op. Als we in ons kantoortje op de campus zitten, komen er regelmatig mensen langs om ons te begroeten. Laatst was ik aan het mailen toen een man in de deuropening verscheen.

“How are you?” vraagt hij. Ik sta op en loop naar hem toe. “Fine, thank you; how are you?” “Fine, thank you.” We schudden handen op de Afrikaanse manier: een handdruk, dan je hand naar boven bewegen om de duimen in elkaar te haken en dan weer een handdruk. Of ik al begin te wennen aan het weer in Zambia? “Het is heerlijk warm,” zeg ik, “dat is in Nederland wel anders.” Hoe het daar dan is? “Nou, ik kreeg net een foto van een familielid met sneeuw erop.” De man lacht van verbazing en geeft me nog een handdruk. Hoe het ons bevalt in Zambia? Ik zeg dat het gek is dat het bijna kerst is en zo warm en groen, terwijl ik gewend ben aan een koude kerst met kale bomen. Weer pakt hij mijn hand en we doen het ritueel nog eens. Na nog een paar woorden neemt hij afscheid met een laatste handdruk.

Het was een kort gesprek, nog geen vijf minuten, maar wel met vier maal fysiek contact. En tot mijn verbazing was dat prettig! Het gaf met het gevoel dat wat ik zei hem raakte (al ging het dan over het weer) en dat het ons nader tot elkaar bracht. Ja, dit handenschudden en -vasthouden kon wel eens een mooie Afrikaanse uitvinding zijn!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s