Terug naar de natuur

‘We gingen erheen met het idee dat de mensen daar dichtbij de natuur stonden, en dat geld er nog geen rol zou spelen.’ Het zijn de woorden van een zendeling die er al snel achter komt dat zijn idee wat naïef is. Maar verleidelijk is het wel: het jachtige leven, de commercie en de uiterlijkheden in Nederland achter je laten en eenvoudig te leven in harmonie met de natuur. Dat zou wel eens tegen kunnen vallen, want ‘de natuur’, die bestaat vooral in ons hoofd.

Het verlangen naar natuur is niet nieuw. ‘Wanderlustige’ Duitsers trekken in de 19e eeuw naar de wouden, las ik een paar weken geleden in de Volkskrant, en Britten zoals Wordsworth gaan naar afgelegen streken in Wales om zich op te laden voor het leven in de stad: 

Though absent long,

These forms of beauty have not been to me,

As is a landscape to a blind man’s eye:

But oft, in lonely rooms, and ‘mid the din

Of towns and cities, I have owed to them,

In hours of weariness, sensations sweet…

With tranquil restoration.

(Wordsworth, from Lines written a few miles above Tintern Abbey)

De steden brengen lawaai, uitputting en eenzaamheid; de natuur daartegenover heeft een rustgevende en herstellende werking. 

In de 20ste eeuw blijft die tegenstelling tussen ‘natuur’ en ‘stad’ of ‘natuur’ en ‘cultuur’ een rol spelen. Thor Heyerdahl vertrekt in de jaren ’30 naar een eiland in de Stille Oceaan om samen met zijn vrouw terug te keren naar de natuur, zo lees ik in een boek dat ik hier in het Guesthouse vond:  

We were set ashore with no provisions and without weapons, determined to live on what we could collect with our bare hands. There were no other white foreigners on the island and we did not know the local language. The life-boat returned to the schooner, which sailed away after the captain had promised to come back in a year. We were left on the beach  of an island which had neither radio nor any other means of contact with the outside world.

(Thor Heyerdahl, Fatu-Hiva – Back to Nature, p. 35)

Toeristen op de top van Mount Snowdon

Wat een plan! Geen gereedschap, geen netwerk, geen kennis van de taal, geen mogelijkheid om hulp in te roepen – de ervaring van het terugkeren naar de natuur moet zo authentiek mogelijk zijn. Heyerdahl had toen zijn hoop op een natuurvolk dat in harmonie leeft met de omgeving al laten varen. Hij kon het beter dan zij, was zijn overtuiging: “From the day the natives left us, our contact with nature was complete.”

Ook vandaag de dag zoeken we nog naar ‘de natuur’ – massaal

Thor Heyerdahl kon het navertellen, de hoofdpersoon van Into the Wild niet...

zelfs. In de afgelegen streken uit Wordsworths tijd staan hordes toeristen achter een fototoestel de natuur te beleven. De meeste mensen gaan niet zo ver als Heyerdahl. Gelukkig maar, want het loopt niet automatisch goed af. De natuur blijkt niet alleen rustgevend en herstellend, maar ook gevaarlijk en zelfs ziekmakend. Heyerdahls natuur blijkt vooral in zijn eigen hoofd te bestaan; en dat geldt waarschijnlijk ook voor de natuur die de toeristen zoeken.

En wij? Gaan wij in Afrika ook op zoek naar de natuur en mensen die daar dichtbij staan, zoals de zendeling aan het begin? Natuurlijk zijn we benieuwd naar de Afrikaanse natuur – maar het lijkt me interessanter om te onderzoeken welke ideeën over natuur daar bestaan!

Advertenties

One thought on “Terug naar de natuur

  1. én hoe natuur en mens samenleven ; ) Gisteren The Powershow van Next Nature gezien en jouw verhaal sluit hier prachtig op aan! Groet, Noor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s