Het profijt van de predikant

Predikanten zijn heel belangrijk in de productie van getuigenissen. Waarom is dat? Met andere woorden: welk belang heeft de predikant erbij als er getuigenissen gegeven worden in zijn kerk?

Predikanten hebben een morele verplichting om mensen in pastorale nood te helpen. Maar dat is niet de enige reden om je als predikant bezig te houden met ex-Satanisten. Christendom in Zambia is een competitieve markt, waar predikanten naam moeten maken om succesvol te zijn. Aan de hand van een voorbeeld zal ik laten zien hoe ex-Satanisten daarbij helpen.

Zuster X wordt geïnterviewd door een predikant voor een radio programma. Het programma gaat over schaamte en hoe daarmee om te gaan. Zuster X is in het verleden verkracht, en wordt daarover geïnterviewd. Haar stem is zacht, en ze klinkt kwetsbaar. Na het interview bedankt de predikant haar, en richt zich tot het luisterpubliek:

“Beste luisteraars, dit was het. Ik hoop dat jullie een paar dingen hebben opgestoken van dit interview, ik hoop dat het een eye-opener was. Ik bid dat als jij nu denkt, ‘Dominee, dit gaat over mij, over wat ik doormaak,’ dat je dan contact met ons opneemt. We staan klaar om je te helpen. Aarzel niet, neem contact op.”

Als ‘man van God’ is de predikant in staat om mensen te helpen als ze in de problemen zitten. Het verhaal van zuster X is een visitekaartje voor zijn pastorale werk: ‘Neem contact op met ons,’ zegt hij, ‘wij staan voor je klaar.’

Maar het interview met zuster X is nog niet afgelopen. De predikant herinnert zich dat zuster X ooit ook zwanger was geraakt. Hij vraagt haar ernaar. Zuster X begint te huilen. De predikant legt uit dat dit betekent dat ze er nog niet overheen is. Zuster X zegt dat ze zou willen dat het over was, dat het gewoon tot het verleden behoort. De predikant troost haar en zegt dat ze zich wel weer normaal zal gaan voelen, als ze het maar los kan laten, en als ze de mannen die haar verkracht hebben vergeeft. Zuster X zegt dat ze hen loslaat, en vergeeft. Ze zegt dat ze ook haar vader vergeeft, die er nooit voor haar was. Dan begint ze hartverscheurend te huilen, en de predikant stopt de opname. Dit is wat hij zegt als hij weer begint op te nemen:

“P1: Nou, beste luisteraars, het is nu een compleet ander verhaal geworden. Ik ben net terug van het bidden voor Zuster X hier in de studio. Zoals je hoort ben ik nog steeds een beetje buiten adem. Het was een lang gevecht. Weet je wat er met jou gebeurde toen we voor je baden?

ZX1: Nee.

P2: De duivel zelf weigerde om je lichaam te verlaten. Hij wilde je niet loslaten. Hij zei dat jij uit de zee kwam, en dat je van hen was, en dat je de uitverkorene was. En wij zeiden dat God jou gekozen had voor je geboren werd. God kende jou voor je geschapen was, en dat hebben we de duivel verteld. En uiteindelijk heeft hij je laten gaan. Hoe voel je je nu?

ZX2: [heel zwakjes, alsof ze in tranen uit kan barsten] Ik voel me vrij. Ik ben zo blij in mijn hart. Mijn lichaam voelt lichter en mijn hoofd is… zo leeg. Ik voel me anders dan toen ik hier kwam. Ik ben zo blij, ik kan het niet uitleggen.

P3: Eigenlijk ben je niet echt leeg. Wat je nu ervaart als leegte is eigenlijk het wegnemen van de dingen die je in de weg zaten. Die voelden aan als een zwaarte, als een last die de duivel op je schouders had gelegd. Nu ben je lichter omdat God al die dingen heeft weggenomen. Amen en amen. Wat wil je nu tegen God zeggen?

ZX3: [bijna onhoorbaar] Ik God danken dat hij me bevrijd heeft, en…

P4: Ik weet dat je moe bent nu, je bent zwakker dan voorheen, maar ik weet ook dat je enthousiast kunt zijn, en mensen kunt laten weten dat je blij bent om wat er vandaag gebeurd is.

ZX4: Okee.

P5: Als je je nu tot God richt, wat zou je tegen God zeggen?

ZX5: Ik wil God danken voor wat hij voor mij gedaan heeft, omdat hij mij bevrijd heeft. En ik wil zeggen… Ik beloof dat ik mijn leven zal leven in overeenstemming met Gods wil. En ik wil jou bedanken dat je me deze gelegenheid hebt gegeven, dat ik hier nu ben, en dat ik bevrijd ben. Ik ben zo blij van binnen. Zelfs al kan ik het niet zo goed zeggen, ik ben zo blij. Ik wil zeggen: Dank U Heer.”

Wat begon als een persoonlijk verhaal over schaamte en verkrachting is ineens veranderd in een gevecht op een wereldwijde schaal, tussen de mensen van God en de duivel. De predikant dringt er bij Zuster X op aan dat ze in haar eigen woorden vertelt over haar ervaring. Een dergelijk getuigenis heeft overtuigingskracht, het dient als bewijs voor de macht van God over de duivel. Het is tegelijkertijd een blijk van de macht van de predikant zelf. Aan het begin van deze uitsnede is hij nog steeds een beetje buiten adem, maar hij heeft het gevecht met de duivel over Zuster X wel gewonnen.

In Zambia lijken elke week wel nieuwe kerken te ontstaan – die natuurlijk allemaal op zoek zijn naar nieuwe leden. In deze competitieve context is het belangrijk voor predikanten om een aantrekkelijk alternatief te zijn. Getuigenissen van ex-Satanisten helpen daarbij, omdat ze benadrukken dat God en de duivel actief zijn in deze wereld, en dat de predikant van deze kerk voor zijn volgelingen kan vechten. Daarom dringt de predikant in het interview met Zuster X er zo bij haar op aan dat ze vertelt over wat haar net is overkomen; en daarom zijn predikanten zo betrokken bij de productie van getuigenissen van ex-Satanisten. De persoon die het meeste profijt heeft bij deze getuigenissen is de predikant.

Advertenties

De predikant als coauteur van een getuigenis

Een getuigenis (testimony) is een verhaal, verteld in een religieuze setting, over een keerpunt in iemands leven, een transformatie die gezien wordt als het werk van God. Verhalen van ex-Satanisten gaan over zo’n keerpunt: van in-slechte Satanist is de verteller geworden tot wedergeboren Christen. Ex-Satanisten vertellen vaak over hun verleden tijdens kerkdiensten of bij andere Christelijke gelegenheden. Predikanten zijn de belangrijkste diagnostici voor Satanisme, en ze spelen ook een belangrijke rol in de productie van de getuigenissen van ex-Satanisten.

Een getuigenis is meer dan een persoonlijk levensverhaal. Getuigenissen worden gepresenteerd en gedeeld en worden daarmee publiek bezit. Vaak volgen getuigenissen een min of meer standaard format en gebruiken ze een speciaal jargon. Dat geldt ook voor getuigenissen over Satanisme. Het typische Satanisme-getuigenis begint met een verhaal over iemands inwijding in Satanisme, gevolgd door een eerste opdracht als Satanist – vaak is deze opdracht het offeren van een familielid. In de meest complete getuigenissen wordt deze opdracht aanvaard en uitgevoerd, en de verteller wordt beloond. Uiteindelijk komt er echter een opdracht die de verteller niet kan uitvoeren, bijvoorbeeld omdat degene die geofferd moet worden een bijzonder geliefd familielid is. Het mislukken van deze opdracht laat de verteller zoeken naar verlossing van Satanisme. Dit is vaak een moeizaam en langdurig proces, maar uiteindelijk, na gebeden van verschillende predikanten, vindt de verteller een nieuwe, positieve, Christelijke identiteit.

Hoe komt zo’n getuigenis, dat een duidelijk format volgt, tot stand? In de eerste plaats kennen veel mensen al voorbeelden van getuigenissen, en ligt het voor de hand dat ze hun best doen om hun verhaal aan te laten sluiten bij deze oudere getuigenissen. Predikanten helpen hierbij door tips te geven over het geven van een getuigenis. De setting waarin een getuigenis gegeven wordt maakt ook uit: de meest uitgebreide getuigenissen worden gegeven in een religieuze setting, en niet, bijvoorbeeld, in een interview met een onderzoeker. Predikanten zijn ook hier weer van belang, aangezien zij er op aandringen dat een ex-Satanist zijn of haar verhaal vertelt.

De invloed van de predikant op een getuigenis gaat soms zelfs zo ver dat de predikant met recht coauteur van de getuigenis genoemd kan worden. Neem de volgende dialoog tussen een ex-Satanist en de predikant die hem interviewt. De ex-Satanist, David, vertelt over zijn eerste ervaring met Satanisme, toen hij met een vriend naar Mozambique ging om een medicijnman te bezoeken voor meer succes in zijn winkel. Om in Mozambique te komen moet je de Zambezi oversteken. David en zijn vriend nemen een kano:

David 1: “Dus we sprongen in de kano, met z’n drieën. Ik was best bang, want het was de eerste keer dat ik in een kano zat. We voeren drie of vier uur.

Predikant 2: In de kano. Jullie kwamen maar niet aan.

D2: Ja.

P3: Als je omkeek, kon je dan zien waar je vandaan kwam?

D3: Nee, ik zag alleen maar water aan die kant.

P4: Kon je de overkant zien?

D4: Nee, er was alleen maar water.

P5: Dus overal was water? Het enige wat je kon zien was de lucht.

D5: Ja, er was alleen maar water. Ik zei, ‘Ai, man.’ Toen vroeg ik mijn vriend, ‘Hoe laat denk je dat we aankomen?’ Hij zei, ‘Maak je geen zorgen.’ Toen waren er ineens hoge golven. De kano ging over de kop, en we verdronken allemaal.

P6: De kano sloeg om.

D6: Tot mijn verrassing ging ik verder en verder naar beneden, maar het was niet als…

P7: …verdrinken.

D7: Ja, verdrinken! Ik dacht alleen maar, ‘Wat gebeurt er nu?’

P8: Maar je ging naar beneden?

D8: Steeds verder.

P9: Dus op dat moment had je vriend al een spreuk uitgesproken, en waarschijnlijk was het helemaal geen kano waar jullie in voeren. Misschien was het een doodskist. Dat je in die doodskist zat gaf je al een bepaalde macht waardoor je niet verdronk. Met andere woorden: alleen al in die kano stappen was voor jou een soort van inwijding, een begin stadium van Satanisme.

D9: Mmm.

P10: En de persoon waarvan jij dacht dat hij de kano roeide, dat was waarschijnlijk niet eens een mens. Het zou een demon kunnen zijn in plaats van een persoon. Daarom verdronk je niet toen je steeds dieper het water in zonk. Omdat alles om je heen niet echt was. De kano was niet echt. Maar jij dacht dat je verdronk.”

In dit gesprek tussen David en de predikant heeft de predikant evenveel inbreng als David. Hij stelt vragen die David helpen om zijn verhaal te vertellen, en om dat verhaal te verduidelijken. Maar een deel van de opmerkingen van de predikant gaat verder. Die opmerkingen voegen iets toe aan David’s verhaal. Vaak hebben die opmerkingen deze vorm: ‘Wat jij dacht dat x was, was eigenlijk y.’ In het voorbeeld hierboven zijn P9 en P10 voorbeelden. David dacht dat hij in een kano zat, maar de predikant weet het beter: het was eigenlijk een doodskist. David ontkent deze interpretatie niet – hij humt wat – maar het lijkt voor hem toch ook nieuws te zijn. Later in het interview zegt de predikant: “God heeft mij dit talent gegeven, ik kan interpreteren wat je zegt; je dingen vertellen die je zelf niet eens wist.”

De predikant fungeert als sponsor van het getuigenis, uitkijkend naar plaatsen waar de ex-Satanist zijn of haar verhaal kan vertellen. Tijdens die gelegenheden vult de predikant het verhaal aan en plaatst het in een nieuwe context. Dat kan door de ex-Satanist te interviewen, maar ook door voor en na het verhaal van de ex-Satanist een inleiding en een conclusie te geven. Op deze manier is de predikant coauteur van het getuigenis.

Hoe een diagnose een levensverhaal wordt

Satanisme in Zambia is een diagnose, een verklaring voor wat er mis is in iemands leven. Deze diagnose wordt meestal gesteld door een dominee. Wie zich ex-Satanist noemt, heeft niet alleen de diagnose Satanisme ontvangen, maar zich deze diagnose ook eigen gemaakt: de diagnose is deel geworden van iemands levensverhaal.

Als Chimwemwe nu terugkijkt op haar leven, ziet ze duidelijk dat ze Satanist was: “In mijn familie gingen er allerlei dingen mis. Ik snapte nooit waarom. Mijn jongere broer, hij is nu 30, alles wat hij aanpakt loopt verkeerd. Hij woont nog steeds bij mijn moeder thuis. Mijn oudere broer had fantastische cijfers of school, maar hij is nooit succesvol geworden. Nu snap ik dat ik daarvoor verantwoordelijk ben. Mijn oudere zus is heel slim. Maar in haar leven loopt van alles mis. Haar huwelijk is gestrand, ze is gescheiden. Het is mijn schuld. Nu wonen ze alledrie weer thuis bij mijn moeder. Ze doen niks. Werken niet, zijn dronken en gebruiken drugs. Ik bad altijd voor hen, “God, help hen!’, maar gisteren middag begreep ik het ineens. Zoals ik vertelde, toen ik zes was werd ik ingewijd in Satanisme. Toen kreeg ik die macht. Ik was altijd een stil meisje, ik sloot mijzelf vaak op in mijn kamer. Mijn vader wees mij af, en het beetje liefde dat over was voor mij ging naar mijn broer. Ik snapte niet wat er aan de hand was. Ik dacht slechte dingen over mijn broers en mijn zus, die de liefde en de lof kregen die ik verdiend had. Ik dacht, ‘Later zul je bij mij komen bedelen’ – en het gebeurde. Elke wens die ik deed kwam uit. Het leven van mijn broers en mijn zus is nergens op uitgelopen.”

De diagnose Satanisme laat Chimwemwe op een nieuwe manier naar haar leven kijken. Ze wist al dat er dingen misgingen in haar familie – haar broers en haar zus wonen nog thuis, zijn niet getrouwd en hebben geen werk – maar nu snapt ze ook waarom. Het komt omdat Chimwemwe Satanist was. Als Satanist had ze de macht om de levens van familieleden in de war te schoppen. Ze kan zich nog herinneren hoe boos ze vroeger was op haar broers en zus, en hoe ze slechte dingen over hen dacht. Terugkijkend op haar leven ziet Chimwemwe dat, omdat ze Satanist was, die dingen ook echt zijn uitgekomen. Ongelukken, familieleden die overlijden, mislukkingen op allerlei gebied: wie kijkt naar zijn levensverhaal vanuit de diagnose van Satanisme vindt allerlei gebeurtenissen die plotseling op hun plaats vallen. Zo wordt Satanisme van een diagnose tot een identiteit.

Een levensverhaal geeft betekenis aan gebeurtenissen in iemands leven. Wanneer iemands idee over wie hij/zij is – de identiteit – verandert, krijgen gebeurtenissen uit het verleden ineens een andere lading. Ze passen nu wel, of nu juist niet meer, in het plaatje van wie jij bent. Voor ex-Satanisten krijgen vooral negatieve gebeurtenissen een plekje en een nieuwe betekenis. Dat kan bevrijdend zijn. Het negatieve ligt immers in het verleden; er is nu ruimte voor iets nieuws en goeds. Sue, bijvoorbeeld, zegt: “God staat toe dat bepaalde dingen in ons leven gebeuren. Die dingen gebeuren met een reden. Zo is het ook met wat er met mij gebeurd is. Ik weet dat er veel mensen zijn – jonge mensen, of ook volwassenen – die Satanist zijn en het zelf nog niet weten. Als ik hen mijn verhaal vertel, misschien herkennen ze dan de signalen en begrijpen ze wat er met hen gebeurt. Sinds ik bevrijd ben van Satanisme voel ik me vrij. Ik heb er vrede mee. Nu werk ik voor God, en ik houd van alles wat ik doe. Eigenlijk houd ik nu meer van mijzelf dan vroeger. Ik heb mezelf geaccepteerd.”

Is het dan goed te geloven dat je vroeger Satanist was? Ex-Satanisten zoals Sue verwerken de diagnose Satanisme op een positieve manier in hun levensverhaal. Ze ontlenen er zelfs kracht aan. Dat geldt niet voor iedereen. Sommigen accepteren de diagnose Satanisme, maar het blijft een episode waar ze zich voor schamen of schuldig over voelen. Anderen wijzen de diagnose af. En zelfs al is het een positief verhaal geworden – is ‘ik was een Satanist’ een verhaal waar je je identiteit op zou willen bouwen?

Diagnose: Satanisme

Satanisme is één van de dingen die met je aan de hand kunnen zijn. Hoe wordt deze diagnose gesteld? Een Zambiaanse bisschop en stichter van zijn eigen kerk vertelt het volgende verhaal:

“Mijn neef Bright is de zoon van mijn jongste broer, die op de Copperbelt woont. Bright’s ouders zijn arm. Hij moest elke dag twee uur lopen naar school, en kreeg geen geld mee voor lunch. Een vriend nodigde hem uit om dan maar bij zijn familie te komen eten. Op een dag had de vriend eten mee naar school genomen, en gezegd: ‘Vandaag gaan we iets heel bijzonders eten!’ Later begreep Bright dat de soep eigenlijk bloed was, en dat hij Satanist was geworden. Ik had al langer het gevoel dat er iets niet goed zat bij mijn familie op de Copperbelt. Dus ik overtuigde mijn broer ervan dat Bright maar een poosje bij mij moest komen wonen. Toen hij bij ons was gedroeg hij zich raar. Hij praatte niet. Hij zat de hele middag in de tuin, bij de kippen. Eén keer vonden we hem daar terwijl hij bewusteloos op de grond lag. In het ziekenhuis zeiden ze dat het malaria was, maar ik denk dat het iets met de onderwereld te maken had. Later bekende hij dat hij een altaar in de tuin had, en dat hij van daar naar andere steden in Zambia vloog. Nog iets geks: hij at zeep. Ik belde zijn vader, en die vertelde dat hij thuis ook zeep at. Ik maakte mij zorgen, en een dominee uit Tanzania die bij ons op bezoek was zei dat zeep eten een teken van bezetenheid is. Dus zijn we voor Bright gaan bidden, en de demonen manifesteerden zich in hem. Hij bekende dat hij Satanist was, en dat hij had toegezegd mijn dochters te zullen offeren aan de duivel. Bright zei dat hij meer dan vijfhonderd mensen had geofferd. Ik was in staat om de demonen uit te drijven. Hierna nam zijn vader Bright weer mee naar de Copperbelt. Ik weet niet of hij wel echt bevrijd is. Zijn vader ontkent dat zijn zoon ooit iets te maken had met Satanisme. Vanwege deze kwestie praten we niet meer met elkaar.”

Als er iets mis is in hun leven, met een onbekende oorzaak, proberen Zambianen verschillende dingen uit om beter te worden. Ze gaan naar het ziekenhuis – zoals de oom Bright naar het ziekenhuis bracht toen hij bewusteloos in de tuin lag – of naar een traditionele genezer, of naar een Christelijke gebedsgenezer. Brights oom is zo’n gebedsgenezer. Hij heeft al langer het idee dat er iets verkeerd zit bij Bright en zijn familie. Wanneer Bright bij hem woont vallen hem een aantal dingen op: Bright zegt niks, hij zit alleen in de tuin, en hij eet zeep. Hij denkt dat Bright bezeten is, en uiteindelijk blijkt het te gaan om Satanisme.

Wat maakt Satanisme een passende diagnose? Allereerst komt Satanisme vaak voor bij jonge mensen. Bij een oude vrouw met onverklaarbare klachten wordt er eerst gedacht aan hekserij of aan bezetenheid. Bij jonge mensen is Satanisme een belangrijke mogelijkheid. Vaak heeft de jongere of zijn familie het idee dat er iets mis is. Er is sprake van abnormaal gedrag. Het eten van zeep, zoals Bright doet, is uitzonderlijk. Vaker zijn er vreemde dingen aan de hand rond slapen: bijvoorbeeld een meisje dat ’s nachts in haar kamer gaat slapen en ergens anders weer wakker wordt; of een meisje dat beweegt met haar benen terwijl ze slaapt. Vreemde dromen zijn ook vaak een teken dat er iets mis is. Veel Satanisten hebben het over dromen over eten, dromen over slangen, en dromen dat ze naar een wereld onder water of onder de aarde gaan.

Een heel specifiek symptoom dat wijst op Satanisme is het hebben van moeilijkheden met relaties. De jongeren die later ex-Satanisten worden groeien vaak op in moeilijke omstandigheden. Hun ouders zijn overleden of gescheiden; vaak wonen ze bij familieleden. Dat is in Zambia niet ongebruikelijk, maar wat er bij de ex-Satanisten uitspringt is dat ze zich niet geaccepteerd voelen. Ze voelen zich niet geliefd door de familie waar ze bij wonen, of ze voelen zich afgewezen door hun leeftijdsgenoten. Ze geven vaak de voorkeur aan alleen zijn, zoals Bright die ’s middags in de tuin zat bij de kippen. In de Zambiaanse context wordt stil zijn en alleen willen zijn gezien als abnormaal, en afgekeurd. Sommige ex-Satanisten geven toe dat ze ook wel moeilijk gedrag vertoonden, zoals brutaal zijn, koppig zijn en agressie. Al deze problemen in de relatie met ouders/verzorgers en vrienden wijzen, voor een Christelijke gebedsgenezer, op Satanisme. Het vermoeden van Satanisme kan worden bevestigd door wat er gebeurt wanneer de predikant voor iemand bid. Bright geeft bijvoorbeeld terwijl er voor hem gebeden wordt zelf toe dat hij Satanist was.

Abnormaal gedrag, dromen, het gevoel niet geaccepteerd te worden, introversie, koppigheid – het zijn allemaal voorbeelden van symptomen die kunnen wijzen op Satanisme. Heel belangrijk is echter dat die diagnose wordt geaccepteerd door de betrokkene en zijn netwerk. In het geval van Bright werd de diagnose Satanisme niet geaccepteerd door zijn ouders. Bright woont inmiddels weer op de Copperbelt, en zijn vader zegt dat hij nooit iets te maken had met Satanisme. Als een diagnose niet goed voelt wordt er verder gekeken – misschien bij een andere gebedsgenezer, of bij een traditionele genezer, of in een ziekenhuis.

 

Satanisme als aandoening

Hoe word je Satanist? Wie hoort over Satanisme denkt misschien allereerst aan een verandering in overtuiging, een soort bekering naar een andere, niet-Christelijke religie. Maar in mijn gesprekken met ex-Satanisten kwam een ander beeld op. Satanisme was voor hen geen bewuste keuze, niet eens een keuze die achteraf verkeerd bleek.

Memory, bijvoorbeeld, zegt dat ze Satanist werd nadat ze een cadeautje had gekregen van een vriendin op school. “Toen mijn verjaardag eraan kwam, vroeg ze wat ze voor mij moest kopen. Ik zei: ‘Wat je maar wilt.’ Ze gaf me een ketting. Toen ik die kreeg wist ik niet wat het betekende, maar nadat ik de ketting ging dragen, begon ik te dromen dat ik onder de oceaan ging.” Onder de oceaan bevindt zich het hoofdkwartier van de Satanisten, en de ketting geeft Memory toegang tot deze plaats. Andere getuigenissen verhalen over Satanist worden door kleren gegeven door een vriend, door slapen onder een bepaalde deken in het huis van een familielid, of door het eten van iets lekkers aangenomen van een vreemdeling. In geen enkel geval was Satanisme een keuze op grond van ideologische afwegingen.

Als Satanist worden niet te maken heeft met een bekering, waarmee dan wel? Tijdens een radioprogramma waarin getuigenissen werden gepresenteerd konden luisteraars bellen met hun vragen en opmerkingen. Na een getuigenis over Satanisme kwamen de volgende vragen binnen bij de presentator:

  • De Bijbel zegt dat geld de wortel van alle kwaad is. Maar we hebben elke dag geld nodig. Hoe moet dat dan?
  • Ik droom vaak dat ik ga trouwen.
  • Mijn nichtje, ze is twee jaar, wordt vaak midden in de nacht wakker. Dan huilt ze en moet ze spugen. Soms wel drie keer in de week, maar alleen als ze alleen slaapt. Als haar moeder bij haar is gebeurt het nooit.
  • Hoe moet ik preken?
  • Ik ben nog nooit met iemand naar bed geweest, maar nu blijk ik een SOA te hebben. Hoe is dat mogelijk?
  • Ik droom vaak over vrouwen, en over trouwen. En een paar jaar geleden droomde ik dat er een slang in mijn buik zat.
  • Ik droom vaak over een slang die me bijt. Zelfs al ben ik in een grote groep in de droom, hij komt toch naar mij toe om me te bijten. En één keer riep de slang: ‘Ik ben je vrouw.’
  • Ik ben dominee, en ik vind deze dingen erg moeilijk. Soms bid ik voor mensen, maar de situatie blijft hetzelfde. Kan ik u ontmoeten?
  • ’s Nachts heb ik een probleem met mijn benen, ze schokken zo.

De vragen komen van zowel mannen als vrouwen. Van deze vragen gaat alleen de eerste, over geld, over het onderwerp waar de ex-Satanist net over verteld heeft. Getuigenissen vertellen vaak hoe Satanisten worden beloond met rijkdom voor hun daden. Betekent dit dat geld altijd slecht is? Maar je hebt toch geld nodig om te overleven? Twee vragen lijken te komen van beginnende dominees die graag willen leren van de predikant die het radioprogramma presenteert. De overige zeven vragen hebben allemaal hetzelfde uitgangspunt: Wat is er aan de hand met mij, of met mijn familielid? Telkens wanneer toehoorders vragen kunnen stellen is dit de belangrijkste zorg. Het horen van een getuigenis roept bij de luisteraars kennelijk vragen op over hun eigen welbevinden.

De combinatie van vragen over welbevinden klinkt ons als Nederlanders misschien vreemd in de oren. Hoe kan het nou dat je een verhaal hoort over Satanisme, en dan vragen gaat stellen die te maken hebben met relaties – zoals van de mensen die dromen over trouwen – of met zaken waarvoor wij naar de huisarts zouden gaan – zoals de SOA, het spugende meisje of de trekkende benen? De strikte scheiding tussen medische problemen en problemen in andere levenssferen die wij Westerlingen maken wordt in Afrika niet automatisch gemaakt. Zeker, in Afrika gaat men ook naar de dokter met een gebroken been. Maar als het niet goed met je gaat zonder een duidelijk aanwijsbare oorzaak, dan gelooft men dat dit komt door een probleem in de relatie met de onzichtbare, spirituele wereld waar voorouders en geesten verblijven; of door de kwade invloed van een heks. Dit kan zich uiten in elk soort van ongeluk: in gezondheidsproblemen, maar ook in armoede of in huwelijksproblemen. Zowel traditionele genezers als Christelijke gebedsgenezers zoeken naar oorzaken voor een gebrek aan welbevinden in de spirituele wereld. Daarom vragen de luisteraars naar het radioprogramma met getuigenissen aan de predikant die het presenteert ‘wat is er toch met mij aan de hand?’

Satanisme: oud en nieuw

Hoewel het fenomeen Satanisme onder die naam pas in de jaren ’90 in Zambia opdook, zijn er veel overeenkomsten met oudere ideeën over hekserij en bezetenheid. Die overeenkomsten maken de verhalen over Satanisme plausibel – als je toch al gelooft dat anderen je kwaad willen doen door middel van de manipulatie van onzichtbare krachten maakt het niet zo heel veel uit of je die anderen nu heksen of Satanisten noemt. Tegelijkertijd is Satanisme alleen denkbaar vanuit een Christelijk perspectief, beïnvloed door bevrijdingspastoraat en spiritual warfare theologie. Een voorbeeld laat zien hoe die verschillende elementen bij elkaar komen in verhalen over Satanisme.

David is een jonge man van een jaar of 20. Hij bekende dat hij een succesvol zakenman werd door zijn betrokkenheid bij Satanisme. Nadat hij Satanist geworden was, kreeg David een koffertje dat hij mee moest nemen naar een grot in de buurt van het dorp waar hij was opgegroeid. In het koffertje bleek een ei te zitten, waar een slang uitkwam. David vertelde zijn verhaal in een radio-interview met een predikant. Het volgende is een stukje van dit interview.

David: Toen ik bij de grot kwam, maakte ik het koffertje open. Tot mijn verassing zat er een rood ei in. Terwijl ik naar het ei keek brak het, en kwam er een klein slangetje uit. Het groeide en groeide, tot de slang de hele grot vulde.

Predikant: Vond je het niet eng? Als je ineens een slang ziet word je bang, toch?

David: Ja.

Predikant: Er is vijandschap tussen mens en slang sinds de tuin van Eden. Dus je eerste reactie als je een slang ziet is schrik, en je wilt wegrennen. Dat is de natuurlijke reactie. Maar jij werd dus niet bang.

David: Ik werd niet bang. De slang begon tegen me te praten, en zei: ‘Jij bent nu mijn partner, we gaan samenwerken. Ik zal je geven wat je maar wilt, maar onthoud goed: ik moet ook eten.’ Toen begon de slang geld uit te spugen.

Predikant: Weet je nog dat Lucifer in het Oude Testament kwam in de vorm van een slang?

David: Ja.

Predikant: Wist je dat de slang die jij zag Lucifer zelf was? Dus jij was letterlijk met de duivel zelf aan het praten, in die grot. Vertel eens hoe dat ging; hoe stond je, wat voor gebaren maakte je?

David: Ze hadden me verteld dat ik een rood gewaad aan moest trekken, en dat als ik bij de grot kwam ik drie keer moest buigen. Toen ging de grot open, en de slang begon tegen me te praten. Ik kreeg de instructie dat als ik met de slang wilde praten, dat ik mijn borst moest aanraken, zo, en dan buigen.

Predikant: Als je buigt met je handen op je hart – dat is trouw betonen aan de duivel zelf. Je zegt ermee: ‘Mijn hart is van jou, het is niet langer van mij. Mijn hart is in jouw handen.’ Dat is wat je zei met die gebaren.

In Zambiaanse tradities hebben slangen vaak een bijzondere plaats. Ze brengen de regen en een overvloedige oogst, en kunnen boodschappen van de voorouders overbrengen. Volgens de folklore in zuidelijk Afrika hebben heksen een slang die hen rijk maakt. In Afrika wordt buitengewoon fortuin net als ongeluk toegeschreven aan de verborgen acties van een heks. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal van David hiernaar te verwijzen. De slang van een heks heeft doorgaans een mensenhoofd en helpt de heks om rijk te worden in ruil voor het bloed van de slachtoffers van de heks. De slang van David lijkt geen mensenhoofd te hebben, maar geeft hem wel geld, en herinnert David eraan dat hij daarvoor iets in ruil wil – de slang moet ook eten. Verhalen over Satanisme lijken in veel opzichten op verhalen over hekserij. Net als heksen veroorzaken Satanisten ongeluk – gezondheidsproblemen, huwelijksproblemen, problemen met werk, en zelfs de dood.

Maar er is meer aan de hand in het interview tussen David en de predikant. Slangen zijn in Zambiaanse tradities niet noodzakelijkerwijs slecht. In getuigenissen over Satanisme is een slang wel altijd een helper van de duivel. Voor de komst van het Christendom kenden Afrikaanse tradities wel lastige of kwaadaardige spirituele wezens, maar geen absoluut kwaad zoals de duivel. Voor zendelingen in de 19e eeuw hoorden alle Afrikaanse goden en geesten bij het rijk van Satan. Deze gedachte werd grif overgenomen. De oude, vertrouwde namen voor goden en geesten bleven bestaan en bleven betekenisvol, maar nu als brengers van kwaad. Zo werd de figuur van de slang in Zambia de helper van de duivel.

In het gesprek tussen David en de predikant komen alle verwijzingen naar de duivel van de predikant. Hij herinnert David aan het paradijsverhaal in Genesis, en legt uit dat als David praat met de slang hij eigenlijk spreekt tegen Lucifer. David stemt in met de predikant, maar de ideeën niet bij David zelf vandaan te komen. Davids slang is meer geworden dan het huisdier van een heks. Deze slang neemt deel aan een universeel gevecht tussen goed en kwaad, tussen God en Satan. Christelijke theologie die benadrukt dat wij allemaal moeten helpen in deze strijd wordt spiritual warfare theologie genoemd. Spiritual warfare gaat vaak samen met bevrijdingspastoraat, en is eerder een Amerikaanse dan een Afrikaanse uitvinding. Tegenwoordig zijn er over de hele wereld – in de VS, in Korea, in Nederland – kerken te vinden die uitgaan van deze theologie. Terwijl Davids woorden geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een traditioneel Zambiaans perspectief, plaatsen de vragen en opmerkingen van de predikant het interview duidelijk in de context van spiritual warfare theologie.

Er is nog een interessant element in het interview tussen David en de predikant. De predikant vraagt David hoe hij precies met de slang moest praten, en of er bepaalde gebaren bijhoren. David vertelt over buigingen en over een rood gewaad. Zijn woorden doen denken aan Afrikaanse films over de bovennatuurlijke wereld, vaak gemaakt in Nigeria (Nollywood). In deze films gaat het om clubs van zakenmensen die de duivel aanbidden in speciale gewaden en met bepaalde rituele gebaren. De films zijn erg populair, ook in Zambia waar je ze voor een paar euro op de markt kunt kopen.

Zambiaanse tradities, 19e eeuwse missionarissen, Amerikaanse theologie over spiritual warfare, en Afrikaanse films komen allemaal samen in de verhalen over Satanisme in Zambia. De verhalen zijn niet alleen maar oud, niet alleen maar nieuw, niet alleen maar Zambiaans en niet alleen maar geïmporteerd. Ze hebben te maken met de verhalen die Zambianen hoorden van hun grootouders, met de preken van de dominees in de kerk, en met wat ze zien op tv. Dit maakt, in Zambiaanse oren, verhalen over Satanisme plausibel – ze zouden best wel eens waar kunnen zijn.

Kleren maken de man

20170318-DSC_3019-bewerkt

Een mooi pak – van Westerse snit, en met een goede stropdas – is voor onze studenten een eerste levensbehoefte. Het wordt gedragen bij bijzondere gelegenheden, zoals een bijzondere dienst aan de universiteit, of in de kerk. Niet gek, misschien, voor studenten die predikant willen worden (hoewel ik moet zeggen dat er bij de theologie opleiding in Groningen slechts een enkeling wel eens een pak aan had, en Hermen zelfs weigerde om voor zijn bruiloft een pak aan te schaffen…) Een bril staat voor onze studenten veel lager op de ranglijst van dingen die je moet hebben. Je moet er goed uitzien; of je zelf ook iets ziet is van later zorg, zo lijkt het.

Het is niet de keuze die ik zou maken. Eigenlijk is dat precies de kern van een dilemma in hulpverlening en ontwikkelingssamenwerking. Waar wordt het geld aan besteed? Wat zijn de prioriteiten, en zijn de prioriteiten van de ontvanger hetzelfde als van de gever? We kijken er hier van op als er weer een kerk een auto aanschaft voor de predikant. Is dat nou het belangrijkste? Kun je het geld niet beter besteden? Waarom koop je een duur pak, of een mooi mobieltje, als je eigenlijk ook een bril nodig hebt? Aan de andere kant, we willen mensen niet betuttelen; niet in een minderwaardige afhankelijkheidsrelatie dwingen. Dus is zelfbeschikking belangrijk – geld uit laten geven aan de doelen die de ontvanger zelf stelt, ook als de gever zelf denkt dat andere doelen waardevoller zijn.

Kleren maken de man, hier in Zambia. Het aanzien dat een mooi pak of een grote auto geven, staat hoger aangeschreven dan goed kunnen zien. De man in deze foto heeft een bril, betaald door hulp van een buitenlandse kerk. Wat zou hij gekocht hebben als hij niet een bril, maar geld gekregen had? En kunnen of mogen wij daarover oordelen?

Het staat hem goed, het pak, en de bril. We laten het maar zo.